1. Het leerlinggericht onderwijsmodel als algemeen didactisch
referentiekader
Didactiek is de tak van de wetenschap die zich bezighoudt met het
voorbereiden, uitvoeren en evalueren van concrete onderwijsleerprocessen. De
laatste jaren is hierbij de focus gaan liggen op effectieve didactiek.
In ons leerlinggericht onderwijsmodel intrigeren we inzichten uit verschillende
disciplines
De algemene en effectieve didactiek
Lerareneffectiviteitsstudies
De cognitieve psychologie
De kwaliteit indicatoren betrokkenheid en welbevinden van het
ervaringsgericht onderwijs
→ Al deze inzichten samen helpen bij het creëren van een
krachtige leeromgeving
1.1. Driehoek : Beginsituatie – doelstellingen – leerinhoud
Beginsituatie
De beginsituatie omvat alle persoonlijke, sociale en situationele factoren die
invloed kunnen hebben op het verloop van het onderwijs. Ze bepalen mee de
doelstellingen en de inhoud van een les of lessenreeks.
Doelstellingen
Doelstellingen geven aan wat de leerkracht wil bereiken bij de leerlingen. Ze
beschrijven niet alleen wat leerlingen moeten kennen of kunnen, maar ook hoe
ze die kennis, vaardigheid of houding moeten beheersen.
,Kenmerken van een goede doelstelling
Een goede doelstelling bevat één concreet gedrag en een duidelijke leerinhoud.
Omdat niet altijd alle inhouden in de doelstelling passen, is het belangrijk om
daarnaast voor jezelf te noteren welke leerinhouden in de les aan bod moeten
komen.
1.2. Rechthoek : ‘krachtige leeromgeving’
Om leerlingen tot duurzaam leren te brengen, kan je je les ontwerpen vanuit
twee invalshoeken:
De aanpak van de leerkracht
De leeractiviteiten van de leerlingen
Binnen deze benadering staan de procesvariabelen van ervaringsgericht
onderwijs (volgens prof. Ferre Laevers) centraal. Duurzaam leren vereist
namelijk een hoge betrokkenheid en welbevinden bij leerlingen. Door
gebruik te maken van betrokkenheidsverhogende factoren, kan je
kansen tot betrokkenheid in je lesontwerp integreren.
De aanpak van de leerkracht omvat alles wat hij/zij doet en zegt, en
bestaat uit:
, Onderwijsactiviteiten: acties die gericht zijn op het stimuleren en
begeleiden van leeractiviteiten bij leerlingen.
Organisatie: de manier waarop de les praktisch wordt ingericht.
Om de doelstellingen te bereiken, zet de leerkracht activiteiten op waarbij
leerlingen actief aan de slag gaan met de leerinhouden. Deze activiteiten
noemen we leeractiviteiten, en ze worden onderverdeeld in:
Externe leeractiviteiten: zichtbaar gedrag dat je als buitenstaander kan
waarnemen.
Interne leeractiviteiten: mentale processen binnen de leerling, die je
enkel onrechtstreeks kan vaststellen via observatie of bevraging.
Wanneer onderwijs- en leeractiviteiten volgens een vast patroon georganiseerd
worden, spreken we van een didactische werkvorm.
Een didactische werkvorm is een doelgerichte, geordende en effectieve manier
waarop leerkracht en leerlingen samenwerken om de leerdoelen te bereiken via
specifieke leerinhouden.
, 1.3. Leerresultaten & evaluatie
Het derde luik van een leerlinggericht onderwijsmodel focust op evaluatie:
hoe en wanneer ga je het leren van leerlingen beoordelen?
Je kan evalueren op twee niveaus:
Leerresultaten: nagaan in welke mate de doelen bij elke leerling bereikt
zijn.
Leerprocessen: analyseren hoe leerlingen geleerd hebben — was het
effectief, efficiënt, actief, denk bevorderend, met betrokkenheid en
welbevinden?
De leerkracht kijkt niet alleen of de doelen bereikt zijn, maar ook waarom een
resultaat goed of minder goed is. Op basis van deze analyse worden
beslissingen genomen over het verdere leertraject van (specifieke)
leerlingen.
Deze continue terugkoppeling en bijsturing noemen we formatief
handelen. In het model wordt dit voorgesteld als een dubbele pijl tussen
de vierkanten krachtige leeromgeving en evaluatie.
1.4. Maatschappelijke, onderwijs- en schoolcontext
Een les ontwerp je niet zomaar; ze wordt beïnvloed door verschillende
niveaus binnen het onderwijs:
Microniveau: de klascontext met de leerlingen en de leerkracht.
Mesoniveau: het schoolniveau, inclusief directie, schoolteam en
inrichtende macht.
Macroniveau: het bredere onderwijsbeleid van een land of regio.
Deze niveaus zijn ingebed in een maatschappelijke context die het
onderwijs mee vormgeeft. Denk aan maatschappelijke veranderingen zoals
de coronacrisis, klimaatproblematiek, technologische evolutie en
toenemende diversiteit. Ze beïnvloeden hoe we over onderwijs denken en
hoe het wordt ingericht.
