SOCIALE ZEKERHEID
SAMENVATTING
Hc en Wc
,Week 1: Het stelsel van sociale zekerheid
Kleur: donkerblauw
Leerdoel 1
De student heeft kennis van de geschiedenis en kan de ontwikkelingen
binnen de sociale zekerheid in Nederland schetsen en kan de belangrijkste
wetgeving en de uitvoerende organisaties op het terrein van sociaal
zekerheidsrecht beschrijven.
Leerdoel 2
De student kan diverse kenmerken van de sociale verzekeringen
aangeven en de verschillen tussen de sociale verzekeringen benoemen.
Ontwikkelingen in de sociale zekerheid
-Sociale voorzieningen: anderhalve eeuw (Armenwet van 1854, die bood
de mensen die zichzelf echt niet uit de armoede konden halen, financiële
hulp vanuit de Armenwet)
-Sociale verzekeringen: ruim een eeuw (Ongevallenwet van 1901, een van
de eerste verzekeringen voor werknemers, als je een bedrijfsongeval krijgt
dan krijg je een aanvulling)
-Van subsidiaire naar primaire overheidsverantwoordelijkheid (Algemene
Bijstandswet van 1965, nu de participatiewet)
Groei: gedekte risico’s (Bvb kinderen, ziekte enz), categorieën
gerechtigden, wetgeving en uitgaven
Ontwikkelingen in de sociale zekerheid
Sterkste groei: 1945-1976 (na de oorlog plaatsgevonden, hierna zijn nieuwe
regelingen bijgekomen)
Aanpassingen vanaf 1980 (dit tot 1980 want iedereen maakte hier gebruik van en
ging het economisch slechter, dus werd de sociale zekerheid aangepast)
Samenstelling van de bevolking is veranderd, andere vraag en behoefte
Wat zien we nu in de toekomst?
Er komen nieuwe sociale risico’s bij (vrouwen nemen nu deel aan arbeidsproces
vroeger niet, dus nu bvb regelingen voor het combineren van zorg en werk.)
Meer activering (dus meer scholing enz)
Meer eigen verantwoordelijkheid (onze eigen verantwoordelijkheid werd groter, dus
je neemt zelf deel aan een samenleving je zorgt er zelf voor dat je inkomsten
genereerd)
Privatisering (heel veel mensen sluiten een verzekering af om bepaalde
risico’s te dekken, bvb als je arbeidsongeschikt bent krijg je een
aanvullende verzekering enz enz.)
,Als je kijkt naar de beweging van de sociale zekerheid zien we dat het van een
verzorgingsstaat naar een participatie-samenleving verschuiven.
Verschillende definities
Prof. G.J. Vonk hanteert een praktische:
“Regelingen die bescherming bieden bij sociale risico’s, en bij
behoeftigheid, en die uitkeringsgerechtigden steun geven bij het vinden
van werk”
Functies sociale zekerheid
WAARBORGFUNCTIE: dat wil zeggen dat je gewaarborgd bent van een zeker
inkomsten, dat kan zijn rond een sociaal minimum.
ACTIVERINGSFUNCTIE: daarin ligt de wens en de plicht om weer aan het werk te
gaan.
Actoren in de sociale zekerheid
Gemeenschap
Overheid
-omvang en niveau
-wettelijke regelingen
-collectieve middelen (premies loon bvb)
-uitvoering (gemeente, UWV, belastingdienst)
-rechtsbescherming (Awb, besluit over bepaalde uitkeringen bvb)
Sociale partners
Cliëntenparticipatie
Alternatieve methoden
Particuliere verzekeringen
Onderlinge hulp door beroepsgenoten
Bezitsvorming (sparen, beleggen)
Liefdadigheid
Arbeidvoorwaardenregelingen
, Driepijlerstelsel Sociale Zekerheid
Reconstructie- en aanpassingsdrift sociale zekerheid
Individualisering
Organisatievormen
Activering
Vergrijzing
Lokalisering
Socialezekerheidsrecht
Publiekrecht aangelegenheid maar hoort bij -> bestuursrecht -> sociaal
bestuursrecht
Privaatrechtelijke normen?
Instrumenteel recht – ‘Gereedschapsrecht’ Allerlei soorten regelingen en
rechten dus, gereedschapsrecht.
Rechtsbronnen
-Internationaal recht: Universele Verklaring van de rechten van de mens
(1948), Europees Sociaal Handvest (1961), internationaal Verdrag inzake
economische, sociale en culturele rechten (1966). Art. 9 VN verdrag
inzake….
-Grondwet Art. 2o lid 3 GW
SAMENVATTING
Hc en Wc
,Week 1: Het stelsel van sociale zekerheid
Kleur: donkerblauw
Leerdoel 1
De student heeft kennis van de geschiedenis en kan de ontwikkelingen
binnen de sociale zekerheid in Nederland schetsen en kan de belangrijkste
wetgeving en de uitvoerende organisaties op het terrein van sociaal
zekerheidsrecht beschrijven.
Leerdoel 2
De student kan diverse kenmerken van de sociale verzekeringen
aangeven en de verschillen tussen de sociale verzekeringen benoemen.
Ontwikkelingen in de sociale zekerheid
-Sociale voorzieningen: anderhalve eeuw (Armenwet van 1854, die bood
de mensen die zichzelf echt niet uit de armoede konden halen, financiële
hulp vanuit de Armenwet)
-Sociale verzekeringen: ruim een eeuw (Ongevallenwet van 1901, een van
de eerste verzekeringen voor werknemers, als je een bedrijfsongeval krijgt
dan krijg je een aanvulling)
-Van subsidiaire naar primaire overheidsverantwoordelijkheid (Algemene
Bijstandswet van 1965, nu de participatiewet)
Groei: gedekte risico’s (Bvb kinderen, ziekte enz), categorieën
gerechtigden, wetgeving en uitgaven
Ontwikkelingen in de sociale zekerheid
Sterkste groei: 1945-1976 (na de oorlog plaatsgevonden, hierna zijn nieuwe
regelingen bijgekomen)
Aanpassingen vanaf 1980 (dit tot 1980 want iedereen maakte hier gebruik van en
ging het economisch slechter, dus werd de sociale zekerheid aangepast)
Samenstelling van de bevolking is veranderd, andere vraag en behoefte
Wat zien we nu in de toekomst?
Er komen nieuwe sociale risico’s bij (vrouwen nemen nu deel aan arbeidsproces
vroeger niet, dus nu bvb regelingen voor het combineren van zorg en werk.)
Meer activering (dus meer scholing enz)
Meer eigen verantwoordelijkheid (onze eigen verantwoordelijkheid werd groter, dus
je neemt zelf deel aan een samenleving je zorgt er zelf voor dat je inkomsten
genereerd)
Privatisering (heel veel mensen sluiten een verzekering af om bepaalde
risico’s te dekken, bvb als je arbeidsongeschikt bent krijg je een
aanvullende verzekering enz enz.)
,Als je kijkt naar de beweging van de sociale zekerheid zien we dat het van een
verzorgingsstaat naar een participatie-samenleving verschuiven.
Verschillende definities
Prof. G.J. Vonk hanteert een praktische:
“Regelingen die bescherming bieden bij sociale risico’s, en bij
behoeftigheid, en die uitkeringsgerechtigden steun geven bij het vinden
van werk”
Functies sociale zekerheid
WAARBORGFUNCTIE: dat wil zeggen dat je gewaarborgd bent van een zeker
inkomsten, dat kan zijn rond een sociaal minimum.
ACTIVERINGSFUNCTIE: daarin ligt de wens en de plicht om weer aan het werk te
gaan.
Actoren in de sociale zekerheid
Gemeenschap
Overheid
-omvang en niveau
-wettelijke regelingen
-collectieve middelen (premies loon bvb)
-uitvoering (gemeente, UWV, belastingdienst)
-rechtsbescherming (Awb, besluit over bepaalde uitkeringen bvb)
Sociale partners
Cliëntenparticipatie
Alternatieve methoden
Particuliere verzekeringen
Onderlinge hulp door beroepsgenoten
Bezitsvorming (sparen, beleggen)
Liefdadigheid
Arbeidvoorwaardenregelingen
, Driepijlerstelsel Sociale Zekerheid
Reconstructie- en aanpassingsdrift sociale zekerheid
Individualisering
Organisatievormen
Activering
Vergrijzing
Lokalisering
Socialezekerheidsrecht
Publiekrecht aangelegenheid maar hoort bij -> bestuursrecht -> sociaal
bestuursrecht
Privaatrechtelijke normen?
Instrumenteel recht – ‘Gereedschapsrecht’ Allerlei soorten regelingen en
rechten dus, gereedschapsrecht.
Rechtsbronnen
-Internationaal recht: Universele Verklaring van de rechten van de mens
(1948), Europees Sociaal Handvest (1961), internationaal Verdrag inzake
economische, sociale en culturele rechten (1966). Art. 9 VN verdrag
inzake….
-Grondwet Art. 2o lid 3 GW