STAATS- EN ADMINISTRATIEF
RECHT
TIJDSSCHEMA
Les 1 (17/11 en 21/11): Herhaling relevante kennis + de kwalificatie als een
“bestuur”.
Les 2 (24/11 en 28/11): De gevolgen van de kwalificatie “bestuur”: de ABBB
en WOD. !!!
Les 3 (01/12 en 05/12): De organisatie van het bestuur en de interne werking
van het bestuur.
Les 4 (08/12 en 12/12): De interne werking van een bestuur + de externe
werking van het bestuur: de administratieve sancties, de openbaarheid
van bestuur en concessies.
Les 5 (19/12): De externe werking van een bestuur: overheidsopdrachten.
(Je mag kiezen welke ppt je gaat gebruiken, van hem of de gastspreker)
Les 6 (05/01 en 09/01): De grondrechten en hun verband met een bestuur.
INHOUDSTAFEL
1. De kwalificatie als een “bestuur”.
2. De gevolgen van de kwalificatie “bestuur”.
3. De organisatie van het bestuur.
4. De interne werking van een bestuur.
5. De externe werking van een bestuur
6. De grondrechten en hun verband met een bestuur
PRAKTISCHE AFSPRAKEN
- U komt steeds op tijd in de les.
- Uw gsm staat op stil, vliegtuigstand of is uitgeschakeld tijdens de les.
- U eet niet tijdens de les.
1
,- U neemt steeds de relevante wetboeken mee naar de les.
EXAMEN (kijk digitap voor meer informatie)
• Het examen is mondeling met schriftelijke voorbereiding, en staat op
20 punten. U bereidt uw vragen schriftelijk voor en komt vervolgens naar
voren om deze mondeling te verdedigen.
• U krijgt drie vragen die elk op 6 punten van de 20 staan. Voorts krijgt u
nog twee bijkomende vragen die elk op 1 punt van de 20 staan.
• Soorten vragen: (antwoord is gemiddeld genomen 1 bladzijde lang +
geen onnodige dingen schrijven + je krijgt nog 2 kleine vraagjes tijdens
het mondeling)
• Casus. Een toepassingsvraag om na te gaan of u de theorie kan
toepassen in de praktijk.
• Stelling. U analyseert of de stellingen juist of fout zijn en motiveert
uitgebreid waarom.
• Theorie. Dit kan een open vraag zijn, een vergelijking of het leggen
van verbanden tussen meerdere leerstukken.
• Actualiteit. Een stuk in de media dat u in verband moet kunnen
brengen met de cursus.
1. DE KWALIFICATIE ALS EEN “BESTUUR”
Het bestuursrecht of het administratieve recht omvat het geheel van de
geschreven en ongeschreven rechtsregels met betrekking tot de werking van
het bestuur.
Enerzijds wijst dit op de activiteit of op een functie, met name op het
besturen.
Anderzijds wijst dit op het geheel van instellingen die instaan voor het
bestuur, met name de bestuursorganen.
Wat valt er specifiek te begrijpen onder een bestuur?
Is dit een overheidsinstelling?
2
, Er zijn in België enorm veel instellingen die als overheidsinstelling
kunnen worden gekwalificeerd.
Artikel 14,§1,1° van de RvS-Wetten van 12 januari 1973 verwijzen naar
het begrip “administratieve overheden”.
Artikel 1 van de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke
motivering van de bestuurshandelingen verwijst ook naar
“administratieve overheden”.
Artikel 3,1° van het thans opgeheven Vlaamse Decreet van 26 maart
2004 betreffende de openbaarheid van bestuur verwijst naar de term
“administratieve overheid”.
Artikel 2,1° van het Vlaamse Decreet van 07 mei 2004 houdende
wijziging van het decreet van 7 juli 1998 houdende instelling van de
Vlaamse Ombudsdienst, wat betreft de bescherming van ambtenaren die
melding maken van onregelmatigheden, verwijst tevens ook naar het
begrip “administratieve overheid”.
