-
01
HST 3 tm 5 altijd tentamen!!
3
-
02
Aantekeningen procesmanagement 2025
3
-
Definities
3
-
03
Hoofdstuk 1 indeling
3
-
Tentamen! 4vs
3
-
INK model
4
-
Vijf HPO-factoren: tentamen!
4
-
Volwassenheidsstadia van teams:
4
-
04
Hoofdstuk 2 Beschrijven processen
5
-
Procesarchitectuur
5
-
Beheersen processen
5
-
Klantreis: Volg de klant van begin tot eind vragen!!
6
-
Borgen van processen super bel!!
7
-
05
Hoofdstuk 3: Processen besturen
8
-
06
Hoofdstuk 4 - Controle
10
-
Formules en voorbeelden: kennen tentamenvragen over
11
-
07
Hoofdstuk 5 - Processen verbeteren
12
-
Belangrijke aspecten bij verbeteren
12
-
Negatieve effecten van prestatiemanagement
12
-
Specifieke verbetermethoden
12
-
Acht soorten verspilling !!!!
13
-
Om verspilling te voorkomen kun je verschillende verbetertechnieken gebruiken
14
-
Integrale verbetermethoden
15
-
Business Process Management (BPM):
15
-
Total Quality Management (TQM):
15
-
Soorten innovatie
16
-
Six Sigma
16
-
08
Oefentoets – 40 veel voorkomende tentamenvragen en antwoorden
19
-
15 open vragen
19
-
Hoofdstuk 1: Inleiding in procesmanagement
19
-
09
1. Wat wordt bedoeld met procesmanagement volgens Hendriks?
19
-
10
2. Waarom is procesmanagement belangrijk voor organisaties?
19
-
11
3. Wat is het verschil tussen functioneel management en procesmanagement?
19
-
12
4. Hoe draagt procesmanagement bij aan klantwaarde?
19
-
13
5. Welke rol speelt procesdenken in het verbeteren van prestaties?
19
-
Hoofdstuk 2: Procesbeschrijving
19
-
14
6. Welke stappen worden gebruikt bij het beschrijven van een proces?
19
-
15
7. Wat is een procesarchitectuur en waarom is deze nodig?
19
-
16
8. Wat wordt bedoeld met proceskenmerken?
19
-
17
9. Hoe zorg je ervoor dat procesbeschrijvingen actueel blijven?
19
-
18
10. Wat is het verschil tussen een procesbeschrijving en een werkinstructie?
19
-
Hoofdstuk 3: Procesbesturing
19
-
19
11. Welke vier elementen zijn essentieel voor procesbesturing?
19
-
20
12. Hoe helpt stuurinformatie bij het bijsturen van processen?
19
-
21
13. Wat is het belang van een strategisch plan voor procesmanagement?
19
-
22
14. Hoe identificeer je verbeterpunten in processen?
19
-
23
15. Welke methoden kun je gebruiken om processen bij te sturen?
19
-
24
Antwoorden
20
-
25
1. Het systematisch beheren en verbeteren van processen om organisatiedoelen te bereiken.
20
-
26
2. Het verhoogt efficiëntie, klanttevredenheid en strategische alignment.
20
-
27
3. Functioneel management richt zich op afdelingen, procesmanagement op end-to-end processen.
20
-
28
4. Door processen te optimaliseren zodat producten/diensten sneller en beter geleverd worden.
20
-
29
5. Procesdenken stimuleert samenwerking en vermindert suboptimaal afdelingsdenken.
20
-
30
6. Identificeren, beschrijven, analyseren van processen.
20
-
31
7. Een overzicht van alle processen binnen een organisatie; helpt bij samenhang en prioritering.
20
-
32
8. Kenmerken zoals input, output, tijd, kosten, kwaliteit.
20
-
33
9. Door periodieke updates en evaluaties van de processen.
20
-
34
10. Procesbeschrijving is globaal; werkinstructies zijn gedetailleerd en operationeel.
20
-
35
11. Doelen, metingen, procedures, en feedbackmechanismen.
20
-
36
12. Het biedt inzicht in prestaties en helpt bij tijdig bijsturen.
20
-
37
13. Zorgt voor richting en afstemming van processen op strategie.
20
-
38
14. Door procesanalyse, KPI’s en feedback van medewerkers/klanten.
20
-
39
15. Lean, Six Sigma, PDCA, root cause analysis.
20
-
15 meerkeuze vragen
21
-
Hoofdstuk 4: Procesanalyse
21
-
40
1. Wat is het doel van procesanalyse?
21
-
41
a) Procesdocumentatie vernietigen b) Knelpunten en verbeterpunten identificeren c) Medewerkers beoordelen d) Kosten verhogen
21
-
42
2. Welke techniek helpt bij het vinden van de oorzaak van problemen?
21
-
43
a) SWOT-analyse b) Root cause analysis c) Balanced Scorecard d) PESTEL-analyse
21
-
Hoofdstuk 5: Procesverbetering
21
-
44
3. Welke methode is gebaseerd op het verminderen van verspilling?
21
-
45
a) Lean b) Six Sigma c) PDCA d) Benchmarking
21
-
46
4. Wat betekent Six Sigma?
21
-
47
a) Maximaal zes processen b) Vermindering van fouten tot 3,4 per miljoen c) Drie stappen naar succes d) Een soort scorekaart
21
-
Hoofdstuk 6: Verandermanagement
21
-
48
5. Wat is een belangrijk onderdeel van verandermanagement?
21
-
49
a) Communicatie b) Procesverwaarlozing c) Kosten maximaliseren d) Medewerkers negeren
21
-
50
6. Hoe ga je om met weerstand tegen verandering?
21
-
51
a) Negeren b) Actief betrekken en uitleggen c) Strafmaatregelen d) Vertraging invoeren
21
-
52
7. Welke fase hoort bij verandermanagement?
22
-
53
a) Diagnose b) Werkinstructie c) Procesbeschrijving d) Administratie
22
-
54
8. Wat helpt medewerkers betrokken te houden bij veranderingen?
22
-
55
a) Incentives en communicatie b) Onvoldoende training c) Afwezigheid van feedback d) Strenge regels
22
-
56
9. Wat is een kritieke succesfactor bij verandering?
22
-
57
a) Slecht leiderschap b) Strategische alignment c) Gebrek aan middelen d) Onbekend doel
22
-
58
10. Welke methode wordt vaak gebruikt om veranderingen te implementeren?
22
-
59
a) PDCA b) SWOT c) BPMN d) PESTEL
22
-
60
11. Wat is het doel van benchmarken in procesverbetering?
22
-
61
a) Interne vergelijking van prestaties b) Kosten verhogen c) Medewerkers negeren d) Alleen administratie verbeteren
22
-
62
12. Wat helpt bij het meten van procesprestaties?
22
-
63
a) KPI’s b) Gedachten c) Toevallige observatie d) Verhalen
22
-
64
13. Welke stap volgt op analyse in PDCA?
22
-
65
a) Plan b) Do c) Check d) Act
22
-
66
14. Wat is een voordeel van Lean?
22
-
67
a) Vermindert verspilling b) Verhoogt fouten c) Vertraagt processen d) Creëert bureaucratie
22
-
68
15. Waarom gebruik je stuurinformatie?
23
-
69
a) Voor betere besluitvorming b) Om processen te negeren c) Alleen voor administratie d) Om medewerkers te beoordelen
23
-
70
Antwoorden
23
-
71
1. b
23
-
72
2. b
23
-
73
3. a
23
-
74
4. b
23
-
75
5. a
23
-
76
6. b
23
-
77
7. a
23
-
78
8. a
23
-
79
9. b
23
-
80
10. a
23
-
81
11. a
23
-
82
12. a
23
-
83
13. b
23
-
84
14. a
23
-
85
15. a
23
-
10 moeilijke Fill-in-the-blank vragen
24
-
Hoofdstuk 7: Procesinnovatie
24
-
86
1. Het proces van vernieuwing in een organisatie heet __________.
24
-
87
2. Nieuwe technologieën kunnen processen __________ maken.
24
-
88
3. Innovatie in processen leidt vaak tot hogere __________.
24
-
Hoofdstuk 8: Prestatiemanagement
24
-
89
4. Een belangrijk meetinstrument in procesmanagement is __________.
24
-
90
5. Het vergelijken van werkelijke prestaties met doelstellingen heet __________.
24
-
91
6. Het continu verbeteren van prestaties wordt aangeduid met __________.
24
-
Hoofdstuk 9: Risicomanagement in processen
24
-
92
7. Het identificeren van mogelijke problemen wordt __________ genoemd.
24
-
93
8. Risico’s worden vaak beoordeeld op kans en __________.
24
-
94
9. Een maatregel om risico’s te voorkomen heet __________.
24
-
95
10. Risicomanagement draagt bij aan __________ in processen.
24
-
96
Fill-in-the-blank antwoorden
25
-
97
1. procesinnovatie
25
-
98
2. efficiënter
25
-
99
3. kwaliteit
25
-
100
4. KPI
25
-
101
5. Prestatiemeting
25
-
102
6. continue verbetering
25
-
103
7. risicoanalyse
25
-
104
8. impact
25
-
105
9. preventie
25
-
106
10. betrouwbaarheid
25
-
107
Top 25 kernbegrippen
26
-
108
Top 10 leerdoelen
28