Examen Architectuuractualia 1 – AJ 2020-21
Mogelijke vragen
Zowel op 23 als op 28 januari zullen 3 vragen afkomstig zijn uit de
hiernavolgende lijst.
Vraag 1 maakt deel uit van dit drietal, voor elk van beide examens.
Vraag 1
Welke factoren hebben het bouwen van moderne architectuur in België bemoeilijkt,
in de jaren onmiddellijk na de tweede wereldoorlog ? Verklaar en geef voorbeelden.
Vraag 2
Wanneer en waarom zijn Wereldtentoonstellingen tot ontwikkeling gekomen ?
Anders geformuleerd: bespreek de historische en ideologische context van hun ontstaan.
Geef enkele voorbeelden van belangrijke tentoonstellingsgebouwen uit de beginperiode van
de Wereldtentoonstellingen.
Wat is het BIE – wat is de functie ervan ?
Kunnen Wereldtentoonstellingen volgens u nog steeds relevant worden genoemd ?
Vraag 3
Wat waren – in de late jaren 1950 en in de jaren 1960 – de oorzaken van stadsverval in
België ? Geef voldoende toelichting en 3 voorbeelden.
Vraag 4
Juist of onjuist : Postmoderne architectuur en postmoderne stedenbouw beogen een breuk
met moderne architectuur en moderne stedenbouw. Licht uw antwoord toe met concrete
voorbeelden.
Vraag 5
Welke architectuurtendensen kon men onderscheiden op Expo 58 ? Geef telkens een
voorbeeld; verklaar, maak elementaire schetsen.
Mogelijke vragen
Zowel op 23 als op 28 januari zullen 3 vragen afkomstig zijn uit de
hiernavolgende lijst.
Vraag 1 maakt deel uit van dit drietal, voor elk van beide examens.
Vraag 1
Welke factoren hebben het bouwen van moderne architectuur in België bemoeilijkt,
in de jaren onmiddellijk na de tweede wereldoorlog ? Verklaar en geef voorbeelden.
Vraag 2
Wanneer en waarom zijn Wereldtentoonstellingen tot ontwikkeling gekomen ?
Anders geformuleerd: bespreek de historische en ideologische context van hun ontstaan.
Geef enkele voorbeelden van belangrijke tentoonstellingsgebouwen uit de beginperiode van
de Wereldtentoonstellingen.
Wat is het BIE – wat is de functie ervan ?
Kunnen Wereldtentoonstellingen volgens u nog steeds relevant worden genoemd ?
Vraag 3
Wat waren – in de late jaren 1950 en in de jaren 1960 – de oorzaken van stadsverval in
België ? Geef voldoende toelichting en 3 voorbeelden.
Vraag 4
Juist of onjuist : Postmoderne architectuur en postmoderne stedenbouw beogen een breuk
met moderne architectuur en moderne stedenbouw. Licht uw antwoord toe met concrete
voorbeelden.
Vraag 5
Welke architectuurtendensen kon men onderscheiden op Expo 58 ? Geef telkens een
voorbeeld; verklaar, maak elementaire schetsen.