Overhoren+ relatie TLA & tympanometrie
-binauraal horen = horen met twee horen; ze helpen elkaar zorgen ervoor dat we een bron kunnen
lokaliseren, focus op 1 bron
Tussen beide oren een drempelverschil van 35-40 dB ->
Goed oor, andere oor heeft een verlies en het verschil tussen LG en toestand cochlea -> zal het goeie
oor het geluid overnemen en het slechte oor verliest zijn gehoor, een persoon met een goed en slecht
oor zal het moeilijk hebben om spraak te verstaan in een omgeving met veel lawaai. Omdat onze oren
afgestemd zijn op evenwichtig horen, wanneer er onevenwicht is tussen LG en BG van 35 en 40db
TLA:: bij het afnemen van een audiogram, interesse in de oren afzonderlijk, het contra laterale oor zal
meewerken, dit is een storend element. (bv: een betweter die hele tijd stoort aan tafel). Dit wil je
vermijden want je wilt weten hoe het zit met het slechte oor. Het kan de drempel van geteste oor
beïnvloeden. Dit is overhoren (cross-over – engels).
Het slechte oor testen zullen we het goeie oor uitschakelen door met koptelefoon aan het goeie oor
continu ruis aan te bieden, in goeie oor zuivere tonen aangeboden worden. = maskeren
Wanneer een persoon een asymmetrisch oor heeft zal je verplicht meer dan 40 db moeten aanbieden
(zodanig moet opdrijven) dan zal het automatisch naar de cochlea van het contra laterale oor.
Je zal de LG drempel vergelijken met de beengeleidingsdrempel van het contra laterale oor.
Fantoomcurve = beeld van het niet testoor (= contra laterale oor) er is een drempel van het goeie oor
met 40db erbij
Interaurale verzwakking = die 40 dB erbij
Met beengeleiding is er ALTIJD een interaurale verzwakking -> dus zal de toon onmiddellijk hoorbaar
zijn in het contra laterale oor -> dus het goeie oor
zal altijd meeluisteren en mee zal reageren
Bij beengeleidingsdrempel -> er kan altijd overhoren optreden
Dus bij beengeleiding zou je ALIJID moeten maskeren, maar bij kinderen niet evident.
-binauraal horen = horen met twee horen; ze helpen elkaar zorgen ervoor dat we een bron kunnen
lokaliseren, focus op 1 bron
Tussen beide oren een drempelverschil van 35-40 dB ->
Goed oor, andere oor heeft een verlies en het verschil tussen LG en toestand cochlea -> zal het goeie
oor het geluid overnemen en het slechte oor verliest zijn gehoor, een persoon met een goed en slecht
oor zal het moeilijk hebben om spraak te verstaan in een omgeving met veel lawaai. Omdat onze oren
afgestemd zijn op evenwichtig horen, wanneer er onevenwicht is tussen LG en BG van 35 en 40db
TLA:: bij het afnemen van een audiogram, interesse in de oren afzonderlijk, het contra laterale oor zal
meewerken, dit is een storend element. (bv: een betweter die hele tijd stoort aan tafel). Dit wil je
vermijden want je wilt weten hoe het zit met het slechte oor. Het kan de drempel van geteste oor
beïnvloeden. Dit is overhoren (cross-over – engels).
Het slechte oor testen zullen we het goeie oor uitschakelen door met koptelefoon aan het goeie oor
continu ruis aan te bieden, in goeie oor zuivere tonen aangeboden worden. = maskeren
Wanneer een persoon een asymmetrisch oor heeft zal je verplicht meer dan 40 db moeten aanbieden
(zodanig moet opdrijven) dan zal het automatisch naar de cochlea van het contra laterale oor.
Je zal de LG drempel vergelijken met de beengeleidingsdrempel van het contra laterale oor.
Fantoomcurve = beeld van het niet testoor (= contra laterale oor) er is een drempel van het goeie oor
met 40db erbij
Interaurale verzwakking = die 40 dB erbij
Met beengeleiding is er ALTIJD een interaurale verzwakking -> dus zal de toon onmiddellijk hoorbaar
zijn in het contra laterale oor -> dus het goeie oor
zal altijd meeluisteren en mee zal reageren
Bij beengeleidingsdrempel -> er kan altijd overhoren optreden
Dus bij beengeleiding zou je ALIJID moeten maskeren, maar bij kinderen niet evident.