Situering financieel management
1. Betekenis financieel management
1.1. Situering binnen de onderneming:
- Organen:
- Algemene vergadering: iedereen die een aandeel van het bedrijf heeft (ook aandelen op de
beurs gelden, als dit van toepassing is voor het bedrijf)
o Bepaald wie er in de raad van bestuur zit.
- Raad van bestuur: bestuurders (vertegenwoordigers van alle aandeelhouders)
o Hebben het laatste woord over strategische beslissingen.
o Bepaald wie er in het directiecomité zit.
- Directiecomité: CEO, CFO, COO
o Beslissen operationele beslissingen
1.2. Beursgenoteerd en nier-genoteerd
- Beursgenoteerd: public companies (grote bedrijven)
o Aandelen staan open voor iedereen
o Er is continu een marktprijs (men kan continu kijken hoeveel het bedrijf waart is
o De impact op organen is complex (algemene vergadering, raad van bestuur,
directiecomité) (veel aandeelhouders)
- Niet-genoteerd: private companies (merendeel van de bedrijven)
o Aandelen zijn niet openbaar
o Geen marktprijs beschikbaar
o De impact op organen is eenvoudig (weinig aandeelhouders)
- Marktkapitalisatie = koers * aantal aandelen
o Nodig om te weten hoeveel jouw aandelen in een beursgenoteerd bedrijf waart zijn.)
1.3. Taken van de financieel manager
- Controlling: de boekhoudkundige benadering (vb. jaarrekeningen, financiële analyses,
rapporteringen, budgettering…)
- Treasury: alles van de cashflow (vb. contacten met de banken, debiteurenbeheer (het
controleren van tijdig betalen van de uitgestuurde facturen.) )
- Investor relations: contact houden met aandeelhouders (voor beursgenoteerde bedrijven)
- Kapitaaloperaties: vb. overnames
1
,2. Doelstellingen financieel management
- Het optimaliseren van een duurzame aandeelhouderswaarde
- Dividend uitkeren aan de aandeelhouders
o Een dividend: een stuk van de gemaakte winst uitkeren aan aandeelhouders.
o Waardestijging aandelen: de waarde van de onderneming laten toenemen
Wanneer men de winst in het bedrijf steekt, zal de waarde van het bedrijf
gaan stijgen waardoor ook de aandelen kunnen stijgen. (niet altijd het geval)
3. Belang van deugdelijk bestuur
3.1. Situering binnen Maatschappelijk Verantwoord
Ondernemen
- Er moet niet enkel rekening gehouden worden met de aandeelhouders (shareholders), maar
ook met andere belanghebbenden (stakeholders) (vb. leveranciers, consumenten…)
- Verzekeren dat alle aandeelhouders op gelijke manier worden behandeld.
o Een controle door de Algemene vergadering en de Raad van bestuur op het
Directiecomité.
3.2. Codes van deugdelijk bestuur
- Deugdelijk bestuur: creëren van de juiste ondernemingsstructuren om alle aandeelhouders
(grote en kleine) gelijkwaardig te behandelen.
- Soorten codes van deugdelijk bestuur:
o Corporate governance code: een code die aanbevelingen doet voor beursgenoteerde
bedrijven (richtlijnen en dus geen verplichtingen).
o Code buysse: aanbevelingen voor niet-genoteerde bedrijven.
Een code die is uitgewerkt in de code van Unizo (Unizo heeft de
aanbevelingen vertaald voor de kleine ondernemingen).
Aanbevelingen voor familiebedrijven.
o Code van goed bestuur Unizo
Rol van bedrijfsleiding
Bij een kleine onderneming heeft vaan 1 bedrijfsleider die de
onderneming in handen heeft.
Bij een grote onderneming is er een managementteam waarbij de
onderneming in handen is.
Rol van Raad van bestuur
Bij kleine ondernemingen werkt een raad van bestuur niet
o Alternatief: Raad van advies: een groep van externe leden,
die niet kunnen stemmen maar wel raad kunnen geven
Rol van externe bestuurders
Bij beursgenoteerde bedrijven:
o Belangen vertegenwoordigen van de kleine aandeelhouders.
Bij niet-genoteerde bedrijven:
o Geven een onafhankelijke kijk, zorgen voor expertise, bedrijf
krijgt veel contacten.
2
, Specifieke adviezen voor familiebedrijven:
Criteria om en bedrijf als een familiebedrijf te zien:
o Merendeel van de aandelen is in handen van de familie
Bij beursgenoteerde bedrijven is meer dan 25%
voldoende.
o Min. 1 vertegenwoordiger in de Raad van bestuur of het
management van de familie.
Soorten familiebedrijven:
o Eerste generatie bedrijf: bedrijf is in de handen van de
oprichters.
Tweede generatie bedrijf: bedrijf is in de handen van de
kinderen van de oprichters
o Derde generatie bedrijf
Eigenschappen van familiebedrijf;
o Positief:
Durven lange termijn beslissingen nemen
Grote betrokkenheid
o Negatief:
Conflicten in de familie leiden vaak tot conflicten in
het bedrijf.
Opvolgingsproblematiek (de volgende generatie is
misschien niet geschikt of wil niet opvolgen)
Adviezen rond familiebedrijven:
o Oprichten van parallellen familiale organen
Creëren van een familiale vergadering en een
familiale raad: iedereen van de familie komt samen
om de stond van het bedrijf te bespreken, voor er dit
bespreken in de Algemene raad (hier kan een
journalist bij zitten wanneer deze een aandeel van
her bedrijf heeft)
Maken van een familiale charter: zaken als familie op papier zetten.
o Afspraken rond de verkoop van de aandelen
Vb. voorkooprecht, criteria bepalen over de bepaling
van de waarde van de aandelen.
o Criteria bepalen bij opvolging:
Vb. een opleiding, voorwaarden voor de
tewerkstelling (vb. externe ervaring opdoen om
acties in het bedrijf te mogen worden), bereiken van
een bepaalde leeftijd.
3
, Hoofdstuk 4: De jaarrekening
1. Inleiding
1.1. Jaarrekening
o Elk bedrijf met een beperkte aansprakelijkheid moet elk jaar een jaarrekening
neerleggen.
Moet binnen de 7 maanden nadat het boekjaar is afgesloten.
o Niet de enige informatiebron
o Er is een volledig model voor grote ondernemingen
o Er is een verkort model (brutomarge)
- Klassieke jaarrekening bestaat uit:
o De balans
o De resultatenrekening
o De toelichting en de waarderingsregels
= meer info over bv. materiële vaste activa (aanschaffingswaarde, geboekte
afschrijvingen in het verleden, huidige boekhoudkundige waarde…)
o Kasstroomanalyse bij beursgenoteerde ondernemingen
Beursgenoteerde ondernemingen volgen niet de Belgische boekhoudnormen
maar wel de internationale rapporteringsnormen (IFRS)
In de IFRS staat dat men verplicht is om een kasstroomanalyse te
publiceren.
2. De balans
= een overzicht en momentopname van alle bezittingen van de onderneming en hoe deze
gefinancierd zijn.
- Activa en passiva
o Activa: alle bezittingen van een onderneming op lange termijn.
o Moeten gelijk zijn aan elkaar: legt uit hoe alle activa gefinancierd worden (eigen
vermogen, vreemd vermogen)
2.1. Activa
= Alle bezittingen van een onderneming op lange termijn.
- Materiële vaste activa: materiaal, bebouwen…
- Immateriële vaste activa: licenties, octrooien…
- Financiële vaste activa: deelnemingen…
o Vaste activa: blijft langer dan 1 jaar in de onderneming.
- Vlottende activa: voorraden, vorderingen, liquide middelen…
o Blijft minder dan 1 jaar in de onderneming.
4