Voorkennis activeren
Pedagogisch didactisch model De Corte
Motivatiemodel
1
,Motivatie = movere = bewegen
➔ Het psychologisch proces dat ervoor zorgt dat we iets doen.
Soorten motivatie volgens zelfdeterminatietheorie
Wanneer is er sprake van intrinsieke motivatie?
2 ankers - voorwaarden:
● We voelen het niet vast te zetten in een meetbaar resultaat.
● Spel (playful mind): het draait niet rond werk dat je met een doel verricht, het draait
rond plezier.
○ Indien verplicht aanvoelt is het geen spel meer → geen intrinsieke motivatie.
Mag een kind dan enkel doen wat het graag doet?
● Intrinsieke motivatie = niet altijd leerkansen.
● Sturing nodig om maximaal te ontplooien.
○ Wanneer kinderen enkel drijven op wat ze graag doen en niet gestuurd
worden om iets te verwerken, om een instructie te volgen… zullen ze niet
maximaal ontplooien.
2
,Self-fulfilling prophecy
● Een self-fulfilling prophecy is een verwachting of overtuiging die iemands gedrag
beïnvloedt, waardoor die verwachting werkelijkheid wordt, ook als was deze
oorspronkelijk fout of niet waargemaakt.
➔ Overtuiging: Je hebt een bepaalde verwachting, over jezelf of over iemand
anders.
➔ Gedrag: Deze overtuiging beïnvloedt je acties en hoe je je gedraagt, vaak
onbewust.
➔ Versterking: Door je aangepaste gedrag wordt de oorspronkelijke
verwachting waarschijnlijker.
3
, Drie psychologische basisbehoeften
Het kloppend hart van de zelfdeterminatietheorie
● Autonomie:
○ Vrijwillig denken, voelen en handelen, gevoel van keuze en psychologische
vrijheid. Ik kan mezelf zijn.
■ Verwarring met vrijheid, individualistisch en doen waar je zin in hebt.
■ Een bepaalde vorm van vrijheid: een gevoel zelf aan zet te zijn.
■ Leerkrachten verwachten vaak iets → controleren van het leerproces.
● Zorgt niet voor intrinsieke motivatie.
■ Wat wel?
● Autonomie-ondersteunend lesgeven.
● Verbondenheid:
○ Warme, authentieke band ervaren met anderen. Ik + jij = wij.
■ Verbondenheid is een belangrijke voorwaarde voor motivatie.
■ Het gevoel van ‘erbij horen’.
■ Zorgt voor:
● meer respect tov elkaar
● makkelijker hulp geven en aanvaarden
■ Hoe creëer je verbondenheid in jouw klas?
● Inzetten op een positief klasklimaat.
● Aandacht voor groepsdynamica.
● Authentieke stijl.
● Oprechte interesse.
● Luister naar wat kinderen nodig hebben.
4