Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 5 sur 30 pages
Resume

SAMENVATTING FAMILIAAL VERMOGENSRECHT

Document preview thumbnail
Aperçu 5 sur 30 pages

Geslaagd eerste zit! De samenvatting bevat alle hoofdstukken die de professor heeft behandeld in de colleges. Alle artikels staan in de samenvatting, er staan ook voorbeelden in + schema's die in de les aan bod kwamen.

Aperçu du contenu

FAMILIAAL VERMOGENSRECHT
DEEL 1: RELATIEVERMOGENSRECHT
INLEIDING

Regelt de vermogensrechtelijke verhoudingen tussen de partners onderling of tussen de partners en derden en
dat zowel gedurende de relatie als op het ogenblik van het einde en de ontbinding van de relatie.
Valt uiteen in huwelijksvermogensrecht en samenwoningsvermogensrecht.
3 basisvragen:

 ‘niets’: wat als het koppel niets hebben geregeld?
 ‘bob de bouwer’: over welke contractuele vrijheid beschikt het koppel om hun vermogensrechtelijke
verhoudingen zelf te regelen?
 ‘muur’: zijn er beperkingen aan de contractuele vrijheid wanneer het koppel hun
vermogensrechtelijke verhoudingen zelf wensen te regelen?

HUWELIJKSVERMOGENSRECHT

INLEIDING

= geheel van rechtsregels dat, tijdens het huwelijk en bij de ontbinding ervan, de vermogensrechtelijke
verhoudingen regelt van de echtgenoten, zowel tegenover elkaar als tegenover derden.
We hebben huwelijksvermogensrecht nodig, omdat het gemene recht is ontworpen voor vreemden, die
minstens met elkaar geen affectieve relatie hebben en die kunnen onderhandelen en voor zichzelf kunnen
opkomen.  HVR is een lex specialis.
HVR heeft zowel interne als externe werking, maar deze laatste ligt onder vuur.

Primair HVR (art. 212-224 oud BW) + secundair HVR (boek 2 titel 3 BW)

HET PRIMAIR STELSEL

Regelt op eenvormige en dwingende wijze de rechten en verplichtingen van de echtgenoten onderling,
alsmede hun verhouding tegenover derden  echtgenoten mogen hier niet van afwijken.


ALGEMENE KENMERKEN
 ‘minimum minimorum’: basisprincipes
 Eenvormig en dwingend recht (art. 212 oud BW)
 Wederkerig en krachtens de wet: toepassing ENAC-principes niet mogelijk


TOEPASSINGSGEBIED
 Alle echtgenoten
 Gedurende de hele duur van het huwelijk
o Nuance: echtelijke moeilijkheden
 Principe: primair stelsel blijft gelden ook tijdens echtelijke moeilijkheden of feitelijke
scheiding
 Bij een feitelijke scheiding kunnen bepaalde regels van het primair stelsel worden
uitgehold.



1

,KRACHTLIJNEN VAN HET PRIMAIR STELSEL
Evenwicht tussen 3 basisprincipes: gelijkheid, solidariteit en zelfstandigheid

1. Principieel uitgangspunt: gelijkheid
o Art. 212, lid 3 oud BW: tast de principiële handelingsbekwaamheid niet aan
≠ het huwelijk kan de handelingsbevoegdheid niet aantasten, als dat wel doet is dat in gelijke
mate voor beide echtgenoten (bv. bescherming gezinswoning die eigendom is van één eg.)
o Art. 219 oud BW: echtgenoten kunnen elkaar volmachten geven
 gevolg van feit dat handelingsbekwaamheid niet wordt aangetast en dat de eg. gelijk zijn:
de volmacht moet altijd herroepelijk zijn
2. Solidariteit en bescherming van het gezinsleven
o Hulp- en bijdrageverplichting (art. 213, 217 en 221 oud BW)
Hulpplicht = eg. moeten elkaar hulp verschaffen en moeten elkaar het nodige verschaffen om
de gezamenlijke levensstandaard te bekomen.
Bijdrageverplichting = eg. moeten naar hun mogelijkheden hun bijdrage leveren in de lasten
van het huwelijk. (moet niet 50/50 zijn, zie cf. materiële en financiële bijdrage)
i. Lasten van het huwelijk = kosten van huisvesting, kosten van dagelijks leven, alle
kosten die verband houden met de opvoeding en opleiding van de kinderen, kosten
vrije tijdsbesteding,… (ruim begrip)  zie Cassatiearrest
o Bescherming van de gezinswoning (art. 215 oud BW)  2 situaties:
i. §1: beide of één van de eg. is/zijn houder van een zakelijk recht op de gezinswoning
ii. §2: één van de eg. is huurder van de gezinswoning
o Hoofdelijkheid van de huishoudelijke schulden (art. 222 oud BW)
i. Geldt alleen maar voor zover de schulden niet buitensporig zijn!
o Handhavingsmaatregelen: art. 223 en 224 oud BW
3. Zelfstandigheid en autonomie
o Beroepsuitoefening: art. 216 oud BW
i. Recht van verzet  verbod of beroepsuitoefening onder voorwaarde
o Inning en besteding van de inkomsten: art. 217 oud BW
i. Zie volgorde in artikel
o Opening van een bankrekening of kluis: art. 218 oud BW

