1 Inleiding
1.1 Europa in het continentale schema
Grenzen van Europa:
Groen: Oeral gebergte, niet heel
hoog
Rood: rivier dus deel van
Kazachstan is Europa
Zwart: Kaspische zee
Blauw: gebergte maar niet duidelijk
gedefinieerd
Donker blauw: de Zwarte zee
Geel: zeestraat
Oranje: grens Turkije
Fysisch-geografische benadering
Continent: ~ terra (=land) en continenes (continere = vasthouden,
omvatten)
Continent = land dat bijeengehouden wordt, aaneengesloten land
Euraziatische plaat? Wanneer is bergketen hoog genoeg? Wanneer is
watermassa uitgerekt genoeg?
Sociaal-culturele benadering
Veel verschillende religies en culturen binnen de grenzen dus ook
geen reden waarom de grenzen zo zijn getrokken
Martin Lewis s Kären Wigen (1997): The Myth of the European Continent
Europa is nooit een continent
Het continentaal schema werd in de 19de eeuw ontwikkeld omdat
Europa vond dat grondgebied te verdienen door de rol in de wereld
op dit moment (agressief kolonialisme)
Fysisch determinisme: sociale, economische en culturele geografieën
worden verklaard aan de hand van het fysisch milieu
Metageografie: een vooraf gedefinieerde, maar niet noodzakelijke
ter zake doende ‘ruimtelijke bril’
o Het zeven continenten-model
o “When it comes to mapping global patterns, whether of
physical or human phenomena, continents are most often
simply irrelevant”
1.2 Barsten in België
Centrale vraag: hoe kunnen de vermeende tweedeling Vlaanderen-
Wallonië in België begrijpen
Taalgrens: ongeveer de grens van werkloosheid
Vlaanderen: hoogst in grote steden
, Wallonië: vooral in Henegouwen
Samengestelde armoede-index: deze index gaat voorbij de klassieke
armoede-indicatoren
Woonsituatie
Mogelijkheid om onverwachte uitgaven te doen
Schulden
Uitrusting van het huis
….
Lewis C Wigen (1997): reële sociaal economische, culturele en politieke
breuklijnen tussen Vlaanderen en Wallonië, maar we zien de
breuklijnen vooral door de geprefigureerde lens van Vlaanderen en
Wallonië (metageografie).
Totstandkoming van de Belgische realiteit:
Gewesten: grondgebonden
aspecten
Gemeenschappen: focussen
meer op persoonsgebonden
domeinen, alles met taal,
cultuur en onderwijs
Taalgrens: 1962
Territorialiteitsprincipe: je
wordt bediend in de taal waar je woont
Vermeende gemeenschapsgrenzen zijn niet eenduidig: Brussel,
faciliteitengemeenten, Nederlands taalgebied, interne culturele
breuklijnen
,Vermeende gewestgrenzen zijn niet eenduidig: werkloosheid/armoede als
stedelijk fenomeen, interne breuklijnen
Vermeende heterogeniteit van België is vrij beperkt
België: niet organisch gegroeid => Vlaanderen ook niet => Vlaanderen is
een product van de Vlaamse Beweging
De leeuw van Vlaanderen (Hendrik Conscience)
Herinterpretatie van de ‘Vlaamse strijd’ door de Vlaamse Beweging
Mort Subite: een collectief geografen
Diepgaande analyse van de geografie van de Belgische
maatschappij
Belangrijkste breuklijnen:
o Economische geografie
o Taalkundige breuklijn
o Ideologische breuklijn
Economische geografie:
1830: onafhankelijkheid van België
Wallonië:
o Luik is de grootste stad, algemene lage bevolkingsdichtheid
o Steenkoolontginning
Vlaanderen:
o Gent is de grootste stad, hoge bevolkingsdichtheid: vooral
West- en Oost-Vlaanderen
o Landbouw en plattelandsnijverheid
Brussel:
o Grootste stad van het land
o Tertiaire groeipool
o Belangrijkste financiële diensten
1830-1910: uiteenlopende ontwikkelingen in Vlaanderen en Wallonië tot
aan de Tweede Industriële Revolutie
Wallonië:
o I.R. => staalnijverheid als spilsector
o Lage bevolkingsdichtheid => noodzaak migratie naar de
steenkoolbekkens (vanuit Waalse plattenland en vanuit
Vlaanderen), 1868 zijn er goedkopere spoorabonnementen =>
maakt pendelen mogelijk vanaf het platteland (kerk blijft
macht op plattelandsbevolking behouden)
o Concurrentie tussen de steenkoolbekkens in Henegouwen en
Luik, Société Générale investeert voornamelijk in Henegouwen
, o Zwakke economische differentiatie en sterke afhankelijkheid
van de sectorale conjunctuur (m.a.w. een crisis in de sector
=> regionale crisis)
o Geen lokale afzetmarkt
o Bevolkingsdichtheid gaat achteruit op het platteland (door
ontkerkelijking en migratie)
o Migratie van Waalse platteland naar de grotere Vlaamse
steden en ook van Vlaanderen naar Wallonië
Vlaanderen:
o Nog geen sprake van I.R.
o Ineenstorting van de Vlaamse plattelandseconomie (1840) =>
migratie naar grotere steden, Waalse steenkoolbekkens en het
buitenland (VS)
o Einde van deze periode opkomst van nieuwe groeisectoren,
productietechnieken en afzetmarkten, focus op non-ferro
metalen, carbo- en petrochemie, elektriciteit, vooral in
Antwerpen
1910-1960: de economische eenmaking van België
Wallonië:
o Waalse economie verliest belang
Vlaanderen:
o Société Général verlegt focus naar Vlaanderen => investeert
in steelkoolmijnen in de Kempen
Opkomst ABC-as:
o Zwaartepunt van de economie komt in de ABC-as te liggen
(Brussel is belangrijkste stad, want hier kapitaalaccumulatie)
=> kern-periferie structuur, België is steeds meer een
economische territoriale eenheid met sturing vanuit Brussel
Na 1960: groeiende divergentie tussen Vlaanderen en Wallonië
Wallonië:
o Vanaf de jaren 50 (door de steenkoolcrisis) stagneerde de
economische ontwikkeling
Vlaanderen:
o Grote buitenlandse investeringen
o Sterke economische ontwikkelingen in de Kempen, Antwerpen-
Gent-Brussel-Leuven en Kortrijk-Roeselare
o Sterk groeiende havengebieden
Taalkundige breuklijn:
De grondwet liet taalvrijheid toe, maar in praktijk was België een
Franstalige staat
1.1 Europa in het continentale schema
Grenzen van Europa:
Groen: Oeral gebergte, niet heel
hoog
Rood: rivier dus deel van
Kazachstan is Europa
Zwart: Kaspische zee
Blauw: gebergte maar niet duidelijk
gedefinieerd
Donker blauw: de Zwarte zee
Geel: zeestraat
Oranje: grens Turkije
Fysisch-geografische benadering
Continent: ~ terra (=land) en continenes (continere = vasthouden,
omvatten)
Continent = land dat bijeengehouden wordt, aaneengesloten land
Euraziatische plaat? Wanneer is bergketen hoog genoeg? Wanneer is
watermassa uitgerekt genoeg?
Sociaal-culturele benadering
Veel verschillende religies en culturen binnen de grenzen dus ook
geen reden waarom de grenzen zo zijn getrokken
Martin Lewis s Kären Wigen (1997): The Myth of the European Continent
Europa is nooit een continent
Het continentaal schema werd in de 19de eeuw ontwikkeld omdat
Europa vond dat grondgebied te verdienen door de rol in de wereld
op dit moment (agressief kolonialisme)
Fysisch determinisme: sociale, economische en culturele geografieën
worden verklaard aan de hand van het fysisch milieu
Metageografie: een vooraf gedefinieerde, maar niet noodzakelijke
ter zake doende ‘ruimtelijke bril’
o Het zeven continenten-model
o “When it comes to mapping global patterns, whether of
physical or human phenomena, continents are most often
simply irrelevant”
1.2 Barsten in België
Centrale vraag: hoe kunnen de vermeende tweedeling Vlaanderen-
Wallonië in België begrijpen
Taalgrens: ongeveer de grens van werkloosheid
Vlaanderen: hoogst in grote steden
, Wallonië: vooral in Henegouwen
Samengestelde armoede-index: deze index gaat voorbij de klassieke
armoede-indicatoren
Woonsituatie
Mogelijkheid om onverwachte uitgaven te doen
Schulden
Uitrusting van het huis
….
Lewis C Wigen (1997): reële sociaal economische, culturele en politieke
breuklijnen tussen Vlaanderen en Wallonië, maar we zien de
breuklijnen vooral door de geprefigureerde lens van Vlaanderen en
Wallonië (metageografie).
Totstandkoming van de Belgische realiteit:
Gewesten: grondgebonden
aspecten
Gemeenschappen: focussen
meer op persoonsgebonden
domeinen, alles met taal,
cultuur en onderwijs
Taalgrens: 1962
Territorialiteitsprincipe: je
wordt bediend in de taal waar je woont
Vermeende gemeenschapsgrenzen zijn niet eenduidig: Brussel,
faciliteitengemeenten, Nederlands taalgebied, interne culturele
breuklijnen
,Vermeende gewestgrenzen zijn niet eenduidig: werkloosheid/armoede als
stedelijk fenomeen, interne breuklijnen
Vermeende heterogeniteit van België is vrij beperkt
België: niet organisch gegroeid => Vlaanderen ook niet => Vlaanderen is
een product van de Vlaamse Beweging
De leeuw van Vlaanderen (Hendrik Conscience)
Herinterpretatie van de ‘Vlaamse strijd’ door de Vlaamse Beweging
Mort Subite: een collectief geografen
Diepgaande analyse van de geografie van de Belgische
maatschappij
Belangrijkste breuklijnen:
o Economische geografie
o Taalkundige breuklijn
o Ideologische breuklijn
Economische geografie:
1830: onafhankelijkheid van België
Wallonië:
o Luik is de grootste stad, algemene lage bevolkingsdichtheid
o Steenkoolontginning
Vlaanderen:
o Gent is de grootste stad, hoge bevolkingsdichtheid: vooral
West- en Oost-Vlaanderen
o Landbouw en plattelandsnijverheid
Brussel:
o Grootste stad van het land
o Tertiaire groeipool
o Belangrijkste financiële diensten
1830-1910: uiteenlopende ontwikkelingen in Vlaanderen en Wallonië tot
aan de Tweede Industriële Revolutie
Wallonië:
o I.R. => staalnijverheid als spilsector
o Lage bevolkingsdichtheid => noodzaak migratie naar de
steenkoolbekkens (vanuit Waalse plattenland en vanuit
Vlaanderen), 1868 zijn er goedkopere spoorabonnementen =>
maakt pendelen mogelijk vanaf het platteland (kerk blijft
macht op plattelandsbevolking behouden)
o Concurrentie tussen de steenkoolbekkens in Henegouwen en
Luik, Société Générale investeert voornamelijk in Henegouwen
, o Zwakke economische differentiatie en sterke afhankelijkheid
van de sectorale conjunctuur (m.a.w. een crisis in de sector
=> regionale crisis)
o Geen lokale afzetmarkt
o Bevolkingsdichtheid gaat achteruit op het platteland (door
ontkerkelijking en migratie)
o Migratie van Waalse platteland naar de grotere Vlaamse
steden en ook van Vlaanderen naar Wallonië
Vlaanderen:
o Nog geen sprake van I.R.
o Ineenstorting van de Vlaamse plattelandseconomie (1840) =>
migratie naar grotere steden, Waalse steenkoolbekkens en het
buitenland (VS)
o Einde van deze periode opkomst van nieuwe groeisectoren,
productietechnieken en afzetmarkten, focus op non-ferro
metalen, carbo- en petrochemie, elektriciteit, vooral in
Antwerpen
1910-1960: de economische eenmaking van België
Wallonië:
o Waalse economie verliest belang
Vlaanderen:
o Société Général verlegt focus naar Vlaanderen => investeert
in steelkoolmijnen in de Kempen
Opkomst ABC-as:
o Zwaartepunt van de economie komt in de ABC-as te liggen
(Brussel is belangrijkste stad, want hier kapitaalaccumulatie)
=> kern-periferie structuur, België is steeds meer een
economische territoriale eenheid met sturing vanuit Brussel
Na 1960: groeiende divergentie tussen Vlaanderen en Wallonië
Wallonië:
o Vanaf de jaren 50 (door de steenkoolcrisis) stagneerde de
economische ontwikkeling
Vlaanderen:
o Grote buitenlandse investeringen
o Sterke economische ontwikkelingen in de Kempen, Antwerpen-
Gent-Brussel-Leuven en Kortrijk-Roeselare
o Sterk groeiende havengebieden
Taalkundige breuklijn:
De grondwet liet taalvrijheid toe, maar in praktijk was België een
Franstalige staat