• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 40 pages
Resume

Samenvatting Immunologie & Immunofarmaca

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 40 pages

GESLAAGD IN 1E ZIT Samenvatting Immunologie & Immunofarmaca Lesnotities, alles wat de prof zegt in de les is verwerkt in deze samenvatting

Aperçu du contenu

IMMUNOLOGIE & IMMUNOFARMACA
H1: INLEIDING
- Immunologie = leer vh immuunsysteem / leer afweersysteem
- Afweersysteem = verdediging organisme tegen vreemde organismen/cellen
(pathogene bacteriën & virussen, lichaamsvreemde cellen)
- Ook bescherming tegen zaken die fout gaan ih lichaam zelf (vb tumorcellen)
- Hiervoor moet organisme ‘vreemd’ (of non-self) kn onderscheiden vn ‘lichaamseigen’ (self)
—> moet zeer e ciënt & ver jnd gebeuren!

- Kind geboren zonder immuunsysteem (dr mutaties), in baarmoeder geen prob: na geboorte:
infecties —> 1e 6 maand: antilichamen meegekregen vn mama (passieve imm), na 6 maand: uit
bloed, genetische defecten: geen nieuwe antilichamen (SCID = Severe Combined Immune Def)
—> geen T & B cellen

- Antigen (AG)
- Oorspronkelijk: moleculen die AL kunnen genereren (alles dat niet lichaamseigen is)
= moleculen die eigenschap hebben immuunsysteem te stimuleren
- Antigenisch vermogen: kan speci eke interactie aangaan met producten v.e. speci eke
immuunrespons, maw binden, interageren met antilichamen / TCR = T-cel-receptoren
- Immunogeen vermogen: kan speci eke immuunrespons induceren = immuunsysteem
prikkelen tot vormen vn immuunproducten (AL & e ector T-lymfocyten) (niet alle antigenen)
—> molecule ook in staat om AL aan te maken + dat T-cellen gestimuleerd w
- Meeste antigenen: grote molecules = eiwitten, AL = ook eiwitten
—> interactie = beperkt tot variabele zone op AL & stukje op AG = epithoop
- Epitoop = antigenisch determinant = deel antigen speci ek herkend dr immuunsysteem
(B /, T-cel, AL) —> gelinkt aan 1 bepaald AL
—> 5-8 AZ / 1-6 monosacchariden lang bij polysacch (meerdere epitopen op grote AG)
- Univalent Ag: heeft slechts 1 antigenisch determinant = kleinere antigenen
= minder immunogeen
- Multivalent Ag: meerderheid vd AG: meerdere epitopen = identiek / verschillend
—> immuunsysteem zal na contact met multivalent Ag versch immuunproducten vormen
tegen deze versch epitopen

- Hapten:
- Antigen met laag MW die zelf geen immuunrespons kan initiëren: kn geen AL produceren
- Moet gekoppeld w aan carrier om immuunrespons op gang te brengen
= conjugeren om immunogeen te maken
- Kn wel binden met producten vd speci eke immuunrespons = antigenisch, niet immunogeen
- Vb: TNP (trinitrophenol), mycotoxines
- Speekseltest (drugscontrole) —> AL id test tegen de drugs: cocaïne = niet-immunogeen:
drug koppelen aan drager-eiwit: proefdieren maken AL aan —> drug = AG kan binden

- Volstaat niet dat AG bindt op AL: addition. stimulantia dr eiwitten nodig vr immuunrespons
—> balans: activerende & inhiberende factoren —> vanaf zekere waarde = activatie
—> om deze waarde te bereiken: snel balans overschakelen:↑ B-cell-receptors

- Geconjugeerde vaccins: conjugeren om antigenen immunogener te maken = beter
- Conjugatie: meerdere haptenische determinanten op zelfde drager-eiwit: op B-cel
—> molecule bindt op versch AL op B-cel
—> grote molecule trekt op B-cel versch BCRs samen: celopp = lipidemembraan = vloeibaar
—> receptoren op membraan kn bewegen: in bootjes gegroepeerd op vloeibaar membraan
—> samenkomen op celopp dr grote molecule => signaal
= voordeliger dat op 1 eiwit meerdere haptenen zitten: kunnen bootjes beter samentrekken

1


ffi fi fi fi fi ff fi fi

, - Hapten-conjugaat:
- de actuele determinant bestaat uit het hapten en een aantal aangrenzende residuen
- Het type carrier bepaalt of de respons T cel dependent of independent zal zijn (zie verder)
- Antilichaam
- Proteïne gevormd dr B cellen tijdens een speci eke immuunrespons op een antigen en dat
interageert met een bepaalde epitoop van dat antigen
- Zware ketens: 2 identieke kopijen
- Lichte ketens: 2 identieke kopijen
- Misleidend: uiteinde = variabel domein: AL zal binden met variabel domein op epitoop AG
—> herkent lichaamsvreemde dingen = antigen-binding-site
—> meeste AL zien nooit het betre ende AG (zodanig veel in lichaam)
—> AZ seq zware keten heeft niets te maken met AZ lichte keten = asymmetrisch
- 1 B-cel maakt kopijen aan vn AL met zelfde variabel domein dat op zelfde AG binden
- Chemische natuur vn antigenen
- Proteïnen: zuivere proteïnen, glycoproteïnen of lipoproteïnen: meerderheid AG = proteïnen
- Goed immunogeen vermogen vb: Bovine Serum Albumine (BSA), ovalbumine,…
—> albumine = meest aanwezig in bloed: in rund = bovine: andere AZ-seq
—> herkend als lichaamsvreemd: wensen we niet, tenzij je vaccin wil ontwikkelen
- Meeste zaken die ons kunnen infecteren (bact, virussen): bevatten eiwitten (AZ, glycoprot,
lipoprot)

- Polysachariden: zuivere polysachariden & lipopolysachariden: goed immunogeen
ook liposach: ook VZ-residu (teveel immunogeen) = LPS: mag niet aanwezig zijn in eiwit-GM
—> zou fatale immuunreactiviteit veroorzaken
Vb: polysachariden afkomstig van Enterococcen

- Nucleïnezuren: zwakke immunogenen —> betere immunogenische eigenschappen na
complexatie met proteïnen / in enkelstrengige vorm
—> diagnostische merker vr auto-immuunziekten (reuma)

- Lipiden: meeste = niet immunogeen
- kunnen niet-conventionele T-cellen stimuleren
- α-galactosylceramide:
- Lipide afkomstig uit zee-spons
- Stimuleert zeer speci eke groep T-cellen: natural killer T-cellen: hebben T-cel receptor
die slechts 1 AG kan herkennen: α-galactosylceramide: w gepresenteerd in zeer
speci ek eiwit => NKT-cellen w gestimuleert: prolifereren, delen, cytokines secreteren..
- Reden NKT-cellen: miss toch andere organismen die dit ceramide maken?
- Types antigenen:
- T cel independente antigenen
- Kn B cellen stimuleren om AL aan te maken zonder dat hulp vn T cellen nodig
- Polysachariden = meestal T cel independent = op polysach komen versch keren zelfde
epitoop vr dat herkend kan w dr AL op B-cel —> binding => 1e signaal nr celkern B-cel
= veel AL op B-cel => accumulatie vn 1e signalen via B-cel receptor

- Bijkomende veiligheid (natuurlijke selectie): omdat immuunsysteem heftig kan reageren
= ook een 2de signaal nodig: dr andere receptoren = toll-like receptoren

- Vaak ook polyclonale activatie vn B-cellen: antigenen kn versch B-cel clones activeren
—> in lage conc = enkel de B-cel met een AL die speci ek bindt gestimuleerd
—> grotere conc: ↓ selectiviteit vd activatie via AL = alleen triggering toll-like receptor
= voldoende vr activatie cellen = polyclonale activatie B-cellen

- Weerstand aan degradatie: T cel independente antigenen blijven meestal vr langere
periodes circuleren & kn immuunsysteem blijven stimuleren

2


fi fi ff fi fi

, - T cel dependente antigenen
- Kn B cellen niet rechtstreeks stimuleren tot productie AL, zonder hulp T cellen
- Proteïnen = T cel dependente antigenen
- Binding antigen —> 1e signaal B-cel + antigen zal geïnternaliseerd w: endocytose
= opname in vesikel = lysosoom => antigen + AL-recept in cytosol cel: afbraak: peptide

- Lysosoom kan fusioneren met ander endosoom => met MHC-molecules aanwezig
= Major Histocompatibility Complex: gaan peptides presenteren die id cel aanwezig zijn
= geen signaal, geen receptor, zorgt niet vr 2de signaal!!! = enkel presentator!!
- 2de signaal komt dr T-cel hulp: AL-respons tegen T-cel dependentie antigenen
- T-cel herkent met receptor dat peptide gepresenteerd w: dit is lichaamsvreemd
= 2e controle op het feit dat het antigen lichaamsvreemd is
- Herkenning T-cel vh peptide dr MHC-molecule —> signaal via T-cel recept nr helpercel
- 1st: naïeve T-cel —> geactiveerd dr e ector T-cel = helper T-cel: slechts 1 signaal nodig vr
activatie —> reactie: T-helpercel geactiveerd => productie cytokines
—> kan binden op cytokine-receptor op B-cel —> zorgt vr 2de signaal vr activatie B-cel
=> activatie, deling, proliferatie, di erentiatie: geheugen B-cel

- Toll-like receptoren
- Op celmembraan: extracel deel bindt op te herkennen molecule
—> intracel deel zorgt vr het 2de signaal nr de celkern
- Sommige kn voorkomen in dimeren
- Herkent lipoproteïnes etc = klasses molecules die typisch voorkomen op micro-organismes
die ons lichaam kn infecteren = geen antigen speci eke receptoren
- Deze kn B cellen niet rechtstreeks stimuleren tot productie vn AL, zonder hulp vn T cellen
- Proteïnen zijn T cel dependente antigenen




3


ff ff fi

, 4

Infos sur le Document

Publié le
29 septembre 2025
Nombre de pages
40
Écrit en
2024/2025
Type
Resume
€10,16

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
kellyvv10
5,0
(2)
Vendu
32
Abonnés
4
Éléments
26
Dernière vente
19 heures de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions