• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 6 sur 149 pages
Resume

Samenvatting beleidswetenschap

Document preview thumbnail
Aperçu 6 sur 149 pages

Dit is een zeer volledige samenvatting van het vak beleidswetenschap gegeven door professor Edwin Wouters. Alle slites en uitleg van de professor staan hierin vermeld. Ik behaalde hiermee 17/20.

Aperçu du contenu

Deel 1: Inleiding & definiëring
Hoofdstuk 1: wat is beleidswetenschap?
Beleid= zoeken naar de beste oplossing voor een probleem en dat dan uitvoeren

1. Geschiedenis van het woord ‘beleid’
Etymologie van het woord ‘beleid’: beleid komt van het Middeleeuws Nederlandse werkwoord
‘beleiden’.

o Beleiden= doen gaan, aanvoeren
o Beleider= iemand die doet gaan, aanvoerder


Beleid had een zeer brede betekenis:

o Regering
o Manier van doen, wijze van omgang met personen
o Beheer van zaken, bevelvoering
o Prudentie, bedachtzaamheid


19de eeuw: betekenis versmald tot prudentie

o = Bedachtzaam handelen: eerst nadenken, dan doen & voorzichtig handelen
o Met moed, beleid & trouw


20ste eeuw: heropleving van beleid (waarom is een heropleving nodig?)

- Contrast tussen beleid en politiek: andere sfeer
 Loonbeleid: heel bureaucratisch & objectief over lonen beslissen
 Loonpolitiek: opportunisme & belangenvermenging
- Politiek betekent de handelswijze van een staatsman, maar dit kan tweeslachtig
zijn. We hebben goede en slechte staatslieden die bepaalde beslissingen voor
zichzelf nemen. Bij beleid is er meer neutraliteit.
- Verschillende gevoelswaarde:
 Beleid: zakelijkheid, deskundigheid, objectiviteit & consensus
 Politiek: controverse, partijdigheid, manipulatie & opportunisme
- Tegenwoordig is ‘bestuur’ nog neutraler: gevoel dat het enkel nog gaat over
bureaucratie (het uitvoeren van objectieve feiten)
 Dus begrip beleid nodig omdat een ander begrip dat bijna hetzelfde betekent een andere
connotatie heeft.


Succes van beleid (het woord wordt veel gebruikt) door 2 evoluties

- Evolutie van nomocratie naar teleocratie
 Nomocratie= liberale rechtsstaat: regeren door wetten (19 de eeuw)
 Mini-nachtwakersstaat
 Macht zit bij het parlement (wetgevende macht) en moet
grenzen afbakenen, maar de mensen moeten hiertussen vrij zijn.

1

,  Teleocratie= sociale verzorgingsstaat: regeren door doelinstellingen
(einde WOII)
 We willen doelen nastreven. Als we ergens naartoe willen gaan,
hebben we beleid nodig om de sociale verzorgingsstaat
voortdurend aan te passen & beter te maken.
 Het parlement verschuift naar de regering waar dat doel wordt
nagestreefd.
 Dus als je gaat van iets die de grenzen afbakent naar iets waar je naar toe wil gaan heb je
beleid en bestuur nodig en ga je het woord meer gebruiken.

- Paradox van de moderne samenleving (2 trends)
 Sociale atomisering= het proces waarbij individuen steeds meer
geïsoleerd raken van elkaar en minder verbonden zijn binnen een
gemeenschap of samenleving. Ze beginnen zich af te vragen waarom ze
de regels zouden volgen.
 Gegeneraliseerde verafhankelijking: de samenleving is veel complexer &
er is veel meer mogelijkheid tot chaos, dus er is meer sturing/regels
nodig om ons allemaal in goede banen te leiden (we zijn afhankelijk van
elkaar)
 Ruimte voor overheid als ‘beleider’ van de samenleving
 De verzuiling bracht vroeger een richting, lijn die er niet meer is.
Dit vinden zij een paradox en we lossen dit op door beleid. (dus
woord beleid meer nodig)


2. Nood aan overheidsbeleid
Sturing door de overheid: we hebben er nood aan!

o Maatschappelijk verkeer op vreedzame & voorspelbare manier laten verlopen
- Je hebt de sturing nodig om het maatschappelijke verkeer geordend te doen
lopen.
- Bv als je gaat werken, word je betaald
o Maatschappelijke veranderingen teweegbrengen: “de overheid moet iets doen”
- Beleid wil meer dan enkel regels vaststellen (zorgen voor orde), wil ons ook
ergens naartoe sturen (zagen we al bij verschuiving van nomocratie naar
teleocratie)
- Bv arbeidsomstandigheden (begin 20ste eeuw), vrouwenemancipatie (jaren ’60),
klimaatverandering


Beleid moet niet per se door de overheid worden gevoerd, er zijn 3 alternatieve sturingsvormen:

o Maatschappelijke zelfsturing betekent dat groeperingen zonder tussenkomst van de
overheid waarden uitdragen, problemen oplossen of kansen benutten, veelal door het
gezamenlijk opstellen en/of uitvoeren en/of handhaven van regels of afspraken (indien nodig
binnen wettelijk kader)

Makkelijker verwoord: probleem in de samenleving wordt opgelost door de leden van de
samenleving.

2

,Bijvoorbeeld

Ontstaan katholieken gasthuizen: in de middeleeuwen waren er veel ouderen en mensen met een
slechte gezondheid. De koningen en hertogen waren hier niet geïnteresseerd in en de katholieke zuil
richt zelf gasthuizen op.

Oprichting vakbonden: er is een toevlucht van het platteland naar de steden er zijn slechte
arbeidsomstandigheden en hadden geen netwerk. De arbeiders zijn zelf een vakbond gaan oprichten
(eerst zonder wettelijk kader).

Oprichting burgerwacht: veel onveiligheid in jouw woonbuurt

Elementen

- Organisaties kunnen maatschappelijke ontwikkelingen beïnvloeden

 burgers/bedrijven/ organisaties kunnen zelf op een vraag of nood antwoorden

- Vrijwillig & op basis van rationele argumenten
- Geen wettelijke taak, wel cruciale hulpbronnen
 nog geen wetten die hiermee kunnen helpen
- Komt niet vaak voor, want werkt niet altijd goed


Stone onderzocht waarom dit zo zelden werkt. Elke samenleving streeft naar meer zekerheid (als je
gaat werken, word je betaald), veiligheid, efficiëntie en equity (niet helemaal gelijkheid, maar
iedereen krijgt wat hij nodig heeft).

3 voorwaarden zodat maatschappelijke zelfsturing succesvol kan zijn

- Profijt door deelname: zelfsturing draagt per saldo bij aan de zekerheid,
veiligheid, efficiëntie en/of gelijkheid
 Het moet vooruitgaan. De vakbond zorgt voor gelijkheid. De burgerwacht
zorgt voor veiligheid.

- Gemeenschap is in staat freeriders uit te sluiten (zij dragen niet bij, maar
profiteren wel van de voordelen)
 In de katholieke gasthuizen kunnen we diegene die niet katholiek zijn
uitsluiten, maar bij de burgerwacht/vakbonden is uitsluiting veel moeilijker.

- Handelingen die voortvloeien uit de maatschappelijke zelfsturing vallen binnen
wettelijk kader: geen sprake van externe effecten die het duurzame karakter van
het verband bedreigen door overheidsinterventie.
 De dingen die we doen in deze sturing mogen niet in strijd zijn met de wet die
op dat moment al bestaat.
 Probleem bij de burgerwacht: wat doe je als je iemand betrapt op het
inbreken, want je mag niemand vasthouden als gewone burger.




