• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 33 pages
Resume

Sociale en politieke filosofie: samenvatting van notities in de les (14/20 gehaald)

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 33 pages

Dit is a.d.h.v. de lessen, want er is geen syllabus. Met leuke quotes van de prof als bonus :)

Aperçu du contenu

Sociale en politieke filosofie


- Filosofie en religie zijn twee manieren om over hetzelfde te denken en te spreken
- Ze zijn echter twee verschillende manieren om hetzelfde te begrijpen
- Filosofie gaat conceptueel en in de tijd vooraf aan de godsdienst
- Religie is een taal
- Er bestaat geen universele taal, ERGO: er bestaat ook geen universele religie
- Geen religie is dé ware religie, ware religie = vertaling van de filosofie
- Religie is onderwijs / filosofie kan niet gebruikt worden in politiek
Standford encyclopedia philosophy  meer betrouwbaar dan Wikipedia

1 Inleiding
Overzicht cursus op blackboard PowerPoint 1
Het sociale is:
 De door het verschil normaal/abnormaal gereguleerde intersubjectiviteit die zichzelf begrijpt als
onafhankelijk van het politieke
 Relaties tussen mensen ( intersubjectieviteit)
 Verschil tussen wat toegelaten en verwacht wordt  de omschreven normen
 Nooit letterlijk neergeschreven, onuitgesproken regels
Het politieke is:
 De meest menselijke dimensie van ons leven, het onbepaalde veld van de menselijke conflicten
 Wij zijn politieke dieren
 Leven dat niet politiek van aard is is zeer recent
 We zijn geëngageerd voor iets dat voor iedereen is
 Politiek is conflict van de belangen (wat wij belangrijk vinden, daar zijn botsingen tussen mensen)
 Mensen hopen dat wat ze denken algemeen geldig wordt
Filosofie is:
 Filo-sofie en ook wijs-begeerte
 Er bestaan niet DE definitie van filosofie
 Disruptieve filosofen zijn kritisch, schrijven zelf wat storend is (als je dit leest voel je je aangevallen)
Disruptief, storend discours over de betekenis/vanzelfsprekendheid van de woorden, dus: ook over wat we als
dé realiteit beleven, dus: over de logica, structurering en dynamiek van het menselijke bestaan, dus: ook of,
beter, eerst en vooral over het sociale en het politieke (aangezien deze twee dimensies constitutief zijn voor het
fenomeen ’de mens’)
“Wat is dat dat er is?”  wat is wat we nu zien?

1.1 Aristoteles
“De reden waarom de mens in hogere mate ’n politieke dier is dan gelijk welk bij of gelijk welk kuddedier, is
duidelijk. De natuur, zoals we zeggen, maakt niets om niets. Welnu, de mens is het enige dier dat over taal
(lógos) beschikt. Het stemgeluid (phoné) is weliswaar ’n teken voor wat pijnlijk en wat aangenaam is, en
daarom behoort het ook toe aan de andere dieren (hun natuur is zover gegaan, dat ze gewaarwording hebben
van wat pijnlijk en wat aangenaam is, en dat ze die aan elkaar signaleren); de taal, echter, dient voor het
reveleren van het nuttige (sumpheron) en het schadelijke, en bijgevolg ook van het rechtvaardige (díkaion) en
het onrechtvaardige. Vergeleken met de andere dieren is dit eigen aan de mensen, nl. dat zij alleen ’n zin
(aísthesis) hebben voor het goede en het kwade, het rechtvaardige en het onrechtvaardige, en de rest; welnu,
het is precies de gemeenschap daarin die ’n huishouden en ’n polis maakt.”

1

,Sociale en politieke filosofie


 Natuur heeft alles geproduceerd met een doel, functioneel
 Theologisch = iets uitleggen aan de hand van het doel (de natuur)


Aisthesis
 = zintuigen, waarnemen
 Mens is dier met politiek zintuig
 Wij zien alles met betekenis, via taal
 Bv. Als er iemand wordt vermoord geven we hier een betekenis aan, we bekijken dit in een ruimer
beeld zoals bijvoorbeeld systematisch geweld van politiek naar bepaalde groepen in de samenleving


Wat hebben wij dat andere dieren niet hebben?
 Alle dieren communiceren met elkaar via geluid, wij via taal
 Taal is niet heel duidelijk, is perfect element voor discussies en misverstanden
 Taal vormt de realiteit


Waarom is de mens een politiek dier? En waarom meer dan andere dieren?
Wat is de mens? Een politiek dier omdat het kan spreken/ over taal beschikt
ἄνθρωπος = ζῷον πoλιτικόν omdat ἄνθρωπος = ζῷον λόγον ἔχον
 Een dier dat kan spreken, ziet de realiteit door de taal, heeft een politiek zintuig
 De mens is onvermijdelijk een politiek dier


1.2 Althusser
Heeft zijn vrouw vermoord “maar iedereen doet iets verkeerd”
 Productie en reproductie van de voorwaarden voor productie zijn de momenten van het sociale en
politieke leven.
 Deze voorwaarden zijn niet alleen de productiemiddelen en de vaardigheden van de individuen maar
eerst en vooral de productiekrachten
o Ons systeem vandaag moet niet alleen eten, entertainen, drugs, alcohol produceren
o Ook onszelf produceren zodat volgende generatie klaarstaat om zelf te produceren
o Subjectiviteiten in de wereld brengen
En daarvoor is ideologie nodig. Het is wat verzekert dat de individuen verder meedoen aan het
productieproces (en daarna verlangen)
 Alles wat normaal/toegelaten is is de ideologie
 Subjectiviteiten moeten de wereld maken en vormen
 Is materieel. Bv. Het feit dat de prof een das aanheeft, is hoe hij wil zijn en hoe mannen “zijn”

 Naast de staat en de repressieve apparaten zijn de openbare en privé ideologische apparaten van de
staat (kerk, scholen, gezin, media, cultuur/kunst, gerecht) cruciaal voor de reproductie van een
bepaald sociaal en politiek systeem
o Marx kijkt vooral naar repressieve staat
o Althusser zegt dat de staat meer is dan dat, het is complexer dan wat Marx zegt
o Deze ideologische apparaten zijn efficiënter
o Is een stem dat zegt hoe wij ons moeten gedragen
 De school: het dominante ideologische staatsapparaat (en vandaag?)


2

,Sociale en politieke filosofie


Lenin = ideologische staatsapparaten moeten ook overgenomen worden, niet alleen politieke macht (denk aan
de mislukking van de Sovjet Unie)
 Kanalen waardoor de ideologie wordt gegeven
“K3 is de KKK, dat is de koekoeksclan”


 Ideologie representeert de imaginaire verhouding van individuen tot hun werkelijke
bestaansomstandigheden. Niet de reële bestaansomstandigheden!
o Ideologie representeert niet de realiteit op een rare manier
o Presenteert imaginaire verhouding die we hebben t.o.v. de realiteit/hoe we ermee omgaan
o Alles komt aan met een betekenis en lokt interactie uit
o Wij zijn pas mensen als we in een ideologie zitten (bijv. als wij kunnen spreken)
o Erkenning van de wet door bijv. de wet niet te volgen en drugs te doen
Ideologie …
 … heeft geen geschiedenis (is eeuwig)  is structureel door mens gemaakt
 … is materieel (praktijken, rituelen)
o Alles is ideologie
 … produceert subjectiviteiten (het individu is een abstractie): de mens is een geïdeologiseerd dier
Subjectiviteiten die elkaar conditioneren en erkennen, elk subject apart staat met hét subject in een erkenning
en onderwerping-relatie (sub-iectum, onderworpen)



2 Sociale en politieke filosofie in de Oudheid: Plato en Aristoteles
2.1 Heraclitus en Parmenides: common sense als ideologie
Boeken gaan verloren en worden in brand gestoken, moeilijk om aan bronnen te komen  Aristoteles heeft
nooit boeken van oudere filosofen kunnen lezen, over deze mensen weten wij heel weinig
Heraclitus:
 Men kan zich bevrijden van de ideologie
 Alles is geconnecteerd = dialectisch
 Niets is goed op zich of slecht op zich, alles is goed of slecht
 “voor de god is alles goed”
De mensen denken dat zij gelijk hebben en willen zich niet openen aan wat andere zeggen
 Arbeiders leven in ideologie van kapitalisten en zijn “aan het slapen”
 Staan niet open voor nieuwe ideeën
 Eigen wijsheid
 Zitten in hun eigen droom waar zij vrij zijn en doen wat zij willen
 In deze droom is de realiteit mooi, transparant en verdeeld in 2 (man/vrouw, even/oneven, …)
 Bv. dag en nacht zijn niet apart, de dag is de dood van de nacht en de nacht is de dood van de dag
Is een anachronisme  gebruiken terminologie die niet van die tijd is, hij staat voor op de rest in zijn tijd
Parmenides:
 Stervelingen leven in een onware wereld die eigenlijk een projectie is van woorden, maar niemand kan
volledig ontsnappen aan de ideologie!
 Woorden zijn een illusie, je kan mensen alles doen geloven als je iets zegt
 De wereld is een projectie van namen


3

, Sociale en politieke filosofie


 Beide filosofen zijn tegen de dualistische opposities van het gezond verstand, merken dat “onze wereld”
niet de reële wereld is.


2.2 Socrates versus Protagoras: over democratie
De vraag is wie moet beslissen als het over politieke zaken gaat? De burgers of de experten?
Socrates:
 De experten (wetenschappelijke kennis legitimeert) geven hun mening
 Je verkoopt jezelf als leraar
 TOEN: Ze zochten zelfs in de politiek de expert, mensen die veel kennis hebben moeten de
beslissingen nemen
 NU: luisteren mensen niet naar de expert, mensen maken op zichzelf beslissingen
Protagoras:
 De burgers (elke mens heeft politiek bewustzijn, dus ook recht daarop om deel te nemen aan het
beslissingsproces)
 Mythe: Zeus vroeg Prometheus om politiek bewustzijn te geven aan de mensen
o Daarom voelt iedereen zich capabel om uitspraken te maken over kwesties van de staat
o Begin van de rationaliteit en legimiteit van de democratie


2.3 Plato *** notities bekijken
Wat is rechtvaardigheid? (OP EXAMEN)
 Iedereen krijgt hetzelfde en moet hetzelfde geven
 Iedereen heeft dezelfde rechten en plichten
Rechtvaardigheid volgens Plato
 Stabiliteit
 Harmonie: alles is op de juiste plaats en is hoe het moet zijn
 Iedereen moet blijven waar ze zijn begonnen in hun leven
Is ideologie nodig voor de rechtvaardige staat?
 Ja, we hebben leugens nodig om mensen te overtuigen dat een gezonde samenleving en staat moet
worden gebaseerd op Plato’s idee van rechtvaardigheid (iedereen in zijn plaats).
 We hebben leugens nodig anders zal het systeem niet draaien
o Leugens kunnen een goed doel hebben
Wat is de relatie tussen lichaam en politiek?
 Existentiële angst is het begin van de vraag naar rechtvaardigheid, eros kan politieke activisme zijn
o We komen tot heel kritische vragen vanuit een extensieve angst (om te sterven)
o Goden vragen zich niet af wat rechtvaardigheid is
 Althusser: ideologie is materieel (zoals bijv. Valentijn waarbij we bloemen kopen)
o Verlangens zijn heel concreet
o Er hangt geen theorie aan vast, het is wat het is
Wat is de relatie tussen ziel en staat?
 Ze hebben dezelfde drievoudige structuur, de ziel is micro-, de staat macrokosmos.




4

Table des matières

  1. 01 1 Inleiding 1
    1. 1.1 Aristoteles 1
    2. 1.2 Althusser 2
  2. 02 2 Sociale en politieke filosofie in de Oudheid: Plato en Aristoteles 3
    1. 2.1 Heraclitus en Parmenides: common sense als ideologie 3
    2. 2.2 Socrates versus Protagoras: over democratie 4
    3. 2.3 Plato *** notities bekijken 4
    4. 2.4 Aristoteles 6
  3. 03 3 Sociale en politieke filosofie in de middeleeuwen: Al-Farabi 8
    1. 3.1 De middeleeuwse filosofie 8
    2. 3.2 Een nieuw paradigma 9
    3. 3.3 Augustinus (354-430) 9
    4. 3.4 Thomas van Aquino (1225-1274) 9
    5. 3.5 Al-Farabi (872-951) 10
  4. 04 4 Sociale en politieke filosofie van de renaissance tot de verlichting 11
    1. 4.1 De renaissance en de moderne filosofie 11
    2. 4.2 Giovanni Pico della Mirandola (1463-1494) 11
    3. 4.3 Thomas More (1478-1535) 11
    4. 4.4 Niccolò Machiavelli (1469-1527) 12
    5. 4.5 De theorie van sociaal contract 12
    6. 4.6 Hegel 16
  5. 05 5 Het debat over de verlichting in Engeland na de FR 16
    1. 5.1 Kant: wat is verlichting? (tekst) 16
    2. 5.2 Mary Wollstonecraft: korte cv 17
    3. 5.3 Van sociaal-contracttheorie naar erkenning 18
    4. 5.4 De traditionele sociale en politieke orde volgens mannelijke moderne filosofen 18
  6. 06 6 Sociale en politieke filosofie in de Duitse klassieke filosofie 20
    1. 6.1 Erkenning in de moderne wijsbegeerte 20
    2. 6.2 Erkenning in onze verplichte literatuur 21
    3. 6.3 Erkenning bij Hegel: de voorgeschiedenis 21
    4. 6.4 Kants erkenning (minder belangrijk enkel laatste puntje) 21
    5. 6.5 Fichte 21
    6. 6.6 Schiller en erkenning 22
    7. 6.7 Logica van identiteit en verschil 23
  7. 07 7 De moderniteit: Marx 24
    1. 7.1 Hegel 24
    2. 7.2 Van Hegel naar Marx 24
    3. 7.3 Marx, Nietzsche en Heidegger 25
    4. 7.4 Metafysica en haar moderne critici 26
    5. 7.5 Marx: kapitalisme versus communisme 26
  8. 08 8 De moderniteit: Nietschze 28
    1. 8.1 Nietzsche 28
  9. 09 9 Hedendaagse sociale en politieke filosofie 30
    1. 9.1.1 Carl Schmitt (1888-1985) 30
    2. 9.1.2 Hannah Arendt (1906-1975) 31
    3. 9.1.3 Paul Preciado (1970- ) 32
    4. 9.1.4 Carole Pateman (1940 - ) 32
  10. 10 10 Examenvragen 33

Infos sur le Document

Publié le
15 août 2025
Nombre de pages
33
Écrit en
2024/2025
Type
Resume
€7,96

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
luciaschroons61
4,0
(4)
Vendu
15
Abonnés
1
Éléments
15
Dernière vente
3 semaines de cela

Avis d'acheteurs vérifiés




Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions