Insolventie, zekerheden en executierecht
I. Bronnen en basisbegrippen
Overzicht deelgebieden
Week 1
Onderling verweven, maar niet geïntegreerd: hebben een eigen dynamiek, toepassingsgebied en bronnen -
> worden samengevoegd in 1 vak omdat ze zich in de realiteit bijna altijd samen voordoen (ikv nakoming
van verbintenissen door een schuldenaar)
Raakpunten andere disciplines
1. Zekerheidsrecht
Concept
o = het geheel van regelen die betrekking hebben op wettelijke of contractuele
mechanismen die de nakoming van verbintenissen door een schuldenaar garanderen, of
minstens de kans daartoe verhogen
Juridische mechanismen die de kans op de nakoming van verbintenissen moeten
verhogen = zekerheden
Meest bekende zekerheid: hypotheek = zekerheid gevestigd op zakelijk recht (op
eigendomsrecht, op onroerend goed, …)
o Zekerheidsrecht is van belang (1) bij vestiging van de zekerheid en (2) wanneer men
uiteindelijk insolvabel wordt
o Zekerheden vloeien voort uit wet of overeenkomst
Uit wet
Hier moet men niets voor doen, dit gebeurt automatisch
Bv voorrechten: begunstigde van voorrecht mag bij voorrang (voor alle
andere schuldeisers) uitbetaald worden met de opbrengst van de
verkoop van de goederen waarop het voorrecht slaat
o Bv algemeen voorrecht van de fiscus
o Zekerheden kunnen zakelijk of persoonlijk karakter hebben
Zakelijk karakter: zekerheidsmechanisme vloeit voort uit de bijzondere positie
die de zekerheid de schuldeiser verleent tav bepaalde activa van de schuldenaar
Bv hypotheek op onroerend goed, pand op roerend goed
Persoonlijk: zekerheidsmechanisme vloeit voort uit de mogelijkheid om tot
voldoening van de schuld uit te wijken naar een ander vermogen dan dat van de
schuldenaar
Bv borgtocht
Bronnen: zowel basisbronnen als specifieke wetgeving
o Hypotheekwet (i.p.v. 2092 e.v. oud BW)
o Borgtocht (2011 e.v. oud BW)
o Pand (i.p.v. 2071 e.v. oud BW)
Pandwet 11/07/2013 in werking 01/01/2018
o WFZ (15/12/2004)
= Wet Financiële Zekerheden
, o Specifieke wetgeving (Bijv. Wb. Invordering fiscale schulden, 13/04/2019)
2. Executierecht
Concept
o = het geheel van regelen die betrekking hebben op de gedwongen uitvoering van de
verbintenissen van een schuldenaar wanneer deze in gebreke blijft om dit vrijwillig te
doen
o Recht van de gedwongen tenuitvoerlegging
o Gezien als verlengstuk van procesrecht: procedure eindigt in vonnis/arrest -> dan volgt
de fase van uitvoering van vonnis/arrest
o Uitgangspunt: gedwongen uitvoering vereist tussenkomst van rechtbank om uitvoerbare
titel af te leveren + vereist tussenkomst van gerechtsdeurwaarder om beslissing ten
uitvoer te leggen
Verband met zekerheidsrecht: wanneer begunstigde van een zekerheidsrecht zijn rechten moet
afdwingen wanneer de schuldenaar zijn verbintenissen niet vrijwillig blijkt na te komen ->
schuldeiser zal in principe beroep moeten doen op mechanismen in het executierecht
Bron: Ger. W.
3. Insolventierecht
Concept/doelstelling
o = het geheel van regelen die de situatie viseert waarin een schuldenaar al dan niet
definitief verbintenissen tot betalning van een geldsom niet meer kan nakmoen en aldus
insolvent of insolvabel is geworden
o Doel 1: onderlinge verhoudingen regelen tussen verschillende schuldeisers van eenzelfde
onvermogende schuldenaar -> wanneer debiteur haar schulden niet meer kan betalen,
wordt er gestopt met individuele tenuitvoerlegging door individuele schuldeisers en
wordt dit 1 collectieve procedure waarbij de debiteur onderworpen wordt aan bewind
van curator
o Doel 2: vermijden van economisch besmettingsgevaar
Vermijden van sneeuwbaleffect: als schuldenaar zijn schuldeiser niet betaalt, kan
dit de solvabiliteit van deze schuldeiser ook in het gedrang brengen, enz.
Belangrijk dat insolvente marktdeelnemers op tijd uit het rechtsverkeer worden
weggehaald
o Commercieel vs niet-commercieel
Commercieel: voor ondernemingen
Bankencrisis 2008: klassieke faillissementsrecht bleek niet geschikt
voor banken, verzekeringsondernemingen, vermogensbeheerders, etc. -
> tendens voor specifieke sectoren om specifieke regelen mbt
insolventierecht te ontwikkelen = gemeenrechtelijk vs. sectoraal
Niet-commercieel: voor particulieren
Pas sinds jaren ’90 procedure voorzien voor particulieren: collectieve
schuldenregeling
o Voordien moest elke schuldeiser via een individuele
beslagprocedure voor zijn eigen rechten opkomen
o Doel: humanisering van problematiek inzake overmatige
schuldenlast bij particulieren
o Liquidatie vs. herstel
Liquidatie: insolventierecht was historisch uitsluitend op liquidatie gericht
(onderneming werd gewoon opgedoekt; faillissement)
, Herstel
Idee: onderneming opdoeken is zeer drastisch en er gaat economisch
gezien veel ondernemingswaarde verloren -> ontwikkelen van regels en
procedures die gericht zijn op herstel van ondernemingen of minstens
op het redden van ondernemingswaarde
Doel: liquidatiescenario’s zoveel mogelijk voorkomen door
ondernemingen in moeilijkheden vroegtijdig op te sporen
Voor ondernemingen die in moeilijkheden verkeren maar waar nog
ondernemingswaarde in zit
Belangrijkste voorbeeld voor ondernemingen: gerechtelijke
reorganisatieprocedure -> ondernemingen krijgen mogelijkheid om
tijdelijk bescherming tegen hun schuldeisers aan te vragen om een plan
te kunnen uitwerken gericht op reorganisatie van hun activiteiten
Collectieve schuldenregeling voor particulieren kan ook deels als
herstelgerichte insolventieprocedure worden beschouwd!
Bronnen
o Boek XX WER
o CSR: art. 1675/2 e.v. Ger.W.
Begrippen van belang voor het toepassingsgebied
Begrip ‘handelaar’ -> niet meer van toepassing
Ondernemingsbegrip
Art. I.23, 7°/1 (onderneming = art. I.1, 1° WER)
Art. I.23, 8° (SA = onderneming in de zin van art. I.1, 1º WER, maar met uitzondering van
publiekrechtelijke rechtspersoon)
o Publiekrechtelijke rechtspersoon =
1. Rechtspersoon
2. Opgericht door overheid
3. Belast met taak van algemeen belang
4. Bevoegd om eenzijdig bindende beslissingen te nemen
o Waarom zijn publiekrechtelijke rechtspersonen uitgesloten? Uitwinningsimmuniteit van
de overheid: je kan niet zomaar de goederen van de overheid in beslag nemen
“Formeel” ondernemingsbegrip (art. 1.1, 1° WER): wie is onderneming en wie komt dus in
aanmerking voor oa faillietverklaring?
1. Natuurlijke persoon zelfstandig beroepsactiviteit
Voorwaarde 1: zelfstandig = niet in dienstverband
Werknemers en ambtenaren zijn dus geen onderneming
Inschrijving in KBO kan aanwijziging zijn dat het gaat om een
onderneming, maar dit is geen doorslaggevende factor
Voorwaarde 2: beroepsactiviteit
Betrokken activiteit wordt met zekere regelmaat verricht
o Occasionele activiteit vormt dus geen beroepsactiviteit!
Aard van de activiteit is irrelevant (verruiming handelaarsbegrip)
Maakt niet uit of beroepsactiviteit in hoofd- of bijberoep verricht wordt
Mag niet gaan om normaal beheer van persoonlijk vermogen
, o Bv loutere inschrijving op, verwerving van of aanhouden van
aandelen, effecten of deelbewijzen in een vennootschap met
rechtspersoonlijkheid
Geen winstoogmerk vereist (verruiming handelaarsbegrip)
Niet noodzakelijk voor eigen rekening
Gericht op het behalen van een inkomen (om in levensonderhoud te
voorzien)
Voert een bestuurder van een rechtspersoon een zelfstandige activiteit uit en
kwalificeert deze met andere woorden als een onderneming?
Relevantie: kunnen bestuurders/zaakvoerders van rechtspersonen
gerechtelijke reorganisatie aanvragen en failliet verklaard worden?
o Fresh start als voordeel voor de bestuurder
Pro-argumenten
o Economische activiteit wordt niet meer vereist om te spreken
van onderneming, een zelfstandige beroepsactiviteit volstaat
Contra-argumenten
o Bestuurder verricht geen eigen economische activiteit, te
onderscheiden van deze van de rechtspersoon waarvoor hij
optreedt
MAAR eigen economische activiteit is nergens wettelijk
vereist
o Bestuurder kan niet worden aangemerkt als afzonderlijke
organisatie, los van vennootschap waarbinen hij zijn mandaat
uitoefent
o Bestuurders zijn vrijgesteld van verplichting om zich in te
schrijven in KBO en van verplichting om boekhouding te voeren
MAAR dit is nergens wettelijk vereist
Voorwaarde 1: zelfstandig
o Ja, zie zelfs uitdrukkelijk art. 5:70, §1, lid 2 en 7:85, §1, lid 3
WVV: “Bestuurders kunnen in deze hoedanigheid niet door een
arbeidsovereenkomst met de vennootschap zijn verbonden”
Voorwaarde 2: beroepsactiviteit
o Regelmaat
Besturen impliceert naast deelname aan formele
bijeenkomsten van het bestuursorgaan ook
doorlopende verplichtingen (o.m. art. 2:52 WVV)
Gevolg: ook als bestuurder de facto slechts
sporadisch bij het bestuur betrokken is, wordt
hij toch geacht het mandaat met regelmaat te
verrichten, gelet op het bestaan van wettelijke
doorlopende verplichtingen
o Gericht op behalen inkomen; met bedoeling om in zijn
levensonderhoud te voorzien
In principe wel, zie ook art. 5:72 en 7:89 WVV:
“Tenzij…, worden de bestuurders bezoldigd voor de
uitoefening van hun mandaat”
Gaat om de intentie! Niet perse om de realiteit
Ruim te interpreteren (cf. dividenden in eenpersoons-
BV)
I. Bronnen en basisbegrippen
Overzicht deelgebieden
Week 1
Onderling verweven, maar niet geïntegreerd: hebben een eigen dynamiek, toepassingsgebied en bronnen -
> worden samengevoegd in 1 vak omdat ze zich in de realiteit bijna altijd samen voordoen (ikv nakoming
van verbintenissen door een schuldenaar)
Raakpunten andere disciplines
1. Zekerheidsrecht
Concept
o = het geheel van regelen die betrekking hebben op wettelijke of contractuele
mechanismen die de nakoming van verbintenissen door een schuldenaar garanderen, of
minstens de kans daartoe verhogen
Juridische mechanismen die de kans op de nakoming van verbintenissen moeten
verhogen = zekerheden
Meest bekende zekerheid: hypotheek = zekerheid gevestigd op zakelijk recht (op
eigendomsrecht, op onroerend goed, …)
o Zekerheidsrecht is van belang (1) bij vestiging van de zekerheid en (2) wanneer men
uiteindelijk insolvabel wordt
o Zekerheden vloeien voort uit wet of overeenkomst
Uit wet
Hier moet men niets voor doen, dit gebeurt automatisch
Bv voorrechten: begunstigde van voorrecht mag bij voorrang (voor alle
andere schuldeisers) uitbetaald worden met de opbrengst van de
verkoop van de goederen waarop het voorrecht slaat
o Bv algemeen voorrecht van de fiscus
o Zekerheden kunnen zakelijk of persoonlijk karakter hebben
Zakelijk karakter: zekerheidsmechanisme vloeit voort uit de bijzondere positie
die de zekerheid de schuldeiser verleent tav bepaalde activa van de schuldenaar
Bv hypotheek op onroerend goed, pand op roerend goed
Persoonlijk: zekerheidsmechanisme vloeit voort uit de mogelijkheid om tot
voldoening van de schuld uit te wijken naar een ander vermogen dan dat van de
schuldenaar
Bv borgtocht
Bronnen: zowel basisbronnen als specifieke wetgeving
o Hypotheekwet (i.p.v. 2092 e.v. oud BW)
o Borgtocht (2011 e.v. oud BW)
o Pand (i.p.v. 2071 e.v. oud BW)
Pandwet 11/07/2013 in werking 01/01/2018
o WFZ (15/12/2004)
= Wet Financiële Zekerheden
, o Specifieke wetgeving (Bijv. Wb. Invordering fiscale schulden, 13/04/2019)
2. Executierecht
Concept
o = het geheel van regelen die betrekking hebben op de gedwongen uitvoering van de
verbintenissen van een schuldenaar wanneer deze in gebreke blijft om dit vrijwillig te
doen
o Recht van de gedwongen tenuitvoerlegging
o Gezien als verlengstuk van procesrecht: procedure eindigt in vonnis/arrest -> dan volgt
de fase van uitvoering van vonnis/arrest
o Uitgangspunt: gedwongen uitvoering vereist tussenkomst van rechtbank om uitvoerbare
titel af te leveren + vereist tussenkomst van gerechtsdeurwaarder om beslissing ten
uitvoer te leggen
Verband met zekerheidsrecht: wanneer begunstigde van een zekerheidsrecht zijn rechten moet
afdwingen wanneer de schuldenaar zijn verbintenissen niet vrijwillig blijkt na te komen ->
schuldeiser zal in principe beroep moeten doen op mechanismen in het executierecht
Bron: Ger. W.
3. Insolventierecht
Concept/doelstelling
o = het geheel van regelen die de situatie viseert waarin een schuldenaar al dan niet
definitief verbintenissen tot betalning van een geldsom niet meer kan nakmoen en aldus
insolvent of insolvabel is geworden
o Doel 1: onderlinge verhoudingen regelen tussen verschillende schuldeisers van eenzelfde
onvermogende schuldenaar -> wanneer debiteur haar schulden niet meer kan betalen,
wordt er gestopt met individuele tenuitvoerlegging door individuele schuldeisers en
wordt dit 1 collectieve procedure waarbij de debiteur onderworpen wordt aan bewind
van curator
o Doel 2: vermijden van economisch besmettingsgevaar
Vermijden van sneeuwbaleffect: als schuldenaar zijn schuldeiser niet betaalt, kan
dit de solvabiliteit van deze schuldeiser ook in het gedrang brengen, enz.
Belangrijk dat insolvente marktdeelnemers op tijd uit het rechtsverkeer worden
weggehaald
o Commercieel vs niet-commercieel
Commercieel: voor ondernemingen
Bankencrisis 2008: klassieke faillissementsrecht bleek niet geschikt
voor banken, verzekeringsondernemingen, vermogensbeheerders, etc. -
> tendens voor specifieke sectoren om specifieke regelen mbt
insolventierecht te ontwikkelen = gemeenrechtelijk vs. sectoraal
Niet-commercieel: voor particulieren
Pas sinds jaren ’90 procedure voorzien voor particulieren: collectieve
schuldenregeling
o Voordien moest elke schuldeiser via een individuele
beslagprocedure voor zijn eigen rechten opkomen
o Doel: humanisering van problematiek inzake overmatige
schuldenlast bij particulieren
o Liquidatie vs. herstel
Liquidatie: insolventierecht was historisch uitsluitend op liquidatie gericht
(onderneming werd gewoon opgedoekt; faillissement)
, Herstel
Idee: onderneming opdoeken is zeer drastisch en er gaat economisch
gezien veel ondernemingswaarde verloren -> ontwikkelen van regels en
procedures die gericht zijn op herstel van ondernemingen of minstens
op het redden van ondernemingswaarde
Doel: liquidatiescenario’s zoveel mogelijk voorkomen door
ondernemingen in moeilijkheden vroegtijdig op te sporen
Voor ondernemingen die in moeilijkheden verkeren maar waar nog
ondernemingswaarde in zit
Belangrijkste voorbeeld voor ondernemingen: gerechtelijke
reorganisatieprocedure -> ondernemingen krijgen mogelijkheid om
tijdelijk bescherming tegen hun schuldeisers aan te vragen om een plan
te kunnen uitwerken gericht op reorganisatie van hun activiteiten
Collectieve schuldenregeling voor particulieren kan ook deels als
herstelgerichte insolventieprocedure worden beschouwd!
Bronnen
o Boek XX WER
o CSR: art. 1675/2 e.v. Ger.W.
Begrippen van belang voor het toepassingsgebied
Begrip ‘handelaar’ -> niet meer van toepassing
Ondernemingsbegrip
Art. I.23, 7°/1 (onderneming = art. I.1, 1° WER)
Art. I.23, 8° (SA = onderneming in de zin van art. I.1, 1º WER, maar met uitzondering van
publiekrechtelijke rechtspersoon)
o Publiekrechtelijke rechtspersoon =
1. Rechtspersoon
2. Opgericht door overheid
3. Belast met taak van algemeen belang
4. Bevoegd om eenzijdig bindende beslissingen te nemen
o Waarom zijn publiekrechtelijke rechtspersonen uitgesloten? Uitwinningsimmuniteit van
de overheid: je kan niet zomaar de goederen van de overheid in beslag nemen
“Formeel” ondernemingsbegrip (art. 1.1, 1° WER): wie is onderneming en wie komt dus in
aanmerking voor oa faillietverklaring?
1. Natuurlijke persoon zelfstandig beroepsactiviteit
Voorwaarde 1: zelfstandig = niet in dienstverband
Werknemers en ambtenaren zijn dus geen onderneming
Inschrijving in KBO kan aanwijziging zijn dat het gaat om een
onderneming, maar dit is geen doorslaggevende factor
Voorwaarde 2: beroepsactiviteit
Betrokken activiteit wordt met zekere regelmaat verricht
o Occasionele activiteit vormt dus geen beroepsactiviteit!
Aard van de activiteit is irrelevant (verruiming handelaarsbegrip)
Maakt niet uit of beroepsactiviteit in hoofd- of bijberoep verricht wordt
Mag niet gaan om normaal beheer van persoonlijk vermogen
, o Bv loutere inschrijving op, verwerving van of aanhouden van
aandelen, effecten of deelbewijzen in een vennootschap met
rechtspersoonlijkheid
Geen winstoogmerk vereist (verruiming handelaarsbegrip)
Niet noodzakelijk voor eigen rekening
Gericht op het behalen van een inkomen (om in levensonderhoud te
voorzien)
Voert een bestuurder van een rechtspersoon een zelfstandige activiteit uit en
kwalificeert deze met andere woorden als een onderneming?
Relevantie: kunnen bestuurders/zaakvoerders van rechtspersonen
gerechtelijke reorganisatie aanvragen en failliet verklaard worden?
o Fresh start als voordeel voor de bestuurder
Pro-argumenten
o Economische activiteit wordt niet meer vereist om te spreken
van onderneming, een zelfstandige beroepsactiviteit volstaat
Contra-argumenten
o Bestuurder verricht geen eigen economische activiteit, te
onderscheiden van deze van de rechtspersoon waarvoor hij
optreedt
MAAR eigen economische activiteit is nergens wettelijk
vereist
o Bestuurder kan niet worden aangemerkt als afzonderlijke
organisatie, los van vennootschap waarbinen hij zijn mandaat
uitoefent
o Bestuurders zijn vrijgesteld van verplichting om zich in te
schrijven in KBO en van verplichting om boekhouding te voeren
MAAR dit is nergens wettelijk vereist
Voorwaarde 1: zelfstandig
o Ja, zie zelfs uitdrukkelijk art. 5:70, §1, lid 2 en 7:85, §1, lid 3
WVV: “Bestuurders kunnen in deze hoedanigheid niet door een
arbeidsovereenkomst met de vennootschap zijn verbonden”
Voorwaarde 2: beroepsactiviteit
o Regelmaat
Besturen impliceert naast deelname aan formele
bijeenkomsten van het bestuursorgaan ook
doorlopende verplichtingen (o.m. art. 2:52 WVV)
Gevolg: ook als bestuurder de facto slechts
sporadisch bij het bestuur betrokken is, wordt
hij toch geacht het mandaat met regelmaat te
verrichten, gelet op het bestaan van wettelijke
doorlopende verplichtingen
o Gericht op behalen inkomen; met bedoeling om in zijn
levensonderhoud te voorzien
In principe wel, zie ook art. 5:72 en 7:89 WVV:
“Tenzij…, worden de bestuurders bezoldigd voor de
uitoefening van hun mandaat”
Gaat om de intentie! Niet perse om de realiteit
Ruim te interpreteren (cf. dividenden in eenpersoons-
BV)