Samenvatting
Advanced practical skills – General Webinars
Webinar 2-3 – Examination and treatment parameters
A. Klinisch onderzoek
Structuur:
1) Neurologic en Neurodynamic examination
2) Inspection
3) Palpation
4) /A/ Examination
5) /P/ Examination
6) NM Examination
7) Specific testing
1. Neurologisch en neurodynamisch onderzoek (crf. Web 9)
- Steeds starten hiermee voor safety: evt rode vlaggen ontdekken
2. Inspection
- Globaal vs lokaal
- Statisch vs dynamisch
3. Palpation
- Zwelling / T°
- Structuur (provocatie uitlokken )
- POLICE: verwijst naar een acute blessure-aanpak met bescherming, optimale belasting, ijs,
compressie en elevatie om pijn en zwelling te beperken en herstel te ondersteunen.
4. Actief bewegingsonderzoek
- Analystisch vs functioneel(!)
- Kijken naar meest provocatieve beweging
o Kwaliteit van de beweging
o Herhalingen tot pijn
o Herhalingen tot vermoeidheid
o ‘can you reduce pain?’
→ stel de basiscapaciteit van het gewricht vast!
Bv: meest provocatieve beweging is trap-op → hoeveel step-ups tot start pijn/vermoeidheid
PARAMETERS:
o Pijn: beschrijf wanneer de pijn optreedt, waar ze zit, welk type pijn het is en of je de
herkenbare klacht kan uitlokken.
o Kwaliteit: beoordeel de kwaliteit van de beweging, zoals coördinatie en eventuele
compensaties.
o ROM: kijk of de bewegingsuitslag normaal, beperkt of juist vergroot is.
o Bereidheid tot bewegen: inschatten of de patiënt durft te bewegen of beweging vermijdt
door angst (fear avoidance).
o
,5. Passief bewegingsonderzoek
- Fysiologisch vs a-fysiologisch
PARAMETERS:
o Pijn: beschrijf wanneer de pijn optreedt, waar ze zit, welk type pijn het is, of je de
herkenbare klacht kan uitlokken en in welke positie ze zit.
o ROM: kijk of de bewegingsuitslag normaal, beperkt of juist vergroot is.
o Eindgevoel: hard, zacht of elastisch.
o Weerstand: de mate van weerstand tijdens de beweging, die aanduidt hoe het weefsel
reageert (bv. soepel, stug, pijnlijk).
6. Neuromusculair onderzoek
- Statisch (kracht) - dynamisch (coördination/controle) -lengtetesten
, 7. Specifieke testen
- Provocatie/reductie
- Instabiliteit/restrictie
- …
→ Wat/waarom (!!)
B. Behandeling - Articular treatment techniques
- Parameters
o gewrichtspositie
o Amplitude
o Ritme
o Richting (indirect (tractie) / direct (translatie))
- Goals
→ pijnreductie / functie verbeteren
PIJNREDUCTIE FUNCTIEVERBETERING
Niet-specifieke gewrichtspositie Specifieke gewrichtspositie
Graad I-II Graad III-IV
Indirecte richting (tractie) Directe richting (translatie)
- Gewrichtsposities zijn bij voorkeur, indien niet mogelijk andere positie
- Pijnreductie = meestal rustpositie
Webinar 4 – herhaalde/aangehouden bewegingen
1. Definitie: herhaalde en/of aangehouden bewegingen zijn actieve bewegingen van de patiënt
die gericht zijn op het wijzigen van pijn en functie door middel van centralisatie.
2. Indiciatie:
o P met uitstralende pijn
o Indicatie voor herhalende/aanhoudende bewegingen in behandelingsplan
= succesvolle centralisatie voor deze bewegingen in actief onderzoek
o Contra-indicatie: Rode vlaggen – periferalisatie – spec. pathologiën (bv. Spondyl-
lolisthesis: geen extansie!)
3. Algemene principes
- Doel = centralisatie (=betere prognose)
- (!) Centralisatie = verandering in pijnpatroon, NIET in pijninteniteit!
- Bv. “beenpijn in weg, maar rugpijn is erger” → goede prognose, want centralisatie
- Tijdens actief onderzoek test je herhaalde of aangehouden bewegingen. De beweging die
verbetering geeft, wordt de behandeling; de beweging die klachten verergert, wordt vermeden
en je test een andere (meestal tegengestelde) richting.
