1. Introductie & religie werkt helend en verdelend
1. Ontleding
Religie= telkens een hoger wezen aan gekoppeld.
Zingeving= wat geeft zin aan je leven? Los van religie en
levensbeschouwing.
Levensbeschouwing= manier waarop iemand kijkt naar het leven.
2. Levensvragen en de beroepspraxis (deel 2. Hoofdstuk 7)
Focus op woorden uit citaten in hoofdstuk 7
Levensvragen Is er een leven na de dood, wat is
geluk?
Levensbeschouwelijke reflectie Als mensen jou iets zeggen, zit
daar iets levensbeschouwelijk
achter? Kom je met iemand in
contact die voedselvoorschriften
volgt is dat gekoppeld aan een
dieet, voorschrift of een
levensbeschouwelijke reflectie. De
reflectie in je dagelijkse leven, als
sociaal werker moet dit
aangescherpt worden.
Kwetsbaar in de omgang ermee Een thema dat nooit neutraal is,
mensen stellen zich kwetsbaar op.
Botsen met persoonlijke invulling In contact komen met mensen die
een compleet andere visie hebben.
Meest ideale is om in gesprek te
gaan vanuit het verschil, ik hoor
wat je zegt, ik denk er anders over,
mag ik mijn gedacht zeggen, dan
ga je voelen ja of nee.
Woestijnvorming in de geest Contrast in maatschappelijk
denken bijzonder utilitaristisch.
Is bijna ethisch concept die op veel
zaken wordt ingezet in de
maatschappij het grootste
voordeel voor zoveel mogelijk
mensen.
Het nut van het nutteloze Geef mij puur het nuttige. Voelen
van de zingevingsvragen is
belangrijk voor de mensen.
Liefde voor kennis
1
,3. Religie is ongemakkelijk thema in sociaal werk (Deel 1. Artikel 1)
Zorg dat je inzicht hebt in volgende begrippen vanuit de bril van een
toekomstig sociaal werker.
o Sociaal schaduwwerk naast de sociale kaart
= verwijst naar de informele vormen van zorg en
ondersteuning die buiten het klassieke, formele
welzijnswerk plaatsvinden. Het gaat om initiatieven en
personen die hulp bieden zonder altijd erkend,
gesubsidieerd of zichtbaar te zijn binnen het officiële
welzijnslandschap.
- Voorbeeld: een sociaal werker merkt dat
nieuwkomers geen toegang krijgen tot formele
hulp. In de wijk helpt een moskee vrijwilligers om
mensen te ondersteunen met voedsel, papieren.
Dit gebeurt buiten het OCMW, maar is wel cruciaal
voor de doelgroep.
o Religieus geïnspireerde initiatieven
= dit zijn organisaties of initiatieven die hun werking
baseren op religieuze waarden zoals solidariteit,
naastenliefde & zorg voor kwetsbaren. Niet alle
activiteiten zijn expliciet religieus, maar de motivatie
komt wel voort uit geloof.
- Voorbeeld: een sociaal werker verwijst een cliënt
zonder papieren door naar een religieuze
organisatie die noodopvang en basiszorg biedt,
zonder voorwaarden te stellen over geloof.
o Diversiteit en onwetendheid
= de samenleving wordt steeds diverser. Die diversiteit
gaat over verschillende religies, levensbeschouwingen
en achtergronden. Tegelijk bestaat er onwetendheid bij
organisaties & hulpverleners over religie en
levensbeschouwing. Dat gebrek aan kennis zorgt voor
ongemak, wantrouwen & misverstanden, vooral binnen
het formele sociale werk.
- Voorbeeld: een sociaal werker voelt zich onzeker
als een cliënt religieuze noden benoemt (bv.
vasten). Door gebrek aan kennis over religieuze
diversiteit gaat de sociaal werkers het onderwerp
uit de weg.
o De maatschappelijke rol van deze initiatieven
= religieus geïnspireerde en informele initiatieven spelen
een belangrijke maatschappelijke rol doordat ze hulp
2
, bieden aan mensen die het formele werk niet of moeilijk
bereikt. Ze vullen leemtes op in het welzijnslandschap en
reageren vaak snel op concrete noden, ook al blijven ze
vaak onder de radar.
- Voorbeeld: een buurtinitiatief vanuit een religieuze
gemeenschap organiseert voedselbedeling voor
mensen zonder papieren. Hoewel het niet erkend
is als welzijnsorganisatie, voorkomt het sociale
uitsluiting en vervult een cruciale
maatschappelijke functie.
o Religieuze motivatie en oproep tot wel of niet bekeren
= verwijst naar het feit dat mensen of organisaties
vanuit hun geloof hulp aanbieden. Waarden zoals
solidariteit, naastenliefde en zorg voor de ander vormen
de drijfveer. Deze motivatie is vaak duurzaam en leidt tot
langdurige inzet.
- Voorbeeld: vrijwilligers engageren zich jarenlang in
een religieus initiatief om kwetsbare gezinnen te
ondersteunen, niet om de erkenning te krijgen,
maar omdat hun geloof hen daartoe motiveert.
o Doorverwijzing door professionals
= doorverwijzing door professionals naar informele of
religieuze initiatieven gebeurt vaak met
terughoudendheid. Hulpverleners twijfelen omdat ze niet
altijd zicht hebben op de werking, voorwaarden of de
kwaliteit van deze initiatieven.
- Voorbeeld: een sociaal werker wet dat een
religieuze organisatie noodopvang biedt, maar
durft cliënten niet door te verwijzen omdat hij niet
zeker is hoe de begeleiding daar verloopt.
o Handelingsverlegenheid
= betekent dat hulpverleners niet goed weten hoe ze
moeten handelen bij thema’s zoals religie. Door
ongemak, gebrek aan kennis of angst om fouten te
maken, wordt het onderwerp vaak vermeden, ondanks
het belang ervan voor cliënten.
- Voorbeeld: Tijdens een gesprek geeft een cliënt
aan dat zijn geloof hem kracht geeft. De sociaal
werker voelt zich onzeker & gaat er niet op in,
terwijl dit een aanknopingspunt had kunnen zijn
voor verdere ondersteuning.
Hoofdstuk 8: Religie werkt helend en verdelend
3
, Verschillende invalshoeken met focus op kennis van de begrippen en
inzichten (Deel 2 Hoofdstuk 8).
8.1 Uitgangspunt
1) Religie is de verbondenheid van de mens met het hogere, het
overstijgende, datgene wat absoluut bovenmenselijk is, welke naam we
het ook geven.
2) Religie werkt helend en verdelend.
8.2 Het religieuze is zichtbaar
Doorheen de geschiedenis tonen mensen hun verbondenheid met
het overstijgende, religieuze wordt gezien in ergoed.
8.2.1 Religieus erfgoed
= zijn plaatsen waar het heilige, het religieuze toonbaar wordt zoals:
gebouwen, plaatsen, beelden kerken, moskeeën, tempels...
8.2.2 Religieuze rituelen
Een ritueel is een serie handelingen die gezien worden als een
gebruik en bepaald zijn door achtergrond en cultuur.
De elementen waaruit rituele kunnen bestaan zijn onder andere:
houding, mimiek, gebaar, zang, woord, klanken, schreeuwen, eten,
vasten, drinken, slachten of zich verwonden.
o Bijvoorbeeld: besnijdenis gebeurt enkel bij mannen,
vrouwelijke besnijdenissen zijn cultureel.
Mannelijke besnijdenis is een ritueel zowel Joods als
Islamitisch.
Mimiek: houding, ogen sluiten bij gebed, een kruisteken
maken.
8.3 Het religieuze krijgt kracht door mondelinge en schriftelijke neerslag
Waarom blijven religies inspiratiebronnen voor films? Waarom
mondelinge overdracht of schriftelijke?
1) Tot op de dag van vandaag zoeken mensen naar woorden voor
wat is dat nu de relatie tussen het heilige (bovennatuurlijke) en de
mens? Wat betekent dat? Verwoordingen van de relaties tussen de
mensen.
2) Als inspiratie voor je nieuwe levenswijze, dit is de religie die ik mij
wil toe eigenen, voedsel voor een nieuwe levenswijze, zingeving
voor jouw leven.
Waar?
o In Heilige geschriften
o Mythologische verhalen
4