Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 53 pages
Resume

SAMENVATTING RECHT

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 53 pages

Ik kreeg dit vak van Tom Claeys en had een 11/20 zonder (deftig) te studeren. Je kan heel veel terugvinden in de codexen.

Aperçu du contenu

BURGERLIJK RECHT
DEEL 1: ALGEMEEN RECHT

1. Algemene inleiding
1.1. Wat is recht?
 Recht bestaat uit verschillende uiteenlopende definities waardoor we 4 elementen hebben:
o Recht omvat gedragswaarden -en normen (wat mag, moet, verboden is of nodig is om
iets te organiseren)
 Deze gedragsregels en normen kunnen zeer verscheiden zijn en diverse normen
aannemen.
o De gedragsregels -en normen hebben als doel: maatschappelijk leven ordenen.
 De bedoeling van recht is om orde te scheppen in de samenleving. Zo is er
rechtszekerheid anders zou er complete chaos zijn.
o Deze regels worden opgelegd door de Overheid:
 Overheid bestaat uit verschillende niveaus:
 Federaal niveau
 Gemeenschappen
 Gewesten
 Provincies & gemeenten

HET PARLEMENT MAAKT DE WETTEN, BELGIË HEEFT 6 REGERINGEN

MAGNA CARTA = DE EERSTE KEER DAT DE REGERING NIET ZOMAAR WETTEN MOCHT TOEVOEGEN

o De regels zijn afdwingbaar:
 De regels moeten afgedwongen worden; ze moeten worden nageleefd of er is een
soort straf.

1.2. Indelingen van het recht
 Binnen het recht kunnen verschillende indelingen gemaakt worden:
o Privaat-publiekrecht:
 Privaatrecht= regelt de verhouding tss burgers (en vennootschappen)
bv. burgerlijk recht, gerechtelijk privaatrecht
 Publiekrecht= ALTIJD overheid
 verhouding overheid – burgers
 verhouding overheid – overheid
 regelt werking & inrichting van de overheid
bv. staatsrecht, fiscaal recht
o Objectieve en subjectieve recht:
 Objectief recht= rechtsregels op zich, los van de toepassing op een concreet
geval.
bv. niet door rood rijden
 Subjectief recht= aanspraken die een persoon tegenover een ander heeft
bv. het recht om te trouwen, het recht op schadevergoeding na verkeersongeval
o Materieel en formeel recht:


1

,  Materieel recht= regels die rechten toekennen en plichten opleggen
 Formele recht= regels die zeggen op welke manier de naleving v/h materiele
recht verzekerd kan worden. Hoe wordt verzekerd dat we onze eigendommen
kunnen beschermen.




1.3. De bronnen van het recht
 Er wordt nagegaan waar de rechtsregels teruggevonden kunnen worden. We onderscheiden in 4
bronnen:
o Wetgeving (sensu lato) = wetgeving in ruime zin (hiërarchie)
1. Internationale verdragen en beslissingen van supranationale organisaties
2. Grondwet
= meest fundamentele Belgische wet
3. Wet sensu stricto
= wet in strikte zin; de wet die in de Kamer van de Volksvertegenwoordigers tot
stand komt.
4. Decreten
= de wetten die op het niveau van de Gemeenschappen en Gewesten gestemd
worden.
5. Koninklijk besluit
= Besluiten die door de Koning (eigenlijk de ministers) worden genomen en die
nodig zijn voor de uitvoering van bepaalde wetten.
6. Ministerieel besluit / Besluit v gemeenschaps-en gewestregeringen
= zij worden beschouwd als de ‘regionale Koninklijke Besluiten’.
o Rechtspraak = beslissingen van rechters in concrete zaken
 De rechter moet de wet kunnen toepasselijk maken op een concreet geval. MAW
hij zal moeten interpreteren.
 Rechterlijke uitspraken zijn enkel bindend tss partijen in gelding/ inter partes
 Vroegere rechterlijke beslissingen hebben invloed op de ontwikkeling van het
recht
 Rechters moeten hun uitspraak motiveren binnen een termijn
 VONNIS: BESLISSING V/D RECHTER IN EERSTE AANLEG (eerste stap)
 ARREST: BESLISSING V/D RECHTER WANNEER IN BEROEP ZIJNDE
o Rechtsleer= geheel van wetenschappelijke publicaties over juridische aangelegenheden
 Invloed op ontwikkeling van recht (bv. boeken, tijdschriften,…)

2

,  NIET BINDEND
o Gewoonte/billijkheid
 Gewoonte= een gevestigd gebruik dat in een samenleving als binden wordt
beschouwd zonder dat het schriftelijk moet worden neergeschreven als een wet.
 Billijkheid= wordt als redelijk en rechtvaardig beschouwd.
 Twee voorwaarden:
 Algemeen, geldende, openbare en herhaalde gedragingen
 Subjectieve overtuiging dat deze gedraging geldt als rechtsnorm

2. Structuur en instellingen
2.1. Enkele algemene beginselen
 Democratie= volk kiest de vertegenwoordigers die de wetten maken. Via verkiezingen op
verschillende niveaus en deze zijn stemplichtig.
 Scheiding der machten:
1. Wetgevende macht
2. Uitvoerende macht
3. Rechterlijke macht
 België heeft een rechtsstaat.  de macht wordt geregeld en beperkt door de wet. De
wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht zijn in een rechtsstaat ook gebonden door
wetten en moeten zich daar aan houden. Ook geldt dat mensen als onschuldig worden
beschouwd totdat hun schuld bewezen wordt.
 België = monarchie  Koning wordt erfelijk doorgegeven.
 Federale staat= staatsvorm waarin regelbeslissing wordt gedeeld tss centrale, nationale of
federale niveau en de deelstaten.

2.2. Enkele politieke instellingen
 Federaal niveau
o Bevoegdheden?: de algemene belangen v/d Belgen bv. justitie, defensie, sociale
zekerheid,…
o Wie is het?
 WM= Federaal Parlement, Kamer van volksvertegenwoordigers (150leden),
Senaat (60 senatoren)
 UM= De regering voert het beleid van het land, voert de wetten uit en past ze
toe. Er zijn max. 15 ministers.
 UM&WM= Koning
EERSTE MINISTER= AAN HET HOOFD VAN DE REGERING
TAALPARITEIT BIJ MINISTERS  GELIJK AANTAL FRANS-en NEDERLANDSTALIGEN
STAATSSECRETARISSEN ONDERSTEUNEN DE MINISTERS
 Regionaal niveau
o 3 gemeenschappen: Vlaams, Frans en Duitstalig gemeenschap
o 3 gewesten: Vlaams, Waals en Brussels Hoofdstedelijk gewest
o VLAANDEREN: gemeenschap en gewest zijn samengevoegd:
Vlaams parlement: 5 jaar, 124 leden
Vlaamse regering: 9 ministers (max.10), minister-president




3

, 2.3. Rechtbanken en hoven
 Onderste niveau= kanton
= Vredegerecht  rechtbanken die het dichtst bij de bevolking staan
 bevoegd voor zaken met waarde < €5000 tenzij toegewezen aan andere rechtbanken, voor
zaken ivm huur, burenruzies, geschillen tss consument&bedrijven ONGEACHT de waarde van het
geschil.
 Niveau van gerechterlijk arrondissement
= 15 politierechtbanken
 bevoegd voor: alle overtredingen, verkeer (ook dodelijke) op zowel strafrechterlijk gedeelte
(=boete betalen) als burgerlijk (als er schade is)
 Niveau van gerechterlijk arrondissement:
o 13 rechtbanken eerste aanleg: vonnis
 Correctionele rechtbank: strafrechtelijke aangelegenheden (wanbedrijven),
beroep tegen de politierechter
 Burgerlijke rechtbank: beroep tegen de vrederechter, burgerlijke (en fiscale)
zaken boven €5.000
 Familie-en jeugdrechtbank: speciale RB voor alle familiale aangelegenheden en
jeugdzaken
o 13 Arrondissementsrechtbanken: als er een bevoegdheidsconflict is tussen de
rechtbanken 1ste aanleg.
o Hof van Beroep (5)
 9 Arbeidsrechtbanken: geschillen over cao’s, sociale zekerheid,
arbeidsovereenkomsten,…
 9 ondernemingsrechtbanken: geschillen inzake vzw’s,…
 Krijgsraad: voor het militair
 Niveau hoger= Hoven van beroep: arrest
 als je in beroep gaat tegen RB van 1 ste aanleg
o Arbeidshof
 als je in beroep gaat tegen de arbeidsrechtbank
 Hoogste niveau: Hof van Cassatie:
o Enkel nakijken voor procedurefouten en zien of er een juiste toepassing v rechtsregel
door beroepsrechters is toegepast?
o Feiten worden niet opnieuw herbekeken
o Eventueel arrest verbreken en de zaak verwijzen naar een andere beroepsrechter
o Eenvormige interpretatie van de wet in België verzekeren!
o Maakt wel deel uit van de RS (je kan ernaar verwijzen)
 Hof van Assisen
o Beoordeling door jury
o Geen beroep mogelijk maar een cassatie




4

Infos sur le Document

Publié le
10 janvier 2021
Nombre de pages
53
Écrit en
2019/2020
Type
Resume
€3,49

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
Vendu
59
Abonnés
33
Éléments
14
Dernière vente
8 mois de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions