Week 1 + 2
Indeling rechtsgebieden:
Publiekrecht
- Strafrecht
- Staatsrecht
- Bestuursrecht
Privaatrecht
- Burgerlijk recht
Strafrecht:
Betreft verboden gedragingen waarop straf staat.
De Rechter beslist over de strafoplegging.
Geregeld in bijvoorbeeld Wetboek van Strafrecht en Opiumwet.
Staatsrecht:
Grondregels voor de organisatie van de staat.
Beschrijving van de organen van de staat, de onderlinge verhoudingen en relatie
van de burger met de overheid.
Met name geregeld in de Grondwet.
Bestuursrecht:
Overheid in actie; nemen van besluiten.
Bijvoorbeeld: Vergunning voor bouwen van een huis.
Geregeld in bijvoorbeeld: Algemene wet Bestuursrecht & Woningwet.
Burgerlijk recht:
Regelt rechtsverhoudingen tussen burgers en bedrijven en bedrijven of burgers
onderling.
Bijvoorbeeld: Personenrecht, familierecht en vermogensrecht.
Civiel recht = privaat recht
Geregeld in bijvoorbeeld: Burgerlijk Wetboek
4 rechtsbronnen:
- De Wet
- Jurisprudentie (verzameling van alle rechtelijke uitspraken)
- Verdragen
- Gewoonte
Materieel recht: rechten en plichten bijv. ‘Verbod om ander opzettelijk te
doden’
Formeel recht: Beschrijft hoe het materieel recht gehandhaafd wordt. Bijv:
‘Opsporingsambtenaren hebben de bevoegdheid een verdachten naar zijn
personalia te vragen.
Wet in materiele zin: Algemeen verbindend voorschrift. Het gaat hierbij om
voor wie de regel is bedoeld.
Wet in formele zin: Afkomstig van regering & volksvertegenwoordiging samen,
dat volgens een vaste procedure tot stand is gekomen. Het gaat hierbij om de
procedure en om de maker van de wet.