Casus 8: Naar het consultatiebureau
1. Welke methode gebruikt een consultatiebureau om de groei en ontwikkeling van een kind te
meten?
Groeicurve: bepaalde diagrammen die worden gebruikt voor het monitoren van de groei van
kinderen, vaak t/m 20 jaar. Door middel van groeicurven kan een dokter een afwijkende groei in
lengte of gewicht opsporen en behandelen. In het eerste levensjaar zien we de uitloper van deze
enorme intra-uteriene groeisnelheid, met een toename van 25 cm. Daarna neemt de groeisnelheid
snel af tot de leeftijd van 3 jaar (7,5 cm/jaar), waarna deze verder vrijwel lineair langzaam afneemt
tot ongeveer 5 cm per jaar bij het begin van de puberteitsgroeispurt. De puberteitsgroeispurt gaat
gepaard met ongeveer een verdubbeling van de groeisnelheid, waarna in een paar jaar de groei
geheel ten einde is. Er bestaat verschil tussen jongens en meisjes. Zo hebben meisjes vaak eerder een
groeispurt, maar jongens groeien langer door. Ook is er verschil tussen kinderen van een andere
afkomst (Turks/Marokkaans). De belangrijkste metingen die worden vastgelegd zijn lengte, gewicht
en hoofdomtrek.
De middelste lijn is de p50-lijn, en geeft het gemiddelde aan. Alles erboven is 50%, en alles eronder is
50% van de lengte van de doelgroep. De twee groene vlakken tussen de -1 en de +1 zijn de standaard
deviaties. Hiertoe behoort 68% van de doelgroep. Deze lijnen hebben een SD score tussen de -1 en
de +1. Tussen de SDS -2 en +2 behoort 96% van de doelgroep. Voor het omzetten van een lengte in
een SDS geldt: lengte SDS = (lengte – gemiddelde) / SD
De groeicurven worden gemaakt door de TNO (Toegepast-Natuurwetenschappelijk Onderzoek). Deze
organisatie maakt iedere 10 jaar, op basis van een referentiegroep met verschillende etnische
achtergronden, een groeicurve.
, Blok 1: Groei en Ontwikkeling