• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 36 pages
Resume

management van organisaties samenvatting

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 36 pages

Samenvatting van het vak management van organisaties

Aperçu du contenu

Week 1 — De institutionele context van publieke organisaties
Gebaseerd op: Coase (1937); Henk (2020); Boselie (HC1, 2025)

Waarom bestaan organisaties? De economische oorsprong (Coase, 1937)
De Britse econoom Ronald Coase stelde in zijn klassieke artikel The Nature of the Firm
(1937) de fundamentele vraag: waarom bestaan er eigenlijk organisaties? In een zuivere
marktorde zou immers alles via prijsvorming en contracten geregeld kunnen worden —
producenten en consumenten ruilen goederen of diensten zolang de prijs klopt. Toch zien
we overal organisaties, bedrijven en instellingen die intern activiteiten coördineren zonder
steeds opnieuw de markt te gebruiken.

Coase verklaart dit vanuit het begrip transactiekosten: de kosten die gepaard gaan met het
gebruiken van de markt. Iedere ruil of samenwerking buiten de organisatie vergt
onderhandelingen, informatie zoeken, contracteren en handhaving van afspraken. In
situaties waarin die kosten hoog zijn, wordt het efficiënter om de coördinatie hiërarchisch
te organiseren, binnen één onderneming of instelling. Binnen organisaties wordt werk niet
meer afgestemd via prijssignalen, maar via hiërarchie, management en regels. Coase’ inzicht
is dat het bestaan van organisaties economisch rationeel is: ze reduceren de kosten van
markttransacties.

Tegelijk creëert die hiërarchie nieuwe interne coördinatiekosten — bureaucratie,
management, informatiestructuren — die ook geld en tijd kosten. De grens tussen “markt”
en “organisatie” verschuift dus voortdurend, afhankelijk van waar de balans ligt tussen
externe transactiekosten en interne coördinatiekosten. Deze afweging vormt de basis voor
de klassieke make-or-buy-beslissing: zelf doen of uitbesteden (Boselie, HC1).

Van bedrijven naar publieke organisaties
Boselie (HC1) laat zien hoe deze economische logica doorwerkt in publieke organisaties,
maar daar complexer wordt. Waar commerciële bedrijven streven naar winst en efficiëntie,
werken publieke organisaties binnen een institutionele omgeving van wet- en regelgeving,
publieke waarden en maatschappelijke verwachtingen. Hun doelen zijn meervoudig: niet
alleen efficiëntie, maar ook rechtvaardigheid, transparantie, gelijkheid, veiligheid of
zorgvuldigheid.

Coase’ idee dat organisaties ontstaan om kosten te beperken blijft geldig, maar publieke
organisaties worden daarnaast gevormd door institutionele factoren (DiMaggio & Powell,
1983):

 Coercive mechanisms – formele regels en wetgeving die gedrag afdwingen;

 Normative mechanisms – beroepsnormen en professionele waarden;

 Mimetic mechanisms – imitatiegedrag, waarbij organisaties elkaar nadoen uit
onzekerheid of mode.

,Deze mechanismen verklaren waarom publieke organisaties vaak sterk op elkaar lijken,
ondanks hun pogingen zich te onderscheiden. Ze bevinden zich in een veld waarin
legitimiteit belangrijker is dan concurrentie. Volgens Boselie moeten we publieke
organisaties daarom begrijpen als sociale instituties die ingebed zijn in een netwerk van
belangenpartijen (stakeholders): politiek, maatschappij, beroepsgroepen, burgers en
wetgeving.

De spanning tussen controle en vertrouwen
Vanuit dat institutionele perspectief verschuift de aandacht van Coase’s marktrationaliteit
naar de interne beheersing van organisaties. Hier komt het werk van Henk (2020) in beeld.
Henk onderzoekt “internal control through the lens of institutional work” en laat zien dat
controle niet slechts een set regels of systemen is, maar een sociaal proces waarin mensen
actief betekenis geven aan beheersing, toezicht en verantwoording.

Traditioneel werd “control” opgevat als een instrumenteel, rationeel mechanisme om
prestaties te meten en risico’s te beperken. Maar Henk toont dat in moderne publieke
organisaties controle een dynamisch, institutioneel proces is. Actoren creëren,
onderhouden en veranderen controlpraktijken voortdurend. Deze “institutional work”-
benadering legt de nadruk op menselijk handelen binnen institutionele structuren: regels
zijn niet statisch, maar worden voortdurend aangepast aan de context en de verwachtingen
van belanghebbenden.

Daarmee ontstaat een spanningsveld tussen controle en vertrouwen. Enerzijds eisen
politiek en samenleving meer verantwoording, toezicht en transparantie (coercive druk).
Anderzijds ervaren professionals dat te veel controle hun vakmanschap en motivatie
ondermijnt. Organisaties zoeken dus naar een evenwicht tussen systeemvertrouwen
(regels, audits, protocollen) en persoonlijk vertrouwen (professionaliteit, gedeelde
waarden).

Boselie (HC1) vat dit samen in de tegenstelling tussen “management” (beheersing,
coördinatie) en “leiderschap” (vertrouwen, richting geven). Waar management probeert te
voorspellen en te controleren, creëert leiderschap juist ruimte voor betekenis en
autonomie. Beide zijn nodig om complexiteit hanteerbaar te maken in de institutionele
context.

Context en strategische speelruimte
Boselie benadrukt dat organisaties altijd functioneren binnen een context van contingenties
— factoren als omvang, sector, technologie, leeftijd, personeelsbestand en tijdsgeest. Dit
sluit aan bij de contingentietheorie (Mintzberg, 1979): er bestaat geen universeel beste
manier van organiseren; de juiste vorm hangt af van de context. Daarnaast noemt hij de
visie van Child (1997) op strategic choice: ook binnen beperkingen van de context blijft er
keuzeruimte voor leiders en managers. Met andere woorden, organisaties zijn niet volledig
bepaald door hun omgeving; ze hebben een zekere handelingsvrijheid om hun structuur en
strategie vorm te geven.

,Die keuzeruimte is echter niet onbeperkt. De institutionele theorie (DiMaggio & Powell,
1983) leert dat organisaties voortdurend balanceren tussen efficiëntie (de logica van de
markt) en legitimiteit (de logica van het institutionele veld). Publieke organisaties opereren
dus in een spanningsveld van externe druk, interne waarden en strategische keuzes.

De moderne betekenis van “management control”
Henk (2020) helpt begrijpen dat “management control” niet langer enkel een technisch
instrument is, maar een praktijk van betekenisgeving en institutionele verankering. Hij
onderscheidt drie dimensies:

1. Creating control systems – managers en professionals ontwikkelen structuren die
passen bij hun waarden en doelen;

2. Maintaining control – bestaande systemen worden gelegitimeerd en
gereproduceerd;

3. Disrupting control – soms worden gevestigde routines doorbroken om ruimte te
maken voor verandering of innovatie.

In moderne publieke organisaties (zoals universiteiten, ziekenhuizen, gemeenten) is
internal control dus onderdeel van institutioneel werk: het gaat om balans tussen formele
regels, professionele normen en publieke waarden. Waar Coase’s wereld draaide om
transactiekosten, draait Henk’s wereld om institutionele legitimiteit en betekenisvol
vertrouwen.

Samenvattend verband
Week 1 legt de fundamentele basis voor het hele vak Management van Organisaties:

 Coase verklaart waarom organisaties bestaan — om coördinatie goedkoper en
effectiever te maken dan markten.

 Boselie laat zien dat publieke organisaties bovendien maatschappelijk ingebed zijn
in wetten, waarden en verwachtingen; ze zijn geen rationele machines, maar sociale
instituties.

 Henk toont dat binnen zulke instituties beheersing zelf een menselijke,
institutionele praktijk is — altijd balancerend tussen controle en vertrouwen.

De moderne publieke organisatie is dus een organisch systeem van regels, relaties en
waarden, waarin economische rationaliteit, institutionele druk en menselijke
betekenisgeving continu met elkaar verweven zijn.



Week 2 – Organisatiecultuur
Gebaseerd op: Schein (1990); Martin (2004); Vermeulen & Koster (2011); Boselie (HC2,
2025)

, De mens als drager van organisaties
In de tweede week verschuift de aandacht van de “buitenkant” van organisaties – hun
structuur en institutionele omgeving – naar de binnenwereld: de mensen, hun gedeelde
betekenissen, gewoontes en overtuigingen. Boselie (HC2) benadrukt dat organisaties niet
alleen functionele systemen zijn, maar ook gemeenschappen met een eigen symboliek,
identiteit en rituelen.
Waar het eerste hoorcollege vroeg waarom organisaties bestaan, vraagt dit college hoe ze
voelen en leven.

Cultuur is volgens Boselie “de lijm die de organisatie bijeenhoudt” – maar ook een spiegel
van spanningen, waarden en macht. Ze manifesteert zich in taal, verhalen, humor,
dresscodes, vergaderrituelen, symbolen en logo’s, maar ook in ongeschreven regels en
veronderstellingen over wat “goed werk” is. Organisatiecultuur vormt zo het diepste niveau
van sturing: niet via regels of geld, maar via betekenis.

Schein (1990) – De lagen van cultuur
De grondlegger van de moderne organisatieliteratuur over cultuur, Edgar H. Schein,
beschrijft cultuur als een systeem van gedeelde basisveronderstellingen dat een groep
ontwikkelt bij het oplossen van problemen van externe aanpassing en interne integratie.

Hij onderscheidt drie niveaus van cultuur:

1. Artefacten – zichtbare uitingen van de organisatie: architectuur, symbolen, kleding,
logo’s, rituelen, taalgebruik. Ze zijn makkelijk te zien, maar moeilijk te interpreteren.

2. Beleden waarden – expliciet uitgesproken overtuigingen: missie, visie, strategische
doelen, gedragsregels. Deze zijn deels rationeel, deels ideologisch: ze drukken uit
wat de organisatie zegt belangrijk te vinden.

3. Onderliggende aannames – de onbewuste, vanzelfsprekende overtuigingen die diep
in de organisatie geworteld zitten: ideeën over mensbeeld (“mensen zijn van nature
gemotiveerd of niet”), tijd (“tijd is geld”), hiërarchie (“leiding weet het beter”), of
samenwerking (“we doen dit samen”).

Cultuur fungeert voor Schein als een sociaal verdedigingsmechanisme: ze reduceert angst
en onzekerheid door een voorspelbare werkelijkheid te creëren. Daardoor is ze stabiel en
traag te veranderen. Een reorganisatie lukt zelden als de onderliggende aannames niet
meebewegen.

Boselie (HC2) koppelt dit aan publieke organisaties: ook hier bestaan diepe culturele
aannames over bijvoorbeeld integriteit, procedurele rechtvaardigheid en publieke
taakopvatting. Die aannames sturen gedrag sterker dan formele regels.

Table des matières

  1. 01 Week 1 — De institutionele context van publieke organisaties 1
    1. Waarom bestaan organisaties? De economische oorsprong (Coase, 1937) 1
    2. Van bedrijven naar publieke organisaties 1
    3. De spanning tussen controle en vertrouwen 2
    4. Context en strategische speelruimte 2
    5. De moderne betekenis van “management control” 3
    6. Samenvattend verband 3
  2. 02 Week 2 – Organisatiecultuur 3
    1. De mens als drager van organisaties 4
    2. Schein (1990) – De lagen van cultuur 4
    3. Martin (2004) – Drie perspectieven op cultuur 5
    4. Vermeulen & Koster (2011) – Symbolen als dragers van macht en betekenis 5
    5. Cultuur als spanningsveld tussen structuur, macht en identiteit 6
    6. Cultuurverandering: maakbaar of niet? 6
    7. De samenhang tussen Schein, Martin en Vermeulen & Koster 6
    8. Slot: Cultuur als levende werkelijkheid van publieke organisaties 7
  3. 03 Week 3 – Organisatiestructuur en typologieën 7
    1. Van cultuur naar structuur 8
    2. Mintzberg (2022) – De bouwstenen van organisatieontwerp 8
    3. Monteiro & Adler (2022) – Structuur als levend systeem van praktijken 10
    4. Casadesus-Masanell & Ricart (2020) – Het businessmodel als keuzelogica 10
    5. De dynamiek van coördinatie in publieke organisaties 10
    6. Structuur en macht 11
    7. De link tussen Mintzberg, Monteiro & Adler en Casadesus-Masanell & Ricart 11
    8. Samenvattend 12
  4. 04 Week 4 – Organisatiestrategie en leiderschap 12
    1. De overgang van structuur naar strategie 12
    2. Casadesus-Masanell & Ricart (2020) – De logica van het businessmodel 12
    3. Prashantham & Healy (2022) – Strategievorming als sociaal proces 13
    4. Leiderschap als bron van alignment 13
    5. Alignment in de praktijk 14
    6. Strategievorming als continu leerproces 15
    7. De spanning tussen strategie en menselijke motivatie 15
    8. Samenvattend 15
  5. 05 Week 5 – HRM en medewerkersmotivatie 16
    1. Van strategie naar mensen 16
    2. Deci, Olafsen & Ryan (2017) – Zelfdeterminatietheorie en motivatie 16
    3. Vandenabeele, Leisink & Knies (2013) – Publieke waarden en motivatie 17
    4. De rol van HRM: van beleid naar betekenis 17
    5. Autonomie, vertrouwen en leiderschap 18
    6. Problemen: afnemende betrokkenheid en burn-out 19
    7. Verbinding tussen Deci, Vandenabeele en Boselie 19
    8. Samenvattend 19
  6. 06 Week 6 – Organisaties en interne verhoudingen 20
    1. Van motivatie naar macht 20
    2. Mansaray (2019) – Leiderschap en verandering 20
    3. Alvesson & Willmott (2012) – De schaduwzijde van management 21
    4. McCabe (2020) – Macht, controle en weerstand 22
    5. Macht, controle en ethiek 23
    6. Macht en weerstand als dynamisch evenwicht 23
    7. Samenvattend verband tussen de auteurs 23
    8. Samenvattend 24
  7. 07 Week 7 – Organisatieverandering 24
    1. De permanente opgave van verandering 25
    2. Twee benaderingen van verandering 25
    3. Micelotta, Lounsbury & Greenwood (2017) – Institutionele verandering 25
    4. Peng, Pham & Tan (2021) – Adaptief leiderschap en verandervermogen 26
    5. De dynamiek van verandering: macht, weerstand en betrokkenheid 27
    6. Verandering als leerproces 27
    7. Het belang van communicatie en participatie 27
    8. Samenhang tussen de auteurs 28
    9. Samenvattend 28
  8. 08 Week 8 – Organisaties en sturen op maatschappelijke verandering 29
    1. De brug van organisatieverandering naar maatschappelijke transitie 29
    2. De Haan et al. (2024) – “Wind of Change: The Recognition and Rewards Movement” 29
    3. De context: hypercompetitie en academische druk 30
    4. De fasen van de R&R-beweging 30
    5. Loose coupling en de realiteit van verandering 31
    6. Strategie, leiderschap en alignment op macroniveau 31
    7. De maatschappelijke dimensie: Open Science en publieke waarde 31
    8. Maatschappelijke verandering als institutionele beweging 32
    9. Verbinding met de thema’s van de cursus 32
    10. Samenvattend 33
  9. 09 Korte samenvattingen per week 33
    1. Week 1 – De institutionele context van publieke organisaties 33
    2. Week 2 – Organisatiecultuur 34
    3. Week 3 – Organisatiestructuur en typologieën 34
    4. Week 4 – Organisatiestrategie en leiderschap 34
    5. Week 5 – HRM en medewerkersmotivatie 35
    6. Week 6 – Organisaties en interne verhoudingen 35
    7. Week 7 – Organisatieverandering 35
    8. Week 8 – Organisaties en maatschappelijke verandering 35

Livre connecté
 image
Henry Mintzberg Organisatiestructuren
Éditeur: Inconnu ISBN: 9789043040808 Édition: Inconnu

Infos sur le Document

Cours
Livre entier ?
Non
Quels chapitres sont résumés ?
1-2
Publié le
5 novembre 2025
Nombre de pages
36
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
€13,16

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
dikkiedik3001
4,0
(1)
Vendu
11
Abonnés
0
Éléments
1
Dernière vente
1 semaine de cela

Avis d'acheteurs vérifiés

5 mois de cela

Does not (completely) fit in well with the material from academic year 2025-2026. period 3.

Dear Sander, I wrote this summary in September, October and November when I was taking this course. And based on the summary, I got a 9.3. So think this is a special response




Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions