Pathologie les 1 – inleiding
Rudolf Virchow
- Ontdekker leukemie
- Mechanisme trombose
- Grondlegger van de cellulaire pathologie
- Ontwikkelen van huidige autopsie procedure
Weefselonderzoek (histologie)
- Biopt
- Histologie
Celonderzoek (cytologie)
- Vocht
- Uitstrijk preparaten
4 typen weefsels
- Epitheel
- Bind- en steunweefsel
- Spierweefsel
- Zenuwweefsel
Epitheelweefsel (1e type weefsel)
- Aaneengesloten cellen die in- of uitwendige lichaamsoppervlaktes bedekken
- Tussen epitheel en holtes/ organen ligt altijd een basaal membraan → opgebouwd
uit basaal lamina en reticulair lamina
- Functies: bescherming/ regulatie/ excretie/ absorptie
Epitheel bevat: microvilli, klieren, cillia, hoorn
Soorten:
- Plaveiselepitheel (squamous)
- Kubisch epitheel (cuboidal)
- Cylindrisch epitheel
Eenlagig en meerlagig
Eenlagig plaveiselepitheel
- Endotheel (bloedvaten)
- Mesotheel (borst/buikholte)
- Pericard (hartzakje)
- Bekleding long alveoli (longblaasjes)
Eenlagig kubisch eptiheel
- Niertubuli
- Klieren
Eenlagig cylindrisch epitheel
- Langwerpige cellen met langwerpige kernen
Bijzondere vorm van eenlagig epitheel → Pseudostratified (= meerrijig)
- 1 laag (kernen)
, - Cillia/trilharen
- Trilhaarepitheel
- Luchtweg
Meerlagig plaveiselepitheel
- Verhoornend en niet-verhoornend
- De diepste, basale cellaag is kubisch/cilindrisch, de bovenste in plaveisel
- De huid is meerlagig verhoornend plaveiselepitheel
- Oesophagus is niet verhoonend meerlagig plaveiselepitheel
Bijzondere vorm van meerlagig epitheel → transitional (= overgangsepitheel)
- Urinewegen en blaas
- Overgangsepitheelcellen zijn vervormbaar en onderling verschuifbaar
- Paraplucellen
Klierepitheel
- Endocriene klier → hormonen/ afgifte aan het bloed en lymfe
- Exocriene klier → maakt o.a. enzymen, zweet, speeksel, gal en melk/ eencellig
(Goblet cel), multicellulair
Samenvatting epitheel
Bindweefsel (2e type weefsel)
- Functies: verbinding/ bescherming/ transport/ opslag
Typen:
- Losmazig bindweefsel
- Dicht (straf) bindweefsel
- Kraakbeen
- Bot
- Reticulair bindweefsel
- Vet
, - Bloed
Eigenschappen:
- Soms goed doorbloed/ soms slecht doorbloed
- Bindweefselcellen
- Extracellulaire matrix
Extracellulaire matrix
- Grondsubstantie → ondersteuning/verbinding
- Vezels → geproduceerd door bindweefselcellen/ 3 typen
Typen vezels:
- Collageen → pezen, banden, kraakbeen
- Elastine → o.a. bloedvaten
- Reticulair → o.a. lymfatisch weefsel
Kraakbeen
- Slecht doorbloed
- Bevat collageenvezels, veel water
3 typen:
- Hyalien → gewrichtsuiteinden/ versteviging van luchtpijp/ voeding via diffusie
- Elastisch → oorschelp/ neus
- Vezelig → meniscus/ tussenwervelschijven
Bot
- Osteoblasten/osteoclasten
- Matrix bevat veel collageen
- Afzetting van calciumzouten
- Goed doorbloed (Haverse kanalen)
Reticulair bindweefsel
- Beenmerg, lever, milt en lymfeklieren
- Vormt een netwerk
- Lymfatisch weefsel
Vet
- Vetcellen = adipocyten
- Losmazig bindweefsel
Bloed
- Vloeibare matrix
- Vezels zijn alleen zichtbaar bij stolling
Spierweefsel (3e type weefsel)
- Dwarsgestreept spierweefsel (= skeletspierweefsel)
- Glad spierweefsel
- Hartspierweefsel
Dwarsgestreept spierweefsel (=skeletspierweefsel)
, - Skeletspieren (dus willekeurig)
- Goed doorbloed
- Dwarsstreping
- Meerkernige cellen
- Kern wandstandig
Hartspierweefsel
- Onwillekeurig
- Goed doorbloed
- Dwarsgestreept
- Eenkernig
- Centrale kern
- Intercallaire lijnen of schijven
Glad spierweefsel
- Rondom holle organen
- Matig doorbloed
- Eenkernig
- Centrale kern
Zenuwweefsel (4e type weefsel)
- Ontvangen, verwerken en doorgeven van informatie
- Bevat: zenuwcellen (neuronen) en hulpcellen (gliacellen)
Neuronen Gliacellen
Prikkelbaar Hulpcellen
Geen celdeling Celdeling
Zelden/nooit tumor ontwikkeling Hersentumor vaak glioma (uit gliacellen)
Neuronen
- Cellichaam
- Ontvangend deel → dendrieten
- Afvoerend deel → axon
Myeline is lichter van tint: celgedeelte noemt men de grijze stof, de axonen met myeline de
witte stof
Zenuwstelsel
- Centraal: hersenen en ruggenmerg
- Perifeer: zenuwen daarbuiten
Zenuwweefsels
- Gemyeliniseerd (motorische zenuwstelsel)
- Ongemyeliniseerd (autonome zenuwstelsel)
Rudolf Virchow
- Ontdekker leukemie
- Mechanisme trombose
- Grondlegger van de cellulaire pathologie
- Ontwikkelen van huidige autopsie procedure
Weefselonderzoek (histologie)
- Biopt
- Histologie
Celonderzoek (cytologie)
- Vocht
- Uitstrijk preparaten
4 typen weefsels
- Epitheel
- Bind- en steunweefsel
- Spierweefsel
- Zenuwweefsel
Epitheelweefsel (1e type weefsel)
- Aaneengesloten cellen die in- of uitwendige lichaamsoppervlaktes bedekken
- Tussen epitheel en holtes/ organen ligt altijd een basaal membraan → opgebouwd
uit basaal lamina en reticulair lamina
- Functies: bescherming/ regulatie/ excretie/ absorptie
Epitheel bevat: microvilli, klieren, cillia, hoorn
Soorten:
- Plaveiselepitheel (squamous)
- Kubisch epitheel (cuboidal)
- Cylindrisch epitheel
Eenlagig en meerlagig
Eenlagig plaveiselepitheel
- Endotheel (bloedvaten)
- Mesotheel (borst/buikholte)
- Pericard (hartzakje)
- Bekleding long alveoli (longblaasjes)
Eenlagig kubisch eptiheel
- Niertubuli
- Klieren
Eenlagig cylindrisch epitheel
- Langwerpige cellen met langwerpige kernen
Bijzondere vorm van eenlagig epitheel → Pseudostratified (= meerrijig)
- 1 laag (kernen)
, - Cillia/trilharen
- Trilhaarepitheel
- Luchtweg
Meerlagig plaveiselepitheel
- Verhoornend en niet-verhoornend
- De diepste, basale cellaag is kubisch/cilindrisch, de bovenste in plaveisel
- De huid is meerlagig verhoornend plaveiselepitheel
- Oesophagus is niet verhoonend meerlagig plaveiselepitheel
Bijzondere vorm van meerlagig epitheel → transitional (= overgangsepitheel)
- Urinewegen en blaas
- Overgangsepitheelcellen zijn vervormbaar en onderling verschuifbaar
- Paraplucellen
Klierepitheel
- Endocriene klier → hormonen/ afgifte aan het bloed en lymfe
- Exocriene klier → maakt o.a. enzymen, zweet, speeksel, gal en melk/ eencellig
(Goblet cel), multicellulair
Samenvatting epitheel
Bindweefsel (2e type weefsel)
- Functies: verbinding/ bescherming/ transport/ opslag
Typen:
- Losmazig bindweefsel
- Dicht (straf) bindweefsel
- Kraakbeen
- Bot
- Reticulair bindweefsel
- Vet
, - Bloed
Eigenschappen:
- Soms goed doorbloed/ soms slecht doorbloed
- Bindweefselcellen
- Extracellulaire matrix
Extracellulaire matrix
- Grondsubstantie → ondersteuning/verbinding
- Vezels → geproduceerd door bindweefselcellen/ 3 typen
Typen vezels:
- Collageen → pezen, banden, kraakbeen
- Elastine → o.a. bloedvaten
- Reticulair → o.a. lymfatisch weefsel
Kraakbeen
- Slecht doorbloed
- Bevat collageenvezels, veel water
3 typen:
- Hyalien → gewrichtsuiteinden/ versteviging van luchtpijp/ voeding via diffusie
- Elastisch → oorschelp/ neus
- Vezelig → meniscus/ tussenwervelschijven
Bot
- Osteoblasten/osteoclasten
- Matrix bevat veel collageen
- Afzetting van calciumzouten
- Goed doorbloed (Haverse kanalen)
Reticulair bindweefsel
- Beenmerg, lever, milt en lymfeklieren
- Vormt een netwerk
- Lymfatisch weefsel
Vet
- Vetcellen = adipocyten
- Losmazig bindweefsel
Bloed
- Vloeibare matrix
- Vezels zijn alleen zichtbaar bij stolling
Spierweefsel (3e type weefsel)
- Dwarsgestreept spierweefsel (= skeletspierweefsel)
- Glad spierweefsel
- Hartspierweefsel
Dwarsgestreept spierweefsel (=skeletspierweefsel)
, - Skeletspieren (dus willekeurig)
- Goed doorbloed
- Dwarsstreping
- Meerkernige cellen
- Kern wandstandig
Hartspierweefsel
- Onwillekeurig
- Goed doorbloed
- Dwarsgestreept
- Eenkernig
- Centrale kern
- Intercallaire lijnen of schijven
Glad spierweefsel
- Rondom holle organen
- Matig doorbloed
- Eenkernig
- Centrale kern
Zenuwweefsel (4e type weefsel)
- Ontvangen, verwerken en doorgeven van informatie
- Bevat: zenuwcellen (neuronen) en hulpcellen (gliacellen)
Neuronen Gliacellen
Prikkelbaar Hulpcellen
Geen celdeling Celdeling
Zelden/nooit tumor ontwikkeling Hersentumor vaak glioma (uit gliacellen)
Neuronen
- Cellichaam
- Ontvangend deel → dendrieten
- Afvoerend deel → axon
Myeline is lichter van tint: celgedeelte noemt men de grijze stof, de axonen met myeline de
witte stof
Zenuwstelsel
- Centraal: hersenen en ruggenmerg
- Perifeer: zenuwen daarbuiten
Zenuwweefsels
- Gemyeliniseerd (motorische zenuwstelsel)
- Ongemyeliniseerd (autonome zenuwstelsel)