3

, o Sturing in wisselwerking tussen overheid & middenveld

Elementen

- Doelstellingen & belangen van de overheid en het middenveld (organisaties die
tussen de individuele burger en de overheid zitten bijvoorbeeld vakbonden,
religieuze organisaties, goede doelen en milieuorganisaties) zijn soms gelijk en
hebben ze wederzijdse en aanvullende middelen.
- Namelijk:
 Overheid: wetten uitvaardigen & belastinggeld ter beschikking stellen
 Middenveld: vertrouwen bij achterban (=de mate van geloof en
zekerheid die een groep heeft in een organisatie of leiderschap) &
implementatiecapaciteit (=het vermogen van een organisatie om plannen
en beleid effectief uit te voeren). Ze hebben een netwerk van vele
mensen, rollen alles uit en leggen hun eigen accenten.


Voorbeeld

Huisvestigingsbeleid in Nederland: huizen ontstaan door de vakbonden, overheid zag dat dit goed
werkte en toen ontstond er een wisselwerking met de overheid die geld gaf.

 Dus de overheid zet grote lijnen uit & voorziet middelen, particuliere organisaties doen de
concrete invulling & uitvoering
 Nadeel: het middenveld heeft niet altijd dezelfde belangen als de overheid, maar zitten vaak
in conflict. Het is een vorm die zeer efficiënt is maar komt zelfden voor.



o Sturing door de markt: meest krachtige

Elementen

- Maatschappelijke problemen oplossen door marktprikkels & concurrentie
(werking van vraag en aanbod)
- Voorwaarde: markt werkt optimaal als er voldoende aanbieders zijn
- Consumenten kiezen vrij in welke mate ze goederen/diensten tegen een bepaald
prijs- & kwaliteitsniveau willen consumeren



Voorbeelden

Introductie internet: toen de telefonie kwam gingen we in België een staatsbedrijf oprichten. Als het
internet kwam, besliste de overheid dat we daar geen geld voor hadden en liet dit over aan de markt
(Telenet, Proximus). Het probleem daarbij is dat er in België te weinig aanbieders zijn en het heel
duur is.

Aanvullende pensioenfondsen: de vergrijzing zorgt dat de pensioenen niet meer betaalbaar zijn. De
banken en de verzekeringen gingen aanvullende pensioenfondsen oprichten. Dus dit is een oplossing
door sturing van de markt.

Sociale woningbouw in Nederland: overheid wou er na een tijd niet meer zoveel geld in steken dus
namen de private ondernemingen dit over

4

,  Markt stuurt niet doelbewust, maar schept situatie waarbij burgers & bedrijven hun
activiteiten spontaan op elkaar afstemmen
 Overheid bewaakt de marktwerking


Waarom is er dan overheidssturing nodig?

 De eerste 2 vormen van alternatieve sturingsvormen komen zelden voor. De marktwerking is heel
krachtig, maar heeft een groot nadeel. De markt is blind. De markt werkt enkel bij veel vraag en
aanbod en er is altijd een groep mensen die uitgesloten wordt (ouderen, werklozen), want deze zijn
minder interessant voor de markt.



o Welvaartstheorie onderscheidt:
- 5 marktimperfecties: taak van overheid (beperkingen van de markt)
- Risico’s van overheidssturing: overheidsfalen (beperkingen van overheid)


Reden 1: preventie van monopolies & kartels: vermijden van te hoge prijzen etc door wetgeving te
maken die dat tegengaat


- Beperkingen van de markt

 Belangrijke voorwaarde voor goede marktwerking: voldoende aanbieders
 Monopolies/marktkartels tasten consumentensoevereiniteit
(=consumenten bepalen wat geproduceerd wordt en welke producten of
diensten populair zijn.)
 Hogere prijs en/of mindere kwaliteit
 Overheid kan reageren door anti-kartelwetgeving & toezicht op fusering/
overnames
 Bv door Europese Commissie en Europees Hof van Justitie in
België

