BESTUURSRECHT
DEEL I. BESTUURSRECHT: BEGRIP, INDELING, KENMERKEN EN BRONNEN.......................4
HOOFDSTUK I. BEGRIP.............................................................................................................4
HOOFDSTUK II. INDELING: ALGEMEEN VERSUS BIJZONDER BESTUURSRECHT..............5
HOOFDSTUK III. DE KENMERKEN VAN HET BESTUURSRECHT...........................................5
Afdeling 1. Autonomie en eigenheid van het bestuursrecht...................................5
Afdeling 2. Meergelaagdheid van het (Belgisch) bestuursrecht.............................5
Afdeling 3. Bronnen van het bestuursrecht............................................................5
DEEL II. BESLUITVORMINGSINSTRUMENTARIUM VAN HET BESTUUR...................................8
HOOFDSTUK 1. INLEIDING: PUBLIEK- VERSUS PRIVAATRECHTELIJKE ACTIEMIDDELEN
VAN DE OVERHEID....................................................................................................................8
HOOFDSTUK 2. HET EENZIJDE SPOOR: DE EBR EN DE PSUEDOWETGEVING..................9
Afdeling 1. De eenzijdige bestuurlijke rechtshandeling..........................................9
Afdeling 2. Een bijzonder eenzijdige bestuurlijke rechtshandeling: de bestuurlijke
sanctie.................................................................................................................. 17
Afdeling 3. Psuedowetgeving...............................................................................21
HOOFDSTUK III. HET CONTRACTUELE SPOOR : DE OVK MET HET BESTUUR.................23
Afdeling 1. De tweewegenweer............................................................................ 23
Afdeling 2. Mogelijke indelingen van de overeenkomsten met het bestuur.........24
Afdeling 3. Algemene beginselen van twee typische overheidscontracten:
overheidsopdrachten en concessies van werken of diensten...............................24
HOOFDSTUK IV. DE LEER VAN DE AFSPLITSBARE RECHTSHANDELING.........................29
DEEL III. MENSEN EN MIDDELEN VAN HET BESTUUR............................................................31
HOOFDSTUK I. HET RECHTSREGIME VAN HET OVERHEIDSPERSONEEL........................31
Afdeling 1. Begrip ‘ambtenaar’.............................................................................31
Afdeling 2. Diversiteit in de rechtstoestand van het overheidspersoneel:
statutaire versus contractuele tewerkstelling......................................................31
Afdeling 3. Diversiteit van rechtspositieregelingen..............................................36
Afdeling 4. Krachtlijnen van de ambtenarenstatuten...........................................36
Afdeling 5. Syndicaal statuut................................................................................43
HOOFDSTUK II. RECHTSREGIME VAN DE GOEDEREN VAN HET BESTUURSRECHT......45
Afdeling 1. Rechtsregime van de goederen van het bestuur: het
domeingoederenrecht of het recht van de ‘publieke goederen’...........................45
Afdeling 2. Instrumentarium van het bestuur met betrekking tot de goederen van
particulieren......................................................................................................... 47
DEEL IV. BESTUURSORGANISATIE EN HET BEGRIP BESTUUR............................................51
HOOFDSTUK I. BESTUURSORGANISATIE.............................................................................51
Afdeling 1. Centralisatie, decentralisatie en bestuurlijke verzelfstandiging.........51
1
, Afdeling 2. Bestuurlijk toezicht op de gedecentraliseerde besturen.....................55
HOOFDSTUK II. HET BEGRIP ‘BESTUUR’..............................................................................57
Afdeling 1. Het federale begrip ‘administratieve overheid’ en de Vlaamse
tegenhangers....................................................................................................... 57
Afdeling 2. Het begrip ‘bestuur’ in organieke en functionele zin..........................60
DEEL V. PREVENTIEVE RECHTSBESCHERMING TEGEN HET BESTUUR..............................61
HOOFDSTUK I.HET WETTIGHEIDS- OF LEGALITEITSBEGINSEL........................................61
Afdeling 1. Formele component van het wettigheidsbeginsel: de toegewezen aard