De onderwijscontext verwijst naar het beleid en de regelgeving die door de
overheid worden vastgelegd. Dit bepaalt de grenzen en structuur waarbinnen
scholen en leerkrachten werken. Onderwijs verschilt dus per land, regio en
zelfs binnen België (bv. Vlaanderen vs. Wallonië).
referentiekader
Didactiek is de tak van de wetenschap die zich bezighoudt met het
voorbereiden, uitvoeren en evalueren van concrete onderwijsleerprocessen. De
laatste jaren is hierbij de focus gaan liggen op effectieve didactiek.
In ons leerlinggericht onderwijsmodel intrigeren we inzichten uit verschillende
disciplines
De algemene en effectieve didactiek
Lerareneffectiviteitsstudies
De cognitieve psychologie
De kwaliteit indicatoren betrokkenheid en welbevinden van het
ervaringsgericht onderwijs
→ Al deze inzichten samen helpen bij het creëren van een
krachtige leeromgeving
1.1. Driehoek : Beginsituatie – doelstellingen – leerinhoud
Beginsituatie
De beginsituatie omvat alle persoonlijke, sociale en situationele factoren die
invloed kunnen hebben op het verloop van het onderwijs. Ze bepalen mee de
doelstellingen en de inhoud van een les of lessenreeks.
Doelstellingen
Doelstellingen geven aan wat de leerkracht wil bereiken bij de leerlingen. Ze
beschrijven niet alleen wat leerlingen moeten kennen of kunnen, maar ook hoe
ze die kennis, vaardigheid of houding moeten beheersen.
,Kenmerken van een goede doelstelling
Een goede doelstelling bevat één concreet gedrag en een duidelijke leerinhoud.
Omdat niet altijd alle inhouden in de doelstelling passen, is het belangrijk om
daarnaast voor jezelf te noteren welke leerinhouden in de les aan bod moeten
komen.
1.2. Rechthoek : ‘krachtige leeromgeving’
Om leerlingen tot duurzaam leren te brengen, kan je je les ontwerpen vanuit
twee invalshoeken:
De aanpak van de leerkracht
De leeractiviteiten van de leerlingen
Binnen deze benadering staan de procesvariabelen van ervaringsgericht
onderwijs (volgens prof. Ferre Laevers) centraal. Duurzaam leren vereist
namelijk een hoge betrokkenheid en welbevinden bij leerlingen. Door
gebruik te maken van betrokkenheidsverhogende factoren, kan je
kansen tot betrokkenheid in je lesontwerp integreren.
De aanpak van de leerkracht omvat alles wat hij/zij doet en zegt, en
bestaat uit:
, Onderwijsactiviteiten: acties die gericht zijn op het stimuleren en
begeleiden van leeractiviteiten bij leerlingen.
Organisatie: de manier waarop de les praktisch wordt ingericht.
Om de doelstellingen te bereiken, zet de leerkracht activiteiten op waarbij
leerlingen actief aan de slag gaan met de leerinhouden. Deze activiteiten
noemen we leeractiviteiten, en ze worden onderverdeeld in:
Externe leeractiviteiten: zichtbaar gedrag dat je als buitenstaander kan
waarnemen.
Interne leeractiviteiten: mentale processen binnen de leerling, die je
enkel onrechtstreeks kan vaststellen via observatie of bevraging.
Wanneer onderwijs- en leeractiviteiten volgens een vast patroon georganiseerd
worden, spreken we van een didactische werkvorm.
Een didactische werkvorm is een doelgerichte, geordende en effectieve manier
waarop leerkracht en leerlingen samenwerken om de leerdoelen te bereiken via
specifieke leerinhouden.
, 1.3. Leerresultaten & evaluatie
Het derde luik van een leerlinggericht onderwijsmodel focust op evaluatie:
hoe en wanneer ga je het leren van leerlingen beoordelen?
Je kan evalueren op twee niveaus:
Leerresultaten: nagaan in welke mate de doelen bij elke leerling bereikt
zijn.
Leerprocessen: analyseren hoe leerlingen geleerd hebben — was het
effectief, efficiënt, actief, denk bevorderend, met betrokkenheid en
welbevinden?
De leerkracht kijkt niet alleen of de doelen bereikt zijn, maar ook waarom een
resultaat goed of minder goed is. Op basis van deze analyse worden
beslissingen genomen over het verdere leertraject van (specifieke)
leerlingen.
Deze continue terugkoppeling en bijsturing noemen we formatief
handelen. In het model wordt dit voorgesteld als een dubbele pijl tussen
de vierkanten krachtige leeromgeving en evaluatie.
1.4. Maatschappelijke, onderwijs- en schoolcontext
Een les ontwerp je niet zomaar; ze wordt beïnvloed door verschillende
niveaus binnen het onderwijs:
Microniveau: de klascontext met de leerlingen en de leerkracht.
Mesoniveau: het schoolniveau, inclusief directie, schoolteam en
inrichtende macht.
Macroniveau: het bredere onderwijsbeleid van een land of regio.
Deze niveaus zijn ingebed in een maatschappelijke context die het
onderwijs mee vormgeeft. Denk aan maatschappelijke veranderingen zoals
de coronacrisis, klimaatproblematiek, technologische evolutie en
toenemende diversiteit. Ze beïnvloeden hoe we over onderwijs denken en
hoe het wordt ingericht.
De onderwijscontext verwijst naar het beleid en de regelgeving die door de
overheid worden vastgelegd. Dit bepaalt de grenzen en structuur waarbinnen
scholen en leerkrachten werken. Onderwijs verschilt dus per land, regio en
zelfs binnen België (bv. Vlaanderen vs. Wallonië).