H26: AA-AV-model
=> Laat toe veel macro-fenomenen te analyseren
- Prijsstijging (inflatie) met positieve groei en daling werkloosheid
- Prijsstijging (inflatie) met stagnerende groei/recessie en stijgende
werkloosheid
- Leidt tot stagflatie
26.1 De aggregatieve vraag
=> Andere voorstelling IS-LM-model, grafisch afleiden
=> Geeft voor elk niveau P het evenwichtsniveau van het nationaal product Q(bbp/Y)
Wijziging prijspeil P zorgt voor wijzigin reëel geldaanbod M S/P=> zorgt voor wijziging
evenwichtsrente r=> zorgt voor wijziging investeringen I=>zorgt voor wijziging
aggregatieve vraag
=> Toename prijsniveau P -> Afname reële geldvoorraad -> evenwicht in geldmarkt
bij hogere rente -> afname investeringen -> afname economische activiteit Q=P
AV heeft negatief verband economische activiteit en algemeen prijspeil
Verschuivingen AV-curve:
- Goederenmarkt: wanneer IS naar rechts verschuift, verschuift AV naar rechts
- Geldmarkt: Wanneer LM naar onder verschuift, verschuift AV naar rechts
=> Een schok in de reële sfeer (IS) of de monetaire sfeer (LM) zorgt voor een
wijziging van het evenwichtsinkomen Y, gegeven prijspeil P
=> AV verschuift horizontaal
26.2 De aanbodzijde in de economie en het aggregatieve aanbod
=> AA drukt relatie uit tussen P en Q: P = f(Q)
Relatie wordt bepaald door:
- Productiefunctie: inzet van de productiefactoren bepaalt productie
- Arbeidsmarkt: gegeven tewerkstelling en prijsverwachtingen komt nominaal
loon tot stand (zie H21)
- Prijszettingsgedrag: op basis van nominale lonen bepalen ondernemingen
hun prijzen
Arbeidsmarkt:
- Onderhandelingsmacht WN’s bepaalt het verwachte reële loon
- Onderhandelingsmacht hangt af van de werkloosheid “u”
- Onderhandelingsmacht hangt af van institutionele factoren “z”
- P = (1 + theta)w
- Bedrijven bepalen de prijs als markup boven de marginale kost (loon w)
- w/P = 1/(1+theta)
- Evenwicht MLT: P=pe => f(ū,z) = 1/(1+theta)
1
, Alternatieve voorstelling (niet heel belangrijk, kort bekijken):
- Omzetten van werkloosheid naar tewerkstelling
- N = (1-u)L met N=aantal werkende=tewerkstelling, L=beroepsbevolking,
- Afhankelijk van N maken ipv u
=> Spiegelbeeld van f(u,z)-curve
Nieuw element in model: productiviteit
- Productiviteit (A) beïnvloedt de onderhandelingen tussen WG en WN, hoe
hoger deze is, hoe hoger de onderhandelde lonen
- Beïnvloedt ook de kostprijs per product voor het bedrijf
- Productie hangt dus af van technologie, A, Kapitaal K, arbeid N
- Q = AN
- PS-vergelijking: P = (1+theta)w/A
- WS-vergelijking: W = A*Pe*f(N,z) ⇔ w/A = Pe*f(N,z)
- P = (1+theta)Pe*f(N,z)
- Tewerkstelling N wordt bepaald door productiefunctie: Q = AN ⇔ N
= Q/A
=> P = (1+theta)Pe*f(Q/A,z)
=> KT-AA-curve: voor gegeven Pe
- op verticale as: feitelijk P-niveau
- we weten dat bij P=Pe ook Q=Qn
- KT-AA curve verschuift bij wijziging Pe
Korte termijn:
- Output kan boven natuurlijk niveau liggen, omdat P 1 boven verwachte P0
- MLT: Verwachtingen passen zich aan, AA zal verschuiven
=> Elke AA is getekend voor een verwacht prijsniveau
- Als verwacht prijsniveau gelijk is aan P, dan gaat AA-curve door punt (P 0, Qn)
in de grafiek
- Bij verandering prijsniveau, verschuiving grafiek
=> Door verandering in verwachtingen, verschuift AA-curve met P e als shift-factor
=> Gaat nu door punt (P1, Qn)
Conclusie:
- Op KT kan Q afwijken van natuurlijke outputniveau
- Op MLT niet, verwachtingen passen aan
- Hoelang om nieuwe evenwicht in c wordt bereikt: hangt af van snelheid
aanpassing van prijsverwachtingen, indexeringen, looptijd contracten
- ‘Adaptieve’ prijsverwachtingen: Pe = Pt-1 (prijzen vorige periode)
2
=> Laat toe veel macro-fenomenen te analyseren
- Prijsstijging (inflatie) met positieve groei en daling werkloosheid
- Prijsstijging (inflatie) met stagnerende groei/recessie en stijgende
werkloosheid
- Leidt tot stagflatie
26.1 De aggregatieve vraag
=> Andere voorstelling IS-LM-model, grafisch afleiden
=> Geeft voor elk niveau P het evenwichtsniveau van het nationaal product Q(bbp/Y)
Wijziging prijspeil P zorgt voor wijzigin reëel geldaanbod M S/P=> zorgt voor wijziging
evenwichtsrente r=> zorgt voor wijziging investeringen I=>zorgt voor wijziging
aggregatieve vraag
=> Toename prijsniveau P -> Afname reële geldvoorraad -> evenwicht in geldmarkt
bij hogere rente -> afname investeringen -> afname economische activiteit Q=P
AV heeft negatief verband economische activiteit en algemeen prijspeil
Verschuivingen AV-curve:
- Goederenmarkt: wanneer IS naar rechts verschuift, verschuift AV naar rechts
- Geldmarkt: Wanneer LM naar onder verschuift, verschuift AV naar rechts
=> Een schok in de reële sfeer (IS) of de monetaire sfeer (LM) zorgt voor een
wijziging van het evenwichtsinkomen Y, gegeven prijspeil P
=> AV verschuift horizontaal
26.2 De aanbodzijde in de economie en het aggregatieve aanbod
=> AA drukt relatie uit tussen P en Q: P = f(Q)
Relatie wordt bepaald door:
- Productiefunctie: inzet van de productiefactoren bepaalt productie
- Arbeidsmarkt: gegeven tewerkstelling en prijsverwachtingen komt nominaal
loon tot stand (zie H21)
- Prijszettingsgedrag: op basis van nominale lonen bepalen ondernemingen
hun prijzen
Arbeidsmarkt:
- Onderhandelingsmacht WN’s bepaalt het verwachte reële loon
- Onderhandelingsmacht hangt af van de werkloosheid “u”
- Onderhandelingsmacht hangt af van institutionele factoren “z”
- P = (1 + theta)w
- Bedrijven bepalen de prijs als markup boven de marginale kost (loon w)
- w/P = 1/(1+theta)
- Evenwicht MLT: P=pe => f(ū,z) = 1/(1+theta)
1
, Alternatieve voorstelling (niet heel belangrijk, kort bekijken):
- Omzetten van werkloosheid naar tewerkstelling
- N = (1-u)L met N=aantal werkende=tewerkstelling, L=beroepsbevolking,
- Afhankelijk van N maken ipv u
=> Spiegelbeeld van f(u,z)-curve
Nieuw element in model: productiviteit
- Productiviteit (A) beïnvloedt de onderhandelingen tussen WG en WN, hoe
hoger deze is, hoe hoger de onderhandelde lonen
- Beïnvloedt ook de kostprijs per product voor het bedrijf
- Productie hangt dus af van technologie, A, Kapitaal K, arbeid N
- Q = AN
- PS-vergelijking: P = (1+theta)w/A
- WS-vergelijking: W = A*Pe*f(N,z) ⇔ w/A = Pe*f(N,z)
- P = (1+theta)Pe*f(N,z)
- Tewerkstelling N wordt bepaald door productiefunctie: Q = AN ⇔ N
= Q/A
=> P = (1+theta)Pe*f(Q/A,z)
=> KT-AA-curve: voor gegeven Pe
- op verticale as: feitelijk P-niveau
- we weten dat bij P=Pe ook Q=Qn
- KT-AA curve verschuift bij wijziging Pe
Korte termijn:
- Output kan boven natuurlijk niveau liggen, omdat P 1 boven verwachte P0
- MLT: Verwachtingen passen zich aan, AA zal verschuiven
=> Elke AA is getekend voor een verwacht prijsniveau
- Als verwacht prijsniveau gelijk is aan P, dan gaat AA-curve door punt (P 0, Qn)
in de grafiek
- Bij verandering prijsniveau, verschuiving grafiek
=> Door verandering in verwachtingen, verschuift AA-curve met P e als shift-factor
=> Gaat nu door punt (P1, Qn)
Conclusie:
- Op KT kan Q afwijken van natuurlijke outputniveau
- Op MLT niet, verwachtingen passen aan
- Hoelang om nieuwe evenwicht in c wordt bereikt: hangt af van snelheid
aanpassing van prijsverwachtingen, indexeringen, looptijd contracten
- ‘Adaptieve’ prijsverwachtingen: Pe = Pt-1 (prijzen vorige periode)
2