VLOEIEND – WISKUNDE
DEEL 1: WISKUNDIGE INITIATIE (IN DE KLEUTERSCHOOL)
1. WAAROM WISKUNDIGE INITIATIE?
1.1 UITGANGSPUNTEN BIJ WISKUNDEONDERWIJS AAN KLEUTERS
Luidop de aanwezige tellen
Blokken waarmee ze bouwwerken maken
Rekenhoek
…
! Komt voor op een geïntegreerde manier in zeer uiteenlopende activiteiten
(bewegingslessen, beeldlessen, drank- en koekmoment…)
Werkelijkheidsnabi Wiskunde is er omwille van de bruikbaarheid in het
jheid dagelijks leven
! Wiskundige vaardigheden & inzichten verwerf je als kleuter door actief bezig te
zijn & de kans te krijgen om te handelen
Probleemoplossend, ontdekkend en onderzoekend leren staan
centraal
Kinderen moeten uitgedaagd worden binnen de zone van naaste
ontwikkeling
1.2 WISKUNDE IN VERSCHILLENDE HOEKEN
De huishoek
Een restaurant, een ziekenhuis, een kapsalon…
Allerlei wiskundige leerdomeinen komen aan bod tijdens een keuzeaanbod
Getalbegrip 4 kleuters moeten de tafel dekken voor het hele
gezin: 4 borden, 4 bekers…
Meten & metend Hoeveel maïs moet er in de kookpot?
rekenen
Meetkunde Spiegelbeeld ontdekken door een spiegel te plaatsen
Tijd Een keukenwekker geeft aan wanneer andere
kleuters in de hoek mogen spelen
Classificeren & De grote borden bij elkaar zetten, de schoenen
seriëren rangschikken van klein naar groot…
2. VOORBEREIDEND REKENEN ALS BELANGRIJK ONDERDEEL VAN WISKUNDIGE
INITATIE
De belangrijkste doelstelling van het voorbereidend rekenen in de kleuterschool
is het ontwikkelen van getalbegrip.
Enkel wanneer dit voldoende is ontwikkeld, kunnen kinderen starten met
het echte rekenen.
, 3. DE VIJF REKENVOORWAARDEN
3.1 CONSERVATIE OF ‘BEHOUD VAN HOEVEELHEID’
= het overwinnen van de directe waarneming en reversibel kunnen denken.
Bv: De gelijkblijvende hoeveelheid limonade die afwisselend in een smal,
hoog, laag, breed glas wordt gegoten.
Wat moeten kinderen kunnen om het conservatiebegrip te hebben?
Ze moeten reversibel kunnen denken
Zonder conservatiebegrip ervaren ze moeilijkheden bij splitsingen
3.2 CORRESPONDENTIE OF ‘ÉÉN OP ÉÉNRELATIE’
= ‘vriendjes maken’
Zijn er het even veel of niet? ‘Bij elke heks zet ik een tovenaar, er blijft één
heks over’
Je mag niet tellen!
! Dankzij het principe van de paarsgewijze correspondentie zijn
hoeveelheidvergelijkingen heel precies uit te voeren.
3.3 MAATBEGRIP
= een gekozen maat in relatie tot de te meten hoeveelheid
Het getal 6 geeft aan hoe vaak een gekozen maateenheid, zoals: een paar
schoenen, zich verhoudt tot wat gemeten moet worden
Aan het meten als didactisch principe worden drie aspecten
onderscheiden:
1. De hoeveelheid (wat wordt er gemeten?)
2. De maat (waarmee wordt het gemeten?)
3. Het aantal meethandelingen (hoe vaak wordt het gemeten?)
Pas als kinderen in staat zijn om met deze elementen om te gaan, is er sprake
van getalbegrip
3.4 CLASSIFICATIE
DEEL 1: WISKUNDIGE INITIATIE (IN DE KLEUTERSCHOOL)
1. WAAROM WISKUNDIGE INITIATIE?
1.1 UITGANGSPUNTEN BIJ WISKUNDEONDERWIJS AAN KLEUTERS
Luidop de aanwezige tellen
Blokken waarmee ze bouwwerken maken
Rekenhoek
…
! Komt voor op een geïntegreerde manier in zeer uiteenlopende activiteiten
(bewegingslessen, beeldlessen, drank- en koekmoment…)
Werkelijkheidsnabi Wiskunde is er omwille van de bruikbaarheid in het
jheid dagelijks leven
! Wiskundige vaardigheden & inzichten verwerf je als kleuter door actief bezig te
zijn & de kans te krijgen om te handelen
Probleemoplossend, ontdekkend en onderzoekend leren staan
centraal
Kinderen moeten uitgedaagd worden binnen de zone van naaste
ontwikkeling
1.2 WISKUNDE IN VERSCHILLENDE HOEKEN
De huishoek
Een restaurant, een ziekenhuis, een kapsalon…
Allerlei wiskundige leerdomeinen komen aan bod tijdens een keuzeaanbod
Getalbegrip 4 kleuters moeten de tafel dekken voor het hele
gezin: 4 borden, 4 bekers…
Meten & metend Hoeveel maïs moet er in de kookpot?
rekenen
Meetkunde Spiegelbeeld ontdekken door een spiegel te plaatsen
Tijd Een keukenwekker geeft aan wanneer andere
kleuters in de hoek mogen spelen
Classificeren & De grote borden bij elkaar zetten, de schoenen
seriëren rangschikken van klein naar groot…
2. VOORBEREIDEND REKENEN ALS BELANGRIJK ONDERDEEL VAN WISKUNDIGE
INITATIE
De belangrijkste doelstelling van het voorbereidend rekenen in de kleuterschool
is het ontwikkelen van getalbegrip.
Enkel wanneer dit voldoende is ontwikkeld, kunnen kinderen starten met
het echte rekenen.
, 3. DE VIJF REKENVOORWAARDEN
3.1 CONSERVATIE OF ‘BEHOUD VAN HOEVEELHEID’
= het overwinnen van de directe waarneming en reversibel kunnen denken.
Bv: De gelijkblijvende hoeveelheid limonade die afwisselend in een smal,
hoog, laag, breed glas wordt gegoten.
Wat moeten kinderen kunnen om het conservatiebegrip te hebben?
Ze moeten reversibel kunnen denken
Zonder conservatiebegrip ervaren ze moeilijkheden bij splitsingen
3.2 CORRESPONDENTIE OF ‘ÉÉN OP ÉÉNRELATIE’
= ‘vriendjes maken’
Zijn er het even veel of niet? ‘Bij elke heks zet ik een tovenaar, er blijft één
heks over’
Je mag niet tellen!
! Dankzij het principe van de paarsgewijze correspondentie zijn
hoeveelheidvergelijkingen heel precies uit te voeren.
3.3 MAATBEGRIP
= een gekozen maat in relatie tot de te meten hoeveelheid
Het getal 6 geeft aan hoe vaak een gekozen maateenheid, zoals: een paar
schoenen, zich verhoudt tot wat gemeten moet worden
Aan het meten als didactisch principe worden drie aspecten
onderscheiden:
1. De hoeveelheid (wat wordt er gemeten?)
2. De maat (waarmee wordt het gemeten?)
3. Het aantal meethandelingen (hoe vaak wordt het gemeten?)
Pas als kinderen in staat zijn om met deze elementen om te gaan, is er sprake
van getalbegrip
3.4 CLASSIFICATIE