VOORBEELD: Uitstralende pijn bij vooroverbuigen
, 4. Lumbaal
5. Cervicaal
Webinar 5 – (S)NAGS + MWM
Sustained Natural Apophyseal Glide Mobilisation with movement
Spinale gewrichten Perifere gewrichten
------ ------
Passief, aanhoudende mobilisatie (glide) Passief, aanhoudende mobilisatie (glide)
parallel tov de facetgewrichten parallel tov de richting van het
------ gewrichtsoppervlak
Gecombineerd met een actieve beweging van de ------
patiënt Gecombineerd met een actieve beweging van de
------ patiënt
NAG = enkel cervicaal, passieve ritmische
mobilisaties mid of end range
DOEL: onder controle krijgen van pijn en functie
INDICATIES:
- Mechanisch pijnpatroon
- Pijn (bij beweging, doorheen bewegingsuitslag, aan einde bewegingsuitslag)
- Verlies van functie
CONTRA-INDICATIES: fractuur, tumor, infectie,…
,Algemene principes
- Actieve bewegingen: moeten funtioneel zijn, de beweging moet beperkt of pijnlijk zijn
+ = comparable sign
- Je geeft als T een glide gedurende de hele beweging
- Passieve overduk kan indien mogelijk
- “If you make it worse, do the reverse” = Trial and error
- Pijnvrij, instant resultaat & langduring
1. Test (funtionele) comparable sign (bv: rot cervicaal Li)
2. Glide
o Spine: facetgewrichtsvlak → start aan de pijnlijke zijde
o Perifere gewrichten: gewrichtsvlak
3. Actieve beweging met aanhoudende glide
Verbetering in ROM/Pijn?
Lumbaal: ± 3x3 repetities
Cervicaal/thoracaal: ± 3x6 repetities
Perifeer: ± 3x10 repetities
Geen verbetering?
Verander contactpunt: 1. niet-pijnlijke kant 2. centraal 3. level hoger/lager
Verander van gewrichtsvlak
Ander segment proberen
Techniek mss niet geindiceerd
4. Hertest comparable sign
5. Voeg thuisoefeningen toe: self-SNAG/MWM
Samenvatting
Cervicale (S)NAGS Thoracale en ribben SNAGS
- Behandelvlak (richting facetgewrichten) - Behandelvkak
o C1-C2: horizontaal o Tx: ventro-craniaal (60°)
o C2-C7: 45° (ventrocraniaal) o Ribben: craniaal
- Altijd loaded → in zit! - Actieve bewegingen: rotatie, flexie,
- Actieve bewegingen: rotatie, flexie, extensie, extensie, gecombineerde
armbewegingen,… bewegingen,…
- +_ 3 x 6 repetities - +_ 3 x 6 repetities
- Headache SNAGS (zonder actieve beweging)
Lumbale SNAGS Perifere MWM
- Craniale glide - Behandelvlak = gewrichtsvlak
- Actieve bewegingen: rotatie, flexie, extensie, - Actieve bewegingen, met enkele
gecombineerde bewegingen,… uitzonderingen
- +_ 3 x 3 repetities - +_ 3 x 10 repetitions
- Gebruik van gordel
,Webinar 6 – myofasciale pijn
Defininties
Myofasciale pijn =
- Spier en musculotendinose pijn
- Geassocieerd met:
1.verstoorde spierfuncties
o Zwakte
o Veranderde spiercoördinatie
o Stijfheid
o Beperkte rekbaarheid
2. verstoorde sensorische functies
o Pijngevoelig
o Typische gereferreerde pijn
o Perifere en centrale sensitisatie
Trigger point =
- Zeer prikkelbare, pijnlijke knobbel die palpeerbaar is in een strakke (taut)band van skeletspier
- Gerefereerde pijn naar een andere plek
Taut band (strakke band) = samengetrokken spiervezels
Clinical examination
- Palpatie (taul band, triggerpoint, typische gereferreerde pijn)
- Lokale krampreactie
- Veranderde spierfunctie
- Verminderde rekbaarheid
Psoas & iliacus kunnen geref. pijn geven in bovenbeen
Indicaties voor myofisciale manuele therapie
- Gebaseerd op multidimensionaal klinisch redeneren
- Het richten op dominante onderliggende bijdragende factoren
- Focus op patiëntspecifieke individuele interactie van factoren
- Geef een plan: zelfeffectiviteit en zelfmanagement
Manuele therapie kan pijn en functie moduleren, en kan een geïntegreerd onderdeel zijn van een
uitgebreid en op maat gemaakt managementplan
Onderliggend mechanisme!! = alignement (bv slump position), spieraansturing, articulair probleem
(bv frozen shoulder), levensstijl, ergonomie,…
, Behandeling
- Zeker op onderliggend mechanisme werken!
- Myofasciale technieken
o Massage (diep zachte weefsels / fascia: kibler)
o Triggerpoint / taut band release
▪ Aangehouden manuele compressie 15-30 sec
▪ Typische gereferreerde pijnpatroon
▪ Gevoeligheid komt gewoonlijk op en verdwijnt dan langzaam
o Stretch
▪ In de lengte / dwarse rek
▪ Verschillende manieren:
Techniek Doel Procedure
Hold–Relax Reflexinhibitie / 1. Submaximale rek
(agonist)contractie autogene en 2. Isometrische contractie van de agonist (3 sec)
HR recidiverende 3. Extra pijnvrije rek door therapeut (15–20 sec)
inhibitie
Hold–Relax Inhibitie van de 1. Submaximale rek
(antagonist)contractie agonist 2. Isometrische contractie van de antagonist (3 sec)
HRAC 3. Extra pijnvrije rek door therapeut (15–20 sec)
MET (Muscle Energy Verbeteren van 1. Spier in middenpositie
Technique) mobiliteit via 2. Isometrische contractie van agonist (3 sec)
= gelijkaardig HR isometrische 3. Ontspanning (3 sec)
contractie 4. Nieuwe rek tot nieuwe barrière (3 sec)
5. Herhalen × 3
AIR (Active Inhibitory Actief verlengen 1. Patiënt brengt spier actief in verlengde positie
Restabilisation) en stabliseren 2. Patiënt probeert actief de uitgelijnde positie te
behouden / herstellen
o Dry Needling
o Kinesiotaping
o Warmte
o Foamrollen
- Oefentherapie
o Stretchen
o Mobiliteit
o Functie
Webinar 7 – Roll & Glide
= passieve articulaire onderzoek- en behandelingtechieken
= een onderzoek op eindgevoel (deel passief onderzoek)
Rol & Glide tot end-range → indien mogelijk verder onderzoeken door gliding
Hypomobiel gewricht: glide is relatief meer beperkt dan rollen
Indicatie voor manuele therapie?
Bv: Acuut, nociceptief, niet-specifiek en mechanisch + lage sensibiliteit
Advanced practical skills – General Webinars
Webinar 2-3 – Examination and treatment parameters
A. Klinisch onderzoek
Structuur:
1) Neurologic en Neurodynamic examination
2) Inspection
3) Palpation
4) /A/ Examination
5) /P/ Examination
6) NM Examination
7) Specific testing
1. Neurologisch en neurodynamisch onderzoek (crf. Web 9)
- Steeds starten hiermee voor safety: evt rode vlaggen ontdekken
2. Inspection
- Globaal vs lokaal
- Statisch vs dynamisch
3. Palpation
- Zwelling / T°
- Structuur (provocatie uitlokken )
- POLICE: verwijst naar een acute blessure-aanpak met bescherming, optimale belasting, ijs,
compressie en elevatie om pijn en zwelling te beperken en herstel te ondersteunen.
4. Actief bewegingsonderzoek
- Analystisch vs functioneel(!)
- Kijken naar meest provocatieve beweging
o Kwaliteit van de beweging
o Herhalingen tot pijn
o Herhalingen tot vermoeidheid
o ‘can you reduce pain?’
→ stel de basiscapaciteit van het gewricht vast!
Bv: meest provocatieve beweging is trap-op → hoeveel step-ups tot start pijn/vermoeidheid
PARAMETERS:
o Pijn: beschrijf wanneer de pijn optreedt, waar ze zit, welk type pijn het is en of je de
herkenbare klacht kan uitlokken.
o Kwaliteit: beoordeel de kwaliteit van de beweging, zoals coördinatie en eventuele
compensaties.
o ROM: kijk of de bewegingsuitslag normaal, beperkt of juist vergroot is.
o Bereidheid tot bewegen: inschatten of de patiënt durft te bewegen of beweging vermijdt
door angst (fear avoidance).
o
,5. Passief bewegingsonderzoek
- Fysiologisch vs a-fysiologisch
PARAMETERS:
o Pijn: beschrijf wanneer de pijn optreedt, waar ze zit, welk type pijn het is, of je de
herkenbare klacht kan uitlokken en in welke positie ze zit.
o ROM: kijk of de bewegingsuitslag normaal, beperkt of juist vergroot is.
o Eindgevoel: hard, zacht of elastisch.
o Weerstand: de mate van weerstand tijdens de beweging, die aanduidt hoe het weefsel
reageert (bv. soepel, stug, pijnlijk).
6. Neuromusculair onderzoek
- Statisch (kracht) - dynamisch (coördination/controle) -lengtetesten
, 7. Specifieke testen
- Provocatie/reductie
- Instabiliteit/restrictie
- …
→ Wat/waarom (!!)
B. Behandeling - Articular treatment techniques
- Parameters
o gewrichtspositie
o Amplitude
o Ritme
o Richting (indirect (tractie) / direct (translatie))
- Goals
→ pijnreductie / functie verbeteren
PIJNREDUCTIE FUNCTIEVERBETERING
Niet-specifieke gewrichtspositie Specifieke gewrichtspositie
Graad I-II Graad III-IV
Indirecte richting (tractie) Directe richting (translatie)
- Gewrichtsposities zijn bij voorkeur, indien niet mogelijk andere positie
- Pijnreductie = meestal rustpositie
Webinar 4 – herhaalde/aangehouden bewegingen
1. Definitie: herhaalde en/of aangehouden bewegingen zijn actieve bewegingen van de patiënt
die gericht zijn op het wijzigen van pijn en functie door middel van centralisatie.
2. Indiciatie:
o P met uitstralende pijn
o Indicatie voor herhalende/aanhoudende bewegingen in behandelingsplan
= succesvolle centralisatie voor deze bewegingen in actief onderzoek
o Contra-indicatie: Rode vlaggen – periferalisatie – spec. pathologiën (bv. Spondyl-
lolisthesis: geen extansie!)
3. Algemene principes
- Doel = centralisatie (=betere prognose)
- (!) Centralisatie = verandering in pijnpatroon, NIET in pijninteniteit!
- Bv. “beenpijn in weg, maar rugpijn is erger” → goede prognose, want centralisatie
- Tijdens actief onderzoek test je herhaalde of aangehouden bewegingen. De beweging die
verbetering geeft, wordt de behandeling; de beweging die klachten verergert, wordt vermeden
en je test een andere (meestal tegengestelde) richting.
VOORBEELD: Uitstralende pijn bij vooroverbuigen
, 4. Lumbaal
5. Cervicaal
Webinar 5 – (S)NAGS + MWM
Sustained Natural Apophyseal Glide Mobilisation with movement
Spinale gewrichten Perifere gewrichten
------ ------
Passief, aanhoudende mobilisatie (glide) Passief, aanhoudende mobilisatie (glide)
parallel tov de facetgewrichten parallel tov de richting van het
------ gewrichtsoppervlak
Gecombineerd met een actieve beweging van de ------
patiënt Gecombineerd met een actieve beweging van de
------ patiënt
NAG = enkel cervicaal, passieve ritmische
mobilisaties mid of end range
DOEL: onder controle krijgen van pijn en functie
INDICATIES:
- Mechanisch pijnpatroon
- Pijn (bij beweging, doorheen bewegingsuitslag, aan einde bewegingsuitslag)
- Verlies van functie
CONTRA-INDICATIES: fractuur, tumor, infectie,…
,Algemene principes
- Actieve bewegingen: moeten funtioneel zijn, de beweging moet beperkt of pijnlijk zijn
+ = comparable sign
- Je geeft als T een glide gedurende de hele beweging
- Passieve overduk kan indien mogelijk
- “If you make it worse, do the reverse” = Trial and error
- Pijnvrij, instant resultaat & langduring
1. Test (funtionele) comparable sign (bv: rot cervicaal Li)
2. Glide
o Spine: facetgewrichtsvlak → start aan de pijnlijke zijde
o Perifere gewrichten: gewrichtsvlak
3. Actieve beweging met aanhoudende glide
Verbetering in ROM/Pijn?
Lumbaal: ± 3x3 repetities
Cervicaal/thoracaal: ± 3x6 repetities
Perifeer: ± 3x10 repetities
Geen verbetering?
Verander contactpunt: 1. niet-pijnlijke kant 2. centraal 3. level hoger/lager
Verander van gewrichtsvlak
Ander segment proberen
Techniek mss niet geindiceerd
4. Hertest comparable sign
5. Voeg thuisoefeningen toe: self-SNAG/MWM
Samenvatting
Cervicale (S)NAGS Thoracale en ribben SNAGS
- Behandelvlak (richting facetgewrichten) - Behandelvkak
o C1-C2: horizontaal o Tx: ventro-craniaal (60°)
o C2-C7: 45° (ventrocraniaal) o Ribben: craniaal
- Altijd loaded → in zit! - Actieve bewegingen: rotatie, flexie,
- Actieve bewegingen: rotatie, flexie, extensie, extensie, gecombineerde
armbewegingen,… bewegingen,…
- +_ 3 x 6 repetities - +_ 3 x 6 repetities
- Headache SNAGS (zonder actieve beweging)
Lumbale SNAGS Perifere MWM
- Craniale glide - Behandelvlak = gewrichtsvlak
- Actieve bewegingen: rotatie, flexie, extensie, - Actieve bewegingen, met enkele
gecombineerde bewegingen,… uitzonderingen
- +_ 3 x 3 repetities - +_ 3 x 10 repetitions
- Gebruik van gordel
,Webinar 6 – myofasciale pijn
Defininties
Myofasciale pijn =
- Spier en musculotendinose pijn
- Geassocieerd met:
1.verstoorde spierfuncties
o Zwakte
o Veranderde spiercoördinatie
o Stijfheid
o Beperkte rekbaarheid
2. verstoorde sensorische functies
o Pijngevoelig
o Typische gereferreerde pijn
o Perifere en centrale sensitisatie
Trigger point =
- Zeer prikkelbare, pijnlijke knobbel die palpeerbaar is in een strakke (taut)band van skeletspier
- Gerefereerde pijn naar een andere plek
Taut band (strakke band) = samengetrokken spiervezels
Clinical examination
- Palpatie (taul band, triggerpoint, typische gereferreerde pijn)
- Lokale krampreactie
- Veranderde spierfunctie
- Verminderde rekbaarheid
Psoas & iliacus kunnen geref. pijn geven in bovenbeen
Indicaties voor myofisciale manuele therapie
- Gebaseerd op multidimensionaal klinisch redeneren
- Het richten op dominante onderliggende bijdragende factoren
- Focus op patiëntspecifieke individuele interactie van factoren
- Geef een plan: zelfeffectiviteit en zelfmanagement
Manuele therapie kan pijn en functie moduleren, en kan een geïntegreerd onderdeel zijn van een
uitgebreid en op maat gemaakt managementplan
Onderliggend mechanisme!! = alignement (bv slump position), spieraansturing, articulair probleem
(bv frozen shoulder), levensstijl, ergonomie,…
, Behandeling
- Zeker op onderliggend mechanisme werken!
- Myofasciale technieken
o Massage (diep zachte weefsels / fascia: kibler)
o Triggerpoint / taut band release
▪ Aangehouden manuele compressie 15-30 sec
▪ Typische gereferreerde pijnpatroon
▪ Gevoeligheid komt gewoonlijk op en verdwijnt dan langzaam
o Stretch
▪ In de lengte / dwarse rek
▪ Verschillende manieren:
Techniek Doel Procedure
Hold–Relax Reflexinhibitie / 1. Submaximale rek
(agonist)contractie autogene en 2. Isometrische contractie van de agonist (3 sec)
HR recidiverende 3. Extra pijnvrije rek door therapeut (15–20 sec)
inhibitie
Hold–Relax Inhibitie van de 1. Submaximale rek
(antagonist)contractie agonist 2. Isometrische contractie van de antagonist (3 sec)
HRAC 3. Extra pijnvrije rek door therapeut (15–20 sec)
MET (Muscle Energy Verbeteren van 1. Spier in middenpositie
Technique) mobiliteit via 2. Isometrische contractie van agonist (3 sec)
= gelijkaardig HR isometrische 3. Ontspanning (3 sec)
contractie 4. Nieuwe rek tot nieuwe barrière (3 sec)
5. Herhalen × 3
AIR (Active Inhibitory Actief verlengen 1. Patiënt brengt spier actief in verlengde positie
Restabilisation) en stabliseren 2. Patiënt probeert actief de uitgelijnde positie te
behouden / herstellen
o Dry Needling
o Kinesiotaping
o Warmte
o Foamrollen
- Oefentherapie
o Stretchen
o Mobiliteit
o Functie
Webinar 7 – Roll & Glide
= passieve articulaire onderzoek- en behandelingtechieken
= een onderzoek op eindgevoel (deel passief onderzoek)
Rol & Glide tot end-range → indien mogelijk verder onderzoeken door gliding
Hypomobiel gewricht: glide is relatief meer beperkt dan rollen
Indicatie voor manuele therapie?
Bv: Acuut, nociceptief, niet-specifiek en mechanisch + lage sensibiliteit