NKO: LARYNGOLOGIE
OSAS: OBSTRUCTIEF SLAAP APNEU SYNDROOM
INLEIDING
WAAROM SLAPEN WIJ
• ‘to keep us out of trouble’
• Herstel van integriteit van fysieke en psychische functies
• Energie opstapelen, temperatuurregulatie, recuperatie van immunologische functies
• Volledige slaapdeprivatie leidt tot de dood → slaap = vitale functie
FYSIOLOGIE VAN SLAAP
KENMERKEN SLAAP
Geen passief gebeuren!
Goed gestructureerd en georganiseerd patroon van meerdere cycli van verschillende slaapstadia
• 4-5 cycli van ± 1,5 uur
• in elke cyclus: een aantal slaapstadia
ELEKTRO-ENCEFALOGRAFISCH ONDERZOEK (EEG)
→ indeling slaap in verschillende stadia:
• non-REM-slaap, stadia 1-4
• REM-slaap: rapid-eye-movement (“droomslaap”)
DE VERSCHILLENDE SLAAPCYCLI
,INDELING SLAAPSTOORNISSEN
COGNITIEVE SLAAPSTOORNISSEN
• Insomnia
• Vermeende insomnia
SPECIFIEKE SLAAPSTOORNISSEN
• Restless legs syndroom
• Parasomnia
• Narcolepsie
• Vertraagd slaapfasesyndroom
• Sleep Disordered Breathing Disorders (SDBD) → enkel deze bespreken wij
SLEEP DISORDERED BREATHING (SDB)
INDELING SDB: 2 SOORTEN
Met obstructie bovenste luchtwegen:
• Primair snurken (eerder esthetisch probleem, eerderen anderen hebben er last van)
• Upper Airway Resistance
• Obstructief slaapapneu
Zonder obstructie bovenste luchtwegen
PRIMAIR SNURKEN
DEFINITIE
= ronkend geluid tgv luchttrillingen (palatum en uvula) thv nauwere zones
= tijdens slaap door verslapping van spieren
KENMERKEN
• Geen ademhalingsproblemen (apnoe, hypoventillatie, hypoxemie)
• Geen slaaponderbreking
• Geen dagsymptomen
• Sociaal probleem, geen gezondheidsprobleem (andere vinden het irritant om met je te slapen)
• 30-50 dB (soms tot 110 dB)
UPPER AIRWAY RESISTANCE
DEFINITIE
= snurken en partiële bovenste luchtwegobstructies tijdens de slaap
spiertonus nog voldoende om lumen partieel open te houden
↑ respiratoire weerstand met ↑ respiratoire inspanningen
KENMERKEN
• Mogelijks slaapstoornis
• Mogelijks dagsymptomen
,OBSTRUCTIEF SLAAPAPNEU
KENMERKEN
• Slaap-gerelateerde bovenste luchtweg obstructie door onevenwicht tussen dillaterende en occluderende
krachten in de farynx
• Volledige ademhalingstilstand (apneu) of verminderde ademhaling (hypopneu) PO2 , PCO2
• Significante fysiologische afwijkingen
• geassocieerde dagsymptomen
• meer mannen dan vrouwen (2-3:1)
• Risico op hart en vaatziekten
3 MOGELIJKHEDEN
• obstructieve vorm
• centrale vorm
• gemengde vorm
obstructief: probleem thv luchtwegen
collaps bovenste luchtwegen = tijdens expiratoire fase
dus ONafhankelijk van de inspiratoire fase (negtieve intraluminale druk)
Centraal: probleem thv hersenen
Gemengd: thv luchtwegen en hersenen
, DEFINITIES (= EXAMENVRAGEN!)
ADEMHALINGSPAUZES TIJDENS DE SLAAP
• geen airflow tussen neus en mond
• niet altijd met hypoxemie
• hypopneu ( 50 - 90% reductie van de airflow) of apneu
Apneu = ademstilstand > 10 seconden
Slaapapneu = ademstilstand ≥ 5 x per uur
AHI (APNEU/HYPOPNEU-INDEX)
= aantal apneus/hypopneus per uur slaap
• < 5: alleen snurken
• 5-15: lichte OSAS
• 15-30: matige OSAS
• >30 : ernstige OSAS
Arousal (= korte waakepisode): stimuleert faryngeale tonus en normale respiratie hervat
CRITERIA VOOR SLAAPANEU
1. 5 OBSTRUCTIEVE ADEMHALINGSEPISODES PER UUR SLAAP (AHI (=APNEU-HYPOPNEU-INDEX >5)
2. OVERMATIGE SLAPERIGHEID OVERDAG DIE NIET VERKLAARD KAN WORDEN DOOR ANDERE FACTOREN
3. ≥ 2 VAN VOLGENDE SYMPTOMEN
• naar adem happen tijdens slaap
• frequent ontwaken
• niet-verkwikkende slaap
• vermoeidheid overdag
• concentratieproblemen
PATHOFYSIOLOGIE
BIJ IEDEREEN: OVERGANG WAAK-SLAAP GEEFT RISICO OP INSTABIELE ADEMHALING EN AH-STOORNIS
Reden: overgang gaat gepaard met toename weerstand BLW + wijziging ademhalingscontrole vanuit hersenen
COLLAPS BLW = TIJDENS EXPIRATOIRE FASE VOORAFGAAND AAN APNEU/HYPOPNEU
ONafhankelijk van de inspiratoire fase
Of BLW effect afsluit = oiv predisponerende factoren (individueel)
Meestal op meerdere niveaus: naso / oro / hypo faryngeaal
PREDISPONERENDE FACTOREN
• Genetische predipositie
• Vetopstapeling rond BLW
• Veranderingen in doorbloeding en oppervlaktespanning van de mucosa
• Veranderingen in longvolume
VERSCHIL DAG-NACHT
• Dag: actief neuromusculair compensatiemechanisme (obv chemische en mechanische stimuli) → dilatatie
• Nacht: inactief compensatiemechanisme → partiële / volledige collaps BLW
OSAS: OBSTRUCTIEF SLAAP APNEU SYNDROOM
INLEIDING
WAAROM SLAPEN WIJ
• ‘to keep us out of trouble’
• Herstel van integriteit van fysieke en psychische functies
• Energie opstapelen, temperatuurregulatie, recuperatie van immunologische functies
• Volledige slaapdeprivatie leidt tot de dood → slaap = vitale functie
FYSIOLOGIE VAN SLAAP
KENMERKEN SLAAP
Geen passief gebeuren!
Goed gestructureerd en georganiseerd patroon van meerdere cycli van verschillende slaapstadia
• 4-5 cycli van ± 1,5 uur
• in elke cyclus: een aantal slaapstadia
ELEKTRO-ENCEFALOGRAFISCH ONDERZOEK (EEG)
→ indeling slaap in verschillende stadia:
• non-REM-slaap, stadia 1-4
• REM-slaap: rapid-eye-movement (“droomslaap”)
DE VERSCHILLENDE SLAAPCYCLI
,INDELING SLAAPSTOORNISSEN
COGNITIEVE SLAAPSTOORNISSEN
• Insomnia
• Vermeende insomnia
SPECIFIEKE SLAAPSTOORNISSEN
• Restless legs syndroom
• Parasomnia
• Narcolepsie
• Vertraagd slaapfasesyndroom
• Sleep Disordered Breathing Disorders (SDBD) → enkel deze bespreken wij
SLEEP DISORDERED BREATHING (SDB)
INDELING SDB: 2 SOORTEN
Met obstructie bovenste luchtwegen:
• Primair snurken (eerder esthetisch probleem, eerderen anderen hebben er last van)
• Upper Airway Resistance
• Obstructief slaapapneu
Zonder obstructie bovenste luchtwegen
PRIMAIR SNURKEN
DEFINITIE
