Inleiding SPL
Politieke en sociale leerstelsels
o Een inleiding tot de geschiedenis van de politieke theorieën en ideologieën, meer
bepaald een geschiedenis van het denken over emancipatie in de moderne tijden
o =/= Geschiedenis van politieke ideeën
Focus
Wetenschappelijke evolutie
Politieke ideeën contextualiseren
Dekoloniseren
Gender
o Limieten van het vak
Hoeveel details en feiten vermelden?
Keuze van denkers en ideologen (vaak Westerse, blanke mannen)
Hoe voorbij Eurocentrisme?
Emancipatie, vrijheid en gelijkheid = ongelijk verdeeld over de werelden binnen en tussen
natiestaten
o Nooit een gelijke evolutie gekend
Zolang er ongelijkheid bestaat, zullen er politieke conflicten zijn
Zolang er politieke conflicten zijn, zullen er ideologieën bestaan
Wetenschappelijke theorie (sociaal) – ideologie (politiek) gelijkenissen
o Bevat een set van aannames en startpunten
Zijn vaak niet te bewijzen
o Legt uit hoe de sociale wereld eruit ziet
o Legt uit hoe en waarom de wereld verandert
o Reikt een systeem van concepten en ideeën aan
o Verduidelijkt relaties tussen concepten
o Verschaft een gerelateerd systeem van ideeën
Wetenschappelijke theorie (sociaal) – ideologie (politiek) verschillen
o Ideologie
Geeft absolute zekerheid
Alle antwoorden op alle vragen
Vast – gesloten – af
Gaat afwijkende info uit de weg
Blind voor alternatief bewijsmateriaal
Opgesloten in een bepaald moraal systeem
Vooringenomen
Interne contradicties en inconsistenties
Vastgeroest in specifieke positie
1
, o Wetenschappelijke theorieën
Conditioneel – onderhandeld begrijpen
Incompleet – aanvaarde onzekerheid
Groeiend – open – proces – uitbreidend
Verwelkomt tests – positief en negatief bewijsmateriaal
Verandering gebaseerd op bewijs
Ontdaan van sterke moraliserende standpunten
Neutraal – neemt alle ‘kanten’ in acht
Zoekt sterk naar logische consistentie
Overstijgt sociale posities
Een ideologie …
o Omvat dus opvattingen (positieve en negatieve) die zowel descriptief als normatief 1
zijn
o Het is een poging om vat te krijgen op de sociopolitieke omgeving zoals die is en
zoals deze hoort te zijn
1
Normatief : voorschrijvend
2
, DEEL 1 : Doorbraak van het kapitalisme en
opkomst van de burgerlijke samenleving
1. De zoektocht naar een nieuw raamwerk (1450 – 1650)
Afbrokkeling van de christelijke cosmologie + ontstaan wetenschap
o ‘Aarde is het centrum van het heelal’ ~ klopt niet
o Eerste wetenschappelijke bevindingen vielen niet in goede aarde bij Kerk
Overgang van feodale vorstendommen naar absolutisme
o Absolute koningsdommen die heersen over grotere territoria
o Voordeel : koningsdommen staan sterker en kunnen beter organiseren
Eerste kiemen van het kapitalisme
o Markt met onderscheid tussen
Mensen die werkten
Mensen die middelen hadden om anderen te doen werken
o Arbeid kan verkocht worden in ruil voor geld/middelen
o Arbeid heeft waarde
Waarde gaat naar diegene die het verkoopt (niet naar diegene die het maakte)
Bv. Iemand heeft jouw gerief om een hamer te maken. Jij maakt die hamer. Van wie
is die hamer nu?
o Onderscheid tussen loonarbeiders en kapitalisten
Verkopen arbeid kopen arbeid
Einde van de katholieke hegemonie
o Opkomst wetenschappen
o Reformatie-beweging (= protestanten)
o Gevolg : secularisering van ons denken
1.1. Het einde van de katholieke hegemonie
Door opkomst wetenschappen
Door opkomst protestantisme
1) Luther
o Grote kritiek op systeem van aflatingen2
o Lancering religieus radicalisme
Directe band tussen individu en God ~ geen Kerk nodig
o Obrigkeit
= Conservatieve politieke visie
Gecentraliseerde staat
Mensen met dwang in de pas laten lopen
2) Calvijn
o Wat is winst?
2
Mensen kopen hun zonden af bij een priester
3
Politieke en sociale leerstelsels
o Een inleiding tot de geschiedenis van de politieke theorieën en ideologieën, meer
bepaald een geschiedenis van het denken over emancipatie in de moderne tijden
o =/= Geschiedenis van politieke ideeën
Focus
Wetenschappelijke evolutie
Politieke ideeën contextualiseren
Dekoloniseren
Gender
o Limieten van het vak
Hoeveel details en feiten vermelden?
Keuze van denkers en ideologen (vaak Westerse, blanke mannen)
Hoe voorbij Eurocentrisme?
Emancipatie, vrijheid en gelijkheid = ongelijk verdeeld over de werelden binnen en tussen
natiestaten
o Nooit een gelijke evolutie gekend
Zolang er ongelijkheid bestaat, zullen er politieke conflicten zijn
Zolang er politieke conflicten zijn, zullen er ideologieën bestaan
Wetenschappelijke theorie (sociaal) – ideologie (politiek) gelijkenissen
o Bevat een set van aannames en startpunten
Zijn vaak niet te bewijzen
o Legt uit hoe de sociale wereld eruit ziet
o Legt uit hoe en waarom de wereld verandert
o Reikt een systeem van concepten en ideeën aan
o Verduidelijkt relaties tussen concepten
o Verschaft een gerelateerd systeem van ideeën
Wetenschappelijke theorie (sociaal) – ideologie (politiek) verschillen
o Ideologie
Geeft absolute zekerheid
Alle antwoorden op alle vragen
Vast – gesloten – af
Gaat afwijkende info uit de weg
Blind voor alternatief bewijsmateriaal
Opgesloten in een bepaald moraal systeem
Vooringenomen
Interne contradicties en inconsistenties
Vastgeroest in specifieke positie
1
, o Wetenschappelijke theorieën
Conditioneel – onderhandeld begrijpen
Incompleet – aanvaarde onzekerheid
Groeiend – open – proces – uitbreidend
Verwelkomt tests – positief en negatief bewijsmateriaal
Verandering gebaseerd op bewijs
Ontdaan van sterke moraliserende standpunten
Neutraal – neemt alle ‘kanten’ in acht
Zoekt sterk naar logische consistentie
Overstijgt sociale posities
Een ideologie …
o Omvat dus opvattingen (positieve en negatieve) die zowel descriptief als normatief 1
zijn
o Het is een poging om vat te krijgen op de sociopolitieke omgeving zoals die is en
zoals deze hoort te zijn
1
Normatief : voorschrijvend
2
, DEEL 1 : Doorbraak van het kapitalisme en
opkomst van de burgerlijke samenleving
1. De zoektocht naar een nieuw raamwerk (1450 – 1650)
Afbrokkeling van de christelijke cosmologie + ontstaan wetenschap
o ‘Aarde is het centrum van het heelal’ ~ klopt niet
o Eerste wetenschappelijke bevindingen vielen niet in goede aarde bij Kerk
Overgang van feodale vorstendommen naar absolutisme
o Absolute koningsdommen die heersen over grotere territoria
o Voordeel : koningsdommen staan sterker en kunnen beter organiseren
Eerste kiemen van het kapitalisme
o Markt met onderscheid tussen
Mensen die werkten
Mensen die middelen hadden om anderen te doen werken
o Arbeid kan verkocht worden in ruil voor geld/middelen
o Arbeid heeft waarde
Waarde gaat naar diegene die het verkoopt (niet naar diegene die het maakte)
Bv. Iemand heeft jouw gerief om een hamer te maken. Jij maakt die hamer. Van wie
is die hamer nu?
o Onderscheid tussen loonarbeiders en kapitalisten
Verkopen arbeid kopen arbeid
Einde van de katholieke hegemonie
o Opkomst wetenschappen
o Reformatie-beweging (= protestanten)
o Gevolg : secularisering van ons denken
1.1. Het einde van de katholieke hegemonie
Door opkomst wetenschappen
Door opkomst protestantisme
1) Luther
o Grote kritiek op systeem van aflatingen2
o Lancering religieus radicalisme
Directe band tussen individu en God ~ geen Kerk nodig
o Obrigkeit
= Conservatieve politieke visie
Gecentraliseerde staat
Mensen met dwang in de pas laten lopen
2) Calvijn
o Wat is winst?
2
Mensen kopen hun zonden af bij een priester
3