HOOFDSTUK 1 : ONTSTAAN VAN MATERIE
WOORD BETEKENIS / SYNONIEM
Chemie De natuurwetenschap die zich richt op de studie van
samenstellingen en opbouw van stoffen, maar ook de
veranderingen.
Materie Alles wat massa heeft (levend of levenloos).
Quarks De kleinste bekendste deeltjes: upquarks en downquarks
Atoom De kleinst mogelijke deeltjes die ondeelbaar zijn en die je niet
met het blote oog kan zien bouwstenen van alle stoffen en
materie.
Subatomaire Quarks : nog kleiner dan atomen
deeltjes
Periodiek = Tabel van Mendeljev
systeem de Systematische rankschikking van alle atomen : weergeven met
elementen hun symbool en gerangschikt met atoomnummer (Z).
(PSE)
Massagetal Het aantal deeltjes in de kern (protonen en neutronen). A x
(A) Z
Atoomnumme Het aantal protonen. A x
r (Z) Z
Isotopen Hetzelfde aantal protonen in de kern maar een verschillend
aantal neuronen in de kern massa ≠.
Ionen Het aantal elektronen is niet meer gelijk aan het aantal
protonen atoomnummer ≠.
Kernfusie = Kernversmelting
Vrijgave van een grote hoeveelheid energie die vrijkomt onder
de vorm van straling (zonlicht).
Ander atoom Een verandering in het aantal protonen.
Supernova De zon aan het einde van zijn ontwikkeling: elementen die door
explosie de explosie gevormd worden = materie voor nieuwe planeten.
Zuivere Een verzameling van gelijke deeltjes (atomen of moleculen).
stoffen - Enkelvoudige zuivere stoffen
- Samengestelde zuivere stoffen
Enkelvoudige Een atoomsoort die je niet kan splitsen ( vb. He, Cu, Ar, Fe,
zuivere
O2
,
…
¿
.
stoffen
Samengesteld Meerdere atoomsoorten die je wel kan splitsen (vb. H2 O, NaCl,
e …).
zuivere
stoffen
Mengsel Bestaat uit 1 of meerdere stoffen, waarbij de onderlinge
verhouding van de stoffen kan variëren en waarbij de
eigenschappen van iedere stof afzonderlijk niet zullen wijzigen.
- Heterogeen mengsel
- Homogeen mengsel
- Colloïde mengsel
Heterogeen Mengsel met minstens 1 stofdeeltje dat je visueel kan
mengsel onderscheiden.
Homogeen Mengsel waarbij je stofdeeltjes niet meer visueel kan
mengsel onderscheiden.
- Opgeloste stof
- Oplosmiddel
Oplosmiddel Stof met de grootste stofhoeveelheid.
, Opgeloste stof Stof met de kleinste stofhoeveelheid.
Colloïde Hebben stofdeeltjes die tussen de overgang van homogeen of
mengsels heterogeen zitten (vb. mayonaise, melk, bloedplasma, …).
Fysisch Van mengsel naar zuivere stof door scheidingstechnieken.
verschijnsel
Chemisch Van zuivere samengestelde stof naar enkelvoudige stof door
verschijnsel analyse.
HOOFDSTUK 2 : ATOOMMODELLEN
WOORD BETEKENIS / SYNONIEM
Democritus De grondlegger van de atoomtheorie.
(wetenschapper)
Dalton Beweerd dat een atoom een massief onveranderlijk
(wetenschapper) bolletje is.
Thomson De ontdekker van het elektron.
(wetenschapper)
Rutherford Maakte een correctie in het model van Thomson
(wetenschapper) experiment met radioactieve straling sommige straling
wordt teruggekaatst andere niet protonen en
neutronen.
Bohr Atoommodel: een atoom bestaat uit een positief geladen
(wetenschapper) kern met protonen en neutronen. Er omheen cirkelen de
elektronen in vaste banen (K-shil, L-schil en M-schil).
Orbitaalnmodel Samenwerking van geleerden via kwantummechanica.
Orbitaal Een wiskundig berekend gebied dat de ruimte waarin het
elektron zich bevind bepaald bestaat niet echt.
Hoofdkwantumgeta = Energieniveau
l (n) De hoofdenergie die vergelijkbaar is met schil;
n = aantal orbitalen/ schil waarvan n=1 (laagste energie
die het dichtste bij de kern is) en n=7 (hoogste energie die
het verste van de kern is)
Nevenkwantumget De vorm van het orbitaal die voorgesteld wordt door 4
al (l) verschillende vormen/ speciaallijnen;
- Bolvormig orbitaal
- Haltervormig orbitaal
- Gekruist dubbel haltervormig orbitaal
- Rozetvormig orbitaal
Bolvormig orbitaal l = 0 op ‘s’ orbitaal & n = 1
s
Haltervormig l = 0 op ‘p’ orbitaal & n= 2
orbitaal s, p
Gekruist dubbel l = 2 op ‘d’ orbitaal & n=3
haltervormig s, p, d
orbitaal
Rozetvormig l = 3 op ‘f’ orbitaal & n=4
orbitaal s, p, d, f
Magneetkwantumg = oriëntatiemogelijkheden
etal (m) - s-orbitaal : 0
- p-orbitaal: 3 ( + p
1)
- p (-1) -
x pz
(0)
y
- d-orbitaal: 5 d 1 (+2) - d 2 (+1) - d 3 (0) - d 4 (-1) - d 5 (-2)
- f-orbitaal: 7 f 1 (+3) - f 2 (+2)- f 3 (+1)- f 4 (0)- f 5 (-1) - f 6 (-2)
WOORD BETEKENIS / SYNONIEM
Chemie De natuurwetenschap die zich richt op de studie van
samenstellingen en opbouw van stoffen, maar ook de
veranderingen.
Materie Alles wat massa heeft (levend of levenloos).
Quarks De kleinste bekendste deeltjes: upquarks en downquarks
Atoom De kleinst mogelijke deeltjes die ondeelbaar zijn en die je niet
met het blote oog kan zien bouwstenen van alle stoffen en
materie.
Subatomaire Quarks : nog kleiner dan atomen
deeltjes
Periodiek = Tabel van Mendeljev
systeem de Systematische rankschikking van alle atomen : weergeven met
elementen hun symbool en gerangschikt met atoomnummer (Z).
(PSE)
Massagetal Het aantal deeltjes in de kern (protonen en neutronen). A x
(A) Z
Atoomnumme Het aantal protonen. A x
r (Z) Z
Isotopen Hetzelfde aantal protonen in de kern maar een verschillend
aantal neuronen in de kern massa ≠.
Ionen Het aantal elektronen is niet meer gelijk aan het aantal
protonen atoomnummer ≠.
Kernfusie = Kernversmelting
Vrijgave van een grote hoeveelheid energie die vrijkomt onder
de vorm van straling (zonlicht).
Ander atoom Een verandering in het aantal protonen.
Supernova De zon aan het einde van zijn ontwikkeling: elementen die door
explosie de explosie gevormd worden = materie voor nieuwe planeten.
Zuivere Een verzameling van gelijke deeltjes (atomen of moleculen).
stoffen - Enkelvoudige zuivere stoffen
- Samengestelde zuivere stoffen
Enkelvoudige Een atoomsoort die je niet kan splitsen ( vb. He, Cu, Ar, Fe,
zuivere
O2
,
…
¿
.
stoffen
Samengesteld Meerdere atoomsoorten die je wel kan splitsen (vb. H2 O, NaCl,
e …).
zuivere
stoffen
Mengsel Bestaat uit 1 of meerdere stoffen, waarbij de onderlinge
verhouding van de stoffen kan variëren en waarbij de
eigenschappen van iedere stof afzonderlijk niet zullen wijzigen.
- Heterogeen mengsel
- Homogeen mengsel
- Colloïde mengsel
Heterogeen Mengsel met minstens 1 stofdeeltje dat je visueel kan
mengsel onderscheiden.
Homogeen Mengsel waarbij je stofdeeltjes niet meer visueel kan
mengsel onderscheiden.
- Opgeloste stof
- Oplosmiddel
Oplosmiddel Stof met de grootste stofhoeveelheid.
, Opgeloste stof Stof met de kleinste stofhoeveelheid.
Colloïde Hebben stofdeeltjes die tussen de overgang van homogeen of
mengsels heterogeen zitten (vb. mayonaise, melk, bloedplasma, …).
Fysisch Van mengsel naar zuivere stof door scheidingstechnieken.
verschijnsel
Chemisch Van zuivere samengestelde stof naar enkelvoudige stof door
verschijnsel analyse.
HOOFDSTUK 2 : ATOOMMODELLEN
WOORD BETEKENIS / SYNONIEM
Democritus De grondlegger van de atoomtheorie.
(wetenschapper)
Dalton Beweerd dat een atoom een massief onveranderlijk
(wetenschapper) bolletje is.
Thomson De ontdekker van het elektron.
(wetenschapper)
Rutherford Maakte een correctie in het model van Thomson
(wetenschapper) experiment met radioactieve straling sommige straling
wordt teruggekaatst andere niet protonen en
neutronen.
Bohr Atoommodel: een atoom bestaat uit een positief geladen
(wetenschapper) kern met protonen en neutronen. Er omheen cirkelen de
elektronen in vaste banen (K-shil, L-schil en M-schil).
Orbitaalnmodel Samenwerking van geleerden via kwantummechanica.
Orbitaal Een wiskundig berekend gebied dat de ruimte waarin het
elektron zich bevind bepaald bestaat niet echt.
Hoofdkwantumgeta = Energieniveau
l (n) De hoofdenergie die vergelijkbaar is met schil;
n = aantal orbitalen/ schil waarvan n=1 (laagste energie
die het dichtste bij de kern is) en n=7 (hoogste energie die
het verste van de kern is)
Nevenkwantumget De vorm van het orbitaal die voorgesteld wordt door 4
al (l) verschillende vormen/ speciaallijnen;
- Bolvormig orbitaal
- Haltervormig orbitaal
- Gekruist dubbel haltervormig orbitaal
- Rozetvormig orbitaal
Bolvormig orbitaal l = 0 op ‘s’ orbitaal & n = 1
s
Haltervormig l = 0 op ‘p’ orbitaal & n= 2
orbitaal s, p
Gekruist dubbel l = 2 op ‘d’ orbitaal & n=3
haltervormig s, p, d
orbitaal
Rozetvormig l = 3 op ‘f’ orbitaal & n=4
orbitaal s, p, d, f
Magneetkwantumg = oriëntatiemogelijkheden
etal (m) - s-orbitaal : 0
- p-orbitaal: 3 ( + p
1)
- p (-1) -
x pz
(0)
y
- d-orbitaal: 5 d 1 (+2) - d 2 (+1) - d 3 (0) - d 4 (-1) - d 5 (-2)
- f-orbitaal: 7 f 1 (+3) - f 2 (+2)- f 3 (+1)- f 4 (0)- f 5 (-1) - f 6 (-2)