= ronkend geluid tgv luchttrillingen (palatum en uvula) thv nauwere zones
= tijdens slaap door verslapping van spieren
KENMERKEN
• Geen ademhalingsproblemen (apnoe, hypoventillatie, hypoxemie)
• Geen slaaponderbreking
• Geen dagsymptomen
• Sociaal probleem, geen gezondheidsprobleem (andere vinden het irritant om met je te slapen)
• 30-50 dB (soms tot 110 dB)
UPPER AIRWAY RESISTANCE
DEFINITIE
= snurken en partiële bovenste luchtwegobstructies tijdens de slaap
spiertonus nog voldoende om lumen partieel open te houden
↑ respiratoire weerstand met ↑ respiratoire inspanningen
KENMERKEN
• Mogelijks slaapstoornis
• Mogelijks dagsymptomen
,OBSTRUCTIEF SLAAPAPNEU
KENMERKEN
• Slaap-gerelateerde bovenste luchtweg obstructie door onevenwicht tussen dillaterende en occluderende
krachten in de farynx
• Volledige ademhalingstilstand (apneu) of verminderde ademhaling (hypopneu) PO2 , PCO2
• Significante fysiologische afwijkingen
• geassocieerde dagsymptomen
• meer mannen dan vrouwen (2-3:1)
• Risico op hart en vaatziekten
3 MOGELIJKHEDEN
• obstructieve vorm
• centrale vorm
• gemengde vorm
obstructief: probleem thv luchtwegen
collaps bovenste luchtwegen = tijdens expiratoire fase
dus ONafhankelijk van de inspiratoire fase (negtieve intraluminale druk)
Centraal: probleem thv hersenen
Gemengd: thv luchtwegen en hersenen
, DEFINITIES (= EXAMENVRAGEN!)
ADEMHALINGSPAUZES TIJDENS DE SLAAP
• geen airflow tussen neus en mond
• niet altijd met hypoxemie
• hypopneu ( 50 - 90% reductie van de airflow) of apneu
Apneu = ademstilstand > 10 seconden
Slaapapneu = ademstilstand ≥ 5 x per uur
AHI (APNEU/HYPOPNEU-INDEX)
= aantal apneus/hypopneus per uur slaap
• < 5: alleen snurken
• 5-15: lichte OSAS
• 15-30: matige OSAS
• >30 : ernstige OSAS
Arousal (= korte waakepisode): stimuleert faryngeale tonus en normale respiratie hervat
CRITERIA VOOR SLAAPANEU
1. 5 OBSTRUCTIEVE ADEMHALINGSEPISODES PER UUR SLAAP (AHI (=APNEU-HYPOPNEU-INDEX >5)
2. OVERMATIGE SLAPERIGHEID OVERDAG DIE NIET VERKLAARD KAN WORDEN DOOR ANDERE FACTOREN
3. ≥ 2 VAN VOLGENDE SYMPTOMEN
• naar adem happen tijdens slaap
• frequent ontwaken
• niet-verkwikkende slaap
• vermoeidheid overdag
• concentratieproblemen
PATHOFYSIOLOGIE
BIJ IEDEREEN: OVERGANG WAAK-SLAAP GEEFT RISICO OP INSTABIELE ADEMHALING EN AH-STOORNIS
Reden: overgang gaat gepaard met toename weerstand BLW + wijziging ademhalingscontrole vanuit hersenen
COLLAPS BLW = TIJDENS EXPIRATOIRE FASE VOORAFGAAND AAN APNEU/HYPOPNEU
ONafhankelijk van de inspiratoire fase
Of BLW effect afsluit = oiv predisponerende factoren (individueel)
Meestal op meerdere niveaus: naso / oro / hypo faryngeaal
PREDISPONERENDE FACTOREN
• Genetische predipositie
• Vetopstapeling rond BLW
• Veranderingen in doorbloeding en oppervlaktespanning van de mucosa
• Veranderingen in longvolume
VERSCHIL DAG-NACHT
• Dag: actief neuromusculair compensatiemechanisme (obv chemische en mechanische stimuli) → dilatatie
• Nacht: inactief compensatiemechanisme → partiële / volledige collaps BLW