• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 90 pages
Resume

Samenvatting Inleiding tot de Filosofie

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 90 pages

dit vak heb ik gevolg in mijn eerste bachelor SEW en heb een 15/20 gehaald. De samenvatting bevat alle details en alsook de casussen die zijn besproken in de lessen. Inleiding tot de Filosofie werd gegeven door Marlies De Munck.

Aperçu du contenu

THEMA 1 : ETHIEK, OVER HET
GOEDE EN HET JUISTE (DEEL 1)

BERGIPPENKADER:

WAARDEN: algemene morele uitgangspunten, aspecten van het leven
die we belangrijk (‘waardevol’) vinden. Drukken een beoordeling of
evaluatie uit:

 bv. “Tolerantie is de basis van onze democratie.”, “Alles staat of valt
bij eerlijkheid.”
“Gezondheid is een kostbaar goed.”
 Veiligheid, vrijheid, vriendschap, rechtvaardigheid, integriteit
 Normen: wees eerlijk, werk af waaraan je begint, wees mild voor
anderen
Nauwe relatie tussen waarden en normen: iemand die de
waarheid belangrijk vindt (waarden) zal eerder zeggen dat je de
waarheid moet spreken (normen, plicht)

Vergelijk met niewjaarsvoornemens

 Waarden → algemene zaken waar je meer aandacht aan wil
besteden, vb. meer tijd doorbrengen met vrienden, familie.
 Normen → concrete gedragsregels om je leven anders in te richten,
vb. wekelijks gaan sporten, stoppen met roken, elke dag een uur
klassieke muziek beluisteren.

Waardevolle karaktereigenschappen noemen we DEUGDEN:

 bv. vriendelijkheid, eerlijkheid, bescheidenheid

NORMEN: concrete gedragsbepalingen, specifieke regels die ons
voorschrijven wat we moeten of mogen doen
Drukken een plicht of een permissie of een verbod uit.

 bv. Plicht (je moet iets doen): “breek nooit je belofte”, “je moet de
waarheid spreken” ,
permissie (je mag iets doen): ‘je mag zelf beslissen of je softdrugs
gebruikt of niet’, “een leugentje om bestwil is toegestaan”

permisie en plichten kunnen vaak van elkaar worden
gedefinieerd:
de plicht om een belofte na te komen kan ook worden beschreven
als de afwezigheid van een permissie beloften te verbreken

,  een norm is eerder een toepassig van een waarde




AFBAKENING VAN DE ETHIEK

MOREEL: wat overeenstemt met de heersende waarden en normen

 bv. de zieken verzorgen (een goede handeling)

IMMOREEL: wat de heersende waarden en normen schendt

 bv. uitsluiting o.b.v. racisme

A-MOREEL: waarbij geen waarden en normen betrokken zijn

 bv. “De zon komt op in het oosten.”

 afbakening domein van de ethiek: moreel versus a-moreel

MORAAL: stelsel van normen en waarden, dat betrekking heeft op het
handelen van mensen

 positieve moraal: normen ene waarden binnen een bepaalde
cultuur of maatschappij worden wel de positieve moraal can die
cultuur of maatschappij genoemd
 “in de moraal van de antiek-Griekse cultuur stond dapperheid hoog
aangeschreven”
 Dit zijn de normen en de waarden die er zijn, die heersen of gelden
in een bepaalde cultuur

ETHIEK: studie van normen en waarden, die zich richt op de vraag welke
normen en waarden we kunnen rechtvaardigen
(richt zich niet primair op beschrijving van bestaande normen en waarden of een
verklaring van het ontstaan van bepaalde normen en waarden)

 Bv. “Waarom moeten we gezondheid beschouwen als een
belangrijke waarde?”
 Ethiek is de systematische reflectie op die geldende moraal

RECHTVAARDIGING

KERNTAAK VAN DE ETHIEK
 niet beschrijven (descriptief), bv. antropologie, rechtsgeleerdheid

 niet verklaren (oorzaken), bv. sociologie, geschiedenis

 geldigheid onderzoeken van waarden en normen

,Om het anders te stellen: ethiek is niet beschrijvend of descriptief, zij stelt
zich niet tevreden met het beschrijven van de bestaande toestand en het
aangeven van de oorzaken daarvan. Ethiek is normatief. Zij beweegt zich
altijd op het niveau van hoe iets zou moeten zijn.

 Descriptief: wat zich beperkt tot ‘wat is’ en die toestand tracht te
beschrijven.
 Normatief: wat zich richt op ‘wat zou moeten zijn’ en dat ideaal
tracht voor te schrijven.

HOE RECHTVAARDIG JE EEN NORM?