van de bevoegdheid van het bestuur en het principiële verbod van delegatie....61
Afdeling 2. Materiële component van het wettigheidsbeginsel: het respect voor
de hiërarchie der normen en de naleving van de eigen reglementen..................62
HOOFDSTUK II. DE BEGINSELEN VAN BEHOORLIJK BESTUUR.........................................63
Afdeling 1. Begrip................................................................................................. 63
Afdeling 2. Plaats in de hiërarchie der normen.....................................................63
Afdeling 3. Onderscheid procedurele en inhoudelijke BBB’s................................63
Afdeling 4. Catalogus van de BBB’s......................................................................64
Afdeling 5. Beginselen van behoorlijk burgerschap..............................................74
Afdeling 6. Beginselen van de openbare dienst...................................................74
HOOFDSTUK III. FORMELE MOTIVERING VAN BESTUURSHANDELINGEN.......................75
Afdeling 1. De Wet Motivering Bestuurshandelingen...........................................75
Afdeling 2. Toepassingsgebied............................................................................. 77
Afdeling 3. Draagwijdte van de formele motiveringsplicht...................................78
Afdeling 4. Oefeningen......................................................................................... 82
HOOFDSTUK IV. OPENBAARHEID VAN BESTUUR EN BESTUURSDOCUMENTEN............83
Afdeling 1. Openbaarheid van bestuur: algemeen kader, begrippen en oogmerk
............................................................................................................................. 83
Afdeling 2. Regelgeving inzake openbaarheid van bestuur..................................83
Afdeling 3. Actieve openbaarheid van bestuur.....................................................85
Afdeling 4. Passieve openbaarheid van bestuur...................................................86
Afdeling 5. Hergebruik van overheidsinformatie..................................................94
HOOFDSTUK V. PARTICIPATIE EN INSPRAAK......................................................................96
Afdeling 1. Bestaat er een algemeen rechtsbeginsel dat besturen verplicht tot het
organiseren van participatieprocedures?.............................................................96
HOOFDSTUK VI. TAALGEBRUIK IN BESTUURSZAKEN........................................................96
DEEL VI. CURATIEVE RECHTSBESCHERMING TEGEN HET BESTUUR.................................97
HOOFDSTUK I. RECHTSBESCHERMING EN REKENSCHAPSLICHT VAN HET BESTUUR. 97
HOOFDSTUK II. INTERNE KLACHTENBEHANDELING EN OMBUDSDIENSTEN..................97
Afdeling 1. Interne klachtenbehandeling bij het bestuur zelf...............................97
Afdeling 2. Klachtenbehandeling via ombudsdiensten.........................................98
HOOFDSTUK III. BESTUURLIJKE BEROEPEN.......................................................................99
2
, Afdeling 1. Onderscheid tussen bestuurlijke en jurisdictionele beroepen............99
Afdeling 2. Indeling van de bestuurlijke beroepen.............................................102
Vermenging van kwalificaties van bestuurlijke beroepen..................................103
HOOFDSTUK IV. JURISDICTIONELE BEROEPEN................................................................103
Rechtsmachtverdeling........................................................................................ 103
Afdeling 2. Rechtsbescherming door de gewone rechter...................................104
Afdeling 3. Rechtsbescherming door de bestuursrechter...................................108
HOOFDSTUK IV. ALTERNATIEVE RECHTSBESCHERMING...............................................111
3
, DEEL I. BESTUURSRECHT: BEGRIP, INDELING, KENMERKEN EN
BRONNEN
Wat is het bestuursrecht?
Bestuursrecht is het geheel van rechtsregels met betrekking tot de organisatie, de
bevoegdheden en de werking van de organen die met uitvoerende macht zijn
bekleed1, met andere woorden van de organen die noch tot de wetgevende, noch tot
de rechterlijke macht behoren.
