Ethiek en dierenwelzijn
Dierenwelzijn
1 Omschrijving dierenwelzijn
- Vijf vrijheden:
o Vrijheid van dorst, honger en slechte voeding
o Vrijheid van ongemak
o Vrijheid van pijn, letsels en ziekte
o Vrijheid om normaal gedrag te vertonen
o Vrijheid van angst en stress
- Afhankelijk van:
o Natuurlijke omgeving en gedragingen
o Subjectieve ervaringen/gevoelens
o Lichamelijk functioneren
- Integriteit: lichamelijke ongeschondenheid (lichaam blijft zoals het op de wereld is gekomen)
1.1 Welzijn en de subjectieve ervaringen van dieren
1.1.1 Concept – denkbeeld
- Subjectieve ervaringen van dieren
- Dieren kunnen lijden in slechte omstandigheden en zich goed voelen in goede
omstandigheden
1.1.2 Onderzoeksmethoden
- Preferentietest: voorkeuren bestuderen
- Motivatietest: sterke voorkeuren bestuderen
- Gedrag:
o Abnormaal gedrag → negatieve gevoelstoestand (stereotiep gedrag)
- Communicatieve signalen
o Vb: ‘emergency calls’ bij biggen
1.1.3 Opmerkingen
- Moeilijkheid:
o Subjectieve ervaringen moeilijk te meten
o Indirect meten (gedragsstudie)
1
,1.2 Welzijn en het biologisch functioneren van dieren
1.2.1 Concept
- Biologisch functioneren
o Gewicht:
▪ Mager = minder welzijn
▪ Goed gewicht = goed welzijn
o Gezondheid:
▪ Letsels
▪ Ziekte
- Broom: Dierenwelzijn is de mate waarin een dier in staat is zich aan te passen aan de
omgeving waarin het gehouden wordt.
- Waarom deze visie?
o Weinig/geen belang aan subjectieve ervaringen
o Vaak zowel subjectieve als deze visie
1.2.2 Onderzoeksmethoden
- Goede gezondheid:
o geen wonden of ziektes → goed welzijn
o Wonden of ziektes → slecht welzijn
- Goede productiviteit (groei, voortplanting) → goed welzijn
- Abnormaal gedrag
- Endocrien systeem
o Stress: secretie cortisol, corticosteron (stresshormonen)
▪ Bepalen in feces
- Op welk punt is verandering relevant? →
o Cut-off waarde: bv Bij toename van meer dan 40%
o Pre-pathologische toestanden (gevolgen van stress meten): bv reductie immuniteit
- Makkelijker
1.2.3 Opmerkingen
- Goede productiviteit = goed welzijn
o MAAR het is niet hoe meer groei en productie, hoe beter welzijn
▪ Productieziektes:
• Mastitis
• Osteoporose
1.3 Welzijn en de ‘natuur’ van dieren
1.3.1 Concept
- Dieren moeten leven in natuurlijke omgeving en natuurlijke gedragingen kunnen uitoefenen
o Ook infanticide en predatie
1.3.2 Onderzoeksmethoden
- Gedrag bestuderen in wild en vergelijken met in gevangenschap
2
,1.3.3 Opmerkingen
- Ook onaangename omstandigheden
- Bij eigen huisvesting vermijden we predatie,… om welzijn te verbeteren
o Misschien niet alle natuurlijke gedragingen hoeven uiten
- Belangrijke gedragingen die wel moeten uitgevoerd worden (Behavioural needs):
o Slapen
o Wroeten bij varkens
o Legnest vinden en vorm geven bij kippen
o Nestbouwgedrag bij zeugen
▪ Vrijlevend: vlak voor partus nest bouwen
▪ Test:
• Nest gegeven → willen nog altijd nest bouwen
• Genoeg beweging geven zonder nest te laten maken → willen nog
altijd nest bouwen
• → ‘needs’
1.4 Conclusie
- Gedrag wilde dieren vergelijken met gevangenschap
- Vb: Stolba en Wood-Gush: huisvestingssysteem voor varkens op basis van volledige
ethogram
2 Dierenwelzijnsindicatoren
- Diergebonden parameters:
▪ Stereotiep gedrag
▪ Verwondingen
▪ BCS
▪ Poot/klauwproblemen
▪ Sociaal gedrag
o Fysiologische
o Gedrags
o Gezondheids
- Niet-diergebonden gedrag (management):
▪ Ondergrond
▪ Aantal dieren/m²
▪ Water en voedsel
▪ Verrijking
▪ Groepssamenstelling
▪ Licht
▪ Ventilatie
▪ Temperatuur
▪ Hygiëne
o Omgeving
o Management
3
, 2.1 Fysiologische indicatoren
2.1.1 Stress
- = reactie van het lichaam op omstandigheden die het fysieke of psychologisch functioneren
verstoren of dreigen te verstoren
- = concept dat de nadelige lichaamseffecten op bepaalde stimuli beschrijft
- Stressoren = aversieve stimuli
o Pijnlijke procedures bv castratie
o Transport
o Sociale diersoorten: scheiding van groepsgenoot
o Huisvesting met onbekende dieren
o Heel hoge en lage temperaturen
o Zware fysieke inspanning
o Fixatie
2.1.1.1 Standard stress model/general adaptation syndrome
- Selye en Cannon
o Zelfde lichamelijke reactie bij verschillende stressoren/stimuli
!!
