HC 7: Mechanisme van de baring
Doelstellingen:
Kent de 3 krachten die het mechanisme van de baring beïnvloeden en kan deze kort
illustreren
Beschrijft de verschillende mogelijkheden in ligging van de foetus tijdens de partus
en weet of deze vaak voorkomen in Vlaanderen
Begrijpt de termen flexie en deflexie en staaft waarom deze effect hebben op de
partus
Kan aan de hand van een illustratie de plaatsing van het voorliggend deel definiëren
Kent de stappen van het mechanisme van de partus en kan deze uitleggen
1. Krachten
1. Baby
LIGGING
Lengteligging Dwarsligging (0,5%)
Hoofdligging (96%) Stuitligging (3,5%)
Achterhoofdligging = Volledige stuit
volkomen flexie Onvolledige stuit
Kruinligging = matige
flexie
Voorhoofdsligging =
deflexie
Aangezichtsligging =
sterke deflexie
HOUDING
Flexie Deflexie
Achterhoofdsligging = Voorhoofdsligginbg =
volkomen flexie = hoofd deflexie
volledig op borst Aangezichtsligging =
Kruinligging = matige sterke deflexie = hoofd
fexie = hoofd centraal helemaal naar achter
PLAATSING/STAND
= ligging van de foetus tov de bekkenas
Aanwijspunten
o Achterhoofdsligging = kleine fontanel dit blok
o Kruinligging = kleine fontanel
o Voorhoofdsligging = grote fontanel
o Aangezichtsligging = kin
o Stuitligging = sacrum
Altijd vanuit de positie van de vrouw (LINKS/RECHTS)
Belangrijk hoe kindje in buik door bekken gaat, want als die beetje sheef gaat liggen dan is er kans op
asynclitisme (zie NLBK p. 115-116)
2. Baarmoedercontracties en buikpers
HC fasen van de baring
3. Baringskanaal
BEENDERIGE BEKKEN
Beenderig baringskanaal vergroot door:
Doelstellingen:
Kent de 3 krachten die het mechanisme van de baring beïnvloeden en kan deze kort
illustreren
Beschrijft de verschillende mogelijkheden in ligging van de foetus tijdens de partus
en weet of deze vaak voorkomen in Vlaanderen
Begrijpt de termen flexie en deflexie en staaft waarom deze effect hebben op de
partus
Kan aan de hand van een illustratie de plaatsing van het voorliggend deel definiëren
Kent de stappen van het mechanisme van de partus en kan deze uitleggen
1. Krachten
1. Baby
LIGGING
Lengteligging Dwarsligging (0,5%)
Hoofdligging (96%) Stuitligging (3,5%)
Achterhoofdligging = Volledige stuit
volkomen flexie Onvolledige stuit
Kruinligging = matige
flexie
Voorhoofdsligging =
deflexie
Aangezichtsligging =
sterke deflexie
HOUDING
Flexie Deflexie
Achterhoofdsligging = Voorhoofdsligginbg =
volkomen flexie = hoofd deflexie
volledig op borst Aangezichtsligging =
Kruinligging = matige sterke deflexie = hoofd
fexie = hoofd centraal helemaal naar achter
PLAATSING/STAND
= ligging van de foetus tov de bekkenas
Aanwijspunten
o Achterhoofdsligging = kleine fontanel dit blok
o Kruinligging = kleine fontanel
o Voorhoofdsligging = grote fontanel
o Aangezichtsligging = kin
o Stuitligging = sacrum
Altijd vanuit de positie van de vrouw (LINKS/RECHTS)
Belangrijk hoe kindje in buik door bekken gaat, want als die beetje sheef gaat liggen dan is er kans op
asynclitisme (zie NLBK p. 115-116)
2. Baarmoedercontracties en buikpers
HC fasen van de baring
3. Baringskanaal
BEENDERIGE BEKKEN
Beenderig baringskanaal vergroot door: