Evidence-based zorg
- Examen: open vragen, meerkeuze, definitie als het erbij staat kennen
Leerresulaten kader
- Onderzoeker: Kritische ingesteldheid tov eigen handelen naar -> EVB
midwifery practice en leervaardigheden en attidudes aanwerven ->
profesionalisering
o Elke vroedvrouw is een onderzoeker
o Bij de meest recente info blijven, nieuwste richtlijnen kennen -> wet.
Onderzoek
Kwaliteitsvolle zorg (link met EVB)
- Efficient, effectief, tijdig, toegankelijk, continu, veilig, pt gestuurd – familie
centraal
EVB Midwifery
- Geneeskunde op basis van bewijs, de vroedkunde steunt hierop
- Vroeger: experience-based med./mid. -> alles op ervaring
- integratie v best wet. evidentie (beschikbare middelen en tijd!!)
1. Zelf onderzoek uitvoeren, verbanden zoeken
2. Literatuur: wetenschappelijk (google,
wet.databanke, boeken, tijdschriftartikels,
a. Peer reviewed (nadat iets geschreven w
-> voorgelegd aan prof. Op kwal en
betrouwbaarheid
b. VBOV: wet info voor vrv
Richtijnen
a. KCE: fed kenniscentrum voor
gezondheidszorg
b. WHO
3. Congressen, conferenties, studiedagen,…
= weerstand tegen wet onderzoek: theorie vs praktijk/ veelheid info/
engelstalig ☹
Waarom doen vrv aan wet onderzoek: PLICHT (etisch en juridisch),
generieke-/diverse redenen (intresse)
Karakteristieken van wet onderzoek
- Systematisch tewerk gaan (stappenplan, onderzoekscyclus)
- Controleerbaar-> reproduceerbaar (nadoen=zelfde res)
- Generaliseerbaar (representatieve steekproef=kenmerken en grote)
- Waarneembaar
- Objectiviteit
= beperkingen
o Tijd en financiele middelen
o Omvang steekproef (ideale SP ☹= niet willen meewerken)
o Meten
, o Mens is complex
o Controle
o Ethisch, morele en juridische bep
alles begint bij het
probleem
1. Probleemstelling
(concreet)
Ontstaan van
onderzoeksvraag
- Freq probleem -> samenhang tss
fenomeen en factoren -> theorien
-> vakliteratuur (=> bachelor
proef)
2. Literatuuronderzoek
Wat is er al geweten (verfijnen vraag, form heldere, concrete, eenduidige
vraag)
Relevantie/meerwaarde, kennis verbreden,…
Soorten info: originele studies, theorien, opinies, eenmalige feiten, reviews,
richtlijnen
3. Verfijnde onderzoeksvraag
Pico (person, intervention, comparison, outcom)
Vb: Heeft een volwassen man, die lijdt aan kaalhoofdigheid, bij het drinken
van groene thee meer kans op haargroei ter hoogte van de schedel
tegenover eenzelfde type man die geen groene thee drinkt?
!!! TOV en KANS moet er altijd in!!
Hypothese (=H): is een voorspelling over de samenhang van variabelen
- Specifiek en eenduidig (een interpretatie, toetsbaar)
- Waarop is een H gebasseerd (theorie, praktijk/ervaring)
- KANS (minder/meer)
- ! variabele
o ieder kenmerk/eigenschap van een persoon/omgeving/situatie die
van persoon tot persoon, van omgeving tot omgeving of van situatie
tot situatie kan variëren
o vb. Vrouwen die hoog zijn opgeleid kiezen vaker voor het geven van
borstvoeding in vergelijking met vrouwen die niet hoog zijn
opgeleid.
Variabele 1 = opleidingsniveau van de vrouw
Variabele 2 = wel of niet geven van borstvoeding
- soorten
o eenvoudige (2 variabelen) en complexe (meerdere variabelen)
o non- ( richting w aangegeven, meer/minder) en directionele
(richting, verband ☹ of 😊)
o nulhypothese = H0 (verband, toeval)en onderzoekshypothese =
alternatieve H = H1 (een verband)
H0
- Examen: open vragen, meerkeuze, definitie als het erbij staat kennen
Leerresulaten kader
- Onderzoeker: Kritische ingesteldheid tov eigen handelen naar -> EVB
midwifery practice en leervaardigheden en attidudes aanwerven ->
profesionalisering
o Elke vroedvrouw is een onderzoeker
o Bij de meest recente info blijven, nieuwste richtlijnen kennen -> wet.
Onderzoek
Kwaliteitsvolle zorg (link met EVB)
- Efficient, effectief, tijdig, toegankelijk, continu, veilig, pt gestuurd – familie
centraal
EVB Midwifery
- Geneeskunde op basis van bewijs, de vroedkunde steunt hierop
- Vroeger: experience-based med./mid. -> alles op ervaring
- integratie v best wet. evidentie (beschikbare middelen en tijd!!)
1. Zelf onderzoek uitvoeren, verbanden zoeken
2. Literatuur: wetenschappelijk (google,
wet.databanke, boeken, tijdschriftartikels,
a. Peer reviewed (nadat iets geschreven w
-> voorgelegd aan prof. Op kwal en
betrouwbaarheid
b. VBOV: wet info voor vrv
Richtijnen
a. KCE: fed kenniscentrum voor
gezondheidszorg
b. WHO
3. Congressen, conferenties, studiedagen,…
= weerstand tegen wet onderzoek: theorie vs praktijk/ veelheid info/
engelstalig ☹
Waarom doen vrv aan wet onderzoek: PLICHT (etisch en juridisch),
generieke-/diverse redenen (intresse)
Karakteristieken van wet onderzoek
- Systematisch tewerk gaan (stappenplan, onderzoekscyclus)
- Controleerbaar-> reproduceerbaar (nadoen=zelfde res)
- Generaliseerbaar (representatieve steekproef=kenmerken en grote)
- Waarneembaar
- Objectiviteit
= beperkingen
o Tijd en financiele middelen
o Omvang steekproef (ideale SP ☹= niet willen meewerken)
o Meten
, o Mens is complex
o Controle
o Ethisch, morele en juridische bep
alles begint bij het
probleem
1. Probleemstelling
(concreet)
Ontstaan van
onderzoeksvraag
- Freq probleem -> samenhang tss
fenomeen en factoren -> theorien
-> vakliteratuur (=> bachelor
proef)
2. Literatuuronderzoek
Wat is er al geweten (verfijnen vraag, form heldere, concrete, eenduidige
vraag)
Relevantie/meerwaarde, kennis verbreden,…
Soorten info: originele studies, theorien, opinies, eenmalige feiten, reviews,
richtlijnen
3. Verfijnde onderzoeksvraag
Pico (person, intervention, comparison, outcom)
Vb: Heeft een volwassen man, die lijdt aan kaalhoofdigheid, bij het drinken
van groene thee meer kans op haargroei ter hoogte van de schedel
tegenover eenzelfde type man die geen groene thee drinkt?
!!! TOV en KANS moet er altijd in!!
Hypothese (=H): is een voorspelling over de samenhang van variabelen
- Specifiek en eenduidig (een interpretatie, toetsbaar)
- Waarop is een H gebasseerd (theorie, praktijk/ervaring)
- KANS (minder/meer)
- ! variabele
o ieder kenmerk/eigenschap van een persoon/omgeving/situatie die
van persoon tot persoon, van omgeving tot omgeving of van situatie
tot situatie kan variëren
o vb. Vrouwen die hoog zijn opgeleid kiezen vaker voor het geven van
borstvoeding in vergelijking met vrouwen die niet hoog zijn
opgeleid.
Variabele 1 = opleidingsniveau van de vrouw
Variabele 2 = wel of niet geven van borstvoeding
- soorten
o eenvoudige (2 variabelen) en complexe (meerdere variabelen)
o non- ( richting w aangegeven, meer/minder) en directionele
(richting, verband ☹ of 😊)
o nulhypothese = H0 (verband, toeval)en onderzoekshypothese =
alternatieve H = H1 (een verband)
H0