Definitie:
- Ieder levend, gewerveld dier (inclusief vrij levende en/of zich voortplantende larvale vormen;
bv kikervisje), dat wordt gebruikt of voorbestemd is voor proefdieren
Herkomst:
- Gekweekt bij erkende fokker of leverancier
- In het wild gevangen dieren, zwerfdieren, verloren, achtergelaten of verwilderde dieren zijn
GEEN proefdieren
Gebruik mensapen is verboden sinds 2009
Niet-menselijke primaten (apen) is enkel toegelaten binnen bepaalde toepassingsgebieden
→ uitzonderingen zijn mogelijk op basis van een grondige wetenschappelijke motivatie (als je kan
motiveren waarom je bv zwerfdier als proefdier wil gebruiken)
Soorten: zoogdieren 2/3e , vogels 1/5e en vissen 1/7e
Knaagdieren 59,60%
Vogels 22,19%
Vissen 13,78%
Grote landbouwdieren 1,88%
Konijnen 1,82%
Honden 0,46%
Katten 0,09%
Andere zoogdieren 0,04%
Reusapen 0,01%
Aantal:
-Verminderd doorheen de jaren
-In 2016 nog ongeveer 530 000 proefdieren in belgie
-Er zijn ook kweekoverschotten: gemiddeld 12 miljoen
dieren worden per jaar opgeofferd wegens
kweekoverschot)
1
, Dierproef
Definitie (volledig geven!)
- Het aanwenden van een proefdier voor experimentele en andere wetenschappelijke
doeleinden waarbij het dier ongerief kan ondervinden
- Iedere handeling dat leidt tot ontwikkeling van een genetisch gemodificeerde lijn (via
genetische manipulatie worden genetisch gewijzigde organismen ontwikkeld)
- Behoud van een genetisch gemodificeerde lijn waarvan het fenotype pijnlijk is of leidt tot
ongemak
Wat zijn geen dierproeven:
- Een dier observeren in de natuur
- Een dier doden (volgens humane methoden)
- Proeven op dode gewervelde dieren
- Proeven op ongewervelde dieren (insecten, wormen ..), (uitzondering mogelijk: bv octopus)
Dierproeven mogen enkel worden uitgevoerd indien er geen alternatief is!
Ongerief:
- = veroorzaken van pijn, maar ook stress, angst, altijn-zijn, speciale voeding (bv vetrijke
voeding -> slagaderverkalking), dieren ziek maken (bv infecteren) …
- Meest minimale vorm van pijn: prikken van een naald
- Schaal van 1-4
o SV1: terminaal lijden
▪ Experiment op dier in narcose, waarbij het dier op het einde wordt
opgeofferd terwijl deze nog onder narcose is
▪ Volledig onder verdorving, niet bewust van het experiment
o SV2: beperkt lijden
▪ Bv een geneesmiddel injecteren
o SV3: matig lijden
▪ Infectie geven -> ontwikkeling koorts/ziekte ..
▪ Chirurgische ingreep waarbij bv katheter wordt ingebracht
▪ Deels verlammen
o SV4: ernstig lijden
▪ Bv beroerte veroorzaken
- Onderzoekers zijn verplicht ongerief te beperken: bv met pijnstilling (analgetica)
2
,Waarom dierproeven:
- Wetenschappelijk onderzoek (90%)
o Fundamenteel onderzoek (kennis vergaren)
▪ Nagaan hoe het dier/organisme functioneert
▪ Bv dier infecteren met virus om zo meer te weten te komen over het virus:
welke symptomen treden op, welke organen worden geinfecteerd …
o Translationeel en toegepast onderzoek
▪ Bv een gemaakt vaccin testen op proefdieren
- Reglementaire testen en routineproductie
o Testen van geneesmiddelen op proefdieren op veiligheid
- Kweken van dieren (behoud van soorten)
- Hoger onderwijs of opleiding
o Bv een nieuwe soort chirurgie oefenen op een proefdier
3
, Dierproeven specifiek voor de farmaceutische industrie
-> hoe veilig zijn potentieel nieuwe geneesmiddelen?
1. Algemene toxicologie
Studies met enkelvoudige dosis (single dose):
- Bepaling MTD (maximum tolerated dose)
o Aan verschillende dieren wordt telkens een andere dosis gegeven (opbouwend),
bepalen vanaf welke dosis toxiciteit optreed
- Minstens 2 verschillende toedieningswijzen (bv oraal en intraveneus)
- Minstens 2 verschillende proefdieren (bv knaagdier vs niet-knaagdier)
Studies met meervoudige dosis (repeated dose):
- Meerdere keren na elkaar wordt dezelfde dosis gegeven
- Subchronisch: 3-7 dagen, 14 dagen, 1 maand, 3 maanden
- Chronisch: 6, 9, 12 maanden
Wat wordt opgevolgd:
- Acute toxiciteit:
o Moraliteit?
- (sub)chronische toxiciteit:
o Moraliteit door accumulatie van stof?
- Klinische observaties:
o Algemene conditie, gedrag, eten/drinken, agressief, slaperigheid ..
- Lichaamsgewicht
o Bij 10% of meer afname in gewicht -> toxisch effect
2. Safety pharmacology:
-> nagaan van effecten op verschillende orgaanstelsels
Centraal zenuwstelsel
- Testen sensorische functies en reflexen
o Visual placing reflex
▪ Dier wordt aan de staart opgetild en langzaam naar een rooster gebracht
▪ Voorpoten zouden moeten uitstrekken richting het rooster als anticiperende
beweging
▪ Indien dier poten niet strekt -> geen goed geneesmiddel
o Eyeblink reflex
▪ Met een stokje wordt het hoornvlies licht aangeraakt
▪ Dier zou moeten knipperen
o Pinch reflex
▪ Knijpen in achterpoot
▪ Poot zou moeten worden weggetrokken
▪ Manier om te kijken of dier wakker aan het
worden is bij anesthesie
o Hindlimb extention reflex
▪ Dier wordt aan de staart vastgehouden
▪ De poten zouden moeten uitstrekken
4
,- Testen spierkracht
o Meting grijpkracht
▪ Muis laten grijpen aan een staafje van een meettoestel
▪ Muis wordt via de staart, met steeds een grotere kracht naar achteren getrokken
▪ Toestel registreert bij welke kracht het dier zich niet meer kan vastgrijpen en
loslaat -> maat voor grijpkracht
o Wire suspension test
▪ Voorpoten van dier laten vastgrijpen aan draad (staart lichtjes vasthouden zodat
het dier niet zou vallen wanneer het loslaat)
▪ Hoe lang het zich kan vasthouden is een maat voor de spier/grijpkracht
- Testen motorcoördinatie, evenwicht, behendigheid, ataxie (= ongecontroleerde beweging van
poten)
o (accelerating) rotarod)
▪ Rotarot draait -> bepaling hoelang het op de buis kan blijven zonder te vallen +
hoeveel valpartijen in een bepaalde tijdspanne
▪ Al dan niet met een versnelling (accelerating) van de rotarod
o Stationary beam test
▪ Dier wordt op staaf geplaatst dat in segmenten verdeeld is -> hoeveel segmenten
het loopt zonder er af te vallen + hoeveel valpartijen er zijn = maat voor
motorcoordinatie, evenwicht, behendigheid en ataxie
o Treadmill
▪ Proefdier laten lopen op loopband
▪ Stimuleren door achteraan een rooster met stroom te leggen -> stroomstoot bij
aanraking van het rooster
▪ Bepaling hoe lang het kan lopen (al dan niet met een versnelling van loopband)
5
, o Stap analyse (vnl voor behendigheid en ataxie)
▪ Poten van dier worden ingesmeert met inkt
▪ Dier laten lopen over een strip papier naar een donker holletje (dier wil altijd zo
snel mogelijk in donker holletje kruipen)
▪ Stappen van het dier analyseren
o Catwalk (meer gedetailleerd + digitaal)
▪ Dier in koker met onderaan een glazen plaat die verbonden is met de computer
▪ Analyse van de afstand tussen de stappen, de spreiding van de tenen, hoek van
de poten ..
6