CHEMIE OVERAL 5 HAVO 10.2
Polymeren: Een stof die bestaat uit heel lange moleculen
Ze zijn bij kamertemperatuur een vaste stof want:
- De anderwaalsbindingen tussen de polymeermoleculen zijn sterk.
- Er zijn H-bruggen tussen sommige polymeermoleculen.
Monomeren: De grondstoffen waaruit polymeren ontstaan.
Polymerisatiereactie: De reactie waarin de monomeermoleculen met elkaar reageren tot
een polymeermolecuul.
Copolymeer: Als verschillende soorten moleculen samen een polymeermolecuul vormen.
Synthetische polymeren: Kunststoffen gemaakt in een fabriek.
Natuurlijke polymeren: Stoffen uit de natuur.
Polyadditie: Monomeren aan elkaar koppelen waarbij je een dubbele binding openbreekt.
(De naam van het monomeer, voorafgegaan door poly.)
Nodig:
- Initiator (periocide; R-O-O-R)
- Uv-licht
Radicalen: De twee brokstukken die een bindingsplaats over hebben, als de binding tussen
de twee O-atomen breekt.
R-O|O-R-> 2R-O
Polycondensatie: Als Monomeermoleculen aan elkaar gekoppeld worden waarbij
karakteristieke groepen met elkaar reageren.
Polyetheen: Het reactiemengsel polymeermoleculen met verschillende lengtes.
Copolymeer: Als je twee monomeren nodig hebt voor de polycondensatie, dan is het
polymeer een copolymeer.
Aminozuur: Een stof waarvan de moleculen zowel een zuurgroep (-COOH) als een
aminogroep (-NH2) bevatten.
Op elke koppelingsplaats ontstaat een amidebinding.
Hyroxethaanzuur: een stof waarvan de moleculen zowel een zuurgroep (-COOH) als een
hydroxygroep (-OH) bevatten.
Op elke koppelingsplaats ontstaat een esterbinding.
Esterbindingen: Als polycondensatiereactie optreedt worden deze gevormd onder
afsplitsing van watermoleculen bij de vorming van een polyester.
Polymeren: Een stof die bestaat uit heel lange moleculen
Ze zijn bij kamertemperatuur een vaste stof want:
- De anderwaalsbindingen tussen de polymeermoleculen zijn sterk.
- Er zijn H-bruggen tussen sommige polymeermoleculen.
Monomeren: De grondstoffen waaruit polymeren ontstaan.
Polymerisatiereactie: De reactie waarin de monomeermoleculen met elkaar reageren tot
een polymeermolecuul.
Copolymeer: Als verschillende soorten moleculen samen een polymeermolecuul vormen.
Synthetische polymeren: Kunststoffen gemaakt in een fabriek.
Natuurlijke polymeren: Stoffen uit de natuur.
Polyadditie: Monomeren aan elkaar koppelen waarbij je een dubbele binding openbreekt.
(De naam van het monomeer, voorafgegaan door poly.)
Nodig:
- Initiator (periocide; R-O-O-R)
- Uv-licht
Radicalen: De twee brokstukken die een bindingsplaats over hebben, als de binding tussen
de twee O-atomen breekt.
R-O|O-R-> 2R-O
Polycondensatie: Als Monomeermoleculen aan elkaar gekoppeld worden waarbij
karakteristieke groepen met elkaar reageren.
Polyetheen: Het reactiemengsel polymeermoleculen met verschillende lengtes.
Copolymeer: Als je twee monomeren nodig hebt voor de polycondensatie, dan is het
polymeer een copolymeer.
Aminozuur: Een stof waarvan de moleculen zowel een zuurgroep (-COOH) als een
aminogroep (-NH2) bevatten.
Op elke koppelingsplaats ontstaat een amidebinding.
Hyroxethaanzuur: een stof waarvan de moleculen zowel een zuurgroep (-COOH) als een
hydroxygroep (-OH) bevatten.
Op elke koppelingsplaats ontstaat een esterbinding.
Esterbindingen: Als polycondensatiereactie optreedt worden deze gevormd onder
afsplitsing van watermoleculen bij de vorming van een polyester.