LES 1 – INLEIDING
1) DE VERWONDERING
Waarom-vragen
- Voorbeelden van vragen:
o Waarom zijn bananen krom?
o Waarom horen we donder na de bliksem?
o Waarom raken mensen verslaafd?
o Waarom horen sommige mensen stemmen?
→ behoren tot domeinen van biologie, natuurkunde en psychopathologie
- Kern: zoeken naar oorzaak-gevolg relaties:
o Als A (oorzaak) dan B (gevolg)
▪ B = dingen die we observeren, die ons verbazen, die verwondering oproepen
o Verklaringen leiden vaak tot nieuwe vragen
Psychopathologie als onderwerp
- Psychopathologie = onaangepast, vreemd of gestoord gedrag
o Onbegrijpelijk gedrag begrijpen (en zo kunnen helpen)
▪ Als we beter kunnen begrijpen waarom mensen bizarre dingen doen waar ze mss van af zien
→ als we oorzaak weten kunnen we ze mss ook helpen
- Bv.: verpleegkundige met smetvrees
o Weet rationeel dat kanker niet besmettelijk is, maar handelt er toch naar
o Voorbeelden van gedrag:
▪ Voorwerpen grondig poetsen
▪ Vermijden van “besmette” plekken (zoals fietsenstalling)
▪ Handen wassen ±100 keer per dag
▪ …
o Gevolg: hele gezin lijdt onder de angsten van vader
Doel van de cursus
- Geïnspireerd door verwondering en de wens om te begrijpen
- Geïnteresseerd in verklaringen van psychopathologie
o Waarom is de verpleegkundige angstig?
o Waarom gedraagt hij zich zo?
- Relevantie:
o Ook patiënten zelf stellen vaak de "waarom"-vraag bij depressie, angst, verslaving, eetstoornissen, enz.
o Soms belangrijker dan: “Hoe raak ik ervan af?”
2 perspectieven op het waarom
1 Herstelgericht
a. Begrijpen van oorzaken om beter te kunnen genezen
2 Existentiële nieuwsgierigheid
a. Zuiver willen weten, los van herstel
2) HET WAAROM VAN HET ONTSTAAN, INSTANDHOUDEN EN TERUGVAL
Onderwerpen van verwondering
- Ontstaan van psychopathologie
o Waarom-vraag cruciaal voor vele patiënten
- Instandhouden van psychopathologie
o Niet noodzakelijk zelfde factoren
o Roept vaak nog meer verwondering/onbegrip op
- Terugval van psychopathologie
1
, o Sommige stoornissen hoog terugvalpercentage
o Secundaire preventie
o Opnieuw: belang van studie van factoren (‘processen’) die hier cruciale rol spelen
Belangrijk onderscheid: oorzaak vs. instandhoudende factoren
- Oorzaken = wat het probleem deed ontstaan
- Instandhoudende factoren = wat het probleem nu laat voortbestaan
- Deze kunnen sterk verschillen:
o Bv. iemand begint met drinken na overlijden van kind → jaren later is rouw verwerkt, maar verslaving
blijft door andere mechanismen bestaan
o Factoren die aan de oorsprong lagen van het probleem zijn niet altijd de redenen die het probleem
momenteel in stand houden !!
Focus op instandhouden
- Cruciaal voor effectieve behandeling:
o Oorspronkelijke oorzaken spelen vaak geen rol meer bij start van therapie
o Kennis van instandhoudende factoren bepaalt aanpak
- Moeilijk te begrijpen vanuit omgeving én psycho-logica:
o Gokker blijft spelen ondanks schulden, verlies van werk/gezin
o Anorexiapatiënte hongert zichzelf uit tot levensgevaar
o Alcoholverslaafde blijft drinken zonder plezier te ervaren.
- Gedrag lijkt onbegrijpelijk, maar is altijd doelgericht en zinvol → vraagt onderzoek naar onderliggende
mechanismen
Reactie van de omgeving
- Aanvankelijk steunend → later vaak onbegrip:
o “Stop daar toch mee.”
o “Hou eindelijk op met dat onzinnige gedrag.”
- Zulke opmerkingen zijn meestal niet helpend
- Patiënten zitten gevangen in een web van instandhoudende mechanismen
Terugval na behandeling
- Succesvolle behandelingen → focus ook op preventie van terugval
- Belangrijk bij stoornissen met hoge terugvalpercentages → bv. depressie
- Onderzoek naar secundaire preventie (voorkomen van terugkeer) even belangrijk als onderzoek naar behandeling
zelf
3) EEN KLINISCH -WETENSCHAPPELIJKE GEMOTIVEERDE NIEUWSGIERIGHEID EN TEVENS EEN
MAATSCHAPPELIJKE OPDRACHT
Focus van de cursus
- Beantwoorden van vragen over
o Ontstaan van psychopathologie
o Instandhouden van psychopathologie
o Terugval van psychopathologie
- Uitgangspunt = verwondering en begrijpen door verklaren (niet louter beschrijven)
o Niet: bespreking van werkzame behandelingen (valt onder psychotherapie)
o Wel: focus op psychiatrische diagnoses:
▪ Depressie
▪ Angst
▪ Psychose
▪ …
o Niet inbegrepen: psychologische problemen buiten psychiatrische classificatiesystemen (bv. jaloezie,
relatieproblemen, opvoedingsproblemen, burn-out)
2
,Psychopathologie als maatschappelijk probleem
- Grootschalige epidemiologische studies tonen hoge prevalentie
o National Comorbidity Study Replication(VS):
▪ Kessler
▪ Ongeveer helft van Amerikanen voldoet aan criteria voor een stoornis op moment in leven →
onset meestal in kindertijd of adolescentie
o Nederland (NEMESIS):
▪ Stemmingsstoornis: 20,2%
▪ Angststoornis: 19,6%
▪ → psychische aandoeningen komen frequent voor in Nederland
o België
▪ Depressie + dysthymie samen: 22–25%
- Impact COVID
o Omgeving gecreëerd waar veel determinanten van slechte mentale gezondheid uitvergroot zijn
o Ongeveer 53 miljoen mensen met majeure depressieve stoornis extra (28% stijging)
o Ongeveer 76 miljoen mensen met angststoornis extra (26% stijging)
- Burden of Disease Project (WHO)
o Disability Adjusted Life Years (DALY) = maat voor totale last die ontstaat door ziektes
o Aantal jaren van gezond leven, verloren door ziekte (morbiditeit) of voortijdig sterven (mortaliteit)
o Bv.: unipolaire depressie tweede plaats globaal en eerste plaats bij rijke landen
▪ Depressie zal ons het meeste kosten aan kwaliteitsvol leven
Conclusie en opdracht voor psychologen
- Psychopathologie = ernstig maatschappelijk probleem, met groot lijden bij individuen en gezinnen
- Klinisch-wetenschappelijke nieuwsgierigheid krijgt zo ook een maatschappelijke dimensie
- Verantwoord beroepsmatig functioneren vereist:
o Grondige wetenschappelijke basis
o Minimaal wetenschappelijk inzicht in ontstaan–instandhouden–terugval van psychopathologie
4) ZOVEEL THEORIEËN
Veelheid aan theorieën in klinische psychologie
- Voor hetzelfde fenomeen (bv. dwangstoornis) bestaan er uiteenlopende theorieën:
o Biopsychologisch
o Behavioristisch
o Cognitief
o Psychoanalytisch
o Humanistisch
o Systeemtheoretisch
- Deze theorieën verschillen fundamenteel in concepten en mensbeelden
- Vaak gekoppeld aan therapeutische scholen
Houdingen tegenover de veelheid van theorieën
- Levensbeschouwelijke keuze:
o O.b.v (eigen) mensvisie/wereldbeeld
o Wetenschap streeft naar algemeen geldige uitspraken, onafhankelijk van persoonlijke overtuigingen →
niet echt wetenschappelijk criterium
- Relativistisch perspectief:
o Geldigheid van theorie hangt af van het referentiekader
o Theorieën kunnen elkaar aanvullen wanneer ze verschillende niveaus van organisatie behandelen
▪ Bv. zelfdoding kan bekeken w vanuit biologische oriëntatie (rol v neurotransmitters) als vanuit
sociologische benadering (bv. theorie van Durkheim)
▪ Theorieën zijn niet strijdig omdat ze zich richten op andere aspecten van hetzelfde fenomeen
o Soms tegengesteld → niet onvergelijkbaar (“incommensurabel”)
3
, Benadering in deze cursus
- Vertrekpunt = niet referentiekaders (biologisch, psychodynamisch, humanistisch, …) maar basisdisciplines van de
psychologie:
o Functieleer
o Sociale psychologie
o Differentiële psychologie
o Ontwikkelingspsychologie
- Typisch psychologische benadering van psychopathologie:
o Voorbeelden van onderzoeksthema’s:
▪ Selectieve aandacht en angst
▪ Contextafhankelijk geheugen en depressie
▪ Leerprocessen en verslaving
▪ Redeneerprocessen en psychosen
▪ Impliciete attitudes en eetstoornissen
Wetenschappelijk criterium ipv levensbeschouwelijk
- Theorieën moeten toetsbaar (falsifieerbaar) zijn.
- Empirische cyclus als richtlijn:
o Vraagstelling → observatie → hypothese → predictie →
toetsing → bijstelling/verwerping.
- Theorieën die niet falsifieerbaar zijn → dragen niets bij aan inzicht of
klinisch handelen
Voorbeeld: aangeleerde hulpeloosheid en depressie
- Vraag: Waarom hebben depressieve personen weinig initiatief?
- Observatie: zij zien geen zin meer in handelen (“het maakt toch geen
verschil”)
- Hypothese: gedrag vergelijkbaar met aangeleerde hulpeloosheid bij dieren
- Toetsbare predictie: onvermijdbare negatieve ervaringen → negatieve stemming + passiviteit
- Experimenteel te toetsen door groepen te confronteren met controleerbare/niet-controleerbare negatieve
prikkels
- Resultaat: bevestiging → steun voor theorie; ontkrachting → hypothese bijstellen
Klinische relevantie
- Empirisch-psychologische aanpak vormt vruchtbare basis voor klinisch handelen
- Behandelvoorstellen onafhankelijk van grote referentiekaders, maar niet per se onverenigbaar met hen
5) VAN BESCHRIJVEN NAAR VERKLAREN
Beschrijven vs. verklaren
- Beschrijven = zinvol en noodzakelijk (observatie = basis van wetenschap)
o Theorievorming vereist grondige observatie en beschrijving (zie observatiefase empirische cyclus)
o Beschrijving = conditio sine qua non, maar niet voldoende om hypothesen te toetsen.
- Verklaren = stap verder: zoeken naar oorzaken van fenomenen
- In deze cursus ligt de nadruk op verklaren i.p.v. louter beschrijven
Oorzaak-gevolg redenering
- Psychopathologische fenomenen worden gezien als gevolgen van oorzaken
o Vraag: We kennen het gevolg (B), maar wat is de oorzaak (A)?
- Voorbeeld: hallucinaties
o Foutieve redenering: “Iemand hallucineert omdat hij psychotisch is”
o Probleem: cirkelredenering → psychose gedefinieerd door hallucinaties
o “Psychose veroorzaakt hallucinaties” is dus geen verklaring, maar een beschrijving
4
1) DE VERWONDERING
Waarom-vragen
- Voorbeelden van vragen:
o Waarom zijn bananen krom?
o Waarom horen we donder na de bliksem?
o Waarom raken mensen verslaafd?
o Waarom horen sommige mensen stemmen?
→ behoren tot domeinen van biologie, natuurkunde en psychopathologie
- Kern: zoeken naar oorzaak-gevolg relaties:
o Als A (oorzaak) dan B (gevolg)
▪ B = dingen die we observeren, die ons verbazen, die verwondering oproepen
o Verklaringen leiden vaak tot nieuwe vragen
Psychopathologie als onderwerp
- Psychopathologie = onaangepast, vreemd of gestoord gedrag
o Onbegrijpelijk gedrag begrijpen (en zo kunnen helpen)
▪ Als we beter kunnen begrijpen waarom mensen bizarre dingen doen waar ze mss van af zien
→ als we oorzaak weten kunnen we ze mss ook helpen
- Bv.: verpleegkundige met smetvrees
o Weet rationeel dat kanker niet besmettelijk is, maar handelt er toch naar
o Voorbeelden van gedrag:
▪ Voorwerpen grondig poetsen
▪ Vermijden van “besmette” plekken (zoals fietsenstalling)
▪ Handen wassen ±100 keer per dag
▪ …
o Gevolg: hele gezin lijdt onder de angsten van vader
Doel van de cursus
- Geïnspireerd door verwondering en de wens om te begrijpen
- Geïnteresseerd in verklaringen van psychopathologie
o Waarom is de verpleegkundige angstig?
o Waarom gedraagt hij zich zo?
- Relevantie:
o Ook patiënten zelf stellen vaak de "waarom"-vraag bij depressie, angst, verslaving, eetstoornissen, enz.
o Soms belangrijker dan: “Hoe raak ik ervan af?”
2 perspectieven op het waarom
1 Herstelgericht
a. Begrijpen van oorzaken om beter te kunnen genezen
2 Existentiële nieuwsgierigheid
a. Zuiver willen weten, los van herstel
2) HET WAAROM VAN HET ONTSTAAN, INSTANDHOUDEN EN TERUGVAL
Onderwerpen van verwondering
- Ontstaan van psychopathologie
o Waarom-vraag cruciaal voor vele patiënten
- Instandhouden van psychopathologie
o Niet noodzakelijk zelfde factoren
o Roept vaak nog meer verwondering/onbegrip op
- Terugval van psychopathologie
1
, o Sommige stoornissen hoog terugvalpercentage
o Secundaire preventie
o Opnieuw: belang van studie van factoren (‘processen’) die hier cruciale rol spelen
Belangrijk onderscheid: oorzaak vs. instandhoudende factoren
- Oorzaken = wat het probleem deed ontstaan
- Instandhoudende factoren = wat het probleem nu laat voortbestaan
- Deze kunnen sterk verschillen:
o Bv. iemand begint met drinken na overlijden van kind → jaren later is rouw verwerkt, maar verslaving
blijft door andere mechanismen bestaan
o Factoren die aan de oorsprong lagen van het probleem zijn niet altijd de redenen die het probleem
momenteel in stand houden !!
Focus op instandhouden
- Cruciaal voor effectieve behandeling:
o Oorspronkelijke oorzaken spelen vaak geen rol meer bij start van therapie
o Kennis van instandhoudende factoren bepaalt aanpak
- Moeilijk te begrijpen vanuit omgeving én psycho-logica:
o Gokker blijft spelen ondanks schulden, verlies van werk/gezin
o Anorexiapatiënte hongert zichzelf uit tot levensgevaar
o Alcoholverslaafde blijft drinken zonder plezier te ervaren.
- Gedrag lijkt onbegrijpelijk, maar is altijd doelgericht en zinvol → vraagt onderzoek naar onderliggende
mechanismen
Reactie van de omgeving
- Aanvankelijk steunend → later vaak onbegrip:
o “Stop daar toch mee.”
o “Hou eindelijk op met dat onzinnige gedrag.”
- Zulke opmerkingen zijn meestal niet helpend
- Patiënten zitten gevangen in een web van instandhoudende mechanismen
Terugval na behandeling
- Succesvolle behandelingen → focus ook op preventie van terugval
- Belangrijk bij stoornissen met hoge terugvalpercentages → bv. depressie
- Onderzoek naar secundaire preventie (voorkomen van terugkeer) even belangrijk als onderzoek naar behandeling
zelf
3) EEN KLINISCH -WETENSCHAPPELIJKE GEMOTIVEERDE NIEUWSGIERIGHEID EN TEVENS EEN
MAATSCHAPPELIJKE OPDRACHT
Focus van de cursus
- Beantwoorden van vragen over
o Ontstaan van psychopathologie
o Instandhouden van psychopathologie
o Terugval van psychopathologie
- Uitgangspunt = verwondering en begrijpen door verklaren (niet louter beschrijven)
o Niet: bespreking van werkzame behandelingen (valt onder psychotherapie)
o Wel: focus op psychiatrische diagnoses:
▪ Depressie
▪ Angst
▪ Psychose
▪ …
o Niet inbegrepen: psychologische problemen buiten psychiatrische classificatiesystemen (bv. jaloezie,
relatieproblemen, opvoedingsproblemen, burn-out)
2
,Psychopathologie als maatschappelijk probleem
- Grootschalige epidemiologische studies tonen hoge prevalentie
o National Comorbidity Study Replication(VS):
▪ Kessler
▪ Ongeveer helft van Amerikanen voldoet aan criteria voor een stoornis op moment in leven →
onset meestal in kindertijd of adolescentie
o Nederland (NEMESIS):
▪ Stemmingsstoornis: 20,2%
▪ Angststoornis: 19,6%
▪ → psychische aandoeningen komen frequent voor in Nederland
o België
▪ Depressie + dysthymie samen: 22–25%
- Impact COVID
o Omgeving gecreëerd waar veel determinanten van slechte mentale gezondheid uitvergroot zijn
o Ongeveer 53 miljoen mensen met majeure depressieve stoornis extra (28% stijging)
o Ongeveer 76 miljoen mensen met angststoornis extra (26% stijging)
- Burden of Disease Project (WHO)
o Disability Adjusted Life Years (DALY) = maat voor totale last die ontstaat door ziektes
o Aantal jaren van gezond leven, verloren door ziekte (morbiditeit) of voortijdig sterven (mortaliteit)
o Bv.: unipolaire depressie tweede plaats globaal en eerste plaats bij rijke landen
▪ Depressie zal ons het meeste kosten aan kwaliteitsvol leven
Conclusie en opdracht voor psychologen
- Psychopathologie = ernstig maatschappelijk probleem, met groot lijden bij individuen en gezinnen
- Klinisch-wetenschappelijke nieuwsgierigheid krijgt zo ook een maatschappelijke dimensie
- Verantwoord beroepsmatig functioneren vereist:
o Grondige wetenschappelijke basis
o Minimaal wetenschappelijk inzicht in ontstaan–instandhouden–terugval van psychopathologie
4) ZOVEEL THEORIEËN
Veelheid aan theorieën in klinische psychologie
- Voor hetzelfde fenomeen (bv. dwangstoornis) bestaan er uiteenlopende theorieën:
o Biopsychologisch
o Behavioristisch
o Cognitief
o Psychoanalytisch
o Humanistisch
o Systeemtheoretisch
- Deze theorieën verschillen fundamenteel in concepten en mensbeelden
- Vaak gekoppeld aan therapeutische scholen
Houdingen tegenover de veelheid van theorieën
- Levensbeschouwelijke keuze:
o O.b.v (eigen) mensvisie/wereldbeeld
o Wetenschap streeft naar algemeen geldige uitspraken, onafhankelijk van persoonlijke overtuigingen →
niet echt wetenschappelijk criterium
- Relativistisch perspectief:
o Geldigheid van theorie hangt af van het referentiekader
o Theorieën kunnen elkaar aanvullen wanneer ze verschillende niveaus van organisatie behandelen
▪ Bv. zelfdoding kan bekeken w vanuit biologische oriëntatie (rol v neurotransmitters) als vanuit
sociologische benadering (bv. theorie van Durkheim)
▪ Theorieën zijn niet strijdig omdat ze zich richten op andere aspecten van hetzelfde fenomeen
o Soms tegengesteld → niet onvergelijkbaar (“incommensurabel”)
3
, Benadering in deze cursus
- Vertrekpunt = niet referentiekaders (biologisch, psychodynamisch, humanistisch, …) maar basisdisciplines van de
psychologie:
o Functieleer
o Sociale psychologie
o Differentiële psychologie
o Ontwikkelingspsychologie
- Typisch psychologische benadering van psychopathologie:
o Voorbeelden van onderzoeksthema’s:
▪ Selectieve aandacht en angst
▪ Contextafhankelijk geheugen en depressie
▪ Leerprocessen en verslaving
▪ Redeneerprocessen en psychosen
▪ Impliciete attitudes en eetstoornissen
Wetenschappelijk criterium ipv levensbeschouwelijk
- Theorieën moeten toetsbaar (falsifieerbaar) zijn.
- Empirische cyclus als richtlijn:
o Vraagstelling → observatie → hypothese → predictie →
toetsing → bijstelling/verwerping.
- Theorieën die niet falsifieerbaar zijn → dragen niets bij aan inzicht of
klinisch handelen
Voorbeeld: aangeleerde hulpeloosheid en depressie
- Vraag: Waarom hebben depressieve personen weinig initiatief?
- Observatie: zij zien geen zin meer in handelen (“het maakt toch geen
verschil”)
- Hypothese: gedrag vergelijkbaar met aangeleerde hulpeloosheid bij dieren
- Toetsbare predictie: onvermijdbare negatieve ervaringen → negatieve stemming + passiviteit
- Experimenteel te toetsen door groepen te confronteren met controleerbare/niet-controleerbare negatieve
prikkels
- Resultaat: bevestiging → steun voor theorie; ontkrachting → hypothese bijstellen
Klinische relevantie
- Empirisch-psychologische aanpak vormt vruchtbare basis voor klinisch handelen
- Behandelvoorstellen onafhankelijk van grote referentiekaders, maar niet per se onverenigbaar met hen
5) VAN BESCHRIJVEN NAAR VERKLAREN
Beschrijven vs. verklaren
- Beschrijven = zinvol en noodzakelijk (observatie = basis van wetenschap)
o Theorievorming vereist grondige observatie en beschrijving (zie observatiefase empirische cyclus)
o Beschrijving = conditio sine qua non, maar niet voldoende om hypothesen te toetsen.
- Verklaren = stap verder: zoeken naar oorzaken van fenomenen
- In deze cursus ligt de nadruk op verklaren i.p.v. louter beschrijven
Oorzaak-gevolg redenering
- Psychopathologische fenomenen worden gezien als gevolgen van oorzaken
o Vraag: We kennen het gevolg (B), maar wat is de oorzaak (A)?
- Voorbeeld: hallucinaties
o Foutieve redenering: “Iemand hallucineert omdat hij psychotisch is”
o Probleem: cirkelredenering → psychose gedefinieerd door hallucinaties
o “Psychose veroorzaakt hallucinaties” is dus geen verklaring, maar een beschrijving
4