 NIET door oorzaken te formuleren
WEL door redenen te formuleren voor die norm

à Welke normen en waarden kunnen we met goede redenen
verdedigen?

à Wanneer kunnen we spreken van goede redenen?

 de ethiek is zelf normatief: ze vormt een oordeel over de geldende
normen en waarden en geeft dus aan welke normen en waarden we
zouden moeten naleven (moreel versus immoreel)

ETHIEK: WETENSCHAPPELIJKE DISCIPLINE

Analogie met exacte wetenschap:

 systematisch nadenken over moraal
 ethiek streeft naar een vorm van objectieve geldigheid
betekent: ethische uitspraken zijn niet zomaar willekeurig, maar
gebaseerd op redenering en argumenten. (waarom is moord fout?
Door morele principes zoals respect voor het leven)
 geen kwestie van persoonlijke mening (maar over wat moreel juist of
onjuist is op basis van redelijke argumenten.)

Verschil met wetenschap:

 geen verklaring of loutere beschrijving van fenomenen
 onderzoek of er goede redenen zijn voor een norm
= vraag naar rechtvaardiging


HET FUNDERINGSPROBLEEM

UIT FEITEN GEEN NORMEN

LOGISCHE KLOOF TUSSEN ZIJN EN BEHOREN (MOETEN)
 Uit de constatering dat iets het geval is, volgt niet dat

, we iets moeten doen (of nalaten); uit een feit kan niet zonder meer een
norm worden afgeleid.

Niet geldig!
vlees eten veroorzaakt leed bij dieren
 we mogen geen vlees eten

Uit een feit kan je geen norm uitoefenen: je moet hierdoor op een of
andere manier ene tussenstap hebben gemist

 ergens moet er een soort ‘moeten’ tussen komen, boven een
feit alleen
vb. we moeten dieren geen leed toezorgen , daarom dat we geen
vlees mogen eten
een norm (=geen vlees eten) wordt afgeleidt uit (1) een feit = vlees eten
veroorzaakt leed bij dieren en (2) een norm = we mogen geen leed
veroorzaken bij dieren

TWEE VERREGAANDE IMPLICATIES:

1) Het hele wetenschappelijke instrumentarium van feiten, verklaringen,
experimenteel bewijs, etc. is niet bruikbaar in de ethiek.

2) De hele (exacte) wetenschap kan geen sluitend argument geven over
hoe we ons leven moeten leiden, kan enkel uitsrpaken doen over hoe
dingen zijn, niet hoe we dingen moeten doen

GEEN ULTIEME FUNDERING

Een correcte redenering om normen te rechtvaardigen bevat naast
feitelijke ook normatieve argumenten.

Wel geldig!
a) vlees eten veroorzaakt leed bij dieren
b) we mogen geen leed veroorzaken bij dieren
 we mogen geen vlees eten

- tussenstap die hierboven niet aanwezig was is hier wel aanwezig
waardoor die een geldig fundering is : 1000 jaar geleden was dit
helemaal niet zo belangrijk

MAAR: Wat rechtvaardigt de bewering dat we geen leed mogen
veroorzaken bij dieren?

Probleem: elke norm die we aannemen, moet opnieuw gefundeerd
worden. Er is in de westerse samenleving geen algemeen aanvaarde
geldige basis of bron voor morele normativiteit (bv. god).
 ‘regressus ad infinitum’

Table des matières

  1. 01 Bergippenkader: 1
    1. afbakening van de ethiek 2
    2. Rechtvaardiging 2
    3. Ethiek: wetenschappelijke discipline 3
  2. 02 het funderingsprobleem 3
    1. Uit feiten geen normen 3
    2. Geen ultieme fundering 4
  3. 03 Tussen objectivisme en relativisme 5
    1. Probleem van het relativisme 5
  4. 04 Vrijheid, authenticiteit, geluk 7
    1. Het goede leven 7
    2. vrijheid 7
    3. authenticiteit 8
    4. geluk 9
  5. 05 Utilitarisme versus plicht-ethiek van Kant 10
  6. 06 Utilitarisme 11
    1. Rechtvaardigingscriterium 11
    2. Kritiek op utilitarisme 12
  7. 07 De plicht-ethiek van kant 13
    1. Categorische imperatief 13
    2. Kritiek op plicht-ethiek 15
    3. utilitarisme // plicht-ethiek 15
  8. 08 ANTROPOCEEN 16
  9. 09 Klimaat- en milieuvervuiling: uitdaging voor het utilitarisme 16
    1. Filmpje 17
  10. 10 Dierenrechten: uitdaging voor de Kantiaanse ethiek 17
  11. 11 Ethiek in het antropoceen 18
    1. EVA MEIJER, ‘Dennen’ in Vuurduin, Aantekeningen bij een wereld die verdwijnt, Lemniscaat, 2021. 18
    2. basisbegrippen 23
  12. 12 Het wenselijke en het mogelijke 23
    1. rechtvaardigheid 24
  13. 13 Hobbes, Aristoteles, Rousseau 25
    1. Drie fundamentele posities 25
    2. absolute staat 26
    3. rationele rechtvaardiging 26
    4. indeling in 6 staatsvormen 28
    5. Gemengde constitutie 28
    6. Het sociaal contract 29
    7. De algemene wil bepaalt het beleid 30
    8. drie fundamentele posities (samenvattend) 30
  14. 14 denkoefening 30
  15. 15 begripsbepaling 31
    1. Rechten en goederen 31
    2. sociale rechtvaardigheid 32
    3. Verdelende rechtvaardigheid 33
  16. 16 debat over verzorgingsstaat 33
    1. Liberale democratie 33
  17. 17 Twee ideologische strekkingen 35
  18. 18 john rawls (1921-2002) 35
    1. a theory of justice 36
    2. twee rechtvaardigheidsprincipes 37
    3. Welke commune is het rechtvaardigst 37
  19. 19 Robert Nozick (1938-2002) 39
    1. nachtwakersstaat (night-watchman state) 39
  20. 20 denkoefening: Rawls of Nozick 40
  21. 21 Conclusie 40
  22. 22 Chantal mouffe ‘de politiek en het politieke’ 41
  23. 23 David van reybrouck ‘tijdelijk pleidooi voor een bi-representatief stelsel 47
    1. Kritiek 49
  24. 24 Het moderne cultuurbegrip – inhoud 50
  25. 25 Wat is romantiek 50
    1. Reactie tegen de verlichting 52
    2. Mensheidsgeschiedenis 52
  26. 26 nationale cultuur 53
  27. 27 Wat is klassenstrijd? – marxisme 53
    1. Geschiedenis als klassenstrijd 54
    2. dominante culturele tegenstelling 54
  28. 28 Burgerlijke cultuur 55
  29. 29 Polotisering van het cultuurbegrip 55
  30. 30 Wat is moderniteit 56
    1. De moderne stad 56
    2. samengevat – Moderne cultuur 57
    3. Moderne cultuur als kritiek 57
    4. Denkoefening: cultuur en strijd 58
    5. Kritiek op de moderne cultuur 58
    6. een fundamentele oppositie 58
    7. Ontwikkeling van het moderne cultuurbegrip 59
  31. 31 onderscheid tussen: Verklaren en interpreteren 60
    1. De geesteswetenschappelijke traditie 60
  32. 32 massacultuur 61
    1. Een normatieve kwestie 61
    2. Hoge en lage cultuur 61
    3. TELOORGANG VAN DE BESCHAVING (cultuurpessimisme) 63
    4. TERUGVAL IN DE BARBARIJ 63
    5. cultuurindustrie (Frankfurter schule) 64
    6. een normatieve kwestie 65
    7. DE WAARDE VAN DE NIEUWE MEDIA 65
    8. The medium is the message – Marshall mcluhan 65
  33. 33 cultuur, sociale identiteit en leefstijl 66
    1. Twee concepties van kunst 66
    2. democratisering van de kunst 66
    3. recht op een eigen cultuur 67
  34. 34 postmodernisme en globalisering 67
    1. Postmodernisme 67
    2. Schempa cultuurfilosofie 68
  35. 35 Wat is identiteitspolitiek 69
  36. 36 Francis Fukuyama, Identiteit. Waardigheid, ressentiment en identiteitspolitiek (2019) 69
  37. 37 Hoofdstuk 11. Van identiteit naar identiteiten (samenvatting van de tekst) 70
  38. 38 Gloria Wekker, Witte onschuld. Paradoxen van kolonialisme en ras (2016) 74
  39. 39 Inleiding 77
  40. 40 het standaardbeeld van wetenschap 78
    1. 1. STANDAARDBEELD VAN INTERN FUNCTIONEREN: 79
    2. 2. STANDAARDBEELD VAN EXTERN FUNCTIONEREN: 82
  41. 41 sociaal constructivisme 84
    1. Thomas Kuhn: The Structure of Scientific Revolutions (1962) 85
  42. 42 Bruno Latour 88

Infos sur le Document

Publié le
17 octobre 2025
Nombre de pages
90
Écrit en
2024/2025
Type
Resume
€16,99

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
0
Abonnés
0
Éléments
3
Dernière vente
-



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions