Hoofdstuk 2. Grieken en Romeinen.
2.1
De ontwikkeling van wettenschappen denken en het denken over burgerschap en
politiek in de Griekse stadstaat
- Omstreeks 1000 v.C. ontstond in het gebied langs de oostelijke Middellandse Zeekust een nieuwe type
schrift, het alfabet.
- Het ontstond uit 22 letters waarmee elk word kan worden gevormd.
- Omstreeks 800 v.C. namen de Grieken het alfabet met wat aanpassingen over van de Feniciers uit Libanon.
- Later paste de Romeinen het Griekse alfabet weer aan. Dit Romeinse alfabet gebruiken we nog steeds.
- Met de uitvinding van het schrift omstreeks 3000 v.C. was de oudheid of de Tijd van Grieken en Romeinen
begonnen.
- De Grieken leefde in onafhankelijke stadstaten met een landbouwstedelijke samenleving.
- Er was een bloeiende economie die een snelle bevolkingsgroei tot gevolg had.
- Toen in 8e eeuw v.C. overbevolking in Griekenland dreigde, besloten de stadstaten dat sommige mensen op
andere plekken moesten gaan wonen.
- Groepen Grieken vertrekken per schip een stichten een groot aantal kolonie aan de Middellandse en Zwarte
Zee.
- Door deze kolonisatie groeide de Griekse handel en welvaart.
- Zo groeide Athene uit tot een stad met 250.000 inwoners.
- In de 5e eeuw v.C. kwam de Griekse cultuur tot bloei, in het bijzonder de wettenschap en de bouw- en
beeldhouwkunst.
- De Griekse (en de Grieks-Romeinse) beschaving wordt klassiek genoemd omdat de gedacht en vormentaal
ervan later zo goed werden gevonden dat ze werden nagelaten.
- Het Parthenon is het beroemdste gebouw uit de klassieke oudheid.
- Het dak van de tempels rusten op ronde stenen pilaren.
- Tussen deze zuilen en het dak was een lint van beeldhouwwerk op een plat vlak; reliëf.
- Griekse kunstenaars Maakten nauwgezet studie van het menselijke lichaam.
- De antieke (uit de oudheid) Grieken voelden zich met elkaar verbonden tegenover niet-Grieken, die zij
Barbara (onbeschaafde vreemdelingen)noemden.
- Maar vaak voerden Griekse stadstaten ook oorlog met elkaar.
- Ze werden in 338 v.C. in een rijk verenigd toen ze werden onderworpen door Macedonië.
- De Macedonische koning Alexander de Grote veroverde hierna met Griekse soldaten Egypte en het
Perzische rijk.
- Hierdoor werd ed Griekse cultuur verspreid over een enorm gebied, tot aan Afghanistan.
- Na Alexanders dood viel zijn rijk uit elkaar.
7
, - Staten met een erfelijke koning weren monarchie genoemd.
- Later werd een aantal staten bestuurd door rijke families. Deze edelen (adel) vormde een groep aanzienlijke
personen met voorrechten in de samenleving. Deze bestuursvorm heet aristocratie.
- Sommige Steden kregen een regering van rijken die niet allemaal uit een adellijke familie kwamen. Dit
systeem heet een oligarchie.
- Soms veroverde een Edelman met geweld alle macht; een Tiran.
- Hij probeert in de tirannie vaak steun te krijgen van het Volk om zich tegenover edelen te handhaven.
- Toen de economie in de stadstaten groeide wilden ambachtslieden en handelaren meebeslissen over de
politiek.
- In Athene werd een systeem ingesteld waarin het Volk zichzelf bestuurd. In deze democratie besliste de
volksvergadering over wetten en koos de bestuurders.
- Tot deze vergaderingen werden Allen autochtone (inheemse) mannen toegestaan.
- Zij Waren burgers, Mensen met rechten van de staat. Vrouwen, slaven en immigranten hoorden daar niet bij.
- Grieken geloofden dat hun Goden menselijke eigenschappen hadden. Daardoor kregen Griekse denkers het
idee dat de goden door de mens verzonnen zijn.
- Deze losofen probeerden alles met hun verstand te beredeneren.
- Door hun rationele manier van denken, gingen de Grieken de wereld Beter begrijpen.
- Al eeuwen Waren Mensen bezig om hun kennis over natuur te vergroten.
- Ze wisten met vuur metaal konden bewerken. Maar dat soort wetenschap was concreet en praktisch.
- Ze wilden begrijpen hoe de wetenschap in elkaar zit en dachten na over abstracte dingen.
- Ze vroegen zich bijvoorbeeld af wat rechtvaardigheid is.
- Hippocrates schreef ziekten niet toe aan de goden, maar probeerde door observeren en redeneren de
oorzaak van ziekten te ontdekken.
- Hij dacht dat een mens ziek werden als het evenwicht in zijn lichaam verstoord was. Mensen met koorts
hadden bijvoorbeeld te veel bloed; dat moest dan afgetapt worden.
8
fi
2.1
De ontwikkeling van wettenschappen denken en het denken over burgerschap en
politiek in de Griekse stadstaat
- Omstreeks 1000 v.C. ontstond in het gebied langs de oostelijke Middellandse Zeekust een nieuwe type
schrift, het alfabet.
- Het ontstond uit 22 letters waarmee elk word kan worden gevormd.
- Omstreeks 800 v.C. namen de Grieken het alfabet met wat aanpassingen over van de Feniciers uit Libanon.
- Later paste de Romeinen het Griekse alfabet weer aan. Dit Romeinse alfabet gebruiken we nog steeds.
- Met de uitvinding van het schrift omstreeks 3000 v.C. was de oudheid of de Tijd van Grieken en Romeinen
begonnen.
- De Grieken leefde in onafhankelijke stadstaten met een landbouwstedelijke samenleving.
- Er was een bloeiende economie die een snelle bevolkingsgroei tot gevolg had.
- Toen in 8e eeuw v.C. overbevolking in Griekenland dreigde, besloten de stadstaten dat sommige mensen op
andere plekken moesten gaan wonen.
- Groepen Grieken vertrekken per schip een stichten een groot aantal kolonie aan de Middellandse en Zwarte
Zee.
- Door deze kolonisatie groeide de Griekse handel en welvaart.
- Zo groeide Athene uit tot een stad met 250.000 inwoners.
- In de 5e eeuw v.C. kwam de Griekse cultuur tot bloei, in het bijzonder de wettenschap en de bouw- en
beeldhouwkunst.
- De Griekse (en de Grieks-Romeinse) beschaving wordt klassiek genoemd omdat de gedacht en vormentaal
ervan later zo goed werden gevonden dat ze werden nagelaten.
- Het Parthenon is het beroemdste gebouw uit de klassieke oudheid.
- Het dak van de tempels rusten op ronde stenen pilaren.
- Tussen deze zuilen en het dak was een lint van beeldhouwwerk op een plat vlak; reliëf.
- Griekse kunstenaars Maakten nauwgezet studie van het menselijke lichaam.
- De antieke (uit de oudheid) Grieken voelden zich met elkaar verbonden tegenover niet-Grieken, die zij
Barbara (onbeschaafde vreemdelingen)noemden.
- Maar vaak voerden Griekse stadstaten ook oorlog met elkaar.
- Ze werden in 338 v.C. in een rijk verenigd toen ze werden onderworpen door Macedonië.
- De Macedonische koning Alexander de Grote veroverde hierna met Griekse soldaten Egypte en het
Perzische rijk.
- Hierdoor werd ed Griekse cultuur verspreid over een enorm gebied, tot aan Afghanistan.
- Na Alexanders dood viel zijn rijk uit elkaar.
7
, - Staten met een erfelijke koning weren monarchie genoemd.
- Later werd een aantal staten bestuurd door rijke families. Deze edelen (adel) vormde een groep aanzienlijke
personen met voorrechten in de samenleving. Deze bestuursvorm heet aristocratie.
- Sommige Steden kregen een regering van rijken die niet allemaal uit een adellijke familie kwamen. Dit
systeem heet een oligarchie.
- Soms veroverde een Edelman met geweld alle macht; een Tiran.
- Hij probeert in de tirannie vaak steun te krijgen van het Volk om zich tegenover edelen te handhaven.
- Toen de economie in de stadstaten groeide wilden ambachtslieden en handelaren meebeslissen over de
politiek.
- In Athene werd een systeem ingesteld waarin het Volk zichzelf bestuurd. In deze democratie besliste de
volksvergadering over wetten en koos de bestuurders.
- Tot deze vergaderingen werden Allen autochtone (inheemse) mannen toegestaan.
- Zij Waren burgers, Mensen met rechten van de staat. Vrouwen, slaven en immigranten hoorden daar niet bij.
- Grieken geloofden dat hun Goden menselijke eigenschappen hadden. Daardoor kregen Griekse denkers het
idee dat de goden door de mens verzonnen zijn.
- Deze losofen probeerden alles met hun verstand te beredeneren.
- Door hun rationele manier van denken, gingen de Grieken de wereld Beter begrijpen.
- Al eeuwen Waren Mensen bezig om hun kennis over natuur te vergroten.
- Ze wisten met vuur metaal konden bewerken. Maar dat soort wetenschap was concreet en praktisch.
- Ze wilden begrijpen hoe de wetenschap in elkaar zit en dachten na over abstracte dingen.
- Ze vroegen zich bijvoorbeeld af wat rechtvaardigheid is.
- Hippocrates schreef ziekten niet toe aan de goden, maar probeerde door observeren en redeneren de
oorzaak van ziekten te ontdekken.
- Hij dacht dat een mens ziek werden als het evenwicht in zijn lichaam verstoord was. Mensen met koorts
hadden bijvoorbeeld te veel bloed; dat moest dan afgetapt worden.
8
fi