Strafrecht
H1. INLEIDING TOT DE STUDIE VAN HET STRAFRECHT
A. Begripsbepaling
1.1 Bepaling van het strafrecht
Nieuw strafwetboek
In werking op 8 april 2026
Strafrecht evolueert met de samenleving
Accuraat, coherent, eenvoudig = principes die auterus volgen
Complementaire wetten blijven bestaan maar worden deels ingewerkt in nieuw Sw
Artikel 27 nieuw Strafwetboek
Doelstellingen van de straf
-> Maatschappelijke afkeuring v een bepaald feit
-> Herstel van het maatschappelijk evenwicht
-> Bevorderen van re-integratie van de dader in de samenleving
-> Bescherming van de maatschappij tegen mensen die ‘onverbeterlijk’ zijn
Scharnier tussen beiden : artikel 100 Sw (art. 77 nieuw Sw)
‘Bij gebreke van andersluidende bepalingen in bijzondere wetten en verordeningen, worden de bepalingen
van het eerste boek van dit wetboek toegepast op de misdrijven die bij die wetten en verordeningen
strafbaar zijn gesteld, met uitzondering van hoofdstuk VII en van artikel 85.’
Dus drie uitzonderingen :
-> Andersluidende bepalingen
-> Hoofdstuk VII (omtrent deelneming)
-> Artikel 85 (omtrent verzachtende omstandigheden)
1.2 Kenmerken van het strafrecht
Publiek recht
Legaal recht : niemand kan worden vervolg dan in de gevallen die de wet bepaalt
Sanctierecht
Van openbare orde (=karakter vd strafwet)
-> Je kan er niet door een overeenkomst v afwijken
o Slagen en verwondingen niet toegestaan, ook niet et toestemming -> boksen in
gecontroleerde omgeving met afspraken enzo dat kan wel
Wat moet het zijn?
Afschrikking
Regulator: zorgt voor rust in de samenleving
Bescherming
Opvoeding
(Vergelding) : niet in nieuwe SW
1.3 Kernbegrippen van het strafrecht
Strafrecht in ruime zin
Welke gedragingen
Onder welke voorwaarden
Welke omstandigheden/personen
Welke sancties
Door wie en hoe beteugeld
Drie sleutelbegrippen
Misdrijf : gedraging waarop wet een straf stelt
1
, Strafrechtelijke sanctie : door de wet vastgestelde reacties op de schending vd
strafrechtelijke normen
Dader : natuurlijke- of rechtspersoon
1.4 Indeling van het strafrecht (sommige die vaak voorkomen)
Misdrijven tegen de veiligheid van de Staat:
-> terroristische misdrijven – art. 137 Sw.
Valsheid:
-> in geschriften – art. 193 e.v.Sw.
-> in informatica – art. 210bis Sw.
o Bv. code van bankaart bekomen op valse wijze
o Bedrieglijk opzet of oogmerk te schaden –art.213 Sw.
Weerspannigheid – art. 269 e.v. Sw.
-> Aanval of verzet met geweld of bedreiging tegen bv. politieagent (of andere machtsdragers)
-> Met verzwarende omstandigheden, bv.:
o Met wapens (art. 271 Sw.) (Kan een wagen zijn)
o Met arbeidsongeschiktheid (art. 271bis Sw.)
Bendevorming: art. 322 – 324 Sw.
Criminele organisatie: art. 324bis Sw.
Bedreigingen: 327 – 331bis Sw.
Verlating van familie: 391bis Sw.
Misdrijf tegen personen
Doodslag – art. 393 Sw.
Moord – art. 394 Sw.
Vergiftiging – art. 397 Sw.
Opzettelijke slagen en verwondingen – art. 398 ev Sw
o Met voorbedachtheid
o Met arbeidsongeschiktheid minder of meer dan vier maanden
Misdrijven tegen de seksuele integriteit
Toestemming – art. 417/5 Sw.
Aantasting seksuele integriteit – art. 417/7 Sw.
Voyeurisme – art. 417/8 Sw.
Verkrachting – art. 417/11 Sw.
Verzwarende omstandigheden – art. 417/12 e.v. Sw.
Onopzettelijke doding en onopzettelijke slagen en verwondingen – art. 418 -420 Sw.
Schuldig verzuim – art. 422bis Sw
Belaging (stalking) – art. 442bis Sw
Misdrijven tegen eigendommen
Diefstal en afpersing – art. 461 Sw.
-> Zonder geweld of bedreiging – art. 463 ev Sw.
-> Met geweld of bedreiging – art. 468 Sw. ev
Misbruik van vertrouwen – art. 491 Sw.
o Je krijg iets v iemand en gebruikt het voor iets waarvoor het niet de bedoeling was
o Bv. som geld
Oplichting – art. 496 Sw.
Heling (verkoop v gestolen goederen), witwas – art. 505 Sw.
Vernieling, brandstichting - art. 510 ev. Sw.
