1. visie op Frans in het basisonderwijs
DOELGERICHTE COMMUNICATIE
Zorg dat je goed het onderscheid kent tussen:
● mondelinge vaardigheden
● schriftelijke vaardigheden
● receptieve vaardigheden
● productieve vaardigheden
Weet daarnaast ook dat:
● de vaardigheden centraal staan (doel = communicatie)
● het accent ligt op de mondelinge vaardigheden: deze vaardigheden zouden het
meest moeten aan bod komen in jouw lessen (en evaluatie)
● woordenschat en grammatica hierbij wel de belangrijke bouwstenen zijn die de
leerlingen moeten kennen om deze te kunnen inzetten bij vaardigheidsoefeningen.
Als de leerlingen een geschreven tekst (of zin) moeten begrijpen om de oefening te
kunnen maken, is er een focus op leesvaardigheid
Als de leerlingen een gesproken tekst (of zin) moeten begrijpen om de oefening te
kunnen maken, is er een focus op luistervaardigheid
Als de leerlingen zelf een tekst schrijven en er is een vorm van eigen inbreng, dan is er
een focus op schrijfvaardigheid
Als de leerlingen in eigen woorden, min of meer spontaan iets vertellen, dan is er een
focus op spreekvaardigheid
Als de leerlingen in eigen woorden, min of meer spontaan met elkaar in gesprek gaan,
en ze moeten de gesprekspartner effectief begrijpen om te weten hoe ze moeten
reageren, dan is er een focus op mondelinge interactie
In het OPO Didactiek vreemde talen en taalvaardigheden Frans leer je meer over elke
vaardigheid afzonderlijk.
BELANG VAN STRATEGIEËN
Fase 1: sterke sturing
Modeling:
De leerkrachten doet de denkprocessen hardop voor
De leerkracht licht de werkwijze expliciet toe
Vb. 'Ik bekijk de lay-out en vraag me af waar ik dit soort teksten tegenkom. Ik lees de
titel en voorspel waarover de tekst zou kunnen gaan.'
Scaffolding:
De leerkracht doet het niet expliciet voor, maar stelt strategische vragen
De leerling voert de strategieën uit
, Vb. ‘Lees eens de titel. Wat zie je op de afbeelding? Welk soort tekst is dit volgens jou?
Waarover zou de tekst kunnen gaan?’
Fase 2: gedeelde sturing
De leerling past de strategie bewust toe
Vaak is dit wel nog met ondersteuning (vb. een stappenplan, handelingswijzer)
Vb. Rolwisselend onderwijs:
Leerling A neemt de rol van de leerkracht op zich en geeft leerling B instructies aan de
hand van een stappenplan
Leerling B voert de verschillende stappen (strategieën) uit
Tip: je kan een sterke leerling samen zetten met een instructiegevoelige leerling. De
sterke leerling neemt de rol van de leerkracht op en helpt de andere.
Fase 3: losse sturing
De leerling past de strategieën steeds zelfstandiger toe.
De leerkracht blijft hierbij wel belangrijk: hij observeert, geeft aanwijzingen, stuurt bij
waar nodig.
DOELTAAL = VOERTAAL
Voordelen vs. moeilijkheden
“Frans spreken tijdens de les? Nee dank je. Mijn leerlingen begrijpen daar toch niets van.” Het is
een opmerking van leerkrachten die we af en toe wel eens horen. Misschien denk je er zelf ook
zo ver. Toch is het je plicht om zo veel mogelijk Frans te spreken tijdens de les: de doeltaal is de
voertaal! Doe je dit niet, dan ontneem je je leerlingen heel veel leerkansen.
Niet overtuigd? Hier vind je enkele voordelen op een rij:
De leerlingen pikken onbewust nieuwe woorden of zinsconstructies op
De leerlingen leren strategieën inzetten
=> onthoud: vertalen = verwennen! Doe dit dus zo weinig mogelijk. Het is belangrijk dat de
leerlingen zich zo goed mogelijk zelf uit de slag kunnen trekken.
De leerlingen oefenen op luistervaardigheid en mondelinge interactie
Minder spreekangst
De leerlingen leren na te denken in het Frans, en dat is belangrijk: zo vermijd je de
vertaalreflex!
Toch zijn er soms ook moeilijkheden:
Als leerkracht voel je je misschien te geremd (je hebt zelf spreekangst)
Als leerkracht sta je misschien zelf nog niet sterk genoeg voor Frans
De leerlingen kunnen afhaken als ze het niet begrijpen
Om je leerlingen zo goed mogelijk te ondersteunen bij het begrijpen van Franse instructietaal,
lees je meer in wat volgt.
Ligt het struikelblok vooral bij jezelf, dan is het extra belangrijk dat je hier volop op inzet! Studeer
grondig de Franse basisinstructies in (document "Instructions didactiques") en gebruik deze
DOELGERICHTE COMMUNICATIE
Zorg dat je goed het onderscheid kent tussen:
● mondelinge vaardigheden
● schriftelijke vaardigheden
● receptieve vaardigheden
● productieve vaardigheden
Weet daarnaast ook dat:
● de vaardigheden centraal staan (doel = communicatie)
● het accent ligt op de mondelinge vaardigheden: deze vaardigheden zouden het
meest moeten aan bod komen in jouw lessen (en evaluatie)
● woordenschat en grammatica hierbij wel de belangrijke bouwstenen zijn die de
leerlingen moeten kennen om deze te kunnen inzetten bij vaardigheidsoefeningen.
Als de leerlingen een geschreven tekst (of zin) moeten begrijpen om de oefening te
kunnen maken, is er een focus op leesvaardigheid
Als de leerlingen een gesproken tekst (of zin) moeten begrijpen om de oefening te
kunnen maken, is er een focus op luistervaardigheid
Als de leerlingen zelf een tekst schrijven en er is een vorm van eigen inbreng, dan is er
een focus op schrijfvaardigheid
Als de leerlingen in eigen woorden, min of meer spontaan iets vertellen, dan is er een
focus op spreekvaardigheid
Als de leerlingen in eigen woorden, min of meer spontaan met elkaar in gesprek gaan,
en ze moeten de gesprekspartner effectief begrijpen om te weten hoe ze moeten
reageren, dan is er een focus op mondelinge interactie
In het OPO Didactiek vreemde talen en taalvaardigheden Frans leer je meer over elke
vaardigheid afzonderlijk.
BELANG VAN STRATEGIEËN
Fase 1: sterke sturing
Modeling:
De leerkrachten doet de denkprocessen hardop voor
De leerkracht licht de werkwijze expliciet toe
Vb. 'Ik bekijk de lay-out en vraag me af waar ik dit soort teksten tegenkom. Ik lees de
titel en voorspel waarover de tekst zou kunnen gaan.'
Scaffolding:
De leerkracht doet het niet expliciet voor, maar stelt strategische vragen
De leerling voert de strategieën uit
, Vb. ‘Lees eens de titel. Wat zie je op de afbeelding? Welk soort tekst is dit volgens jou?
Waarover zou de tekst kunnen gaan?’
Fase 2: gedeelde sturing
De leerling past de strategie bewust toe
Vaak is dit wel nog met ondersteuning (vb. een stappenplan, handelingswijzer)
Vb. Rolwisselend onderwijs:
Leerling A neemt de rol van de leerkracht op zich en geeft leerling B instructies aan de
hand van een stappenplan
Leerling B voert de verschillende stappen (strategieën) uit
Tip: je kan een sterke leerling samen zetten met een instructiegevoelige leerling. De
sterke leerling neemt de rol van de leerkracht op en helpt de andere.
Fase 3: losse sturing
De leerling past de strategieën steeds zelfstandiger toe.
De leerkracht blijft hierbij wel belangrijk: hij observeert, geeft aanwijzingen, stuurt bij
waar nodig.
DOELTAAL = VOERTAAL
Voordelen vs. moeilijkheden
“Frans spreken tijdens de les? Nee dank je. Mijn leerlingen begrijpen daar toch niets van.” Het is
een opmerking van leerkrachten die we af en toe wel eens horen. Misschien denk je er zelf ook
zo ver. Toch is het je plicht om zo veel mogelijk Frans te spreken tijdens de les: de doeltaal is de
voertaal! Doe je dit niet, dan ontneem je je leerlingen heel veel leerkansen.
Niet overtuigd? Hier vind je enkele voordelen op een rij:
De leerlingen pikken onbewust nieuwe woorden of zinsconstructies op
De leerlingen leren strategieën inzetten
=> onthoud: vertalen = verwennen! Doe dit dus zo weinig mogelijk. Het is belangrijk dat de
leerlingen zich zo goed mogelijk zelf uit de slag kunnen trekken.
De leerlingen oefenen op luistervaardigheid en mondelinge interactie
Minder spreekangst
De leerlingen leren na te denken in het Frans, en dat is belangrijk: zo vermijd je de
vertaalreflex!
Toch zijn er soms ook moeilijkheden:
Als leerkracht voel je je misschien te geremd (je hebt zelf spreekangst)
Als leerkracht sta je misschien zelf nog niet sterk genoeg voor Frans
De leerlingen kunnen afhaken als ze het niet begrijpen
Om je leerlingen zo goed mogelijk te ondersteunen bij het begrijpen van Franse instructietaal,
lees je meer in wat volgt.
Ligt het struikelblok vooral bij jezelf, dan is het extra belangrijk dat je hier volop op inzet! Studeer
grondig de Franse basisinstructies in (document "Instructions didactiques") en gebruik deze