HOOFDSTUK 1: DE
ARBEIDSMARKT
1 DE ARBEIDSMARKT IN THEORIE
1.1 VRAAG EN AANBOD VAN ARBEID
PRODUCTIEFACTOR = arbeidsprestaties = handenarbeid + hoofdarbeid
Werknemers en werklozen AANBIEDERS van arbeid
Werkgevers vertegenwoordigen de VRAAG naar arbeid
Op de arbeidsmarkt ontmoeten vragers en aanbieders elkaar, zij bepalen het loon (loon,
salaris of wedde) dat wordt betaald voor de inzet van de productiefactor.
1.2 EVENWICHT OP DE ARBEIDSMARKT
Voldoen aan voorwaarden volkomen concurrentie. Markt is in evenwicht als er evenveel
vraag als aanbod is.
1.3 ONEVENWICHTEN OP DE ARBEIDSMARKT
ARBEIDSMARKT is een verzameling van deelmarkten, bv leerkrachten, bouwvakkers,
verpleegkundigen. Voor sommigen is er een overschot, voor sommigen een tekort.
Knelpuntberoep: Er zijn te weinig werknemers om aan de vraag te voldoen
Als het loonniveau hoger is dan het evenwichtsloon (kruising op de curve) dan is er een
aanbodoverschot van werknemers. Indien het loon daalt zal ook het overschot dalen
(maar dit komt in de praktijk bijna nooit voor)
Als het loonniveau lager ligt dan het evenwichtsloon dan is er een aanbodtekort en
worden niet alle vacatures ingevuld. Hierdoor kunnen werkgevers een hoger loon geven
waardoor de aangeboden hoeveelheid werknemers toeneemt en hierdoor kan de markt
terug in een nieuw evenwicht komen.
2 DE BEROEPSBEVOLKING
2.1 DE SAMENSTELLING VAN DE BEVOLKING
,BEROEPSBEVOLKING = de werkende bevolking + de werkloze bevolking
2.2 DE GROOTTE VAN DE BEROEPSBEVOLKING
Totale bevolking: IEDEREEN
natuurlijke aangroei: verschil sterftes en geboortes
migratiesaldo: verschil immigranten en emigranten
o pushfactoren zetten aan tot emigratie
oorlogen, conflicten over vervolging in eigen land kunnen aanzetten
tot emigratie
milieufactoren: wegvluchten voor natuurrampen, overstromingen,
orkanen, aardbevingen. Ook de klimaatverandering speelt hier een
heel grote rol
o pullfactoren zetten aan tot immigratie
hogere lonen, betere arbeidskansen, hogere levensstandaard,
onderwijskansen zetten aan tot immigratie (betere vooruitzichten)
Het migratiesaldo stijgt de laatste jaren, dit is een oplossing voor de vergrijzing, er
is een toename bij de beroepsbevolking
Beroepsbevolking:
grootte van de totale bevolking
wettelijke pensioenleeftijd (deze wordt opgetrokken dus de beroepsbevolking zal
ook vergroten pos. Invloed op de beroepsbevolking
leeftijdsopbouw bevolking (bevolkingspiramide)
Bevolkingspiramide:
,Brede basis wil zeggen dat we een jonge bevolking hebben, dus veel mensen die
doorstromen naar de arbeidsleeftijd (in kader). Indien we een breed bovenstuk hebben
dan hebben we een oudere bevolking. Dit kan problemen opleveren voor het
arbeidsaanbod
3 WAT BEPAALT HET LOON?
Normaal wordt het loon bepaald door vraag en aanbod, maar in realiteit bepalen nog
andere factoren het loon:
ARBEIDSOVEREENKOMST: Deze bevat het statuut, de aard van het werk, de
duur, de omvang en de overeengekomen vergoeding. Arbeiders uurloon,
bedienden maandloon
SOCIAAL OVERLEG: vakbonden en werkgeversorganisaties voeren
onderhandelingen over lonen en arbeidsomstandigheden (sociale partners)
o Werkgeversorganisaties: voeren onderhandelingen met vakbonden en
overheid, brengen de leden op de hoogte, brengen ze samen en stimuleren
de samenwerking tussen de ondernemers
o Werknemersorganisaties of vakbonden: voeren onderhandelingen met de
werkgeversorganisaties of de overheid, de leden krijgen advies en
informatie, ze betalen de werkloosheidsuitkering voor leden uit
De individuele arbeidsovereenkomst mag niet afwijken van de
wettelijke bepalingen en collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) die
werkgevers en werknemers afgesproken hebben in een sociaal
overleg. Bv loon mag niet lager zijn dan het minimumloon, …
Het sociaal overleg gebeurt op 3 verschillende niveau’s
, LOONNORM: Elke 2 jaar wordt een loonnorm (hoeveel de lonen max. mogen
stijgen) vastgelegd, dit om de concurrentiepositie van België te vrijwaren. Als de
loonkosten te snel stijgen is dit negatief voor de Belgische economie
(concurrentiekracht). Als de sociale partners dit niet overeenkomen dan komt de
overheid tussenbeide.
LOONINDEXERING: Wanneer de prijzen van goederen en diensten een bepaalde
drempel (spilindex) overstijgen worden de lonen automatisch verhoogd. Dit om
de koopkracht te behouden. Bij overheidspersoneel gebeurt deze indexatie
automatisch. Indien de overheid toch kiest om de lonen eenmalig niet te
indexeren is er sprake van een indexsprong
ANDERE FACTOREN: Wat kan zorgen voor loonverschillen?
o Opleidingsniveau
o Statuut
o Anciënniteit
o Sector
o Regio
o Grootte en aard van de onderneming
4 DE LOONKOST
Wat omvat de loonkost?
Brutoloon
Sociale zekerheidsbijdrage
Bijkomende kosten (vakantiegeld, eindejaarspremie,
arbeidsongevallenverzekering)
Extralegale voordelen
Loonbonus of winstpremie
Voordelen in natura (bedrijfswagen, laptop, smartphone)
Bijkomende verzekeringen, maaltijdcheques,…
ARBEIDSMARKT
1 DE ARBEIDSMARKT IN THEORIE
1.1 VRAAG EN AANBOD VAN ARBEID
PRODUCTIEFACTOR = arbeidsprestaties = handenarbeid + hoofdarbeid
Werknemers en werklozen AANBIEDERS van arbeid
Werkgevers vertegenwoordigen de VRAAG naar arbeid
Op de arbeidsmarkt ontmoeten vragers en aanbieders elkaar, zij bepalen het loon (loon,
salaris of wedde) dat wordt betaald voor de inzet van de productiefactor.
1.2 EVENWICHT OP DE ARBEIDSMARKT
Voldoen aan voorwaarden volkomen concurrentie. Markt is in evenwicht als er evenveel
vraag als aanbod is.
1.3 ONEVENWICHTEN OP DE ARBEIDSMARKT
ARBEIDSMARKT is een verzameling van deelmarkten, bv leerkrachten, bouwvakkers,
verpleegkundigen. Voor sommigen is er een overschot, voor sommigen een tekort.
Knelpuntberoep: Er zijn te weinig werknemers om aan de vraag te voldoen
Als het loonniveau hoger is dan het evenwichtsloon (kruising op de curve) dan is er een
aanbodoverschot van werknemers. Indien het loon daalt zal ook het overschot dalen
(maar dit komt in de praktijk bijna nooit voor)
Als het loonniveau lager ligt dan het evenwichtsloon dan is er een aanbodtekort en
worden niet alle vacatures ingevuld. Hierdoor kunnen werkgevers een hoger loon geven
waardoor de aangeboden hoeveelheid werknemers toeneemt en hierdoor kan de markt
terug in een nieuw evenwicht komen.
2 DE BEROEPSBEVOLKING
2.1 DE SAMENSTELLING VAN DE BEVOLKING
,BEROEPSBEVOLKING = de werkende bevolking + de werkloze bevolking
2.2 DE GROOTTE VAN DE BEROEPSBEVOLKING
Totale bevolking: IEDEREEN
natuurlijke aangroei: verschil sterftes en geboortes
migratiesaldo: verschil immigranten en emigranten
o pushfactoren zetten aan tot emigratie
oorlogen, conflicten over vervolging in eigen land kunnen aanzetten
tot emigratie
milieufactoren: wegvluchten voor natuurrampen, overstromingen,
orkanen, aardbevingen. Ook de klimaatverandering speelt hier een
heel grote rol
o pullfactoren zetten aan tot immigratie
hogere lonen, betere arbeidskansen, hogere levensstandaard,
onderwijskansen zetten aan tot immigratie (betere vooruitzichten)
Het migratiesaldo stijgt de laatste jaren, dit is een oplossing voor de vergrijzing, er
is een toename bij de beroepsbevolking
Beroepsbevolking:
grootte van de totale bevolking
wettelijke pensioenleeftijd (deze wordt opgetrokken dus de beroepsbevolking zal
ook vergroten pos. Invloed op de beroepsbevolking
leeftijdsopbouw bevolking (bevolkingspiramide)
Bevolkingspiramide:
,Brede basis wil zeggen dat we een jonge bevolking hebben, dus veel mensen die
doorstromen naar de arbeidsleeftijd (in kader). Indien we een breed bovenstuk hebben
dan hebben we een oudere bevolking. Dit kan problemen opleveren voor het
arbeidsaanbod
3 WAT BEPAALT HET LOON?
Normaal wordt het loon bepaald door vraag en aanbod, maar in realiteit bepalen nog
andere factoren het loon:
ARBEIDSOVEREENKOMST: Deze bevat het statuut, de aard van het werk, de
duur, de omvang en de overeengekomen vergoeding. Arbeiders uurloon,
bedienden maandloon
SOCIAAL OVERLEG: vakbonden en werkgeversorganisaties voeren
onderhandelingen over lonen en arbeidsomstandigheden (sociale partners)
o Werkgeversorganisaties: voeren onderhandelingen met vakbonden en
overheid, brengen de leden op de hoogte, brengen ze samen en stimuleren
de samenwerking tussen de ondernemers
o Werknemersorganisaties of vakbonden: voeren onderhandelingen met de
werkgeversorganisaties of de overheid, de leden krijgen advies en
informatie, ze betalen de werkloosheidsuitkering voor leden uit
De individuele arbeidsovereenkomst mag niet afwijken van de
wettelijke bepalingen en collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) die
werkgevers en werknemers afgesproken hebben in een sociaal
overleg. Bv loon mag niet lager zijn dan het minimumloon, …
Het sociaal overleg gebeurt op 3 verschillende niveau’s
, LOONNORM: Elke 2 jaar wordt een loonnorm (hoeveel de lonen max. mogen
stijgen) vastgelegd, dit om de concurrentiepositie van België te vrijwaren. Als de
loonkosten te snel stijgen is dit negatief voor de Belgische economie
(concurrentiekracht). Als de sociale partners dit niet overeenkomen dan komt de
overheid tussenbeide.
LOONINDEXERING: Wanneer de prijzen van goederen en diensten een bepaalde
drempel (spilindex) overstijgen worden de lonen automatisch verhoogd. Dit om
de koopkracht te behouden. Bij overheidspersoneel gebeurt deze indexatie
automatisch. Indien de overheid toch kiest om de lonen eenmalig niet te
indexeren is er sprake van een indexsprong
ANDERE FACTOREN: Wat kan zorgen voor loonverschillen?
o Opleidingsniveau
o Statuut
o Anciënniteit
o Sector
o Regio
o Grootte en aard van de onderneming
4 DE LOONKOST
Wat omvat de loonkost?
Brutoloon
Sociale zekerheidsbijdrage
Bijkomende kosten (vakantiegeld, eindejaarspremie,
arbeidsongevallenverzekering)
Extralegale voordelen
Loonbonus of winstpremie
Voordelen in natura (bedrijfswagen, laptop, smartphone)
Bijkomende verzekeringen, maaltijdcheques,…