Dubbele ontkenning ³ ⁴
Vaak wordt een dubbele ontkenning gebruikt om een ontkenning kracht bij te zetten. Dat kan
stilistisch nuttig zijn. Voorbeeld: "Het is niet onbelangrijk hier in de toekomst meer aandacht aan te
besteden." Een dubbele ontkenning kan echter ook snel verkeerd begrepen worden, bijvoorbeeld "Ik
twijfel er niet aan dat ze me niet begrepen heeft." De dubbele ontkenning is onjuist, als ze een
onbedoelde bevestiging oplevert. Dat komt vooral voor in lange en ingewikkelde zinnen.
Verkeerd gebruikte dubbele ontkenningen vinden we vaak als het werkwoord of het voegwoord een
negatieve betekenis heeft, zoals bij 'twijfelen' (niet zeker weten), 'verbieden' (zeggen dat iets niet
mag) en 'evenmin' (net zo min, ook niet). Je kunt zinnen met te veel ontkenningen beter vermijden.
1. De voorzitter zei er niet aan te twijfelen, dat de afdeling R haar vroegere grootte niet weer zou
bereiken.
- niet twijfelen dat niet bereikt wordt = twijfelen dat bereikt wordt
- De voorzitter zei eraan te twijfelen, dat de afdeling R haar vroegere grootte weer zou bereiken.
2. De commandant van de mijnopruimingsdienst had verboden, dat er niemand op het strand zou
komen.
- niemand verbieden = iedereen toestaan
- De commandant van de mijnopruimingsdienst had verboden, dat er iemand op het strand zou
komen.
3. Ze zegt nooit geen verkeerd woord over je.
- nooit geen = altijd
- Ze zegt nooit een verkeerd woord over je.
4. Eenmaal, andermaal, niemand niet?
- niemand niet = iedereen wel
- Eenmaal, andermaal, niemand?
Vaak wordt een dubbele ontkenning gebruikt om een ontkenning kracht bij te zetten. Dat kan
stilistisch nuttig zijn. Voorbeeld: "Het is niet onbelangrijk hier in de toekomst meer aandacht aan te
besteden." Een dubbele ontkenning kan echter ook snel verkeerd begrepen worden, bijvoorbeeld "Ik
twijfel er niet aan dat ze me niet begrepen heeft." De dubbele ontkenning is onjuist, als ze een
onbedoelde bevestiging oplevert. Dat komt vooral voor in lange en ingewikkelde zinnen.
Verkeerd gebruikte dubbele ontkenningen vinden we vaak als het werkwoord of het voegwoord een
negatieve betekenis heeft, zoals bij 'twijfelen' (niet zeker weten), 'verbieden' (zeggen dat iets niet
mag) en 'evenmin' (net zo min, ook niet). Je kunt zinnen met te veel ontkenningen beter vermijden.
1. De voorzitter zei er niet aan te twijfelen, dat de afdeling R haar vroegere grootte niet weer zou
bereiken.
- niet twijfelen dat niet bereikt wordt = twijfelen dat bereikt wordt
- De voorzitter zei eraan te twijfelen, dat de afdeling R haar vroegere grootte weer zou bereiken.
2. De commandant van de mijnopruimingsdienst had verboden, dat er niemand op het strand zou
komen.
- niemand verbieden = iedereen toestaan
- De commandant van de mijnopruimingsdienst had verboden, dat er iemand op het strand zou
komen.
3. Ze zegt nooit geen verkeerd woord over je.
- nooit geen = altijd
- Ze zegt nooit een verkeerd woord over je.
4. Eenmaal, andermaal, niemand niet?
- niemand niet = iedereen wel
- Eenmaal, andermaal, niemand?