BIOMEMBRANEN
STRUCTUUR
Verschil tussen prokaryoten en eukaryoten:
Prokaryoten = alleen een membraam.
Eukaryoten = plasmamembraan en andere compartimenten die omgeven zijn door
biomembranen
Verschillende
celorganellen worden
afgescheiden door
internmembranen- - -
Internmembranen zijn
10 keer groter dan
plasmamembranen
Cytoplasma: alles binnen de plasmamembraan, behalve nucleus
Cytosol: het waterige gedeelte van het cytoplasma buiten de
organellen
Lumen: waterige gedeelte binnen organellen
Een biomembraan is geen vlak structuur je kan verschillende
bergen en pieken waarnemen.
Plasmamembraan bestaat uit 2 lijnen (zware metaal ostrium) bij hoofdjes een donkere lijn
Fosfolipide dubbellaag
Glycerolfosfolipide : amfipatische = hydrofoob deeltje (beentjes) en hydrofiel
gedeelte (hoofd)
A° = 10-10m
fosfolipide laag = grote
liposoom
,Exoplasmatische en cytosolische zijden
Alle biomembraan kunnen samensmelten maar daarbij blijft steeds
de identiteit van elke laag behouden.
Binnen = cytoplasma (cytosolische zijde)
Buiten = exoplasmatische membraan (exoplasmatische zijde)
LIPIDEN
3 soorten lipiden:
• Fosfoglyceriden lasmalogenen
• Sfingolipiden
• Sterolen (cholesterol)
Fosfoglyceriden
Triaculglycerol = glycerol met trie vetzuren
Phosphoglycerides = twee vetzuren (met ester verbinding) en één fosforgroep
Plasmalogenen
= ether verbinding ipv een ester verbinding
Sfingolipiden
,Sterolen
Cholesterol is een steroide
-->Precursor van vitamine D essentieel voor
Calciumopname (Gebrek aan zone = rachitis)
BEWEEGLIJKHEID VAN LIPIDEN IN EEN BIOMEMBRAAN
• Axiale rotatie
• Laterale diffusie
• Flip-flop
• Beweging van vetzuurstaarten
Axiale rotatie
Laterale diffusie
Meting met FRAP (Fluorescence Recovery After Photobleaching)
Flip-flop
ongunsting omdat hydrofiel hoofd door hydrofoob laag moet worden
geholpen door enzyme = flippase (gebruikt ATP)
Meting:
, ABCB4 = flipase
Fluorescente fosfolipide worden in cel
toegevoegd en daarna wordt een quencher
toegevoegd (gaat fluorescentie doen dalen)
Cel gaat fluorescente deeltjes beschermen
dankzij ABCB4 (flippase) met behulp van ATP
ze met flip-flop naar de binnenkant van de cel
gaat verplaatsen.
Beweging van vetzuurstaarten
Beweeglijkheid wordt bepaald door:
• Temperatuur
Temperatuur stijging gaat zorgen voor een onordelijke
structuur waardoor fosfolipiden bewegelijker worden.
• Aard en lengte van de vetzuurketens
Vetzuurstaarten worden samengehouden door:
-Hydrofoob effect
Het hydrofobe effect is de waargenomen neiging van niet-polaire
stoffen om te aggregeren in een waterige oplossing en
watermoleculen uit te sluiten (gunstiger). Watermoleculen wordt
gemaximaliseerd en het contactgebied tussen water en niet-polaire
moleculen wordt geminimaliseerd.
Hydrofobe effect: de vrije energieverandering van water dat een
opgeloste stof omgeeft.
Positieve entropie = hydrofobiciteit
Negatieve entropie = hydrofiliciteit
-van der Waalskrachten
= Relatieve zwakke elektromagnetische krachten tussen moleculen.
Van der Waalskrachten zijn klein en spelen enkel een rol wanneer atomen zeer dicht bij
elkaar kunnen komen.
• Cholesterol
Omega = positie van dubbele binding in vetzuur, we beginnen aan het einde van de staart te
tellen.
Men weet niet of omega gezonder is voor de mens.
STRUCTUUR
Verschil tussen prokaryoten en eukaryoten:
Prokaryoten = alleen een membraam.
Eukaryoten = plasmamembraan en andere compartimenten die omgeven zijn door
biomembranen
Verschillende
celorganellen worden
afgescheiden door
internmembranen- - -
Internmembranen zijn
10 keer groter dan
plasmamembranen
Cytoplasma: alles binnen de plasmamembraan, behalve nucleus
Cytosol: het waterige gedeelte van het cytoplasma buiten de
organellen
Lumen: waterige gedeelte binnen organellen
Een biomembraan is geen vlak structuur je kan verschillende
bergen en pieken waarnemen.
Plasmamembraan bestaat uit 2 lijnen (zware metaal ostrium) bij hoofdjes een donkere lijn
Fosfolipide dubbellaag
Glycerolfosfolipide : amfipatische = hydrofoob deeltje (beentjes) en hydrofiel
gedeelte (hoofd)
A° = 10-10m
fosfolipide laag = grote
liposoom
,Exoplasmatische en cytosolische zijden
Alle biomembraan kunnen samensmelten maar daarbij blijft steeds
de identiteit van elke laag behouden.
Binnen = cytoplasma (cytosolische zijde)
Buiten = exoplasmatische membraan (exoplasmatische zijde)
LIPIDEN
3 soorten lipiden:
• Fosfoglyceriden lasmalogenen
• Sfingolipiden
• Sterolen (cholesterol)
Fosfoglyceriden
Triaculglycerol = glycerol met trie vetzuren
Phosphoglycerides = twee vetzuren (met ester verbinding) en één fosforgroep
Plasmalogenen
= ether verbinding ipv een ester verbinding
Sfingolipiden
,Sterolen
Cholesterol is een steroide
-->Precursor van vitamine D essentieel voor
Calciumopname (Gebrek aan zone = rachitis)
BEWEEGLIJKHEID VAN LIPIDEN IN EEN BIOMEMBRAAN
• Axiale rotatie
• Laterale diffusie
• Flip-flop
• Beweging van vetzuurstaarten
Axiale rotatie
Laterale diffusie
Meting met FRAP (Fluorescence Recovery After Photobleaching)
Flip-flop
ongunsting omdat hydrofiel hoofd door hydrofoob laag moet worden
geholpen door enzyme = flippase (gebruikt ATP)
Meting:
, ABCB4 = flipase
Fluorescente fosfolipide worden in cel
toegevoegd en daarna wordt een quencher
toegevoegd (gaat fluorescentie doen dalen)
Cel gaat fluorescente deeltjes beschermen
dankzij ABCB4 (flippase) met behulp van ATP
ze met flip-flop naar de binnenkant van de cel
gaat verplaatsen.
Beweging van vetzuurstaarten
Beweeglijkheid wordt bepaald door:
• Temperatuur
Temperatuur stijging gaat zorgen voor een onordelijke
structuur waardoor fosfolipiden bewegelijker worden.
• Aard en lengte van de vetzuurketens
Vetzuurstaarten worden samengehouden door:
-Hydrofoob effect
Het hydrofobe effect is de waargenomen neiging van niet-polaire
stoffen om te aggregeren in een waterige oplossing en
watermoleculen uit te sluiten (gunstiger). Watermoleculen wordt
gemaximaliseerd en het contactgebied tussen water en niet-polaire
moleculen wordt geminimaliseerd.
Hydrofobe effect: de vrije energieverandering van water dat een
opgeloste stof omgeeft.
Positieve entropie = hydrofobiciteit
Negatieve entropie = hydrofiliciteit
-van der Waalskrachten
= Relatieve zwakke elektromagnetische krachten tussen moleculen.
Van der Waalskrachten zijn klein en spelen enkel een rol wanneer atomen zeer dicht bij
elkaar kunnen komen.
• Cholesterol
Omega = positie van dubbele binding in vetzuur, we beginnen aan het einde van de staart te
tellen.
Men weet niet of omega gezonder is voor de mens.