Gedragswetenschappen – thema 3: hoofdstuk 1
1) Ons persoonlijk referentiekader
Referentiekader = alle normen en waarden die bepalen hoe je je gedraagt of hoe je iets
beoordeelt
- Wie je bent, je verleden, je opleiding, de ‘bril’ waardoor jij naar de wereld kijkt…
- Bijvoorbeeld: Mijn beide ouders zijn leerkracht Nederlands, hierdoor begrijp ik heel vaak de
standpunten van onze leerkracht Nederlands.
- Vaak onbewust over invloed van referentiekader
- Confrontaties tussen referentiekaders is niet altijd even gemakkelijk
- Respect tonen voor elkaars referentiekader!
- Referentiekader = deel van iemands persoonlijkheid
Waarden = iets wat groep/individu belangrijk vindt en probeert na te streven. Geven richting aan
ons denken en handelen in de maatschappij.
- Bijvoorbeeld: liefde, veiligheid, respect, vriendschap, eerlijkheid, trouw
Normen = concrete regels om waarden te kunnen realiseren. Afspraken die zeggen hoe mensen
zich wel of niet moeten gedragen.
- Bijvoorbeeld: Bij waarde ‘eerlijkheid’ heb je de norm om niet te liegen tegen anderen.
Referentiekader opbouwen: deels bewust en deels onbewust
- Bewust: via socialisatieproces zoals opvoedingsregels/waarden
- Onbewust: interne logica sluit sterk aan bij onze omgeving, lijkt alsof je handelt volgens
universele waarden/normen.
Referentiekader afhankelijk van:
- Religieuze achtergrond: katholiek, vrijzinnig
- Maatschappelijk en culturele achtergrond: Belgisch, Turks, Marokkaans, Italiaans…
- Sociale achtergrond: hoge opleiding, armoede, veel of weinig vrienden…
- Morele achtergrond: wat je goed/fout vindt, waarden/normen…
- Mens- en wereldbeeld: visie op mens en wereld – doorgegeven van generatie op generatie
- Tijd: vroeger minder open tegenover LGBT.
- Plaats: anders op het werk dan thuis of crisissituatie
2) Een gemene deler
Verschillen en gelijkenissen in samenleving: groepen
- Gedeelde referentiekaders en mens- en wereldbeeld
- Via interactie opzoek naar verschillen en gelijkenissen
- Minder meningsverschillen of meer conflicten vermijden
Gedeelde referentiekaders leiden tot sociale cohesie
- = gehechtheid tussen leden in de groep
- Banden gebaseerd op gemeenschappelijke belangen, taal, levensbeschouwingen
- Emile Durkheim (1858 – 1917): sociale cohesie enkel mogelijk o.b.v. gedeelde cultuur en
identiteit.
1) Ons persoonlijk referentiekader
Referentiekader = alle normen en waarden die bepalen hoe je je gedraagt of hoe je iets
beoordeelt
- Wie je bent, je verleden, je opleiding, de ‘bril’ waardoor jij naar de wereld kijkt…
- Bijvoorbeeld: Mijn beide ouders zijn leerkracht Nederlands, hierdoor begrijp ik heel vaak de
standpunten van onze leerkracht Nederlands.
- Vaak onbewust over invloed van referentiekader
- Confrontaties tussen referentiekaders is niet altijd even gemakkelijk
- Respect tonen voor elkaars referentiekader!
- Referentiekader = deel van iemands persoonlijkheid
Waarden = iets wat groep/individu belangrijk vindt en probeert na te streven. Geven richting aan
ons denken en handelen in de maatschappij.
- Bijvoorbeeld: liefde, veiligheid, respect, vriendschap, eerlijkheid, trouw
Normen = concrete regels om waarden te kunnen realiseren. Afspraken die zeggen hoe mensen
zich wel of niet moeten gedragen.
- Bijvoorbeeld: Bij waarde ‘eerlijkheid’ heb je de norm om niet te liegen tegen anderen.
Referentiekader opbouwen: deels bewust en deels onbewust
- Bewust: via socialisatieproces zoals opvoedingsregels/waarden
- Onbewust: interne logica sluit sterk aan bij onze omgeving, lijkt alsof je handelt volgens
universele waarden/normen.
Referentiekader afhankelijk van:
- Religieuze achtergrond: katholiek, vrijzinnig
- Maatschappelijk en culturele achtergrond: Belgisch, Turks, Marokkaans, Italiaans…
- Sociale achtergrond: hoge opleiding, armoede, veel of weinig vrienden…
- Morele achtergrond: wat je goed/fout vindt, waarden/normen…
- Mens- en wereldbeeld: visie op mens en wereld – doorgegeven van generatie op generatie
- Tijd: vroeger minder open tegenover LGBT.
- Plaats: anders op het werk dan thuis of crisissituatie
2) Een gemene deler
Verschillen en gelijkenissen in samenleving: groepen
- Gedeelde referentiekaders en mens- en wereldbeeld
- Via interactie opzoek naar verschillen en gelijkenissen
- Minder meningsverschillen of meer conflicten vermijden
Gedeelde referentiekaders leiden tot sociale cohesie
- = gehechtheid tussen leden in de groep
- Banden gebaseerd op gemeenschappelijke belangen, taal, levensbeschouwingen
- Emile Durkheim (1858 – 1917): sociale cohesie enkel mogelijk o.b.v. gedeelde cultuur en
identiteit.