˃ Er is geen precieze definitie
˃ De uitvoerende macht doet aan bestuursrecht
˃ Kern van de rechtsstaat → ook het bestuur moet de regels naleven
˃ BBB’s
˃ Het bestuur kan zowel rechtshandelingen stellen als administratieve contracten
sluiten
˃ Cfr. afschaffen bouwpremies voor hoge inkomens vanaf 2026
˃ Cfr. grafittistraatje in Gent → verbodsbord voor fietsers, ze mogen hier niet
langer door fietsen (niet-naleving: boete)
HOOFDSTUK I. BEGRIP
Onderscheid privaat- versus publiekrecht
Privaat recht Publiekrecht
Werking tussen private personen Gaat in ruime zin over de organisatie en
onderling. werking van de overheid2
˃ Private belangen ˃ Tussen overheden onderling
˃ Natuurlijke personen dan wel ˃ Tussen overheid en private
rechts-personen personen
Bv. burgerlijk recht, arbeidsrecht, Bv. grondwettelijk recht, bestuursrecht,
gerechtelijk recht, vennootschapsrecht, straf- (proces)recht, fiscaal recht, …
…
Onderscheid staatsrecht en bestuursrecht
Staatsrecht (grondwettelijk recht) Bestuursrecht (administratief recht)
Wetgevende macht Uitvoerende macht
Wie is de uitvoerende macht?
Het bestuursrecht gaat verder dan uitvoeren en besturen, ze omvat onder andere ook
Regelgevende bevoegdheid3
De uitvoerende macht gaat uit van de koning (Gw.)
Geschillenbeslechting4
Bestuurlijke handelingen van wetgevende en rechterlijke macht controleren 5
1
We kunnen deze definitie gaan bekijken vanuit verschillende oogpunten:
Organiek oogpunt: uitgaande van de ‘machten’
Functioneel oogpunt: uitgaande van de ‘functies’
2
Synoniemen: het bestuur, de uitvoerende macht
3
Reglementaire bevoegdheid (bv. politiereglement, belastingsreglement van de gemeenten)
4
GAS-boete
5
Bv. tuchtbeslissingen
4
DEEL I. BESTUURSRECHT: BEGRIP, INDELING, KENMERKEN EN BRONNEN.......................4
HOOFDSTUK I. BEGRIP.............................................................................................................4
HOOFDSTUK II. INDELING: ALGEMEEN VERSUS BIJZONDER BESTUURSRECHT..............5
HOOFDSTUK III. DE KENMERKEN VAN HET BESTUURSRECHT...........................................5
Afdeling 1. Autonomie en eigenheid van het bestuursrecht...................................5
Afdeling 2. Meergelaagdheid van het (Belgisch) bestuursrecht.............................5
Afdeling 3. Bronnen van het bestuursrecht............................................................5
DEEL II. BESLUITVORMINGSINSTRUMENTARIUM VAN HET BESTUUR...................................8
HOOFDSTUK 1. INLEIDING: PUBLIEK- VERSUS PRIVAATRECHTELIJKE ACTIEMIDDELEN
VAN DE OVERHEID....................................................................................................................8
HOOFDSTUK 2. HET EENZIJDE SPOOR: DE EBR EN DE PSUEDOWETGEVING..................9
Afdeling 1. De eenzijdige bestuurlijke rechtshandeling..........................................9
Afdeling 2. Een bijzonder eenzijdige bestuurlijke rechtshandeling: de bestuurlijke
sanctie.................................................................................................................. 17
Afdeling 3. Psuedowetgeving...............................................................................21
HOOFDSTUK III. HET CONTRACTUELE SPOOR : DE OVK MET HET BESTUUR.................23
Afdeling 1. De tweewegenweer............................................................................ 23
Afdeling 2. Mogelijke indelingen van de overeenkomsten met het bestuur.........24
Afdeling 3. Algemene beginselen van twee typische overheidscontracten:
overheidsopdrachten en concessies van werken of diensten...............................24
HOOFDSTUK IV. DE LEER VAN DE AFSPLITSBARE RECHTSHANDELING.........................29
DEEL III. MENSEN EN MIDDELEN VAN HET BESTUUR............................................................31
HOOFDSTUK I. HET RECHTSREGIME VAN HET OVERHEIDSPERSONEEL........................31
Afdeling 1. Begrip ‘ambtenaar’.............................................................................31
Afdeling 2. Diversiteit in de rechtstoestand van het overheidspersoneel:
statutaire versus contractuele tewerkstelling......................................................31
Afdeling 3. Diversiteit van rechtspositieregelingen..............................................36
Afdeling 4. Krachtlijnen van de ambtenarenstatuten...........................................36
Afdeling 5. Syndicaal statuut................................................................................43
HOOFDSTUK II. RECHTSREGIME VAN DE GOEDEREN VAN HET BESTUURSRECHT......45
Afdeling 1. Rechtsregime van de goederen van het bestuur: het
domeingoederenrecht of het recht van de ‘publieke goederen’...........................45
Afdeling 2. Instrumentarium van het bestuur met betrekking tot de goederen van
particulieren......................................................................................................... 47
DEEL IV. BESTUURSORGANISATIE EN HET BEGRIP BESTUUR............................................51
HOOFDSTUK I. BESTUURSORGANISATIE.............................................................................51
Afdeling 1. Centralisatie, decentralisatie en bestuurlijke verzelfstandiging.........51
1
, Afdeling 2. Bestuurlijk toezicht op de gedecentraliseerde besturen.....................55
HOOFDSTUK II. HET BEGRIP ‘BESTUUR’..............................................................................57
Afdeling 1. Het federale begrip ‘administratieve overheid’ en de Vlaamse
tegenhangers....................................................................................................... 57
Afdeling 2. Het begrip ‘bestuur’ in organieke en functionele zin..........................60
DEEL V. PREVENTIEVE RECHTSBESCHERMING TEGEN HET BESTUUR..............................61
HOOFDSTUK I.HET WETTIGHEIDS- OF LEGALITEITSBEGINSEL........................................61
Afdeling 1. Formele component van het wettigheidsbeginsel: de toegewezen aard
van de bevoegdheid van het bestuur en het principiële verbod van delegatie....61
Afdeling 2. Materiële component van het wettigheidsbeginsel: het respect voor
de hiërarchie der normen en de naleving van de eigen reglementen..................62
HOOFDSTUK II. DE BEGINSELEN VAN BEHOORLIJK BESTUUR.........................................63
Afdeling 1. Begrip................................................................................................. 63
Afdeling 2. Plaats in de hiërarchie der normen.....................................................63
Afdeling 3. Onderscheid procedurele en inhoudelijke BBB’s................................63
Afdeling 4. Catalogus van de BBB’s......................................................................64
Afdeling 5. Beginselen van behoorlijk burgerschap..............................................74
Afdeling 6. Beginselen van de openbare dienst...................................................74
HOOFDSTUK III. FORMELE MOTIVERING VAN BESTUURSHANDELINGEN.......................75
Afdeling 1. De Wet Motivering Bestuurshandelingen...........................................75
Afdeling 2. Toepassingsgebied............................................................................. 77
Afdeling 3. Draagwijdte van de formele motiveringsplicht...................................78
Afdeling 4. Oefeningen......................................................................................... 82
HOOFDSTUK IV. OPENBAARHEID VAN BESTUUR EN BESTUURSDOCUMENTEN............83
Afdeling 1. Openbaarheid van bestuur: algemeen kader, begrippen en oogmerk
............................................................................................................................. 83
Afdeling 2. Regelgeving inzake openbaarheid van bestuur..................................83
Afdeling 3. Actieve openbaarheid van bestuur.....................................................85
Afdeling 4. Passieve openbaarheid van bestuur...................................................86
Afdeling 5. Hergebruik van overheidsinformatie..................................................94
HOOFDSTUK V. PARTICIPATIE EN INSPRAAK......................................................................96
Afdeling 1. Bestaat er een algemeen rechtsbeginsel dat besturen verplicht tot het
organiseren van participatieprocedures?.............................................................96
HOOFDSTUK VI. TAALGEBRUIK IN BESTUURSZAKEN........................................................96
DEEL VI. CURATIEVE RECHTSBESCHERMING TEGEN HET BESTUUR.................................97
HOOFDSTUK I. RECHTSBESCHERMING EN REKENSCHAPSLICHT VAN HET BESTUUR. 97
HOOFDSTUK II. INTERNE KLACHTENBEHANDELING EN OMBUDSDIENSTEN..................97
Afdeling 1. Interne klachtenbehandeling bij het bestuur zelf...............................97
Afdeling 2. Klachtenbehandeling via ombudsdiensten.........................................98
HOOFDSTUK III. BESTUURLIJKE BEROEPEN.......................................................................99
2
, Afdeling 1. Onderscheid tussen bestuurlijke en jurisdictionele beroepen............99
Afdeling 2. Indeling van de bestuurlijke beroepen.............................................102
Vermenging van kwalificaties van bestuurlijke beroepen..................................103
HOOFDSTUK IV. JURISDICTIONELE BEROEPEN................................................................103
Rechtsmachtverdeling........................................................................................ 103
Afdeling 2. Rechtsbescherming door de gewone rechter...................................104
Afdeling 3. Rechtsbescherming door de bestuursrechter...................................108
HOOFDSTUK IV. ALTERNATIEVE RECHTSBESCHERMING...............................................111
3
, DEEL I. BESTUURSRECHT: BEGRIP, INDELING, KENMERKEN EN
BRONNEN
Wat is het bestuursrecht?
Bestuursrecht is het geheel van rechtsregels met betrekking tot de organisatie, de
bevoegdheden en de werking van de organen die met uitvoerende macht zijn
bekleed1, met andere woorden van de organen die noch tot de wetgevende, noch tot
de rechterlijke macht behoren.
˃ Er is geen precieze definitie
˃ De uitvoerende macht doet aan bestuursrecht
˃ Kern van de rechtsstaat → ook het bestuur moet de regels naleven
˃ BBB’s
˃ Het bestuur kan zowel rechtshandelingen stellen als administratieve contracten
sluiten
˃ Cfr. afschaffen bouwpremies voor hoge inkomens vanaf 2026
˃ Cfr. grafittistraatje in Gent → verbodsbord voor fietsers, ze mogen hier niet
langer door fietsen (niet-naleving: boete)
HOOFDSTUK I. BEGRIP
Onderscheid privaat- versus publiekrecht
Privaat recht Publiekrecht
Werking tussen private personen Gaat in ruime zin over de organisatie en
onderling. werking van de overheid2
˃ Private belangen ˃ Tussen overheden onderling
˃ Natuurlijke personen dan wel ˃ Tussen overheid en private
rechts-personen personen
Bv. burgerlijk recht, arbeidsrecht, Bv. grondwettelijk recht, bestuursrecht,
gerechtelijk recht, vennootschapsrecht, straf- (proces)recht, fiscaal recht, …
…
Onderscheid staatsrecht en bestuursrecht
Staatsrecht (grondwettelijk recht) Bestuursrecht (administratief recht)
Wetgevende macht Uitvoerende macht
Wie is de uitvoerende macht?
Het bestuursrecht gaat verder dan uitvoeren en besturen, ze omvat onder andere ook
Regelgevende bevoegdheid3
De uitvoerende macht gaat uit van de koning (Gw.)
Geschillenbeslechting4
Bestuurlijke handelingen van wetgevende en rechterlijke macht controleren 5
1
We kunnen deze definitie gaan bekijken vanuit verschillende oogpunten:
Organiek oogpunt: uitgaande van de ‘machten’
Functioneel oogpunt: uitgaande van de ‘functies’
2
Synoniemen: het bestuur, de uitvoerende macht
3
Reglementaire bevoegdheid (bv. politiereglement, belastingsreglement van de gemeenten)
4
GAS-boete
5
Bv. tuchtbeslissingen
4