B. Inhoud en indeling van het strafrecht
1.5 Strafrecht van gemeen recht
Het strafwetboek
Algemeen strafrecht : Art. 1-100ter Sw
2
, Bijzonder strafrecht : Art. 101-566 Sw (tien (14) titels)
Adagium ‘lex specialis derogat generalis’:
Het bijzonder strafrecht heeft voorrang op het algemeen strafrecht : als er een
tegenstrijdigheid tss beide bestaat moet de bijzondere regel worden toegepast
Als het bijzonder strafrecht niets vermeldt, is het algemeen strafrecht van toepassing
De gewone strafrechtbanken zijn bevoegd tenzij anders vermeld
De complementaire wetten (wetten die deel uitmaken vh strafrecht v gemeen reht)
Wet jeugdbescherming 8 april 1965
(Nu ook: Vlaams decreet integrale jeugdhulp)
Wet bescherming maatschappij 1 juli 1964 (mensen die geestgestoord zijn) (Nu:
interneringswet 5 mei 2014 zoals gewijzigd)
Probatiewet 29 juni 1964 (opgenomen in nieuw Sw.)
In nieuw SW
Complementaire wetten blijven bestaan maar worden deels ingewerkt in nieuw Sw.
Vb. Probatiewet 1964 wordt opgenomen in nieuw Sw. onder artikel 65 Sw.
1.6 Bijzondere strafwetten
Drugwet van 24 februari 1921
Militair strafrecht
Sociaal strafrecht
Economisch strafrecht
Verkeersstrafrecht
Fiscaal recht
Milieurecht
Art. 100 Sw
H2. HET POSITIEF STRAFECHT
A. De strafwet
2.1 Algemene beginselen
a) het legaliteitsbeginsel
= fundament van onze rechtsstaat
Nullum crimen sine lege: geen misdrijven zonder wet (wet in formele zin)
Nulla poena sine lege: geen straf opleggen zonder wet
-> Art. 12 en 14 GW
-> Art. 2 Sw
-> Art. 7 EVRM (als je vindt dat rechten vh EVRM geschonden zijn, kan je naar EHRM gaan)
(directe werking)
-> Art. 15 IVBPR (internationaal verdrag v burgerlijke en politieke rechten)
Strafbepaling moet bij wet in formele zin
Wet gestemd bij parlement -> willekeur van overheid vermijden
b) de interpretatie van de strafwet
Bij twijfel of betwisting over de betekenis of draagwijdte vd wet
Strikte interpretatie (nu: art. 4 nieuw Sw.)
Soorten interpretatie:
-> Authentieke : voorzien in de wet (vb nacht, omkoping)
3
H1. INLEIDING TOT DE STUDIE VAN HET STRAFRECHT
A. Begripsbepaling
1.1 Bepaling van het strafrecht
Nieuw strafwetboek
In werking op 8 april 2026
Strafrecht evolueert met de samenleving
Accuraat, coherent, eenvoudig = principes die auterus volgen
Complementaire wetten blijven bestaan maar worden deels ingewerkt in nieuw Sw
Artikel 27 nieuw Strafwetboek
Doelstellingen van de straf
-> Maatschappelijke afkeuring v een bepaald feit
-> Herstel van het maatschappelijk evenwicht
-> Bevorderen van re-integratie van de dader in de samenleving
-> Bescherming van de maatschappij tegen mensen die ‘onverbeterlijk’ zijn
Scharnier tussen beiden : artikel 100 Sw (art. 77 nieuw Sw)
‘Bij gebreke van andersluidende bepalingen in bijzondere wetten en verordeningen, worden de bepalingen
van het eerste boek van dit wetboek toegepast op de misdrijven die bij die wetten en verordeningen
strafbaar zijn gesteld, met uitzondering van hoofdstuk VII en van artikel 85.’
Dus drie uitzonderingen :
-> Andersluidende bepalingen
-> Hoofdstuk VII (omtrent deelneming)
-> Artikel 85 (omtrent verzachtende omstandigheden)
1.2 Kenmerken van het strafrecht
Publiek recht
Legaal recht : niemand kan worden vervolg dan in de gevallen die de wet bepaalt
Sanctierecht
Van openbare orde (=karakter vd strafwet)
-> Je kan er niet door een overeenkomst v afwijken
o Slagen en verwondingen niet toegestaan, ook niet et toestemming -> boksen in
gecontroleerde omgeving met afspraken enzo dat kan wel
Wat moet het zijn?
Afschrikking
Regulator: zorgt voor rust in de samenleving
Bescherming
Opvoeding
(Vergelding) : niet in nieuwe SW
1.3 Kernbegrippen van het strafrecht
Strafrecht in ruime zin
Welke gedragingen
Onder welke voorwaarden
Welke omstandigheden/personen
Welke sancties
Door wie en hoe beteugeld
Drie sleutelbegrippen
Misdrijf : gedraging waarop wet een straf stelt
1
, Strafrechtelijke sanctie : door de wet vastgestelde reacties op de schending vd
strafrechtelijke normen
Dader : natuurlijke- of rechtspersoon
1.4 Indeling van het strafrecht (sommige die vaak voorkomen)
Misdrijven tegen de veiligheid van de Staat:
-> terroristische misdrijven – art. 137 Sw.
Valsheid:
-> in geschriften – art. 193 e.v.Sw.
-> in informatica – art. 210bis Sw.
o Bv. code van bankaart bekomen op valse wijze
o Bedrieglijk opzet of oogmerk te schaden –art.213 Sw.
Weerspannigheid – art. 269 e.v. Sw.
-> Aanval of verzet met geweld of bedreiging tegen bv. politieagent (of andere machtsdragers)
-> Met verzwarende omstandigheden, bv.:
o Met wapens (art. 271 Sw.) (Kan een wagen zijn)
o Met arbeidsongeschiktheid (art. 271bis Sw.)
Bendevorming: art. 322 – 324 Sw.
Criminele organisatie: art. 324bis Sw.
Bedreigingen: 327 – 331bis Sw.
Verlating van familie: 391bis Sw.
Misdrijf tegen personen
Doodslag – art. 393 Sw.
Moord – art. 394 Sw.
Vergiftiging – art. 397 Sw.
Opzettelijke slagen en verwondingen – art. 398 ev Sw
o Met voorbedachtheid
o Met arbeidsongeschiktheid minder of meer dan vier maanden
Misdrijven tegen de seksuele integriteit
Toestemming – art. 417/5 Sw.
Aantasting seksuele integriteit – art. 417/7 Sw.
Voyeurisme – art. 417/8 Sw.
Verkrachting – art. 417/11 Sw.
Verzwarende omstandigheden – art. 417/12 e.v. Sw.
Onopzettelijke doding en onopzettelijke slagen en verwondingen – art. 418 -420 Sw.
Schuldig verzuim – art. 422bis Sw
Belaging (stalking) – art. 442bis Sw
Misdrijven tegen eigendommen
Diefstal en afpersing – art. 461 Sw.
-> Zonder geweld of bedreiging – art. 463 ev Sw.
-> Met geweld of bedreiging – art. 468 Sw. ev
Misbruik van vertrouwen – art. 491 Sw.
o Je krijg iets v iemand en gebruikt het voor iets waarvoor het niet de bedoeling was
o Bv. som geld
Oplichting – art. 496 Sw.
Heling (verkoop v gestolen goederen), witwas – art. 505 Sw.
Vernieling, brandstichting - art. 510 ev. Sw.
B. Inhoud en indeling van het strafrecht
1.5 Strafrecht van gemeen recht
Het strafwetboek
Algemeen strafrecht : Art. 1-100ter Sw
2
, Bijzonder strafrecht : Art. 101-566 Sw (tien (14) titels)
Adagium ‘lex specialis derogat generalis’:
Het bijzonder strafrecht heeft voorrang op het algemeen strafrecht : als er een
tegenstrijdigheid tss beide bestaat moet de bijzondere regel worden toegepast
Als het bijzonder strafrecht niets vermeldt, is het algemeen strafrecht van toepassing
De gewone strafrechtbanken zijn bevoegd tenzij anders vermeld
De complementaire wetten (wetten die deel uitmaken vh strafrecht v gemeen reht)
Wet jeugdbescherming 8 april 1965
(Nu ook: Vlaams decreet integrale jeugdhulp)
Wet bescherming maatschappij 1 juli 1964 (mensen die geestgestoord zijn) (Nu:
interneringswet 5 mei 2014 zoals gewijzigd)
Probatiewet 29 juni 1964 (opgenomen in nieuw Sw.)
In nieuw SW
Complementaire wetten blijven bestaan maar worden deels ingewerkt in nieuw Sw.
Vb. Probatiewet 1964 wordt opgenomen in nieuw Sw. onder artikel 65 Sw.
1.6 Bijzondere strafwetten
Drugwet van 24 februari 1921
Militair strafrecht
Sociaal strafrecht
Economisch strafrecht
Verkeersstrafrecht
Fiscaal recht
Milieurecht
Art. 100 Sw
H2. HET POSITIEF STRAFECHT
A. De strafwet
2.1 Algemene beginselen
a) het legaliteitsbeginsel
= fundament van onze rechtsstaat
Nullum crimen sine lege: geen misdrijven zonder wet (wet in formele zin)
Nulla poena sine lege: geen straf opleggen zonder wet
-> Art. 12 en 14 GW
-> Art. 2 Sw
-> Art. 7 EVRM (als je vindt dat rechten vh EVRM geschonden zijn, kan je naar EHRM gaan)
(directe werking)
-> Art. 15 IVBPR (internationaal verdrag v burgerlijke en politieke rechten)
Strafbepaling moet bij wet in formele zin
Wet gestemd bij parlement -> willekeur van overheid vermijden
b) de interpretatie van de strafwet
Bij twijfel of betwisting over de betekenis of draagwijdte vd wet
Strikte interpretatie (nu: art. 4 nieuw Sw.)
Soorten interpretatie:
-> Authentieke : voorzien in de wet (vb nacht, omkoping)
3