Thema 0: Introductie
I. Terminologie
Organiseren = Het regelen/installeren van collectieve activiteiten zodat het collectieve resultaat
superieur is aan het resultaat van individuen die alleen werken.
Kenmerken:
- Meerdere personen bij betrokken
- Het collectief resultaat is groter dan de som van alle individuele resultaten
- Door taken te verdelen en op elkaar af te stemmen
Organisatie = De regelmatigheden die het resultaat zijn van organiseren dat typisch een duurzaam,
geregeld en doelgericht samenwerkingsverband kent.
Kenmerken:
- Dezelfde als organiseren
- Duurzaam en geregeld
- Doelgericht
Voordelen van organiseren
- Arbeidsdeling en specialisatie
- Grotere capaciteit om om te gaan met complexe omgevingen
- Schaalvoordelen (economies of scale & scope)
- Lagere transactiekosten
- Uitoefenen van macht en controle
Risico’s bij slecht organiseren
- Beperkte motivatie en moreel
- Late en onjuiste beslissingen
- Conflict en gebrek aan coördinatie
- Slecht reageren op nieuwe kansen en externe veranderingen
- Stijgende kosten
Door de complexiteit van een organisatie kan het soms moeilijk zijn om alles onder controle te hebben
en snel in te grijpen. Dit kan grote gevolgen hebben zowel voor het bedrijf als voor de samenleving.
, II. Kernaspecten van organiseren
Organisatieaspect Keuzes
Hoe zijn de taken en verantwoordelijkheden verdeeld?
Structuur
Op welke manier zorgt men ervoor dat de verschillende
Integratie werknemers/departementen op elkaar zijn afgestemd, elkaar niet
tegenwerken, niet in conflict liggen met elkaar?
Op welke manier zorgt men ervoor dat wat werknemers/
Controle departementen doen in lijn ligt met de doelstellingen van de
organisatie?
Op welke manier zorgt men ervoor dat werknemers zich willen
Motivatie
inspannen voor hun job en de organisatie?
Hoe kan de organisatie blijven leren/innoveren zodat (a) niet steeds
Leren dezelfde fouten gemaakt worden en (b) de organisatie concurrentieel
blijft?
Zelf doen of uitbesteden? In 1 land of in meerdere landen? Alleen of
Managen van de
samen met andere organisaties? Fysieke of virtuele grenzen? Hebben
organisatiegrenzen
de aandeelhouders nog andere rol?
,Thema 1: Structuur
I. De mechanistische organisatie
a. Oorsprong van de mechanistische organisatie
De mechanistische organisatie is ontstaan onder de invloed van de industriële revolutie (en de
opkomst van machines)
Deze vorm van organiseren is sterk geïnspireerd van de aanpak van Frederik de Grote in het leger
(1712-1786). Vb. duidelijke hiërarchie (chain of command), centralisatie van besluitvorming, etc.
b. Stroming 1: Scientific management (Frederick Taylor)
Grondlegger
De Amerikaanse ingenieur Frederick Taylor (1856-1915) verhoogde de efficiëntie van fabrieken met
zijn ideeën dat gebaseerd waren op een sterk geloof in de kracht van de wetenschap.
Hij kreeg wel enorm veel kritiek en was zeer controversieel:
“He destroyed the soul of working”
“He dehumanized factories”
Vijf basisprincipes
- Gebruik wetenschappelijke methoden om de efficiëntste manier van werk te verrichten, te
bepalen (richtlijnen)
- Verschuif alle verantwoordelijkheid voor het organiseren van het werk van de arbeider naar de
manager
- Selecteer de beste ‘man’ (juiste ‘man’ op de juiste plaats)
- Train ‘hem’ om het werk efficiënt te verrichten
- Controleer/stuur de prestaties
Impact van Taylor
Taylor zorgde voor een functioneel mechanisme
- Strikte arbeidsdeling: scheiding denken, doen en controle
- Opgelegde werkstructuur: de optimale volgorde van de werkzaamheden wordt bepaald en
vastgelegd
- Hoge standaardisatie: er wordt voorgeschreven hoe het werk gedaan moet worden
- Regels => voorspelbaarheid van gedrag werknemers & kwantiteit/kwaliteit producten
Taylor(isme) kreeg heel wat navolging
- Populair onder:
o Progressieven (geloof in de wetenschap)
o Mussolini, Lenin, Trotsky,…
- Time motions studies (Gilbreth)
, Voorbeeld: Bethlehem Steel Company
Voor de ingrepen van Taylor gebruikte de fabriek slechts 1 type schop voor de verschillende soorten
materialen. De fabriek had toen 600 arbeiders die elk zo’n 10 ton materiaal verlegden per dag.
Taylor voerde een aantal wijzigingen in:
- Voor elk materiaal de schop gebruiken met de beste vorm
- Hij bepaalde de optimale zwaarte van de schop
- Hij beschreef de optimale schepbeweging
Na deze simpele ingrepen werd er gemiddeld 47,5 ton materiaal verlegd per arbeider. De fabriek had
nu nog slecht 150 arbeiders nodig om hetzelfde werk te verrichten.
I. Terminologie
Organiseren = Het regelen/installeren van collectieve activiteiten zodat het collectieve resultaat
superieur is aan het resultaat van individuen die alleen werken.
Kenmerken:
- Meerdere personen bij betrokken
- Het collectief resultaat is groter dan de som van alle individuele resultaten
- Door taken te verdelen en op elkaar af te stemmen
Organisatie = De regelmatigheden die het resultaat zijn van organiseren dat typisch een duurzaam,
geregeld en doelgericht samenwerkingsverband kent.
Kenmerken:
- Dezelfde als organiseren
- Duurzaam en geregeld
- Doelgericht
Voordelen van organiseren
- Arbeidsdeling en specialisatie
- Grotere capaciteit om om te gaan met complexe omgevingen
- Schaalvoordelen (economies of scale & scope)
- Lagere transactiekosten
- Uitoefenen van macht en controle
Risico’s bij slecht organiseren
- Beperkte motivatie en moreel
- Late en onjuiste beslissingen
- Conflict en gebrek aan coördinatie
- Slecht reageren op nieuwe kansen en externe veranderingen
- Stijgende kosten
Door de complexiteit van een organisatie kan het soms moeilijk zijn om alles onder controle te hebben
en snel in te grijpen. Dit kan grote gevolgen hebben zowel voor het bedrijf als voor de samenleving.
, II. Kernaspecten van organiseren
Organisatieaspect Keuzes
Hoe zijn de taken en verantwoordelijkheden verdeeld?
Structuur
Op welke manier zorgt men ervoor dat de verschillende
Integratie werknemers/departementen op elkaar zijn afgestemd, elkaar niet
tegenwerken, niet in conflict liggen met elkaar?
Op welke manier zorgt men ervoor dat wat werknemers/
Controle departementen doen in lijn ligt met de doelstellingen van de
organisatie?
Op welke manier zorgt men ervoor dat werknemers zich willen
Motivatie
inspannen voor hun job en de organisatie?
Hoe kan de organisatie blijven leren/innoveren zodat (a) niet steeds
Leren dezelfde fouten gemaakt worden en (b) de organisatie concurrentieel
blijft?
Zelf doen of uitbesteden? In 1 land of in meerdere landen? Alleen of
Managen van de
samen met andere organisaties? Fysieke of virtuele grenzen? Hebben
organisatiegrenzen
de aandeelhouders nog andere rol?
,Thema 1: Structuur
I. De mechanistische organisatie
a. Oorsprong van de mechanistische organisatie
De mechanistische organisatie is ontstaan onder de invloed van de industriële revolutie (en de
opkomst van machines)
Deze vorm van organiseren is sterk geïnspireerd van de aanpak van Frederik de Grote in het leger
(1712-1786). Vb. duidelijke hiërarchie (chain of command), centralisatie van besluitvorming, etc.
b. Stroming 1: Scientific management (Frederick Taylor)
Grondlegger
De Amerikaanse ingenieur Frederick Taylor (1856-1915) verhoogde de efficiëntie van fabrieken met
zijn ideeën dat gebaseerd waren op een sterk geloof in de kracht van de wetenschap.
Hij kreeg wel enorm veel kritiek en was zeer controversieel:
“He destroyed the soul of working”
“He dehumanized factories”
Vijf basisprincipes
- Gebruik wetenschappelijke methoden om de efficiëntste manier van werk te verrichten, te
bepalen (richtlijnen)
- Verschuif alle verantwoordelijkheid voor het organiseren van het werk van de arbeider naar de
manager
- Selecteer de beste ‘man’ (juiste ‘man’ op de juiste plaats)
- Train ‘hem’ om het werk efficiënt te verrichten
- Controleer/stuur de prestaties
Impact van Taylor
Taylor zorgde voor een functioneel mechanisme
- Strikte arbeidsdeling: scheiding denken, doen en controle
- Opgelegde werkstructuur: de optimale volgorde van de werkzaamheden wordt bepaald en
vastgelegd
- Hoge standaardisatie: er wordt voorgeschreven hoe het werk gedaan moet worden
- Regels => voorspelbaarheid van gedrag werknemers & kwantiteit/kwaliteit producten
Taylor(isme) kreeg heel wat navolging
- Populair onder:
o Progressieven (geloof in de wetenschap)
o Mussolini, Lenin, Trotsky,…
- Time motions studies (Gilbreth)
, Voorbeeld: Bethlehem Steel Company
Voor de ingrepen van Taylor gebruikte de fabriek slechts 1 type schop voor de verschillende soorten
materialen. De fabriek had toen 600 arbeiders die elk zo’n 10 ton materiaal verlegden per dag.
Taylor voerde een aantal wijzigingen in:
- Voor elk materiaal de schop gebruiken met de beste vorm
- Hij bepaalde de optimale zwaarte van de schop
- Hij beschreef de optimale schepbeweging
Na deze simpele ingrepen werd er gemiddeld 47,5 ton materiaal verlegd per arbeider. De fabriek had
nu nog slecht 150 arbeiders nodig om hetzelfde werk te verrichten.