SCHRIJVEN
CREATIEF SCHRIJVEN..............................................................................2
1. WAT IS SCHRIJVEN?..............................................................................................2
2. WAAROM INZETTEN OP SCHRIJVEN......................................................................2
3. HOE LEREN LEERLINGEN SCHRIJVEN ?.................................................................3
4. HOE EVALUEREN ?..............................................................................................11
5. SCHRIJFBELEID...................................................................................................11
6. MYTHES..............................................................................................................12
SPELLING............................................................................................. 13
1. INLEIDING...........................................................................................................13
2. WAT IS TECHNISCH LEZEN?................................................................................14
3. WAT IS SPELLING?..............................................................................................14
4. WAAROM INZETTEN OP SPELLING?....................................................................15
5. HOE LEREN LEERLINGEN SPELLEN?...................................................................16
TAALBESCHOUWING.............................................................................23
1. INLEIDING...........................................................................................................23
2. WAAROM TAALBESCHOUWING?.........................................................................24
3. HOE TAALBESCHOUWING LEREN?......................................................................25
4. HOE TAALBESCHOUWING EVALUEREN?.............................................................30
5. BELEID IVM TAALBESCHOUWING........................................................................30
6. MYTHES EN MISVERSTANDEN.............................................................................31
POËZIE IN DE LAGERE SCHOOL..............................................................31
1. NIVEAUS VAN TAAL EN TAALSPEL.......................................................................32
...............................................................................................................................32
2. SOORTEN GEDICHTEN........................................................................................34
3. POËZIE IN DE LAGERE SCHOOL..........................................................................34
, 2
CREATIEF SCHRIJVEN
1. WAT IS SCHRIJVEN?
Schrijven en lezen zijn schriftelijke vaardigheden. Schrijven en spreken zijn productieve vaardigheden, maar
belangrijke verschillen. Kleuters “schrijven” al, “denkend schrijven” start in de 2 de graad.
Aanvankelijk schrijven: motorische vaardigheid om tekeningen te koppelen aan klanken.
Functies van taal/schrijven Verschillende tekstypes
Communicatieve functie/sociale functie
- Communicatief: uitnodiging, brief,…
- Sociaal: sms’jes
Expressieve functie
Conceptualiserende functie
Laat toe om de wereld rondom ons te ordenen en beter te begrijpen.
- Concrete concepten: pen, fiets,..
- Abstracte concepten: verdriet, geluk,…
De componenten van schrijven
De schrijver d.i. de zender van de boodschap,
de lezer is de ontvanger: hij decodeert de boodschap; voorkennis, interesse, motivatie, talige competenties
van de schrijver spelen een rol
De socioculturele context heeft invloed op de talige competenties van de schrijver: thuissituatie, culturele
achtergrond
Verschillen in tekst qua moeilijkheidsgraad, tekstsoort, onderwerp, structuur
Denkactiviteiten i.f.v. lezer en doel
Het schrijfproces is zeer belangrijk en bevat de 4 componenten van schrijven. (p.196)
2. WAAROM INZETTEN OP SCHRIJVEN
Er wordt nog steeds veel geschreven, niet minder dan vroeger, wel anders. Leerlingen moeten voorbereid worden op
de verschillende vormen van schrijven o.a. formeel vs. informeel.
Elke geschreven tekst laat een indruk bij de ontvanger na, goed schrijven draagt bij tot succes in de
samenleving
Luisteren, spreken en lezen hebben een verband met schrijven en met de taalontwikkeling in zijn geheel
Taalbeschouwing is noodzakelijk voor schrijven: voortdurend reflecteren over taal
Bij schrijven komen alle vaardigheden en kennis over taal samen.
, 3
3. HOE LEREN LEERLINGEN SCHRIJVEN ?
De beginsituatie
Start van de lagere school (de kleuterklas)
Kleuters zien leerkrachten schrijven
Kleuters tekenen hun gedachten: schrijven is dus iets op papier zetten dat
later gelezen kan worden
Kleuters ‘tekenen’ hun naam in blokletters: ze kopiëren de vorm
o Pas later: foneem-grafeem-koppeling
Ze ondervinden dat woorden bestaan uit afzonderlijke klanken
(fonemen) die ook kunnen worden opgeschreven, als ze gekoppeld zijn aan
lettertekens/combinaties (grafemen)
o In de kleuterklas wordt er gewerkt aan een veilig en positief klasklimaat: de inhoud primeert op de
vorm en vooral de schrijfmotivatie wordt gestimuleerd
Start van de activiteit
Leerlingen (Leerlingkenmerken): verschillen qua motivatie, woordenschat, creativiteit enz.
observeer leerlingen of kijk eerdere schrijfproducten na en differentieer in doelen en ondersteuning
Leerinhouden (Vakinhoudelijke kenmerken): kunnen nieuw aangebracht of herhaald worden selecteer
leerstof, voorbeelden, werkvormen…
Context (Omgevingskenmerken): tijdsdruk, grootte van de klasgroep, samenstelling van de
klasgroep
Vertrek vanuit doelen
De eindtermen: tonen wat we willen bereiken aan het einde van de basisschool minimumdoelen
Schrijfproducten van leerlingen hoeven niet volledig foutloos te zijn, maar lln. mogen niet in de wilde weg fouten
maken.
Lln. zelf laten ontdekken wat er niet klopt aan een woord of zin heeft positieve invloed op hun
schrijfvaardigheid
Een tekstverwerkingsprogramma met spellingscontrole kan daarbij een grote hulp zijn
Een doordachte schrijfdidactiek
Imiterend schrijven (kleuters)
Kleuters imiteren eenvoudige teksten
, 4
Weinig samenhang tussen de zinnen (vb. Ik heb een fiets, ik eet een appel.)
Vertellend schrijven (1ste en 2de graad)
“Spreken op papier”: leerlingen schrijven zoals ze vertellen
Ze beschrijven eigen ervaringen (geen nieuwe info)
De structuur wordt bepaald door de gebeurtenissen
Leerlingen brengen nauwelijks verbeteringen aan: de eerste versie is de definitieve
Efficiënt om het schrijven te oefenen als manier van communicatie
Denkend schrijven (2de en 3de graad)
Voor onderwerpen buiten eigen ervaringen: om onderwerp te begrijpen
Leerlingen schrijven niet alleen, maar denken ook na over inhoud, opbouw, publiek, …
Schrijver zal
o Opdracht analyseren, ideeën verzamelen, nadenken over vorm en inhoud
o Dan schrijven en
o Tekst verbeteren qua inhoud, vorm en taal
Leerlingen verwerven schrijfvaardigheid impliciet en expliciet:
Impliciet door te schrijven doorheen de schooldag (zie: ‘Need to know’ p. 215)
Expliciet door instructie rond de vaardigheden en strategieën
Positief schrijfklimaat
Laat leerlingen de meerwaarde van schrijven inzien, motiveer hen hun gedachten op papier te zetten
Besteed eerst aandacht aan de inhoud, pas later aan de vorm: schrijven is een creatieve bezigheid
Nice to know
Een schrijfboek doorheen de lagere school
Een boek waarin leerlingen hun gedachten kunnen neerpennen. Het boek gaat mee tot in het 6 de leerjaar.
Biedt schrijfkansen aan de leerling
Als leerkracht krijg je belangrijke informatie over de beginsituatie aan het begin van een jaar
Mooi cadeau aan het einde van de lagere school: mooie herinneringen + mooi beeld van het schrijfproces
dat de leerling heeft doorlopen
Schrijffasen/schrijfvaardigheden
Schrijven verloopt in fasen, maar niet noodzakelijk allemaal en in een vaste volgorde (zie: ‘Need to know’ p.210). De
fasen bieden inzicht in het schrijfproces.
Stel in je lessen bepaalde vaardigheden centraal (zie: lesdoelen instructiefase)
Om de eenvormigheid in de didactiek te behouden, koppelen we de schrijffasen uit ‘Volop taal’ aan de
schrijfvaardigheden.