(Adrenal = bijnier)
(Activatie hypothalamus-hypofyse-bijnierschorsas: nieuwe situaties, onvoorstelbare situaties,
weinig/geen controle over situaties)
4
Dierenwelzijn
1 Omschrijving dierenwelzijn
- Vijf vrijheden:
o Vrijheid van dorst, honger en slechte voeding
o Vrijheid van ongemak
o Vrijheid van pijn, letsels en ziekte
o Vrijheid om normaal gedrag te vertonen
o Vrijheid van angst en stress
- Afhankelijk van:
o Natuurlijke omgeving en gedragingen
o Subjectieve ervaringen/gevoelens
o Lichamelijk functioneren
- Integriteit: lichamelijke ongeschondenheid (lichaam blijft zoals het op de wereld is gekomen)
1.1 Welzijn en de subjectieve ervaringen van dieren
1.1.1 Concept – denkbeeld
- Subjectieve ervaringen van dieren
- Dieren kunnen lijden in slechte omstandigheden en zich goed voelen in goede
omstandigheden
1.1.2 Onderzoeksmethoden
- Preferentietest: voorkeuren bestuderen
- Motivatietest: sterke voorkeuren bestuderen
- Gedrag:
o Abnormaal gedrag → negatieve gevoelstoestand (stereotiep gedrag)
- Communicatieve signalen
o Vb: ‘emergency calls’ bij biggen
1.1.3 Opmerkingen
- Moeilijkheid:
o Subjectieve ervaringen moeilijk te meten
o Indirect meten (gedragsstudie)
1
,1.2 Welzijn en het biologisch functioneren van dieren
1.2.1 Concept
- Biologisch functioneren
o Gewicht:
▪ Mager = minder welzijn
▪ Goed gewicht = goed welzijn
o Gezondheid:
▪ Letsels
▪ Ziekte
- Broom: Dierenwelzijn is de mate waarin een dier in staat is zich aan te passen aan de
omgeving waarin het gehouden wordt.
- Waarom deze visie?
o Weinig/geen belang aan subjectieve ervaringen
o Vaak zowel subjectieve als deze visie
1.2.2 Onderzoeksmethoden
- Goede gezondheid:
o geen wonden of ziektes → goed welzijn
o Wonden of ziektes → slecht welzijn
- Goede productiviteit (groei, voortplanting) → goed welzijn
- Abnormaal gedrag
- Endocrien systeem
o Stress: secretie cortisol, corticosteron (stresshormonen)
▪ Bepalen in feces
- Op welk punt is verandering relevant? →
o Cut-off waarde: bv Bij toename van meer dan 40%
o Pre-pathologische toestanden (gevolgen van stress meten): bv reductie immuniteit
- Makkelijker
1.2.3 Opmerkingen
- Goede productiviteit = goed welzijn
o MAAR het is niet hoe meer groei en productie, hoe beter welzijn
▪ Productieziektes:
• Mastitis
• Osteoporose
1.3 Welzijn en de ‘natuur’ van dieren
1.3.1 Concept
- Dieren moeten leven in natuurlijke omgeving en natuurlijke gedragingen kunnen uitoefenen
o Ook infanticide en predatie
1.3.2 Onderzoeksmethoden
- Gedrag bestuderen in wild en vergelijken met in gevangenschap
2
,1.3.3 Opmerkingen
- Ook onaangename omstandigheden
- Bij eigen huisvesting vermijden we predatie,… om welzijn te verbeteren
o Misschien niet alle natuurlijke gedragingen hoeven uiten
- Belangrijke gedragingen die wel moeten uitgevoerd worden (Behavioural needs):
o Slapen
o Wroeten bij varkens
o Legnest vinden en vorm geven bij kippen
o Nestbouwgedrag bij zeugen
▪ Vrijlevend: vlak voor partus nest bouwen
▪ Test:
• Nest gegeven → willen nog altijd nest bouwen
• Genoeg beweging geven zonder nest te laten maken → willen nog
altijd nest bouwen
• → ‘needs’
1.4 Conclusie
- Gedrag wilde dieren vergelijken met gevangenschap
- Vb: Stolba en Wood-Gush: huisvestingssysteem voor varkens op basis van volledige
ethogram
2 Dierenwelzijnsindicatoren
- Diergebonden parameters:
▪ Stereotiep gedrag
▪ Verwondingen
▪ BCS
▪ Poot/klauwproblemen
▪ Sociaal gedrag
o Fysiologische
o Gedrags
o Gezondheids
- Niet-diergebonden gedrag (management):
▪ Ondergrond
▪ Aantal dieren/m²
▪ Water en voedsel
▪ Verrijking
▪ Groepssamenstelling
▪ Licht
▪ Ventilatie
▪ Temperatuur
▪ Hygiëne
o Omgeving
o Management
3
, 2.1 Fysiologische indicatoren
2.1.1 Stress
- = reactie van het lichaam op omstandigheden die het fysieke of psychologisch functioneren
verstoren of dreigen te verstoren
- = concept dat de nadelige lichaamseffecten op bepaalde stimuli beschrijft
- Stressoren = aversieve stimuli
o Pijnlijke procedures bv castratie
o Transport
o Sociale diersoorten: scheiding van groepsgenoot
o Huisvesting met onbekende dieren
o Heel hoge en lage temperaturen
o Zware fysieke inspanning
o Fixatie
2.1.1.1 Standard stress model/general adaptation syndrome
- Selye en Cannon
o Zelfde lichamelijke reactie bij verschillende stressoren/stimuli
!!
(Adrenal = bijnier)
(Activatie hypothalamus-hypofyse-bijnierschorsas: nieuwe situaties, onvoorstelbare situaties,
weinig/geen controle over situaties)
4