- Problemen van overheidssturing

 Dubbelhartigheid van overheden: beginsel van vrije mededinging vs
tewerkstelling
 Vrije mededinging houdt in dat bedrijven in een vrije markt met
elkaar concurreren, wat leidt tot innovatie, lagere prijzen en
betere kwaliteit van producten en diensten.
 Aan de andere kant hebben overheden ook de
verantwoordelijkheid om werkgelegenheid te bevorderen. (kan
concurrentie belemmeren)
 Voorbeeld
Nationale luchtvaartmaatschappijen: Overheden kunnen
nationale luchtvaartmaatschappijen steunen met financiële


5

, middelen of door hen bescherming te bieden tegen buitenlandse
concurrentie. Dit kan de vrije mededinging verstoren.

EU-landbouwbeleid: In de Europese Unie zijn er subsidies en
steunmaatregelen voor boeren die helpen om voedselzekerheid
en werkgelegenheid in de landbouwsector te waarborgen. Dit
beleid kan echter ook leiden tot oneerlijke concurrentie op de
wereldmarkt, waar boeren in niet-EU-landen vaak lagere
productiekosten hebben.

 Machteloosheid van overheden tegen multinationals
 Bv Belgische regering vs Electrabel



Reden 2: productie van collectieve goederen


- Beperkingen van de markt

 Collectieve goederen= goederen die eenmaal geproduceerd door
iedereen kunnen gebruikt worden (bv defensie, wegeninfrastructuur,
openbaar vervoer tot op zekere hoogte)
 Free-riding bij collectieve goederen: mensen die profiteren zonder bij te
dragen

 Illustratie van het probleem: Tragedy of the commons
In Engeland waren grote stukken land in handen van feodale
heren die dit gingen verpachten aan boeren. Om die boeren
gunstig te stemmen hadden ze commons: een stukje land die
niet bewerkt wordt, maar waarop de boeren hun vee mogen op
laten zetten.
Een common is een collectief goed, het voordeel van mijn koe
erop te zetten is individueel (mijn koe wordt dikker niemand
anders heeft hier iets aan), maar het nadeel is collectief, want
anderen kunnen dit stukje niet meer gebruiken.

 Economisch niet aantrekkelijk
 Overheid legt kosten dwingend op aan alle burgers om de productie &
onderhoud van de collectieve goederen te financieren

- Problemen van overheidssturing

 Er zijn weinig zuiver collectieve goederen
 Je hebt wel semi-collectieve goederen (bv openbaar vervoer): je kan
mensen uitsluiten doordat je moet betalen om erop te mogen, maar
wordt ook sterk gesubsidieerd
 Overheid heeft zelf monopolies gecreëerd om de collectieve goederen te
produceren. (bv de Lijn, de post), maar ondoelmatig & klantonvriendelijk

6

Table des matières

  1. 01 Hoofdstuk 1: wat is beleidswetenschap? 1
  2. 02 Hoofdstuk 2: de beleidsinhoud 17
  3. 03 Hoofdstuk 3: de beleidscontext 26
  4. 04 Hoofdstuk 4: de beleidsactoren 33
  5. 05 Hoofdstuk 5: het beleidsproces 61
  6. 06 Hoofdstuk 6: normatieve theorieën 89
  7. 07 Hoofdstuk 7: descriptieve theorieën 100
  8. 08 Hoofdstuk 8: bestuurskundige benaderingen 117
  9. 09 Hoofdstuk 9: politieke theorieën 130

Infos sur le Document

Publié le
23 septembre 2025
Nombre de pages
149
Écrit en
2024/2025
Type
Resume
€11,49
Acheté par 5 étudiants

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
chloevanacker
4,7
(3)
Vendu
9
Abonnés
0
Éléments
10
Dernière vente
6 mois de cela

Avis d'acheteurs vérifiés




Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions