Elke van Grimbergen WO: tijd 10.2 Onze tijd
1. De koude oorlog
Na WOII hadden veel mensen geleden, in de Sovjet-Unie vielen er
ongeveer 20 miljoen doden, maar de VS had niet echt geleden omdat zij
niet in eigen land moesten vechten. Tijdens WOII waren de spanningen
tussen de VS en S-U al voelbaar, maar na de wereldoorlog bleek dat de
ideologische verschillen op zowel economisch als politiek vlak
onoverbrugbaar waren.
De ‘vrede’ was een gewapende vrede, want vanaf 1949 beschikten beide
grootmachten over kernwapens. De dreiging van een kernoorlog was
voldoende om een openlijk conflict te verwijden, daarom noemen we het
de koude oorlog. Estland, Letland en Litouwen verloren hun
onafhankelijkheid en werden een deel van de S-U. Heel wat Oost-Europese
landen kwamen onder druk van de S-U en kwam het communisme aan de
macht.
Etnische minderheden en politieke tegenstanderd werden gedeporteerd en
het werk gezet in werkkampen, de goelag. Het bekendste voorbeeld van
de politieke en ideologische verdeling in EU is de opdeling van verliezer
Duitsland. We kregen een West-Duitsland en dat behoorde tot de het
westen en een Oost-Duitsland en dat behoorde tot de S-U. Hetzelfde
gebeurde in Berlijn, waarbij West-Berlijn een geïsoleerd eiland was door de
Berlijnse muur binnen een communistische invloedsfeer.
De VN was ontstaan om naar vreedzame oplossingen te zoeken. Bij
conflicten konden de blauwhelmen (militairen) naar oorlogsgebieden
gestuurd worden. In de Algemene Vergadering zetelden 193 erkende
landen, die elk een stem hadden. De grote beslissingen werden genomen
in de Veiligheidsraad. In die raad zaten Rusland, China, VS, Frankrijk en
Groot Brittannië.
Berlijnse muur is in 1961 gebouwd omdat Oost-Duitse arbeiders en
intellectuelen wouden vluchten naar West Duitsland omdat daar alles
beter was. Om die stroom dus te stoppen besloot de Oost-Duitse regering
om er een betonnen muur met prikkeldraad te plaatsen. Het Ijzeren
gordijn waren dus grensversperringen tussen Oost en West Duitsland.
West-Europese landen genoten van financiële en economische steun
dankzij het Amerikaans Marshallplan. Via dit plan wou de VS de economie
in West-Europa opnieuw opbouwen en zo hoopte ze dat West-Europa niet
in de invloedsfeer van de S-U zou belanden. Tot slot vormden de West-
Europese landen samen met de VS de Noord-Atlantische
Verdragsorganisatie of de NAVO. Dit betekende dat als één van de landen
werd aangevallen dat de andere te hulp zouden schieten.
, Elke van Grimbergen WO: tijd 10.2 Onze tijd
Als reactie hierop creëerde de S-U met het Warschaupact een eigen
alliantie van Oost-Europese landen. De wereld werd in twee blokken
verdeeld. Communistische blok: S-U, China en Oost-Europa. Kapitalistische
blok: VS en West-Europa. De overige landen vormden de derde wereld.
Zowel de S-U al de VS wou hun invloedsfeer verspreiden in de derde
wereld. Enkele bekende crisissen: Koreaanse oorlog, Cubacrisis,
Balkanoorlog en Vietnamoorlog. Maar er werd nooit echt gevochten tussen
de twee grootmachten. Wel steunden de grootmachten in internationale
conflicten zoals bij de Vietnamoorlog.
Door de gruwel van de twee atoombommen in Japan bouwde ze de
hoeveelheid kernwapens af en geleidelijk verminderde de spanningen en
kwam het tot een ‘dooi’. Door Gorbatsjov de nieuwe leider van de S-U was
er een keerpunt in de KO. In eigen land wou het economische
herstructureringen en op internationaal vlak kwam het communisme ten
val. De S-U werd herdoopt tot Rusland en na de val van de Berlijnse muur
in 1989 volgde twee jaar later de hereniging van Oost- en West-Duitsland.
2. Grenzen aan de groei?
2.1 Het leven in de jaren ’50 en ‘60
Gezinnen zagen hun inkomen stijgen en steeds een kleiner deel van het
gezinsbudget ging naar voeding. Hierdoor konden gezinnen meer geld
uitgeven aan wooncomfort. Elektriciteit was voor WOII al aanwezig in de
meeste huizen, maar stromend water zou pas bij de meeste huishoudens
in de jaren ’50 verschijnen. Het duurde tot ongeveer de jaren ’70 dat de
meeste huizen een aparte badkamer hadden. Vanaf de jaren ’50
verschenen elektrische apparaten in de huizen (ijskast, wasmachine…). In
de jaren ’60 deden andere elektrische toestellen hun intrede: stofzuiger,
mixer en de koffiemolen.
Als ontspanning luisterden de mensen naar de radio, maar na Expo ’58
begonnen ook andere toestellen de huiskamer te vullen (tv, platenspeler).
De komst van de tv mag niet onderschat worden op cultureel vlak. Het
journaal beïnvloedde nog meer dan de radio de publieke opinie, beelden
zeggen meer dan woorden.
De fiets bleef het belangrijkste vervoermiddel in het begin van de jaren ’50
en voor verre afstanden was er de trein. In 1952 werd de ondergrondse
noord-zuidverbinding in Brussel afgewerkt zodat treinen nu ook door
Brussel konden rijden. In de loop van de jaren ’50 werd de auto
1. De koude oorlog
Na WOII hadden veel mensen geleden, in de Sovjet-Unie vielen er
ongeveer 20 miljoen doden, maar de VS had niet echt geleden omdat zij
niet in eigen land moesten vechten. Tijdens WOII waren de spanningen
tussen de VS en S-U al voelbaar, maar na de wereldoorlog bleek dat de
ideologische verschillen op zowel economisch als politiek vlak
onoverbrugbaar waren.
De ‘vrede’ was een gewapende vrede, want vanaf 1949 beschikten beide
grootmachten over kernwapens. De dreiging van een kernoorlog was
voldoende om een openlijk conflict te verwijden, daarom noemen we het
de koude oorlog. Estland, Letland en Litouwen verloren hun
onafhankelijkheid en werden een deel van de S-U. Heel wat Oost-Europese
landen kwamen onder druk van de S-U en kwam het communisme aan de
macht.
Etnische minderheden en politieke tegenstanderd werden gedeporteerd en
het werk gezet in werkkampen, de goelag. Het bekendste voorbeeld van
de politieke en ideologische verdeling in EU is de opdeling van verliezer
Duitsland. We kregen een West-Duitsland en dat behoorde tot de het
westen en een Oost-Duitsland en dat behoorde tot de S-U. Hetzelfde
gebeurde in Berlijn, waarbij West-Berlijn een geïsoleerd eiland was door de
Berlijnse muur binnen een communistische invloedsfeer.
De VN was ontstaan om naar vreedzame oplossingen te zoeken. Bij
conflicten konden de blauwhelmen (militairen) naar oorlogsgebieden
gestuurd worden. In de Algemene Vergadering zetelden 193 erkende
landen, die elk een stem hadden. De grote beslissingen werden genomen
in de Veiligheidsraad. In die raad zaten Rusland, China, VS, Frankrijk en
Groot Brittannië.
Berlijnse muur is in 1961 gebouwd omdat Oost-Duitse arbeiders en
intellectuelen wouden vluchten naar West Duitsland omdat daar alles
beter was. Om die stroom dus te stoppen besloot de Oost-Duitse regering
om er een betonnen muur met prikkeldraad te plaatsen. Het Ijzeren
gordijn waren dus grensversperringen tussen Oost en West Duitsland.
West-Europese landen genoten van financiële en economische steun
dankzij het Amerikaans Marshallplan. Via dit plan wou de VS de economie
in West-Europa opnieuw opbouwen en zo hoopte ze dat West-Europa niet
in de invloedsfeer van de S-U zou belanden. Tot slot vormden de West-
Europese landen samen met de VS de Noord-Atlantische
Verdragsorganisatie of de NAVO. Dit betekende dat als één van de landen
werd aangevallen dat de andere te hulp zouden schieten.
, Elke van Grimbergen WO: tijd 10.2 Onze tijd
Als reactie hierop creëerde de S-U met het Warschaupact een eigen
alliantie van Oost-Europese landen. De wereld werd in twee blokken
verdeeld. Communistische blok: S-U, China en Oost-Europa. Kapitalistische
blok: VS en West-Europa. De overige landen vormden de derde wereld.
Zowel de S-U al de VS wou hun invloedsfeer verspreiden in de derde
wereld. Enkele bekende crisissen: Koreaanse oorlog, Cubacrisis,
Balkanoorlog en Vietnamoorlog. Maar er werd nooit echt gevochten tussen
de twee grootmachten. Wel steunden de grootmachten in internationale
conflicten zoals bij de Vietnamoorlog.
Door de gruwel van de twee atoombommen in Japan bouwde ze de
hoeveelheid kernwapens af en geleidelijk verminderde de spanningen en
kwam het tot een ‘dooi’. Door Gorbatsjov de nieuwe leider van de S-U was
er een keerpunt in de KO. In eigen land wou het economische
herstructureringen en op internationaal vlak kwam het communisme ten
val. De S-U werd herdoopt tot Rusland en na de val van de Berlijnse muur
in 1989 volgde twee jaar later de hereniging van Oost- en West-Duitsland.
2. Grenzen aan de groei?
2.1 Het leven in de jaren ’50 en ‘60
Gezinnen zagen hun inkomen stijgen en steeds een kleiner deel van het
gezinsbudget ging naar voeding. Hierdoor konden gezinnen meer geld
uitgeven aan wooncomfort. Elektriciteit was voor WOII al aanwezig in de
meeste huizen, maar stromend water zou pas bij de meeste huishoudens
in de jaren ’50 verschijnen. Het duurde tot ongeveer de jaren ’70 dat de
meeste huizen een aparte badkamer hadden. Vanaf de jaren ’50
verschenen elektrische apparaten in de huizen (ijskast, wasmachine…). In
de jaren ’60 deden andere elektrische toestellen hun intrede: stofzuiger,
mixer en de koffiemolen.
Als ontspanning luisterden de mensen naar de radio, maar na Expo ’58
begonnen ook andere toestellen de huiskamer te vullen (tv, platenspeler).
De komst van de tv mag niet onderschat worden op cultureel vlak. Het
journaal beïnvloedde nog meer dan de radio de publieke opinie, beelden
zeggen meer dan woorden.
De fiets bleef het belangrijkste vervoermiddel in het begin van de jaren ’50
en voor verre afstanden was er de trein. In 1952 werd de ondergrondse
noord-zuidverbinding in Brussel afgewerkt zodat treinen nu ook door
Brussel konden rijden. In de loop van de jaren ’50 werd de auto