SECUNDAIR STELSEL

Regelt de verdere VMR verhoudingen van de echtgenoten, zowel onderling als tegenover derden (elk VMR-
element dat al dan niet in het primair recht is geregeld.  wel vatbaar voor autonomie!!

Keuze Belgische wetgever: wettelijk stelsel (scheiding goederen met gemeenschap van aanwinsten)
 Balans tussen solidariteit en autonomie van het primair stelsel wordt verder uitgewerkt in de regels
van het wettelijk stelsel
 Rol van het wettelijk stelsel: art. 2.3.12 BW
o Aanvullend karakter (vtp. op al die eg. die geen andere beslissing hebben gemaakt!!!)
o Gemeenrechtelijk karakter (voor alles wat niet in die ovk. staat wordt er teruggegrepen naar het
wettelijk stelsel!)
o Statutair karakter




2

,WETTELIJK STELSEL

STATUUT VAN DE GOEDEREN

ALGEMEEN
 3 vermogens
 Gemeenschappelijk vermogen = ‘sui generis’-statuut
o Geen rechtspersoonlijkheid
o Geen onverdeeldheid
o Geen mede-eigendom
 Algemeen uitgangspunt: sponswerking (art. 2.3.22, §3 BW)
o Vermoeden van gemeenschappelijkheid, behalve wanneer dat goed vermeld wordt in de
bepalingen van de eigen goederen (art. 2.3.17-19 en 2.3.21 BW)
 Bewijslast ligt bij degene die beweert dat een goed toch eigen is
 Bewijsmiddelen:
o Tussen echtgenoten en door derden tov echtgenoten: vrij bewijs
o Door echtgenoten tov derden: beperkt aantal middelen
o Door derden tov echtgenoten: alle bewijsmiddelen

ACTIEF
 Eigen door hun oorsprong (art. 2.3.17 BW)
o Omwille van het ogenblik van de verwerving
 Principe: al wat de echtgenoot al had vóór het huwelijk blijft eigen
 Uitzondering: anticipatieve inbreng (art. 2.3.53, §2 BW)
o Goederen verkregen via nalatenschap of gift
 Principe: komt in eigen vermogen terecht, want heeft niets met dat huwelijk te
maken
 Uitzondering: via gift wanneer degene die het gegeven heeft zegt dat het voor de
gemeenschap is OF schenking aan de twee echtgenoten samen
 Eigen door hun aard
o Accessoria van eigen goederen (art. 2.3.18 BW)

 Zaakvervanging
 Belegging (goed 1  goed 2)
 Wederbelegging (goed 1  tussenstap  goed 2)
 Onroerende (weder)belegging
o Materiële voorwaarde
Een goed kan blijven na belegging wanneer meer dan de helft van
dat goed wordt verworven met eigen middelen
o Formele voorwaarde
In de akte van eigendomsverwerving van het ORG moet ik formeel
verklaren dat ik aankoop ten titel van (weder)belegging
 Roerende (weder)belegging
o Enkel materiële voorwaarde
 Vervroegd onroerend wederbeleggen (kopen met middelen van de gemeenschap en
binnen de 2j na aankoop minstens de helft van die middelen terug aan de
gemeenschap betalen) = geval waarbij een goed tijdens het huwelijk van statuut kan
veranderen



3

, 5° en 6°
 De ontbinding van het stelsel is voor het verloop van de levensverzekering niet
relevant: dan keren wet uit aan echtgenoot-verzekeringnemer, maar als hij die
premies heeft betaald met gemeensch. gelden  dan vergoeding betalen
 De verzekering moet ingevolge de ontbinding van het stelsel uitgekeerd worden
 Art. 2.3.18, 6° BW: vergoeding verschuldigd bij zgn. egoïstische
levensverzekering
 Art. 2.3.19, §2, lid 1, 2° BW: zonder vergoeding bij zgn. altruïstische
levensverzekering
 Levensverzekering is al uitbetaald tijdens het stelsel: art. 2.3.22, §2 BW
o Strikt persoonlijke goederen (art. 2.3.19 BW)
§1: rechten (opsplitsing titre en finance)
 3°: pensioenrechten zijn eigen, maar dat recht heeft wel een bepaalde waarde en
dus in een WS zal die waarde aan de gemeenschap toekomen
 4°: vergoeding voor herstel van de persoonlijke ongeschiktheid = eigen
(huishoudelijke of economische = gemeenschappelijk)
 5°: vermogenswaarde die aan de aandelen gekoppeld is  gemeenschappelijk
 6°: vermogenswaarde van het goed is  gemeenschappelijk (niet igv gezamenlijk
beroep/bedrijf)
 7°: economische waarde is  gemeenschappelijk
§2: goederen
 Restbepaling uit art. 2.3.22, §3 BW: vermoeden van gemeenschappelijkheid
 Zie cf. art. 2.3.22, §1, 5°-7° BW

PASSIEF
 Definitief passief (welk vermogen de schuld definitief moet dragen?) ‘contributio’
o Kerngedachte: ubi emolumentum, ibi onus (wanneer op niveau van het actief een goed tot de
gemeenschap behoort, dan geldt als algemene regel dat de daaraan gekoppelde schuld tot hetzelfde
vermogen behoort)  vermoeden van gemeenschappelijkheid (art. 2.3.25, §2 BW)
o Eigen schulden
 Eigen door hun oorsprong (art. 2.3.23)
 Uitz.: als gift aan beide echtgenoten is gedaan (2.3.25, §1, 4°)
 Eigen door hun aard (art. 2.3.24)
 3°: sanctie op het niveau van het secundair stelsel (cf. omdat in primair
stelsel geen sanctie is)  afwijking van ubi emolumentum, ibi onus
(maar de inkomsten uit dat beroep komen wel nog in de gemeenschap)
o Gemeenschappelijke schulden
 Restbepaling uit art. 2.3.25, §2 BW: vermoeden van gemeenschappelijkheid
 Specifieke gemeensch. schulden: §1 BW
2°: cf. band met hoofdelijkheidsbeginsel in art. 222 oud BW (+ het gaat om alle
kinderen die in de gezinswoning van de eg. worden opgevoed, dus ook niet-
gemeenschappelijke kinderen)
 6°: anders zou men kunnen overwegen om het kind niet in de gezinswoning op te
voeden omdat het dan een eigen schuld is
 Voorlopig passief (op welk(e) vermogen(s) een SE zich kan verhalen?) ‘obligatio’
Heeft betrekking op de verhouding tussen de echtgenoten enerzijds en de SEs anderzijds.
2 algemene regels:
Eigen schulden zijn verhaalbaar op eigen vermogen en de inkomsten van de echtgenoot-SA
Gemeenschappelijke schulden verhaalbaar op 3 vermogens
o Verhaalsrecht voor de eigen schulden

4

,  Principe: verhaal op EV + inkomsten (art. 2.3.26, §1 BW)
 Uitzondering: ruimer verhaalsrecht (art. 2.3.26, §2-4 BW)
 Beperkte verhaalsmogelijkheid: §2-4
 Ruimere verhaalsmogelijkheid: §4, lid 2 (zeer uitzonderlijk)
 Integrale verhaalsmogelijkheid: 2.3.27 BW (ook uitzonderlijk)
o Verhaalsrecht voor gemeenschappelijke schulden
 Principe: verhaal op 3 vermogens: 2.3.28, lid 1 BW (volmaakt gemeenschappelijke
schulden)
 Uitzondering: beperkter verhaalsrecht (lid 2)  onvolmaakte gemeenschappelijke
schulden
 Vrijwaring van het EV van echtgenoot-niet-contractant
4°: in de mate dat het onderhoudsuitkeringen zijn tav kinderen die niet-
gemeenschappelijk zijn aan beide eg.

BESTUUR OVER DE GOEDEREN (ART. 2.3.29-2.3.40 BW)
Regels zijn van dwingend recht: 2.3.52 BW
Toepassingsgebied ratione temporis van de bestuursregels:
 Feitelijke scheiding: in principe geen wijzigingen (is eigenlijk HVR neutraal)
o HvB Gent: als men gedurende zo’n lange tijd feitelijk gescheiden leeft, dan gaat men er
eigenlijk van uit dat elke handeling die elk van beiden stelt met impliciete toestemming
gebeurt van de andere echtgenoot. (creatieve rechtspraak)
 Echtscheidingsprocedure: regels van wettelijk stelsel gelden van het ogenblik van het sluiten van het
huwelijk tot het ogenblik van het instellen van de echtscheidingseis  maar feitelijk gezien zal er nog
rekening worden gehouden met de regels van het gemeen recht en de regels van het HVR en dus ook
wettelijk stelsel.

Bestuur van het eigen vermogen:
 Principe: alleenbestuur (art. 2.3.39 BW)
 Uitzonderingen: beperkingen
o Specifieke beperking: regels van het primair stelsel (cf. art. 215 oud BW)
o Algemene beperking: belang van het gezin als negatieve gedragsnorm (art. 2.3.29 BW)

Bestuur van het gemeenschappelijk vermogen:
 Principe: concurrent bestuur of residuaire bestuursvorm (art. 2.3.30 BW)
o Daarbij moeten ze elkaars handelingen respecteren
o Geldt zelfs bij handelingen die intentioneel onverenigbaar zijn (kan ook materieel
onverenigbaar zijn)
o Algemene beperking: belang van het gezin
 Uitzonderingen:
o Alleenbestuur: art. 2.3.31 BW
o Gezamenlijk bestuur: art. 2.3.32-2.3.33 BW
 2.3.32, 1°-3°: vernietigbaar zodra niet aan de voorschriften van het gezamenlijk
bestuur is voldaan
 2.3.32, 4°-8°: voor andere RH is de vernietiging slechts mogelijk wanneer het bewijs
van een benadeling voorligt
 2.3.33: enkel van toepassing voor schenkingen, niet voor legaten!


Handhaving bestuursregeling:

5

Table des matières

  1. 01 inleiding 1
  2. 02 huwelijksvermogensrecht 1
    1. inleiding 1
    2. het primair stelsel 1
    3. secundair stelsel 2
  3. 03 samenwoningsvermogensrecht 13
    1. wettelijke samenwoning 13
    2. feitelijke samenwoning 14
  4. 04 inleiding 14
    1. definitie en begrippen 14
    2. het voorwerp van het erfrecht: de nalatenschap 14
    3. de ‘gewone’ en anomale nalatenschap 14
    4. verkrijging iure hereditario – iure proprio 14
  5. 05 het openvallen van de nalatenschap 14
  6. 06 erfbekwaamheid 15
  7. 07 overgang van de nalatenschap 15
    1. overdracht van het voorlopig bezitsrecht 15
    2. overdracht van het eigendomsrecht op de nalatenschapgoederen 15
  8. 08 wettelijke devolutie 15
    1. de ab intestato erfgerechtigden 16
    2. de wijze van verdeling van de nalatenschap 18
  9. 09 conventionele devolutie 20
    1. instrumenten van de conventionele devolutie 20
    2. inhoudelijke grenzen aan de conventionele devolutie – reserve 22
  10. 10 inleiding 23
    1. houding van de wetgever tegenover giften 24
  11. 11 giften (algemeen) 24
    1. constitutieve bestanddelen van een gift 24
    2. algemene grondvereisten voor giften 24
  12. 12 schenkingen 26
    1. een schenking is een overeenkomst 27
    2. geldigheidsvereisten 27
  13. 13 dadelijkheid 28
    1. onherroepelijkheid 28
  14. 14 testamenten 28
    1. constitutieve kenmerken van het testament 28
    2. totstandkomingsvereisten 29
    3. gewone testamentsvormen 29
    4. gevolgen 30
    5. tenietgaan van het testament/legaat 30

Infos sur le Document

Cours
Publié le
8 décembre 2025
Fichier mis à jour le
10 janvier 2026
Nombre de pages
30
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
€10,15

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
Vendu
44
Abonnés
0
Éléments
7
Dernière vente
3 semaines de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions