Samenvatting: Goederenkennis in Supply Chain Management
Doel van de cursus: Basiskennis over verschillende soorten goederen,
opslag, behandeling, transport en risico’s.
Kernonderwerpen:
o Verschillende containertypes en verpakkingsmaterialen.
o Stabiliteit van schepen en impact van temperatuur op goederen.
o Stuwagefactor, vochtopname, en verliespercentages.
Complexiteit en specialisatie:
o Moderne samenleving kent een enorme diversiteit aan producten.
o Specialisatie is noodzakelijk; niemand kan alles weten over elke
productcategorie.
o Focus op veelvoorkomende goederen zoals staal, granen, ertsen,
fruit.
Relevantie voor logistiek:
o Eigenschappen van producten moeten bekend zijn voor veilig
transport en opslag.
o Kwaliteit van goederen behouden zonder schade aan andere
producten, de mens of het milieu.
Praktische aanpak:
o Gebruik van praktijkvoorbeelden, vooral vanuit de maritieme sector.
o Elementen uit fysica, chemie, biologie, maar geen exacte
wetenschap.
o Engelse termen zijn vaak onvermijdelijk in de internationale
context.
Maritieme focus: Veel praktijkvoorbeelden uit de maritieme sector, maar
toepasbaar op andere transportvormen.
Conclusie: De cursus biedt een basis die studenten voorbereidt op
verdere specialisatie in goederenkennis binnen logistiek.
1. Logistiek-relevante eigenschappen van goederen
Fysieke eigenschappen: gewicht, volume, densiteit.
Kwetsbaarheid: gevoeligheid voor schokken, vocht, temperatuur.
Houdbaarheid: risico op bederf of broei.
Verpakkingsvereisten: bescherming tijdens transport.
Gevaarlijke eigenschappen: ontvlambaarheid, giftigheid.
2. Warmgewalst vs. Koudgewalst staal
, Warmgewalst staal: verwerkt bij hoge temperaturen, minder precies,
gebruikt voor grote constructies.
Koudgewalst staal: verwerkt bij kamertemperatuur, gladder oppervlak,
nauwkeuriger, gebruikt voor precieze toepassingen.
3. Broei
Broei: zelfopwarming van organisch materiaal door oxidatie of
fermentatie, kan leiden tot zelfontbranding in vochtige omstandigheden.
4. Condensatie
Condensatie: vorming van waterdruppels wanneer warme, vochtige lucht
afkoelt tegen een koud oppervlak.
5. Freinte de route
Freinte de route: natuurlijk verliespercentage van lading tijdens
transport, door verdamping, lekkage of beschadiging.
6. Eigen gebrek verwijst naar een interne eigenschap of zwakte van goederen die van nature
aanwezig is en die schade of bederf veroorzaakt zonder dat er sprake is van een externe
oorzaak. Dit kan bijvoorbeeld zijn door de natuurlijke bederfelijkheid van fruit, oxidatie van
metalen, of broei van organisch materiaal. Het is een risicofactor waarmee rekening moet
worden gehouden bij opslag en transport.
Corresponderende termen:
Engels: Inherent vice
Frans: Vice propre
Verschijningsvormen van Goederen in de Logistiek
Stort- versus stukgoederen: Dit onderscheid bepaalt de behandeling, opslag, en
transport van goederen.
o Stortgoederen (bulk): Goederen die los worden gestort en onverpakt zijn,
zoals granen en ertsen. Worden opgeslagen in silo’s of op hopen en behandeld
met transportbanden, grijpers, enz.
o Stukgoederen: Goederen die per stuk worden behandeld, zoals vaten, zakken,
containers. De opslag is geordend en de behandeling gebeurt met vorkliften,
slings of andere hijsapparatuur.
Verschillende typen stukgoederen:
o Traditioneel stukgoed: Kisten, vaten, zakken, etc.
o Containers: Gebruikt voor grote hoeveelheden goederen.
o Ro-Ro (Roll-on/Roll-off): Voor goederen die op wielen staan of getrokken
kunnen worden.
o Big bags en IBC's: Gebruikt voor het opslaan en vervoeren van losse
goederen of vloeistoffen.
o Pre-slung cargo: Goederen met vooraf bevestigde slings voor snelle
behandeling.
Logistieke gevoeligheden:
o Gewichtsbepaling van stortgoederen is vaak complexer dan bij stukgoederen.
, o Evolutie in de logistiek, zoals toename van containergebruik en Ro-Ro-
schepen, en verschuiving van stuk- naar stortgoederen vanwege lagere kosten
en minder verpakkingsmateriaal.
Belangrijke opmerkingen:
o Een goed kan zowel als stort- als stukgoed worden behandeld. Suiker kan
bijvoorbeeld in bulk worden opgeslagen of in zakken worden verpakt.
o Logistieke behandelingsvormen kunnen evolueren, zoals cacao dat als zakgoed
begint maar uiteindelijk in bulk wordt vervoerd voor kostenefficiëntie.
Samenvattend:
Het verschil tussen stort- en stukgoederen heeft een directe impact op de logistieke processen,
en er zijn trends waarbij goederen steeds vaker in bulk worden behandeld om kosten te
besparen en sneller te werken.
1.2 Stortgoederen: Samenvatting
Vormen van stortgoederen:
o Droge bulk: Vaste stoffen zoals graan, kolen, ijzererts, cement,
suiker en zout.
o Vloeibare bulk: Vloeistoffen zoals ruwe olie, benzine, plantaardige
oliën, en wijn.
o Gasvormige bulk: Gassen zoals methaan, vervoerd als LNG
(Liquified Natural Gas).
Droge bulk: Wordt in grote hoeveelheden onverpakt vervoerd in schepen,
wagons of vrachtwagens. Voorbeelden: graan, kolen, ijzererts. Deze
producten worden vaak gebruikt voor verdere verwerking, zoals de
productie van staal of bier.
Vloeibare bulk: Gevaarlijke vloeistoffen zoals ruwe olie en eetbare oliën
worden meestal vervoerd via tankers of pijpleidingen. Antwerpen is een
belangrijk knooppunt voor deze producten.
Methaan (CNG en LNG): Vervoerd onder hoge druk of extreem lage
temperatuur (-162°C) in speciale tankers, zoals de Belgische LNG-carrier
Methania.
IMSBC Code: Internationale richtlijn voor het veilig vervoeren van vaste
bulkladingen. Onderdeel van de SOLAS-conventie (Safety of Life at Sea).
Gevaar van droog stortgoed: Hoewel droge bulk vaak onschuldig lijkt,
zoals kolen of graan, kunnen ze gevaarlijke gassen uitstoten of
stofexplosies veroorzaken, vooral in afgesloten ruimtes.
Voorbeelden van droog stortgoed: ijzererts, schroot, steenkool, suiker,
graan, cement, meststoffen, en kaoline (een soort klei).
1.3 Stukgoederen: Samenvatting
, Stukgoederen: Goederen die per stuk worden vervoerd en geladen, zoals
papier, hout, staalrollen en machineonderdelen. Vaak verpakt op pallets of
in kratten voor eenvoudigere behandeling met kranen of vorkliften.
Types stukgoederen:
1. Traditioneel stukgoed: Goederen die afzonderlijk worden geladen,
zoals vaten of kratten.
2. Containers: Veel goederen worden tegenwoordig in
gestandaardiseerde containers vervoerd.
3. Ro-Ro (Roll-on/Roll-off): Goederen die op voertuigen of getrokken
op wielen worden geladen.
Evoluties in de logistiek:
1. Toename van bulkvervoer waar mogelijk vanwege snelheid en
lagere kosten.
2. Overgang van traditioneel stukgoed naar gestandaardiseerde
laadeenheden zoals pallets en containers.
3. Schaalvergroting in laadeenheden, zoals grotere containers (45 ft)
voor betere kostenefficiëntie.
Traditioneel stukgoed - Samenvatting
Losse onverpakte stukken:
o Voorbeelden: zware machinerieën, stalen buizen, balken, platen (slabs).
o Vereist goede aanslagpunten voor hijsen, beschermd met materialen zoals hout
of plastic.
o Extra voorzorgsmaatregelen nodig, zoals gespecialiseerde voertuigen, trage
behandeling, roestbescherming (vet, olie, verf).
Bundels:
o Kleine goederen gebundeld met nylon of metalen spanbanden.
o Beschermingsstukjes (karton, plastic) voorkomen beschadiging door de
banden.
o Veel gebruikt voor houtplanken, vastzetten van goederen met
beschermstukken.
Zakken:
o Typen: jute, geweven polypropyleen (PP) zakken met polyethyleen (PE)
binnenzak, papieren zakken.
o Stevige afsluiting belangrijk om lekken te voorkomen (hand- of machinaal
genaaid, warmteverzegeling).
Big Bags:
o Grote zakken van geweven polypropyleen, tot 1.000 kg inhoud.
o Voorzien van lussen voor hijsen en strop voor afsluiting; sommige met
losopening onderaan.
Balen:
o Voor katoen, tabak, papierpulp (geperst in balen).
o Verpakt in jute, polypropyleen of papierpulp met spanbanden.
o Spanbanden moeten sterk genoeg zijn om breken en schade te voorkomen.
Doel van de cursus: Basiskennis over verschillende soorten goederen,
opslag, behandeling, transport en risico’s.
Kernonderwerpen:
o Verschillende containertypes en verpakkingsmaterialen.
o Stabiliteit van schepen en impact van temperatuur op goederen.
o Stuwagefactor, vochtopname, en verliespercentages.
Complexiteit en specialisatie:
o Moderne samenleving kent een enorme diversiteit aan producten.
o Specialisatie is noodzakelijk; niemand kan alles weten over elke
productcategorie.
o Focus op veelvoorkomende goederen zoals staal, granen, ertsen,
fruit.
Relevantie voor logistiek:
o Eigenschappen van producten moeten bekend zijn voor veilig
transport en opslag.
o Kwaliteit van goederen behouden zonder schade aan andere
producten, de mens of het milieu.
Praktische aanpak:
o Gebruik van praktijkvoorbeelden, vooral vanuit de maritieme sector.
o Elementen uit fysica, chemie, biologie, maar geen exacte
wetenschap.
o Engelse termen zijn vaak onvermijdelijk in de internationale
context.
Maritieme focus: Veel praktijkvoorbeelden uit de maritieme sector, maar
toepasbaar op andere transportvormen.
Conclusie: De cursus biedt een basis die studenten voorbereidt op
verdere specialisatie in goederenkennis binnen logistiek.
1. Logistiek-relevante eigenschappen van goederen
Fysieke eigenschappen: gewicht, volume, densiteit.
Kwetsbaarheid: gevoeligheid voor schokken, vocht, temperatuur.
Houdbaarheid: risico op bederf of broei.
Verpakkingsvereisten: bescherming tijdens transport.
Gevaarlijke eigenschappen: ontvlambaarheid, giftigheid.
2. Warmgewalst vs. Koudgewalst staal
, Warmgewalst staal: verwerkt bij hoge temperaturen, minder precies,
gebruikt voor grote constructies.
Koudgewalst staal: verwerkt bij kamertemperatuur, gladder oppervlak,
nauwkeuriger, gebruikt voor precieze toepassingen.
3. Broei
Broei: zelfopwarming van organisch materiaal door oxidatie of
fermentatie, kan leiden tot zelfontbranding in vochtige omstandigheden.
4. Condensatie
Condensatie: vorming van waterdruppels wanneer warme, vochtige lucht
afkoelt tegen een koud oppervlak.
5. Freinte de route
Freinte de route: natuurlijk verliespercentage van lading tijdens
transport, door verdamping, lekkage of beschadiging.
6. Eigen gebrek verwijst naar een interne eigenschap of zwakte van goederen die van nature
aanwezig is en die schade of bederf veroorzaakt zonder dat er sprake is van een externe
oorzaak. Dit kan bijvoorbeeld zijn door de natuurlijke bederfelijkheid van fruit, oxidatie van
metalen, of broei van organisch materiaal. Het is een risicofactor waarmee rekening moet
worden gehouden bij opslag en transport.
Corresponderende termen:
Engels: Inherent vice
Frans: Vice propre
Verschijningsvormen van Goederen in de Logistiek
Stort- versus stukgoederen: Dit onderscheid bepaalt de behandeling, opslag, en
transport van goederen.
o Stortgoederen (bulk): Goederen die los worden gestort en onverpakt zijn,
zoals granen en ertsen. Worden opgeslagen in silo’s of op hopen en behandeld
met transportbanden, grijpers, enz.
o Stukgoederen: Goederen die per stuk worden behandeld, zoals vaten, zakken,
containers. De opslag is geordend en de behandeling gebeurt met vorkliften,
slings of andere hijsapparatuur.
Verschillende typen stukgoederen:
o Traditioneel stukgoed: Kisten, vaten, zakken, etc.
o Containers: Gebruikt voor grote hoeveelheden goederen.
o Ro-Ro (Roll-on/Roll-off): Voor goederen die op wielen staan of getrokken
kunnen worden.
o Big bags en IBC's: Gebruikt voor het opslaan en vervoeren van losse
goederen of vloeistoffen.
o Pre-slung cargo: Goederen met vooraf bevestigde slings voor snelle
behandeling.
Logistieke gevoeligheden:
o Gewichtsbepaling van stortgoederen is vaak complexer dan bij stukgoederen.
, o Evolutie in de logistiek, zoals toename van containergebruik en Ro-Ro-
schepen, en verschuiving van stuk- naar stortgoederen vanwege lagere kosten
en minder verpakkingsmateriaal.
Belangrijke opmerkingen:
o Een goed kan zowel als stort- als stukgoed worden behandeld. Suiker kan
bijvoorbeeld in bulk worden opgeslagen of in zakken worden verpakt.
o Logistieke behandelingsvormen kunnen evolueren, zoals cacao dat als zakgoed
begint maar uiteindelijk in bulk wordt vervoerd voor kostenefficiëntie.
Samenvattend:
Het verschil tussen stort- en stukgoederen heeft een directe impact op de logistieke processen,
en er zijn trends waarbij goederen steeds vaker in bulk worden behandeld om kosten te
besparen en sneller te werken.
1.2 Stortgoederen: Samenvatting
Vormen van stortgoederen:
o Droge bulk: Vaste stoffen zoals graan, kolen, ijzererts, cement,
suiker en zout.
o Vloeibare bulk: Vloeistoffen zoals ruwe olie, benzine, plantaardige
oliën, en wijn.
o Gasvormige bulk: Gassen zoals methaan, vervoerd als LNG
(Liquified Natural Gas).
Droge bulk: Wordt in grote hoeveelheden onverpakt vervoerd in schepen,
wagons of vrachtwagens. Voorbeelden: graan, kolen, ijzererts. Deze
producten worden vaak gebruikt voor verdere verwerking, zoals de
productie van staal of bier.
Vloeibare bulk: Gevaarlijke vloeistoffen zoals ruwe olie en eetbare oliën
worden meestal vervoerd via tankers of pijpleidingen. Antwerpen is een
belangrijk knooppunt voor deze producten.
Methaan (CNG en LNG): Vervoerd onder hoge druk of extreem lage
temperatuur (-162°C) in speciale tankers, zoals de Belgische LNG-carrier
Methania.
IMSBC Code: Internationale richtlijn voor het veilig vervoeren van vaste
bulkladingen. Onderdeel van de SOLAS-conventie (Safety of Life at Sea).
Gevaar van droog stortgoed: Hoewel droge bulk vaak onschuldig lijkt,
zoals kolen of graan, kunnen ze gevaarlijke gassen uitstoten of
stofexplosies veroorzaken, vooral in afgesloten ruimtes.
Voorbeelden van droog stortgoed: ijzererts, schroot, steenkool, suiker,
graan, cement, meststoffen, en kaoline (een soort klei).
1.3 Stukgoederen: Samenvatting
, Stukgoederen: Goederen die per stuk worden vervoerd en geladen, zoals
papier, hout, staalrollen en machineonderdelen. Vaak verpakt op pallets of
in kratten voor eenvoudigere behandeling met kranen of vorkliften.
Types stukgoederen:
1. Traditioneel stukgoed: Goederen die afzonderlijk worden geladen,
zoals vaten of kratten.
2. Containers: Veel goederen worden tegenwoordig in
gestandaardiseerde containers vervoerd.
3. Ro-Ro (Roll-on/Roll-off): Goederen die op voertuigen of getrokken
op wielen worden geladen.
Evoluties in de logistiek:
1. Toename van bulkvervoer waar mogelijk vanwege snelheid en
lagere kosten.
2. Overgang van traditioneel stukgoed naar gestandaardiseerde
laadeenheden zoals pallets en containers.
3. Schaalvergroting in laadeenheden, zoals grotere containers (45 ft)
voor betere kostenefficiëntie.
Traditioneel stukgoed - Samenvatting
Losse onverpakte stukken:
o Voorbeelden: zware machinerieën, stalen buizen, balken, platen (slabs).
o Vereist goede aanslagpunten voor hijsen, beschermd met materialen zoals hout
of plastic.
o Extra voorzorgsmaatregelen nodig, zoals gespecialiseerde voertuigen, trage
behandeling, roestbescherming (vet, olie, verf).
Bundels:
o Kleine goederen gebundeld met nylon of metalen spanbanden.
o Beschermingsstukjes (karton, plastic) voorkomen beschadiging door de
banden.
o Veel gebruikt voor houtplanken, vastzetten van goederen met
beschermstukken.
Zakken:
o Typen: jute, geweven polypropyleen (PP) zakken met polyethyleen (PE)
binnenzak, papieren zakken.
o Stevige afsluiting belangrijk om lekken te voorkomen (hand- of machinaal
genaaid, warmteverzegeling).
Big Bags:
o Grote zakken van geweven polypropyleen, tot 1.000 kg inhoud.
o Voorzien van lussen voor hijsen en strop voor afsluiting; sommige met
losopening onderaan.
Balen:
o Voor katoen, tabak, papierpulp (geperst in balen).
o Verpakt in jute, polypropyleen of papierpulp met spanbanden.
o Spanbanden moeten sterk genoeg zijn om breken en schade te voorkomen.