Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4,6 TrustPilot
logo-home
Resume

samenvatting inleiding europees recht

Note
-
Vendu
-
Pages
46
Publié le
22-08-2025
Écrit en
2023/2024

dit is een samenvatting (lessen, slides, boek) van het deel Europees recht, van het vak inleiding tot het internationaal en europees recht geslaagd in eerste zit












Oups ! Impossible de charger votre document. Réessayez ou contactez le support.

Infos sur le Document

Publié le
22 août 2025
Nombre de pages
46
Écrit en
2023/2024
Type
Resume

Aperçu du contenu

Inleiding tot het Europees recht

HOOFDSTUK 1. HOE IS DE EU GEËVOLUEERD ALS RECHTSSYSTEEM? ............................................................ 4
1.1 de verdieping van het Europese integraGeproces ................................................................................ 4
1.1.1 de eerste iniGaGeven tot intergouvernementele samenwerking in Europa .................................. 4
1.1.2 oprichGng van de Europese Gemeenschappen ............................................................................. 5
1.1.2.1 de verklaring van Shuman en de EGKS ................................................................................... 5
1.1.2.2 de Europese Defensiegemeenschap EDG en de Europese PoliGeke Gemeenschap EPG ....... 5
1.1.2.3 de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie Euratom en EEG ......................................... 5
1.1.3 van Europese Gemeenschappen naar Europese Unie ................................................................... 6
1.1.3.1 de poliGek van de lege stoel en het compromis van Luxemburg ............................................ 6
1.1.3.2 de Europese Akte: van Gemeenschappelijke Markt naar Interne Markt ................................ 6
1.1.3.3 samenwerking buiten het kader van de EG’en ....................................................................... 7
1.1.3.4 het Verdrag van Maastricht: een EU met 3 pijlers .................................................................. 7
1.1.3.5 het Verdrag van Amsterdam: een mislukte poging tot hervorming........................................ 8
1.1.3.6 het Verdrag van Nice en het mislukken van een nieuw verdrag tot vaststelling van een GW
voor Europa ........................................................................................................................................ 9
1.1.3.7 het Verdrag van Lissabon: een nieuw hervormingsverdrag .................................................... 9
1.1.3.8 een blik op de toekomst: wat is de procedure voor aanpassing van de EU-verdragen?....... 10
1.2 de verbreding van het Europees integraGeproces .............................................................................. 10
1.2.1 wat is de juridische procedure voor de toetreding van nieuwe lidstaten tot de EU? .................. 11
1.2.2 wat zijn de voorwaarden om toe te treden tot de Europese Unie? ............................................ 12
1.2.3 de evoluGe van het EU-uitbreidingsproces .................................................................................. 12
1.2.3.1 de eerste uitbreidingsgolven ................................................................................................ 12
1.2.3.2 de ‘big bang’-uitbreiding ...................................................................................................... 12
1.2.3.3 uitbreiding naar de Westelijke Balkan en Oost-Europa: perspecGeven voor de toekomst ... 12
1.3 Brexit als een bijzondere episode in het Europees integraGeproces .................................................. 12
1.3.1 hoe kunnen lidstaten uit de EU treden? ...................................................................................... 12
1.3.2 het verhaal van de Brexit ............................................................................................................. 12
1.4 de EU als een gedifferenGeerde rechtsorde ....................................................................................... 13
1.4.1 de eurozone ................................................................................................................................. 13
1.4.2 de Schengenzone: een ruimte zonder interne grenscontroles .................................................... 15
1.4.3 de procedure tot nauwere samenwerking .................................................................................. 16
1.4.4 Permanente Gestructureerde Samenwerking ............................................................................. 16
1.4.5 Tijdelijke overgangsmaatregelen ................................................................................................. 16
HOOFDSTUK 2. WAT ZIJN DE BELANGRIJKSTEE KENMERKEN VAN HET EU-RECHT? ..................................... 17
2.1 meer dan een samenwerkingsverband tussen lidstaten: directe werking en voorrang ..................... 17
2.1.1 hoe verhoudt het EU-recht zich tot het naGonaal grondweeelijk recht? .................................... 17
2.1.2 hoe verhoudt het EU-recht zich tot het internaGonaal recht? .................................................... 19
2.2 een rechtsorde gebaseerd op gemeenschappelijke waarden ............................................................ 19



1

, 2.2.1 het beginsel van wederzijds vertrouwen ..................................................................................... 19
2.2.2 grenzen aan het beginsel van wederzijds vertrouwen: wat gebeurt er wanneer een lidstaat de
waarden van de EU niet langer respecteert?........................................................................................ 19
2.2.2.1 de procedure van art. 7 VEU: een ulGeme stok achter de deur............................................ 19
2.2.2.2 het Europese rechtsstaatmechanisme.................................................................................. 20
2.2.2.3 het financieel condiGonaliteitsmechanisme voor de bescherming van de EU-begroGng .... 22
2.2.2.4 juridische controle op de naleving van de gemeenschappelijke waarden............................ 22
2.3 een rechtsorde gebaseerd op de bescherming van grondrechten ..................................................... 22
2.3.1 het Handvest van de grondrechten van de EU ............................................................................ 23
2.3.2 de toetreding tot het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens EVRM ........................... 24
2.3.3 de algemene beginselen van het EU-recht .................................................................................. 25
2.4 een rechtsorde gebaseerd op loyale samenwerking .......................................................................... 25
2.5 een rechtsorde gebaseerd op gelijkheid tussen staten en burgers .................................................... 25
2.6 het beginsel van wederzijdse erkenning ............................................................................................. 29
HOOFDSTUK 3. WANNEER KAN DE EU-WETGEVEND OPTREDEN? ............................................................... 30
3.1 het principe van toegewezen bevoegdheden ..................................................................................... 30
3.1.1 de verschillende categorieën van EU-bevoegdheden .................................................................. 30
3.1.2 de keuze van de juiste rechtsgrond ............................................................................................. 31
3.2 de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid ............................................................................ 32
HOOFDSTUK 4. HOE KOMT HET RECHT VAN DE EU TOT STAND? ................................................................. 33
4.1 de instellingen van de EU.................................................................................................................... 33
4.1.1 het Europees Parlement .............................................................................................................. 34
4.1.1.1 samenstelling ........................................................................................................................ 34
4.1.1.2 bevoegdheden ...................................................................................................................... 34
4.1.1.2.1 wetgevende en budgeeaire bevoegdheden .................................................................. 34
4.1.1.2.2 controlerende en adviserende bevoegdheden .............................................................. 34
4.1.1.3 werkwijze .............................................................................................................................. 34
4.1.2 de Europese Raad ........................................................................................................................ 35
4.1.2.1 samenstelling ........................................................................................................................ 35
4.1.2.2 bevoegdheden ...................................................................................................................... 35
4.1.2.3 werkwijze .............................................................................................................................. 35
4.1.3 de raad van de EU/de raad van ministers .................................................................................... 35
4.1.3.1 samenstelling ........................................................................................................................ 35
4.1.3.2 bevoegdheden ...................................................................................................................... 36
4.1.3.3 werkwijze .............................................................................................................................. 36
4.1.4 de Europese Commissie ............................................................................................................... 36
4.1.4.1 samenstelling ........................................................................................................................ 36
4.1.4.2 bevoegdheden ...................................................................................................................... 37
4.1.4.2.1 iniGator van de EU-wetgeving ........................................................................................ 37



2

, 4.1.4.2.2 uitvoerende bevoegdheden........................................................................................... 37
4.1.4.2.3 toezichthoudende bevoegdheden ................................................................................. 37
4.1.4.2.4 vertegenwoordigingsbevoegdheid ................................................................................ 38
4.1.5 het Hof van JusGGe van de EU (Hof + gerecht) ............................................................................ 38
4.1.5.1 samenstelling ........................................................................................................................ 38
4.1.5.2 bevoegdheden ...................................................................................................................... 38
4.1.5.3 werkwijze .............................................................................................................................. 38
4.1.6 de Europese Centrale Bank ECB ................................................................................................... 41
4.1.6.1 samenstelling ........................................................................................................................ 41
4.1.6.2 bevoegdheden ...................................................................................................................... 41
4.1.6.3 werkwijze .............................................................................................................................. 41
4.1.7 de Europese Rekenkamer ............................................................................................................ 41
4.1.7.1 samenstelling ........................................................................................................................ 41
4.1.7.2 bevoegdheden ...................................................................................................................... 41
4.1.7.3 werkwijze .............................................................................................................................. 41
4.1.8 andere organen en instanGes van de EU ..................................................................................... 41
4.2 de wetgevingsprocedures van de EU .................................................................................................. 42
4.2.1 de gewone wetgevingsprocedure ................................................................................................ 42
4.2.2 de bijzondere wetgevingsprocedures .......................................................................................... 42
4.3 de verschillende vormen van EU-recht = bronnen van het EU-recht .................................................. 42
4.3.1 overzicht van het primair recht ................................................................................................... 43
4.3.2 overzicht van het secundair recht ............................................................................................... 43
4.3.2.1 internaGonale akkoorden ..................................................................................................... 43
4.3.2.2 autonome rechtshandelingen ............................................................................................... 43
4.3.2.2.1 verordening ................................................................................................................... 44
4.3.2.2.2 richtlijn .......................................................................................................................... 44
4.3.2.2.3 besluit ............................................................................................................................ 45
4.3.2.2.4 aanbevelingen en adviezen........................................................................................... 45
4.3.3 welke andere vormen van het EU-recht bestaan er?................................................................... 46




3

, INLEIDING TOT HET RECHT VAN DE EUROPESE UNIE
= recht van de EU, grote invloed op naGonaal recht
Vb. gemeenschappelijk landbouwbeleid, milieuwetgeving, ...
Eurobarometer: enquête afgenomen door Europese commissie: veel burgers weten niet wat EU-
burgerschap inhoudt
Europees burgerschap automaGsch voor iedereen met lidstaat-naGonaliteit. Aan het burgerschap
zijn rechten verbonden
Vb. vrij reizen en verblijven binnen grondgebied EU
Vb. behandeld als Duitser wnr op Duits grondgebied
Vb. nooit discrimina>e ogv na>onaliteit, gelijke behandeling

Recht van de Europese unie
- ‘autonome’ rechtsorde met eigen rechtsbronnen en principes
- Meergelaagde rechtsorde (regionaal, federaal, Europees en internaGonaal)
- VEU en VWEU = geconsolideerde verdragen, basistekst up to date
- Handvest van de grondrechten
= primair unierecht, specifieke regels zijn secundaire unierecht
- Art. 47 VEU: ‘De Unie bezit rechtspersoonlijkheid
InternaGonale actor die handelt in eigen naam



HOOFDSTUK 1. HOE IS DE EU GEËVOLUEERD ALS RECHTSSYSTEEM?
1.1 de verdieping van het Europese integra3eproces
= meer supranaGonale integraGe via verdragen etc.
1.1.1 de eerste ini+a+even tot intergouvernementele samenwerking in Europa
- Marshall plan
OrganisaGe voor Europese Economische Samenwerking OEES
Financiële steun vanuit VS op voorwaarde dat staten samen beslisten wat ze met het geld doen:
eerste sGmulans tot internaGonale samenwerking sinds WOII
Nu OESO, focus op sGmuleren wereldeconomie
- Benelux 1944
Was al douane-unie in 1944: goederen verkopen in ander land om geproduceerde goederen
zonder extra heffingen in ander land te verkopen + zelfde heffingen voor goederen uit vb.
Duitsland. = geen douanetarieven + gemeenschappelijke tarieven voor goederen buiten EU
- Congres van Den Haag 1948
Vermijden nieuwe oorlog, brainstorm
o Voorzieer Churchill
o Raad van Europa 1949
o Intergouvernementele organisaGe met eigen insGtuGonele structuur, samenwerking
tussen vertegenwoordigers van de lidstaten
InternaGonale organisaGes
Intergouvernementeel SupranaGonaal
- Lidstaten belangrijkste actor - Instellingen opereren onarankelijk van
- Beslissingen bij consensus, unanimiteit, de lidstaten
iedereen stemmen en vetorecht - Bevoegdheden toegekend aan
- Niet gebonden wnr niet akkoord supranaGonale instelling
Vb. EVRM Vb. Europese Commissie
- Bronnen van internaGonaal recht - Beslissingen bij meerderheid, geen
- Rechtsgevolgen in naGonale rechtsorde vetorecht
bepaald door naGonaal grondweeelijk - Gebonden wnr meerderheid voor is en jij
recht niet
- Monisme vs. dualisme - Autonome rechtsorde met eigen
rechtsbronnen


4

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
samvosje21 Universiteit Gent
Voir profil
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
16
Membre depuis
1 année
Nombre de followers
0
Documents
24
Dernière vente
1 semaine de cela

0,0

0 revues

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Récemment consulté par vous

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions