Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4,6 TrustPilot
logo-home
Resume

Samenvatting AFP kennistoets leerjaar 1 semester 1

Note
-
Vendu
-
Pages
83
Publié le
06-11-2024
Écrit en
2023/2024

Deze samenvatting bevat alle stof van AFP die je moet kennen voor de eerste kennistoets

Établissement
Cours











Oups ! Impossible de charger votre document. Réessayez ou contactez le support.

École, étude et sujet

Établissement
Cours
Cours

Infos sur le Document

Publié le
6 novembre 2024
Nombre de pages
83
Écrit en
2023/2024
Type
Resume

Sujets

Aperçu du contenu

Topografie van het menselijk lichaam lesweek 2


Als we het over de bouw van het lichaam hebben, dan hebben we het over de anatomie.
Spreken we over het functioneren van het menselijk lichaam, dan noemen we dit fysiologie. De leer van
ziekten of aandoeningen wordt ook wel pathologie genoemd.

Diagnostiek
Om de klachten van een zorgvrager goed in kaart te brengen en de oorzaak te achterhalen wordt een
geneeskundig onderzoek gedaan. Dit noemen we ook wel het stellen van een medische diagnose. Dit
onderzoek bestaat uit een anamnese, lichamelijk onderzoek en aanvullend onderzoek.
Een anamnese is een intake gesprek. Je neemt tijdens het gesprek de ziekte geschiedenis van de patiënt
door en er worden ook vragen gesteld over werk en levensomstandigheden. Ook wel het subjectieve
‘verhaal’ van de zorgvrager over zijn klachten.


Bij het lichamelijk onderzoek worden verschillende onderzoeksmethoden gebruikt:
Inspectie = het bekijken en het bestuderen van de buitenkant van het lichaam.
Percussie = het bekloppen van de organen / lichaamsdelen met vingers of vingers.
Auscultatie = het beluisteren van lichaamsgeluiden / organen met een stethoscoop.
Palpatie = het voelen (aftasten) van organen / lichaamsdelen.


Daarnaast worden ook de vitale functies gemeten. Dit zijn:
1) Ademhaling / ademfrequentie
2) Hartfrequentie (pols)
3) Bloeddruk *BBATH*
4) Bewustzijn
5) Temperatuur

De vitale functies zeggen iets over de fysiologie van het menselijk lichaam.
De vitale functies zijn essentieel voor het behoud van het leven.


Aanvullend onderzoek:
Op basis van de anamnese en lichamelijk onderzoek kan een arts een waarschijnlijkheidsdiagnose
opstellen  bij meerdere waarschijnlijkheidsdiagnoses spreken van een differentiaaldiagnose.
 gericht aanvullend onderzoek wordt daarna ingezet om tot de uiteindelijke diagnose te
k komen.

Bij laboratorium onderzoek worden weefsels en vloeistoffen, zoals bloed en urine, onderzocht.

Er zijn veel verschillende beeldvormende onderzoeken die de structuur en het functioneren van het
lichaam in kaart brengen.

Beeldvormende onderzoeken die gebruik maken van röntgenstraling zijn röntgenfoto´s en CT-scan. Het
onderzoek dat gebruik maakt van geluidsgolven heet echografie.

,Met angiografie kan men afwijkingen in de hartholten en in de bloedvaten opsporen.

Het verschil tussen een CT-scan en een MRI-scan is:

Een CT-scan maakt gebruik van röntgenstraling en is daardoor schadelijk voor het lichaam. MRI-scan
maakt gebruik van magnetische velden en radiogolven en is daardoor minder schadelijk voor het
lichaam.

Topografie
Om aan te duiden waar iets ligt worden vaak termen als voor, achter, boven en onder gebruikt. Echter
zijn deze begrippen niet eenduidig en hangen ze af van de positie waaruit je naar het lichaam kijkt. In de
gezondheidszorg wordt er daarom gebruik gemaakt van topografische begrippen. Bij het gebruik van
deze begrippen ga je altijd uit van de anatomische houding. Beschrijf de anatomische houding:

- De anatomische houding is een persoon die rechtop staat, met zijn gezicht naar voren, de armen
langs de zijkant met de handpalmen naar voren. De benen staan recht onder het lichaam met de
voeten iets uit elkaar.

Er worden drie lichaamsvlakken onderscheiden: het frontale vlak, het sagittale vlak en het transversale
vlak.
Het frontale vlak verdeelt het lichaam in voor en achter.
Het sagittale vlak verdeelt het lichaam in links en rechts. Wordt ook wel mediaanvlak genoemd.
Het transversale vlak verdeelt het lichaam in boven en onder.
Zie figuur 4.2 en lees bijbehorende stukje tekst.

Voor de ligging van lichaamsdelen worden begrippen gebruikt die iets zeggen over de plaats van het
lichaamsdeel ten opzichte van omliggende structuren.
Bijvoorbeeld: de slokdarm ligt dorsaal van de luchtpijp en ventraal van de wervelkolom.
Dorsaal = richting de achterkant (aan de rugzijde)
Ventraal = richting de voorkant (aan de buikzijde)

Posterior = richting de achterkant / lichaamsonderdeel dat achter een ander, gelijkaardig lichaamsdeel
ligt (dorsaal)
Anterior = richting de voorkant / lichaamsonderdeel dat voor een ander, gelijkaardig lichaamsdeel ligt
(ventraal)

Centraal = Naar het midden van het lichaam
Perifeer = Niet centraal van het lichaam (verder van het midden af)

Craniaal = richting de schedel (boven)
Caudaal = richting de voeten (beneden)

Superior = richting het hoofd en hoger ligt dan een ander, gelijkaardig lichaamsdeel (boven) (craniaal)
Inferior = richting de voeten en iets dat lager ligt dan een ander, gelijkaardig lichaamsdeel (beneden)
(caudaal)

Lateraal = verder van het midden / richting de zijkant (bijvoorbeeld de bovenarm ligt lateraal van het
hart)

,Mediaal = dichtbij het midden / naar het midden toe (bijvoorbeeld het hart ligt mediaal van de
bovenarm)

Proximaal (ledematen) = richting aanhechting (oksel en lies)
Distaal (ledematen) = richting uiteinde (tenen en vingers)

Sinister = links
Dexter = rechts

Internus = inwendig
Externus = uitwendig

De hiervoor genoemde begrippen gaan uit van een stil staande positie van het lichaam, maar in de
topografie is het soms ook nodig om beschrijvingen te geven van bewegingen van lichaamsdelen.
Bijvoorbeeld: flexie en extensie van de elleboog.
Flexie = buiging van de gewrichten
Extensie = strekken van de gewrichten

Anteflexie = in voorwaartse richting heffen (buiging naar voren)
Retroflexie = in achterwaartse richting heffen (buiging naar achteren)
Lateroflexie = buiging naar de zijkant (buiging opzij)

Dorsale flexie = buiging naar voren (naar handrug / voetwreef)
Palmaire flexie = buiging naar achteren (buiging naar de handpalm)
Plantaire flexie = buiging naar de voetzool

Supinatie = de beweging in de onderarm en het enkelgewricht, waarbij deze respectievelijk naar binnen
draaien. (buitenwaartse draaiing van horizontaal gehouden hand/voet waardoor de handpalm/voetrand
naar boven draait)
 Draaiing van de hand of de voetzool waardoor je de handpalm en de binnenkant van de voet gaat
zien.
Pronatie = de beweging in de onderarm en het enkelgewricht, waarbij deze respectievelijk naar buiten
draaien.

Abductie = weg van de middellijn
Adductie = naar de middellijn toe

Exorotatie = buitenwaartse draaiing / vanuit neutrale positie naar buiten bewegen
Endorotatie = binnenwaartse draaiing / vanuit neutrale positie naar binnen bewegen

,
7,15 €
Accéder à l'intégralité du document:

Garantie de satisfaction à 100%
Disponible immédiatement après paiement
En ligne et en PDF
Tu n'es attaché à rien

Faites connaissance avec le vendeur
Seller avatar
fbolt1

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
fbolt1 Hogeschool Arnhem en Nijmegen
S'abonner Vous devez être connecté afin de pouvoir suivre les étudiants ou les formations
Vendu
1
Membre depuis
1 année
Nombre de followers
0
Documents
2
Dernière vente
1 année de cela

0,0

0 revues

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Récemment consulté par vous

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions