Globalisering
Algemeen
Tijdruimte compressie:
- Relatieve afstand: de afstand/moeite/tijd die het kost om ergens te komen
- Relatieve ligging: afstand ten opzichte van een ander gebied
- Absolute afstand: afstand russen plekken in een rechte lijn in kilometers
- Absolute ligging: exacte plek van de coördinaten waar iets ligt.
Transporttechnologie versterkt de tijdruimte compressie. Wanneer afstand
toeneemt, neemt interactie vaak af (afstandsverval).
Global shift – het economisch zwaartepunt verschuift richting de Pacific Rim. Na
1980 is globalisering als een stroomversnelling gegaan.
Hoe rijker/welvarender een land, hoe meer gebruik van aardolie. De olieprijs
heeft impact op arm/rijk.
Politieke dimensie
Het demografisch gehalte meet je met de democratie-index. Het belangrijkste
hiervan is de omgang met mensenrechten. De term geopolitiek omschrijft de
machtsverhoudingen tussen landen.
Wanneer volken actief weerstand bieden tegen natievorming, kan dat leiden tot
regionalisme. Dat is het streven naar een vorm van zelfbestuur, of eigen soevereine
staat.
Er bestaan verschillende soorten staten, hegemoniale staten nemen een dominante
positie in de wereld in.
Er is sprake van afname van de invoed van de overheid en blokvorming,.
Economische dimensie
Een indicator van de welvaart is het bruto binnenlands product per inwoner. Hierbij
moet je wel rekening houden met de betrouwbaarheid van de cijfers, ook wordt de
informele sector vaak niet meegerekend en zijn prijsverschillen tussen landen dat
ook niet. Een andere indicator van de welvaart is de beroepsbevolking, vooral die uit
de landbouw. Die is als volgt verdeeld:
- Primaire sector: in periferie landen, hier werken relatief veel mensen.
Landbouw, visserij, mijnbouw, jacht zijn voorbeelden hiervan. Rechtstreeks uit
de natuur.
- Secundaire sector/Industriële sector: in semi-periferie landen. Grondstoffen
worden verwerkt tot halffabricaten/eindproducten.
- Tertiaire sector: in centrumlanden. Dienstverlening valt hieronder zoals
scholen, horeca, kappers, banken, verzekeringen, winkels en ziekenhuizen.
Er kan sprake zijn van regionale ongelijkheid, dit zie je niet terug in het
landgemiddelde. Ook zijn er vaak sociale verschillen.
Urbanisatiegraad Urbanisatietempo
(percentage mensen dat (snelheid van de groei
in de stad woont) van de stedelijke
bevolking (geboorde –
sterfte + immigratie –
emigratie))
Centrum-landen Hoog Laag
Periferie-landen Laag Hoog
Algemeen
Tijdruimte compressie:
- Relatieve afstand: de afstand/moeite/tijd die het kost om ergens te komen
- Relatieve ligging: afstand ten opzichte van een ander gebied
- Absolute afstand: afstand russen plekken in een rechte lijn in kilometers
- Absolute ligging: exacte plek van de coördinaten waar iets ligt.
Transporttechnologie versterkt de tijdruimte compressie. Wanneer afstand
toeneemt, neemt interactie vaak af (afstandsverval).
Global shift – het economisch zwaartepunt verschuift richting de Pacific Rim. Na
1980 is globalisering als een stroomversnelling gegaan.
Hoe rijker/welvarender een land, hoe meer gebruik van aardolie. De olieprijs
heeft impact op arm/rijk.
Politieke dimensie
Het demografisch gehalte meet je met de democratie-index. Het belangrijkste
hiervan is de omgang met mensenrechten. De term geopolitiek omschrijft de
machtsverhoudingen tussen landen.
Wanneer volken actief weerstand bieden tegen natievorming, kan dat leiden tot
regionalisme. Dat is het streven naar een vorm van zelfbestuur, of eigen soevereine
staat.
Er bestaan verschillende soorten staten, hegemoniale staten nemen een dominante
positie in de wereld in.
Er is sprake van afname van de invoed van de overheid en blokvorming,.
Economische dimensie
Een indicator van de welvaart is het bruto binnenlands product per inwoner. Hierbij
moet je wel rekening houden met de betrouwbaarheid van de cijfers, ook wordt de
informele sector vaak niet meegerekend en zijn prijsverschillen tussen landen dat
ook niet. Een andere indicator van de welvaart is de beroepsbevolking, vooral die uit
de landbouw. Die is als volgt verdeeld:
- Primaire sector: in periferie landen, hier werken relatief veel mensen.
Landbouw, visserij, mijnbouw, jacht zijn voorbeelden hiervan. Rechtstreeks uit
de natuur.
- Secundaire sector/Industriële sector: in semi-periferie landen. Grondstoffen
worden verwerkt tot halffabricaten/eindproducten.
- Tertiaire sector: in centrumlanden. Dienstverlening valt hieronder zoals
scholen, horeca, kappers, banken, verzekeringen, winkels en ziekenhuizen.
Er kan sprake zijn van regionale ongelijkheid, dit zie je niet terug in het
landgemiddelde. Ook zijn er vaak sociale verschillen.
Urbanisatiegraad Urbanisatietempo
(percentage mensen dat (snelheid van de groei
in de stad woont) van de stedelijke
bevolking (geboorde –
sterfte + immigratie –
emigratie))
Centrum-landen Hoog Laag
Periferie-landen Laag Hoog