Een bestuur lijkt op het eerste gezicht alleen te verwijzen naar de
uitvoerende macht.
De verwijzing in de regelgeving naar begrippen zoals onder meer
“administratieve overheid”, “bestuursinstantie” en “Raad van State” lijken
allemaal naar de uitvoerende macht te verwijzen, maar desalniettemin is dit
toch ruimer dan dat.
ter herinnering:
De Raad van State is de waakhond van de uitvoerende macht.
(Bijzondere machten zijn leuke vragen voor een casus)
Het grondwettelijk Hof is de waakhond van de uitvoerende macht.
Objectief contentieux (!): vernietiging van eenzijdige administratieve
rechtshandelingen binnen de 60 dagen na publicatie in het Belgisch
Staatsblad (erga omnes).
Vernietigen en geldt voor iedereen.
Subjectief contentieux (!): buiten toepassing laten van algemene,
provinciale en plaatselijke besluiten en verordeningen die in strijd zijn met
de wet door de gewone rechter op grond van art. 159 Gw. (inter partes).
Buiten toepassing en geldt alleen voor u.
De uitvoerende macht (regering en Koning) heeft een belangrijke rol bij
het uitvoeren van wetten (art. 108 Gw. / art. 20 BWHI).
o Ruim te interpreteren: zij mogen uit de wet en uit haar beweegredenen
alle gevolgen afleiden die er op een natuurlijke wijze uit voortvloeien
en die ermee in overeenstemming kunnen zijn (Cass. 18 november
1924).
Verplicht om wetten uit te voeren in een redelijke termijn.
o samenwerking tussen wetgevende en uitvoerende macht.
3
, KB en MB moet in overeenstemming zijn met de wetten (hiërarchie der
normen).
Beperking: zij mogen wetten niet opheffen, wijzigen, aanvullen, uitbreiden
of beperken. Tevens mag hij wetten niet schorsen noch vrijstelling van hun
uitvoering verlenen.
Bijzondere machten (art. 105 Gw. / art. 69 en 78 BWHI):
o Koning kan onder bepaalde voorwaarden regelgevende bevoegdheden
krijgen van het parlement.
o Vroeger eerder zeldzaam, vandaag meer en meer de norm.
o Bv. hervorming NMBS en COVID-19-maatregelen
Vooral van belang bij de bekrachtiging van de bijzondere
machtenbesluiten. Dit bepaalt of dat zij onder toezicht van de Raad van
State of van het Grondwettelijk Hof vallen.
o Het Grondwettelijk Hof controleert de wetgevende macht.
Objectief contentieux: vernietiging van wetten, decreten en
ordonnanties binnen de 6 maanden na de publicatie in het Belgisch
Staatsblad (erga omnes).
Subjectief contentieux: antwoorden op een prejudiciële vraag en
desgevallend buiten toepassing laten van de strijdige wetgevende
norm (inter partes)
RESIDUAIRE BEVOEGDHEDEN VOORBEHOUDEN BEVOEGDHEDEN
Uitzonderlijke omstandigheden. Uitzonderlijke omstandigheden
Duidelijke en nauwkeurig Duidelijk en nauwkeurig omschreven
omschreven bevoegdheid. bevoegdheid
Beperkte duurtijd Beperkte duurtijd
Bekrachtiging door de wetgever in Bekrachtiging door de wetgever in
redelijke termijn: optioneel redelijke termijn: verplicht
Respect hogere rechtsnormen. Respect hogere rechtsnormen
verplichte collegialiteit ministerraad Verplichte collegialiteit ministerraad
Verschil residuaire- en voorbehouden bevoegdheden:
Voorbehouden bevoegdheid is een bevoegdheid die de formele grondwet
expliciet toekennen aan de wetgevende macht. (het moet door de
wetgevende macht worden beslist)
Residuaire bevoegdheden is een "achterblijvende" of "overblijvende"
bevoegdheid die niet uitdrukkelijk aan een specifieke overheid is
toegewezen.
Hiërarchie der normen:
1. Grondwetsconform internationaal recht met rechtstreekse werking
2. Grondwet.
4
RECHT
TIJDSSCHEMA
Les 1 (17/11 en 21/11): Herhaling relevante kennis + de kwalificatie als een
“bestuur”.
Les 2 (24/11 en 28/11): De gevolgen van de kwalificatie “bestuur”: de ABBB
en WOD. !!!
Les 3 (01/12 en 05/12): De organisatie van het bestuur en de interne werking
van het bestuur.
Les 4 (08/12 en 12/12): De interne werking van een bestuur + de externe
werking van het bestuur: de administratieve sancties, de openbaarheid
van bestuur en concessies.
Les 5 (19/12): De externe werking van een bestuur: overheidsopdrachten.
(Je mag kiezen welke ppt je gaat gebruiken, van hem of de gastspreker)
Les 6 (05/01 en 09/01): De grondrechten en hun verband met een bestuur.
INHOUDSTAFEL
1. De kwalificatie als een “bestuur”.
2. De gevolgen van de kwalificatie “bestuur”.
3. De organisatie van het bestuur.
4. De interne werking van een bestuur.
5. De externe werking van een bestuur
6. De grondrechten en hun verband met een bestuur
PRAKTISCHE AFSPRAKEN
- U komt steeds op tijd in de les.
- Uw gsm staat op stil, vliegtuigstand of is uitgeschakeld tijdens de les.
- U eet niet tijdens de les.
1
,- U neemt steeds de relevante wetboeken mee naar de les.
EXAMEN (kijk digitap voor meer informatie)
• Het examen is mondeling met schriftelijke voorbereiding, en staat op
20 punten. U bereidt uw vragen schriftelijk voor en komt vervolgens naar
voren om deze mondeling te verdedigen.
• U krijgt drie vragen die elk op 6 punten van de 20 staan. Voorts krijgt u
nog twee bijkomende vragen die elk op 1 punt van de 20 staan.
• Soorten vragen: (antwoord is gemiddeld genomen 1 bladzijde lang +
geen onnodige dingen schrijven + je krijgt nog 2 kleine vraagjes tijdens
het mondeling)
• Casus. Een toepassingsvraag om na te gaan of u de theorie kan
toepassen in de praktijk.
• Stelling. U analyseert of de stellingen juist of fout zijn en motiveert
uitgebreid waarom.
• Theorie. Dit kan een open vraag zijn, een vergelijking of het leggen
van verbanden tussen meerdere leerstukken.
• Actualiteit. Een stuk in de media dat u in verband moet kunnen
brengen met de cursus.
1. DE KWALIFICATIE ALS EEN “BESTUUR”
Het bestuursrecht of het administratieve recht omvat het geheel van de
geschreven en ongeschreven rechtsregels met betrekking tot de werking van
het bestuur.
Enerzijds wijst dit op de activiteit of op een functie, met name op het
besturen.
Anderzijds wijst dit op het geheel van instellingen die instaan voor het
bestuur, met name de bestuursorganen.
Wat valt er specifiek te begrijpen onder een bestuur?
Is dit een overheidsinstelling?
2
, Er zijn in België enorm veel instellingen die als overheidsinstelling
kunnen worden gekwalificeerd.
Artikel 14,§1,1° van de RvS-Wetten van 12 januari 1973 verwijzen naar
het begrip “administratieve overheden”.
Artikel 1 van de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke
motivering van de bestuurshandelingen verwijst ook naar
“administratieve overheden”.
Artikel 3,1° van het thans opgeheven Vlaamse Decreet van 26 maart
2004 betreffende de openbaarheid van bestuur verwijst naar de term
“administratieve overheid”.
Artikel 2,1° van het Vlaamse Decreet van 07 mei 2004 houdende
wijziging van het decreet van 7 juli 1998 houdende instelling van de
Vlaamse Ombudsdienst, wat betreft de bescherming van ambtenaren die
melding maken van onregelmatigheden, verwijst tevens ook naar het
begrip “administratieve overheid”.
Een bestuur lijkt op het eerste gezicht alleen te verwijzen naar de
uitvoerende macht.
De verwijzing in de regelgeving naar begrippen zoals onder meer
“administratieve overheid”, “bestuursinstantie” en “Raad van State” lijken
allemaal naar de uitvoerende macht te verwijzen, maar desalniettemin is dit
toch ruimer dan dat.
ter herinnering:
De Raad van State is de waakhond van de uitvoerende macht.
(Bijzondere machten zijn leuke vragen voor een casus)
Het grondwettelijk Hof is de waakhond van de uitvoerende macht.
Objectief contentieux (!): vernietiging van eenzijdige administratieve
rechtshandelingen binnen de 60 dagen na publicatie in het Belgisch
Staatsblad (erga omnes).
Vernietigen en geldt voor iedereen.
Subjectief contentieux (!): buiten toepassing laten van algemene,
provinciale en plaatselijke besluiten en verordeningen die in strijd zijn met
de wet door de gewone rechter op grond van art. 159 Gw. (inter partes).
Buiten toepassing en geldt alleen voor u.
De uitvoerende macht (regering en Koning) heeft een belangrijke rol bij
het uitvoeren van wetten (art. 108 Gw. / art. 20 BWHI).
o Ruim te interpreteren: zij mogen uit de wet en uit haar beweegredenen
alle gevolgen afleiden die er op een natuurlijke wijze uit voortvloeien
en die ermee in overeenstemming kunnen zijn (Cass. 18 november
1924).
Verplicht om wetten uit te voeren in een redelijke termijn.
o samenwerking tussen wetgevende en uitvoerende macht.
3
, KB en MB moet in overeenstemming zijn met de wetten (hiërarchie der
normen).
Beperking: zij mogen wetten niet opheffen, wijzigen, aanvullen, uitbreiden
of beperken. Tevens mag hij wetten niet schorsen noch vrijstelling van hun
uitvoering verlenen.
Bijzondere machten (art. 105 Gw. / art. 69 en 78 BWHI):
o Koning kan onder bepaalde voorwaarden regelgevende bevoegdheden
krijgen van het parlement.
o Vroeger eerder zeldzaam, vandaag meer en meer de norm.
o Bv. hervorming NMBS en COVID-19-maatregelen
Vooral van belang bij de bekrachtiging van de bijzondere
machtenbesluiten. Dit bepaalt of dat zij onder toezicht van de Raad van
State of van het Grondwettelijk Hof vallen.
o Het Grondwettelijk Hof controleert de wetgevende macht.
Objectief contentieux: vernietiging van wetten, decreten en
ordonnanties binnen de 6 maanden na de publicatie in het Belgisch
Staatsblad (erga omnes).
Subjectief contentieux: antwoorden op een prejudiciële vraag en
desgevallend buiten toepassing laten van de strijdige wetgevende
norm (inter partes)
RESIDUAIRE BEVOEGDHEDEN VOORBEHOUDEN BEVOEGDHEDEN
Uitzonderlijke omstandigheden. Uitzonderlijke omstandigheden
Duidelijke en nauwkeurig Duidelijk en nauwkeurig omschreven
omschreven bevoegdheid. bevoegdheid
Beperkte duurtijd Beperkte duurtijd
Bekrachtiging door de wetgever in Bekrachtiging door de wetgever in
redelijke termijn: optioneel redelijke termijn: verplicht
Respect hogere rechtsnormen. Respect hogere rechtsnormen
verplichte collegialiteit ministerraad Verplichte collegialiteit ministerraad
Verschil residuaire- en voorbehouden bevoegdheden:
Voorbehouden bevoegdheid is een bevoegdheid die de formele grondwet
expliciet toekennen aan de wetgevende macht. (het moet door de
wetgevende macht worden beslist)
Residuaire bevoegdheden is een "achterblijvende" of "overblijvende"
bevoegdheid die niet uitdrukkelijk aan een specifieke overheid is
toegewezen.
Hiërarchie der normen:
1. Grondwetsconform internationaal recht met rechtstreekse werking
2. Grondwet.
4