A. De volgende zinnen zijn onjuist begrensd. Verbeter ze.
1. Kinderopvang is duur. Zo betaalde je in 2011 een minimum van 65 euro per maand, dat was
21 euro meer dan het jaar ervoor, bij een modaal inkomen betaalde je 113 euro. Wat
maandelijks 27 euro meer was dan het jaar ervoor.
2. De overheid heeft de subsidies op cultuur drastisch verlaagd. Wat betekent dat veel orkesten
geen geld meer krijgen uit de staatskas. En als ze niet op zoek gaan naar andere bronnen,
zullen ze worden opgeheven. Waardoor de musici werkloos worden.
B. Bepaal per zin of de samentrekking correct is of niet. Leg ook uit waarom.
1. De overmoedige handelaar zag altijd kansen op de markt, maar helaas zijn eigen beperkingen
niet in.
2. Onze buurman werd bij zijn pensionering benoemd tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau
en door de gemeente het ereburgerschap aangeboden.
3. De prijzen van Nike-artikelen zijn wellicht hoger maar de kwaliteit veel beter.
4. Jullie studie over duurzaam bouwen vind ik erg interessant en zal ik in de toekomst zeker
gebruiken bij het ontwerpen van mijn kantoorpanden.
5. De meivakantie duurt dit jaar twee weken en brengen we dus heerlijk in Italië door.
6. Beroepsinbreker K.R. heeft het slachtoffer eerst een klap op zijn hoofd gegeven en daarna
van zijn geld en creditcard beroofd.
7. De oude man is onwel geworden en per ambulance naar het ziekenhuis gebracht.
8. The Blair Witch Project was een heel enge film, maar had ik niet willen missen.
Zie volgende pagina