• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 5 sur 27 pages
Resume

Samenvatting Humane 2 psychopathologie

Document preview thumbnail
Aperçu 5 sur 27 pages

In deze samenvatting krijg je een gestructureerde opsomming van alle leerstof van Emily Boven,die je nodig hebt om je examen goed te kunnen maken. Hier staan alle psychopathologieen in die je in de les zag (Emily Boven) EN zelfstudie. 16/20 behaald

Aperçu du contenu

1

Angststoornis
 Toestand buitensporigheid (niet in verhouding tot werkelijkheid) + gevoelens van vrees,
onzekerheid en angst
 Angst: adaptieve emotie  noodzakelijk (voorbereiding bedreiging/uitdaging  verhogen
arousal
 Angst binnen angststoornis =
o Buitenproportioneel
o Constant in toestand spanning
o Enorm lijden normaal functioneren
 Prevalentie: 30-40%
Kenmerken angststoornis
 Fysiologische
o Spierspanning
o Droge mond
o Zweten
o Hartslag
 Cognitieve biases
o Selectieve aandacht voor negatieve info
 Dysfunctionele oncontroleerbaarheid gedachten/gedrag
 Specifieke gebeurtenissen in kindertijd (niet noodzakelijk)
 Comorbiditeit




Sociale angststoornis
 Angst voor sociale situaties (mogelijke kritische beoordeling)
 DSM-5
o Duidelijke angst voor sociale situaties met blootstelling mogelijke kritische beoordeling
door andere
o Vrees gedrag/angstverschijnselen vertoont dat andere negatief oordelen
o Bijna altijd angst
o Vermijden
o Buiten proportie tiv werkelijke situatie
o Persisterend + 6 maanden aanwezig
o Veroorzaakt lijdensdruk + beperkingen functioneren
o Angst niet toegeschreven aan fysiologische effecten (drugs)
 Prevalentie: 4-13% (vrouw, tieners, laagste hervalpercentage)
 Etiologie
o Genetische factoren
 Tweelingonderzoek
 Erfelijkheid 30-50%
o Familiale en ontwikkelingsfactoren
 Moeder
 Sociale inhibitie in kindertijd
 Vroege ouder-kind interacties
 Gedraginhibitie: karaktereigenschap, terughoudend zijn
o Cognitieve factoren
 Bias: infoverwerking + interpretatie + aandacht (verhoogd zelfbewustzijn)
o Behandeling
 Cognitieve gedragstherapie
 Exposure + herstructureren negatieve interpretaties (niet-helpend -> helpend
denkpatroon)

, 2


Fobieën
 Definitie: buitensporige, voortdurende angst getriggerd door een specifieke situatie/object
 Vermijdingsgedrag
 Door dysfunctionele angstige overtuigingen  houden angst in stand
 Prevalentie 20% (2x vrouw)
 DSM-5
o Duidelijke angst voor specifiek object/situatie
o Bijna altijd onmiddellijke angst
o Bewust vermijden OF verdragen met intenste angst
o Buiten proportie tov werkelijk gevaar
o Persisterend + langer dan 6 maanden aanwezig
o Veroorzaakt lijdensdruk + beperkingen functioneren
 Subgroepen
o Dier
o Natuurlijke omgeving
o Bloed – injectie – verwondingen
o Situationeel
o Overige
 Etiologie
o Psychoanalytische benadering
 Door onderdrukte ID (behoeften) impulsen : onbewust
o Klassieke conditionering
 Angstgeneralisatie: bang alle honden ipv ras gebeten
 Geen link met specifieke traumatische gebeurtenis (slang/spin)
 Niet iedereen met traumatische gebeurtenis ontwikkelt fobie
 Geen verklaring voor incubatie (angst steeds groter worden)
o Biologische benadering
 Biological perparadness: natuurlijke selectie: biologische predispositie
(voorouders)
 Non-associative fear acquisition model: vroege ervaringen in ontwikkelingsstadia
 Rol amygdala: opslaan herinneringen geassocieerd met emotie, hoe meer angst,
grotere activatie
o Walging: geen bang, maar haren omhoog staan
 Behandeling
o Exposure therapie (inhibitorisch leermodel)
 Belang inperken vermijdingsgedrag, achterliggende betekenis, eerst trauma
verwerken
o Cognitieve technieken

, 3


Paniekstoornis en agorafobie
 DSM-5 paniekaanval (prevalentie: 1,5 – 3%)
o Recidiverende onverwachte paniekaanvallen (plotselinge golf intense angst, piek met minstens
4 symptomen
 Hartkloppingen + Pijn op borst
 Zweten
 Trillen
 Ademnood + Gevoel flauwvallen
 Misselijkheid
o Aanval gevolgd door minstens 1 maand
 Bezorgdheid over nieuwe paniekaanval
 Maladaptieve gedragsverandering (vermijden)
o Niet kunnen toeschrijven aan fysiologische effecten
 DSM-5 agorafobie (prevalentie: 0,4 – 3%)
o Duidelijke angst voor minstens 2 situaties
 Gebruik van vervoer (auto, trein, vliegtuig, …)
 Open ruimte
 Afgesloten ruimte
 Menigte – in rij staan
 Alleen buitenshuis zijn
o Vrees vanwege gedachten ontsnappen moeilijk is tijdens paniekaanval/ gênante symptomen
o Agorafobische situatie roept bijna altijd angst op
o Bewust vermijden of met aanwezigheid van begeleidende persoon
o Angst is buiten proportie
o Persisterend + langer dan 6 maanden aanwezig
o Veroorzaakt lijdensdruk + beperkingen functioneren
 Etiologie
o Biologische theorieën
 Hyperventilatie
 Overmatige alveolaire ventilatie -> meer CO2 uitademen dan wordt aangemaakt

-> CO2 daalt in bloed -> lichamelijke gewaarwording (paniekaanval)
 Evidentie: mensen nog nooit paniekaanval = niet kunnen opwekken
o Psychologische theorieen
 Klassieke conditionering
 Sensitiviteit voor angst
 overtuiging symptomen schadelijk zijn
 catastrofale misinterpretaties
 cognitieve bias: vicieuze cirkel (hypervigilantie)
 rol veiligheidsgedrag
 instandhouder angst en dysfunctionele catastrofale overtuigingen
o meenemen medicatie, houvast zoeken, aan uitgang zitten,…
 behandeling
o medicamenteuze therapie: geen voorkeur (antidepressiva + anxiolytica)
o cognitieve gedragstherapie
 interoceptieve exposure: blootstelling lichamelijke sensatie zoals in paniekaanval
 cognitieve techniek: vicieuze cirkel doorbreken (niet-helpend -> helpend denkpatroon)
o doel ≠ geen angst meer hebben (adaptief, iedereen wel eens angstig)
o doel = op gezonde manier omgaan + preventief werken

, 4

Obsessieve-compulsieve stoornis (OCD)
 DSM-5
o Aanwezigheid van obsessies, compulsies of beide
 Obsessies = recidiverende en persisterende gedachten, impulsen of voorstellingen,
die als intrusief en ongewenst/oncontroleerbaar ervaren worden, die angst en
lijdensdruk veroorzaken.
Proberen gedachten te neutraliseren met andere gedachten of handelingen (compulsie)
 Compulsies = rigide repetitieve handelingen of psychische activiteiten, tot toe
gedwongen voelen
Gericht op voorkomen/verminderen angst of lijdensdruk OF voorkomen gevreesde
gebeurtenis
Hebben geen reëel verband met wat geneutraliseerd moet worden
o Tijdrovend + veroorzaken lijdensdruk en beperkingen in functioneren
o Niet toegeschreven aan fysiologische effecten
 Prevalentie: 2,5%
 OCD-verwante stoornissen
o Morfodysfore stoornis = pre-occupatie misvormingen in uiterlijk die door andere niet
waarneembaar zijn
o Verzamelstoornis = persisterende moeite om bezittingen weg te doen
o Trichotillomanie = uittrekken van haar
o Excoriatiesstoornis = recidiverend pulken aan huid, met als gevolg wonden
 Etiologie
o Biologische factoren
 Erfelijke factor: tweelingstudie
o Psychologische factoren
 Geheugenproblemen:
twijfel = centraal kenmerk OCD, eerder GEVOLG dan OORZAAK van twijfel
Veel checken -> daling executieve functie -> geheugenproblemen
 Opgeblazen verantwoordelijkheidsgevoel
dysfunctionele overtuigingen: buiten proportioneel verantwoordelijk voelen
overtuigd zelf negatieve gevolgen kan veroorzaken, en met compulsies te voorkomen
 Thought-action fusion
denken = doen  leidt tot onderdrukking gedachten
 Mental contamination
innerlijke viesheid, zonder fysieke aanraking
 Thought suppression
onderdrukken gedachten  rebound effect = meer terugkomen
 Perseveratie en rol stemming
herhaald blijven hangen in eenzelfde handeling obv hun stemming (mood-as-input
hypothesis)
 Behandeling
o Gedragstherapie
 Psycho-educatie en rationale
uitleggen wat je gaat doen, wat de doelen zijn binnen de behandeling
 Exposure met responspreventie
1. Graduele exposure: geleidelijke blootstelling
2. Responspreventie: niet meer uitvoeren van compulsies
Angst Hiërarchie: smetvrees ( /100)
 Blad papier (30) -> geld (40) -> aanraken beker water (50) -> rand beker water
(60)
-> drinken van half flesje (75) -> eten koekje (80) -> deurklink toilet (95) ->
toilet gaan (100)
 Cognitieve technieken
uitdagen dysfunctionele gedachten + socratische dialoog + identificeren denkfouten
 Acceptance and commitment therapie
niet ingaan op gedachten  nieuwe relatie tov obsessieve gedachten en angst
o Medicatie en neurochirurgie

, 5

 Medicatie = kort termijn effect, niet voortzetten = RELAPSE
selectieve serotonine reuptake infibitor (SSRI’s)
 Neurochirurgie = diepe hersenstimulatie



Psychotrauma- en stressor gerelateerde stoornis (PTSD)
 Diagnostiek
o Duidelijke factor als oorzaak = trauma
 Blootstelling aan feitelijke/dreigende dood, ernstige verwondingen of seksueel geweld
 Directe ervaring trauma
 Getuige traumatische ervaring
 Herhaaldelijk blootgesteld aan details trauma
 Vernomen van nabije omgeving
 Symptomen: 4 categorieen
o Intrusieve symptomen:
flashbacks, nachtmerries, fysiologische reactie op prikkels, psychisch lijdensdruk
o Vermijdingsgedrag
o Negatieve veranderingen in cognitie en stemming:
voortdurend angst, woede, schaamte,…
dissociatieve amnesie: onvermogen nog iets herinneren aan de (post)-traumatische
gebeurtenis
 Met/zonder dissociatieve symptomen
 Depersonalisatie
 Derealisatie
o Verhoogde arousal en reactiviteit:
hypervigilantie, schrikreactie, prikkelbaarheid, slaapproblemen, concentratie,…
 Traumatische gebeurtenis
o 90% verkrachting
o Marteling, aardbevingen, overstromingen, ongevallen,…
 Prevalentie
o 1-3% (vrouw > man) (in oorlogsgebied: 12-33%)
o Minstens 50% ervaart eens een PTSD-waardig trauma, NIET iedereen ontwikkeld PTSD
 Etiologie
o Biologische factoren
 Erfelijkheidscomponent: 30%
 Biologische kwetsbaarheid (hippocampus, ventromediale frontale cortex,
hormoonsecretie)
o Psychische kwetsbaarheidsfactoren
 Persoonlijk verantwoordelijk voelen voor trauma + gevolgen
 Ontwikkelingsfactoren
 Familiale PSTD
 Verhoogd angstniveau
o Vermijding en dissociatie
 Copingstrategie: cruciaal voor psychische gezondheid
 Vermijding = ongezonde copingstrategie  maladaptief  meer kans PTSD
 Dissociatie: onthechting trauma = risicofactor ontwikkelen, risico langdurige PTSD na
trauma
o Leertheorieën
 Klassieke conditionering: cues gelinkt aan plaats/tijd van trauma
 Cognitieve + fysieke vermijding cues = associatie blijft bestaan
o Emotional processing theory
 Angstnetwerk in geheugen: representatie trauma in geheugen met contextuele details
van trauma
o Mental defeat
 Verhoogde kans PTSD, verslagenheid (zichzelf zien als slachtoffer, verwerking op
negatieve manier,…)
o Dual representation theory
 Verbally accessible memory (VAM): bewust verwerken herinneringen aan gebeurtenis

Infos sur le Document

Publié le
1 septembre 2025
Nombre de pages
27
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
€5,96

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
2
Abonnés
0
Éléments
3
Dernière vente
4 mois de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions